← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:3759

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-8586 Zaaknummer: C/09/694560 Datum beschikking: 26 januari 2026 Vastelling zorgregeling en wijziging geslachtsnaam Beschikking op het op 13 november 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. Ramsaroep te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.L. Küppers-van Duivenbooden te Breda. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 25 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen; het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek; het F9-formulier van 5 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage; het verweer tegen het zelfstandig verzoek. Op 12 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk M. Wennekendonk; de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Feiten - Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] . - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. - [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder. - De vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Griekse nationaliteit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt: - een zorgregeling vast te stellen, zoals in randnummer 13 t/m 17 van het verzoekschrift beschreven, dan wel een door de rechtbank te bepalen zorgregeling; - de vader te verbieden de nagels van [minderjarige] te lakken; - de vader te verbieden met [minderjarige] op de weg te gaan indien hij alcohol of drugs heeft gebruikt; - de moeder vervangende toestemming te geven voor de achternaamwijziging van [minderjarige] in ‘ [achternaam] ’; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht: - een zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader vast te stellen, waarbij de vader de zorg voor [minderjarige] heeft de ene week van woensdagavond 18:00 uur tot vrijdagavond 18:00 uur en de andere week van woensdagavond 18:00 uur tot maandagochtend 08:00 uur; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder heeft verweer gevoerd tegen het zelfstandige verzoek van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Vaststelling zorgregeling Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek ten aanzien van de zorgregeling. Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Nu tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. Inhoudelijke beoordeling - Reguliere zorgregeling De moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] de ene week van woensdagavond 18:00 uur tot vrijdagavond 18:00 uur bij de vader verblijft en de andere week van woensdagavond 18:00 uur tot zondagavond 18:00 uur. Zij voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. Tijdens de kort geding zitting van 13 december 2024 hebben de ouders onder begeleiding van de voorzieningenrechter voorlopige afspraken gemaakt over de zorgregeling. Conform deze afspraken verblijft [minderjarige] de ene week bij haar vader van woensdagavond 18:00 uur tot vrijdagavond 18:00 uur en de andere week van woensdagavond 18:00 uur tot maandagochtend 08:00 uur. De moeder stelt dat een wisselmoment op maandagochtend niet (langer) in het belang van [minderjarige] is. [minderjarige] zal vanaf volgend schooljaar naar de basisschool gaan. Gelet daarop zal een wisselmoment op zondagavond voor meer rust zorgen. De moeder kan dan tijdig nagaan of [minderjarige] ziek is en of zij daardoor op maandag thuis (bij de moeder) moet blijven. De vader verzoekt de zorgregeling, zoals afgesproken tijdens de kortgeding zitting van 13 december 2024, vast te stellen. Volgens hem bestaat er geen reden om de zorgregeling te beperken. Hij wil [minderjarige] vanaf volgend schooljaar op maandagochtend naar school brengen. Daarbij is hij in staat tijdig in te schatten of zij ziek is en of zij op maandag thuis (bij de moeder) moet blijven. Indien [minderjarige] ziek is, zal hij de moeder hierover informeren. De rechtbank overweegt als volgt. De moeder wil dat eens in de twee weken het wisselmoment op zondagavond plaatsvindt in plaats van maandagochtend, zodat [minderjarige] al bij de moeder is als zij ziek blijkt te zijn. Zowel de moeder als de vader hebben tijdens de zitting aangegeven dat [minderjarige] niet vaker dan een normaal kind ziek is. Daarnaast heeft de vader aangegeven dat hij de moeder tijdig zal informeren als zij op de zondag dat zij bij hem is, ziek is. