Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 23-7167 Zaaknummer: C/09/654721 Datum beschikking: 21 januari 2026 Omgang Beschikking op het op 22 september 2023 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.J. Zennipman in ‘s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. C.J. Berghout in ‘s-Gravenhage, voorheen mr. R. Shahbazi en meer voorheen mr. M.G. Eckhardt. Procedure Bij beschikking van 20 maart 2024 van deze rechtbank is de behandeling van de verzoeken van de vader ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de omgangs- c.q. zorgregeling en de informatieregeling aangehouden tot 1 oktober 2024 pro forma. Bij beschikking van 15 april 2025 van deze rechtbank is: bepaald dat de moeder met ingang van heden de vader ten minste maandelijks schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] , alsmede over zijn vermogen en dat zij de vader dient te consulteren over de schoolkeuze, de gezondheid en de noodzakelijke medische zaken en/of ingrepen van [de minderjarige] alsmede over hun verblijf gedurende de vakanties of anderszins buiten Nederland; het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] afgewezen; het verzoek van de vader ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden tot 1 november 2025 pro forma, in afwachting van het verloop van de traumabehandeling van [de minderjarige] . De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: het bericht van 9 oktober 2025 namens de vader; de brief van 8 december 2025, met gewijzigd verzoek en met bijlagen, namens de vader. Op 24 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Beoordeling De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikkingen is overwogen en beslist. Aan de rechtbank ligt nu nog voor het gewijzigde verzoek van de vader voor vaststelling van een omgangsregeling waarbij [de minderjarige] bij hem is elke zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur, de helft van de zomervakantie en vier feestdagen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per keer dat de moeder de omgang niet nakomt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De traumabehandeling van [de minderjarige] bij Family Supporters is gestart. De vader is daar door de moeder en door Family Supporters niet over geïnformeerd, ondanks dat hij daar herhaaldelijk om heeft gevraagd. Anders dan in de vorige beschikking is opgenomen hebben de ouders in onderling overleg toch twee contactmomenten tussen de vader en [de minderjarige] ingebouwd, op 12 oktober 2025 en 2 november 2025. De overdracht bij het laatste contactmoment is niet zonder conflict verlopen. De rechtbank acht het betreurenswaardig dat de vader op geen enkele wijze is geïnformeerd door Family Supporters over de behandeling van [de minderjarige] . Ook de rechtbank tast daardoor in het duister over de voortgang van de traumabehandeling van [de minderjarige] . De rechtbank is desondanks van mening dat de behandeling van [de minderjarige] het contact tussen hem en de vader niet langer in de weg staat. Mede gelet op de verslagen van de eerdere begeleide omgang ziet de rechtbank geen contra-indicaties voor onbegeleide omgang. Daarbij overweegt de rechtbank dat het in het belang van [de minderjarige] is om de vader te informeren over zijn behandeling en om de vader daarbij te betrekken. Op de zitting zijn de ouders een omgangsregeling overeengekomen, waarbij [de minderjarige] de ene week op zaterdag en de andere week op zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur bij de vader is. Daarbij hebben zij afgesproken dat de familie van de vader [de minderjarige] zal halen en brengen bij de moeder. Ook zijn de ouders overeengekomen dat [de minderjarige] op eerste kerstdag bij (de familie van) de vader zal doorbrengen en dat de omgangsregeling de daaropvolgende zondag ingaat. De rechtbank zal conform deze overeenstemming van de ouders beslissen, omdat zij deze omgangsregeling ook in het belang van [de minderjarige] acht. Op de zitting hebben de ouders verder afgesproken om in een mediationtraject nadere afspraken te maken over de omgang, de uitbreiding daarvan en om eventueel een ouderschapsplan op te stellen. De ouders worden daartoe via het mediationbureau van de rechtbank in contact gebracht met een geschikte mediator. Aangezien de ouders op de zitting overeenstemming hebben bereikt over de omgang, ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak in afwachting van de resultaten van het mediationtraject aan te houden. Verder zijn de ouders op de zitting overeengekomen dat [de minderjarige] vier feestdagen per jaar bij de vader zal zijn, waaronder in ieder geval één dag met Kerst en één dag met oud en nieuw, welke dagen jaarlijks zullen wisselen. De andere twee feestdagen zullen in onderling tussen de ouders overleg worden afgesproken. Met betrekking tot de zomervakantie overweegt de rechtbank dat, aangezien [de minderjarige] nog niet bij de vader overnacht en dat opgebouwd moet worden, het te ingrijpend voor [de minderjarige] zal zijn om de helft van de zomervakantie in 2026 bij de vader te zijn. De rechtbank zal daarom vaststellen dat [de minderjarige] in de zomervakantie van 2026 twee afzonderlijke weken bij de vader is en vanaf 2027 de helft van de zomervakantie, in onderling overleg tussen de ouders te verdelen. Het verzoek van de vader om aan de nakoming van de omgangsregeling een dwangsom te verbinden zal de rechtbank afwijzen. De ouders hebben op de zitting samen afspraken gemaakt over de omgang. Daarnaast heeft de moeder in de afgelopen tijd ook in overleg met de vader omgang met [de minderjarige] toegestaan, zodat de rechtbank geen aanleiding heeft om aan te nemen dat de moeder de omgang zal tegenwerken. Beslissing De rechtbank: * stelt vast dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn, met ingang van 28 december 2025: - in de even weken op zondag en in de oneven weken op zaterdag van 10.00 uur tot 20.00 uur, waarbij de familie van de vader [de minderjarige] haalt en brengt; vier feestdagen per jaar, waarvan in ieder geval een dag met Kerst en een dag met oud en nieuw, welke dagen jaarlijks zullen wisselen, en de overige twee feestdagen in onderling overleg; in de zomervakantie van 2026 twee afzonderlijke weken en met ingang van de zomervakantie van 2027 drie weken, in onderling overleg te verdelen; * verwijst partijen naar de bij hen bekende mediator (via mediation naast rechtspraak) om nadere afspraken te maken over de omgang, de uitbreiding daarvan en om eventueel een ouderschapsplan op te stellen; * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 januari 2026.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.