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de huidige (voorlopige) zorgregeling aan te passen. Bovendien vindt de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat de ouders haar beiden regelmatig naar school brengen. De rechtbank zal daarom de op dit moment lopende zorgregeling vaststellen, waarbij [minderjarige] de ene week van woensdagavond 18:00 uur tot vrijdagavond 18:00 uur bij de vader verblijft en de andere week van woensdagavond 18:00 uur tot maandagochtend 08:00 uur, dan wel – zodra [minderjarige] naar school gaat – tot maandagochtend naar school. - Halen en brengen (overdracht) De moeder verzoekt vast te stellen dat de overdracht van [minderjarige] uitsluitend plaatsvindt op haar adres of op neutraal terrein. Op het adres van de vader of dat van zijn familieleden voelt zij zich niet veilig, omdat zij daar in het verleden is mishandeld. De vader betwist dat er sprake is geweest van mishandeling. Volgens hem kan de ouder bij wie [minderjarige] op dat moment verblijft, haar naar de andere ouder brengen. De rechtbank overweegt als volgt. Als uitgangspunt geldt dat de ouders een gelijk aandeel hebben in het halen en brengen van hun kind(eren). De rechtbank kan niet vaststellen wat er tussen de ouders en heeft geen objectieve aanknopingspunten gevonden op grond waarvan van de moeder niet kan worden verwacht dat zij [minderjarige] in het kader van de zorgregeling één keer per week naar het adres van de vader brengt. De rechtbank ziet dan ook onvoldoende aanleiding om van het uitgangspunt af te wijken en zal bepalen dat de moeder [minderjarige] iedere woensdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige] de ene week op vrijdag en de andere week op maandag naar de moeder brengt. Vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat, zal de vader haar op maandagochtend naar school brengen. In onderling overleg kunnen de ouders hiervan afwijken. - Vakantie- en feestdagenregeling Ten aanzien van de voorjaarsvakantie, meivakantie, zomervakantie, herfstvakantie en kerstvakantie hebben de ouders overeenstemming bereikt. Conform die overeenstemming zal de rechtbank de volgende vakantieregeling vaststellen: voorjaarsvakantie en herfstvakantie: in de even jaren is [minderjarige] de voorjaarsvakantie bij de vader en de herfstvakantie bij de moeder. In de oneven jaren is dit andersom; meivakantie: in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de meivakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de oneven jaren is dit andersom; zomervakantie: [minderjarige] is (maximaal) twee aaneengesloten weken bij iedere ouder, waarbij de ouders in onderling overleg bepalen welke weken dit zijn. De reguliere zorgregeling blijft van kracht tijdens het overige deel van de zomervakantie; kerstvakantie: in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de oneven jaren is dit andersom. Met betrekking tot de verjaardag van [minderjarige] is de rechtbank van oordeel dat het in haar belang is om niet van de reguliere zorgregeling af te wijken. Dit betekent dat [minderjarige] op haar verjaardag verblijft bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling zou zijn. Daarnaast worden de overige (grote) feestdagen, die buiten de hierboven verdeelde vakanties vallen, bij helfte en in onderling overleg verdeeld. Voorts merkt de rechtbank op dat de ouders in onderling overleg van bovenstaande vakantie- en feestdagenregeling kunnen afwijken Lakken nagels [minderjarige] De moeder verzoekt de vader te verbieden de nagels van [minderjarige] te lakken. Volgens haar is dit ongebruikelijk en schadelijk voor haar gezondheid. De vader heeft zowel schriftelijk als op de zitting aangegeven dat hij de nagels van [minderjarige] niet meer zal lakken. De rechtbank is van oordeel dat een juridische grondslag voor een dergelijk verzoek van de moeder ontbreekt. Daarom zal de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Daarbij merkt de rechtbank op dat zij ervan uitgaat dat de vader, zoals door hem verklaard, de nagels van [minderjarige] niet meer zal lakken. Alcohol- en drugsgebruik vader Ook verzoekt de moeder de vader te verbieden [minderjarige] te vervoeren onder invloed van alcohol of andere middelen. Volgens haar zijn er meerdere meldingen bij politie en Veilig Thuis gedaan en heeft er een incident op 17 oktober 2025 plaatsgevonden, waarbij de vader [minderjarige] overhandigde terwijl hij naar alcohol rook. De vader betwist dat hij [minderjarige] vervoert of heeft vervoerd onder invloed van alcohol of andere middelen. Hij stelt dat de gebeurtenissen waar de moeder naar verwijst allemaal meldingen zijn die zij zelf heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat een juridische grondslag voor een dergelijk verzoek van de moeder ontbreekt. Daarom zal de rechtbank de moeder reeds daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Daarbij merkt de rechtbank op dat het vanzelfsprekend is dat de vader geen alcohol of drugs mag gebruiken in het verkeer, al helemaal niet in het bijzijn van [minderjarige] . Vervangende toestemming geslachtsnaamwijziging Rechtsmacht en toepasselijk recht Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging. Inhoudelijke beoordeling De moeder verzoekt vervangende toestemming voor het toevoegen van haar achternaam aan die van [minderjarige] , in die zin dat zij voortaan ‘ [volledige naam] ’ zal heten. Volgens de moeder hebben de ouders tijdens hun relatie uitdrukkelijk afgesproken dat [minderjarige] een dubbele achternaam zou dragen, zodra de wet dit zou toestaan. De vader wil hier niet mee instemmen, zodat er geen verzoek bij Justis kan worden gedaan. De vader voert verweer. Hij stelt dat de overgangsregeling niet (meer) aan de orde is en dat er geen wettelijke basis is om vervangende toestemming te verlenen, zoals door de moeder verzocht. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden op welke wettelijke grondslag het verzoek van de moeder ziet: op het bepaalde in artikel 1:5 BW of op het bepaalde in artikel 1:7 BW. Daarom zal zij de moeder in de gelegenheid stellen haar verzoek – binnen twee weken na de datum van deze beschikking – schriftelijk nader te onderbouwen. De vader krijgt vervolgens twee weken de mogelijkheid om daarop schriftelijk te reageren. De beslissing ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging van [minderjarige] zal de rechtbank dan ook pro forma aanhouden tot 23 februari 2026, te weten vier weken na de datum van deze beschikking. Beslissing De rechtbank: * bepaalt een zorgregeling, waarbij [minderjarige] de ene week van woensdagavond 18:00 uur tot vrijdagavond 18:00 uur bij de vader verblijft en de andere week van woensdagavond 18:00 uur tot maandagochtend 08:00 uur, dan wel tot maandagochtend naar school. Het halen en brengen wordt tussen de ouders verdeeld, in die zin dat de moeder [minderjarige] iedere woensdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige] de ene week op vrijdag en de andere week op maandag naar de moeder brengt. Vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat, zal de vader haar op maandagochtend naar school brengen; * bepaalt de volgende vakantie- en feestdagenregeling: voorjaarsvakantie en herfstvakantie: in de even jaren is [minderjarige] de voorjaarsvakantie bij de vader en de herfstvakantie bij de moeder. In de oneven jaren is dit andersom; meivakantie: in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de meivakantie bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de oneven jaren is dit andersom; zomervakantie: [minderjarige] is (maximaal) twee aaneengesloten weken bij iedere ouder, waarbij de ouders in onderling overleg bepalen welke weken dit zijn. De reguliere zorgregeling blijft van kracht tijdens het overige deel van de zomervakantie; kerstvakantie: in de even jaren is [minderjarige] de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de oneven jaren is dit andersom; verjaardag [minderjarige] : [minderjarige] is bij de ouder bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling zou zijn; overige (grote) feestdagen: bij helfte en in onderling overleg te verdelen; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * wijst af het meer of anders verzochte ten aanzien van de zorgregeling; * verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken ten aanzien van het lakken van de nagels van [minderjarige] en het alcohol- en drugsgebruik van de vader; * houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging van [minderjarige] aan tot 23 februari 2026 pro forma en bepaalt dat de moeder tot 9 februari 2026 de gelegenheid krijgt om haar verzoek schriftelijk te onderbouwen en de vader de mogelijkheid krijgt tot 23 februari 2026 om daarop schriftelijk te reageren. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.