RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: NL25.57103 en NL25.57104 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser], V-nummer: [v-nummer 1], eiser [eiseres] , V-nummer: [v-nummer 2], eiseres hierna tezamen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. G.L. Wischhoff). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun asielaanvragen. Eisers hebben op 5 november 2025 aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 20 november 2025 deze aanvragen niet-ontvankelijk verklaard. 1.
- De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig op zitting behandeld. Op 13 januari 2026 is de behandeling aangehouden omdat eiseres niet naar rechtbank was vervoerd. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari
- Aan deze zitting hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, J.W. de Man als tolk, en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over?
- Eiser heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 1]
- Eiseres heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2]
- Eisers leggen aan hun asielaanvraag ten grondslag dat zij in Colombia zijn bedreigd door de bende Los Espartanos. Zij hebben eiser in oktober 2023 aan huis opgezocht en hem de opdracht gegeven een tas met geld, wapens en drugs te vervoeren. Eisers hebben de tas in zee gegooid en zijn gevlucht naar Ecuador. Daar hebben zij een asielvergunning gekregen, gewoond en gewerkt. Zij hebben Ecuador verlaten omdat zij ook daar bedreigd werden door Los Espartanos en de politie hen niet kon helpen. 2.
- Verweerder heeft de aanvragen niet-ontvankelijk verklaard omdat Ecuador voor eisers aangemerkt kan worden als veilig derde land. Zij hebben daar namelijk eerder verbleven. De verklaringen over de problemen in Ecuador zijn volgens verweerder niet aannemelijk. Eisers hebben die verklaringen namelijk niet met documenten onderbouwd en het is niet aannemelijk dat de politie hun aangifte niet in behandeling zou nemen, alleen omdat geen persoonsgegevens van de dader bekend zijn. Daarnaast blijkt uit openbare bronnen dat Los Espartanos alleen op lokaal niveau in Colombia opereert. Verweerder heeft de problemen van eisers in Colombia niet op geloofwaardigheid beoordeeld. Wat vinden eisers in beroep?
- Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst is het tegenstrijdig dat verweerder de aanvragen niet-ontvankelijk heeft verklaard, maar wel een oordeel heeft gegeven over de aannemelijkheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers en hun problemen in Ecuador. Ecuador geldt daarnaast niet als veilig derde land, omdat de overheid door recente ontwikkelingen geen bescherming meer kan bieden aan migranten. Eisers verwijzen naar verschillende nieuwsartikelen, een rapport van ACLED en een rapport van de International Crisis Group. Van eisers mocht niet worden verwacht dat zij meer zouden doen om bescherming te krijgen. Tot slot is het tegenstrijdig dat verweerder in het terugkeerbesluit een onmiddellijke vertrekplicht heeft opgelegd, maar ook een beroepstermijn van een week heeft gegund. Wat is het oordeel van de rechtbank?
- De rechtbank geeft eisers geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen.
- De rechtbank stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat eisers een band hebben met Ecuador en toegang tot dat land. Wel in geschil is of Ecuador voor hen kan worden aangemerkt als veilig derde land.
- Anders dan eisers hebben betoogd, mocht verweerder de aanvraag van eisers niet-ontvankelijk verklaren en ook een beoordeling maken van de gestelde problemen in Ecuador. Uit het beleid van verweerder volgt juist dat bij het tegenwerpen van een veilig derde land, beoordeeld moet worden of het land daadwerkelijk veilig is voor de vreemdeling. Hiervoor is het relevant om te beoordelen of het aannemelijk is dat een betrokkene problemen heeft in het derde land. Omdat verweerder eisers niet terug zal sturen naar Colombia, hoefde hij niet ook de geloofwaardigheid van de problemen in Colombia te beoordelen.
- Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook deugdelijk gemotiveerd dat Ecuador in het algemeen geldt als veilig derde land. Verweerder heeft betrokken dat Ecuador is aangesloten bij de relevante mensenrechtenverdragen en dat vreemdelingen er worden behandeld op grond van de beginselen van artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Ook heeft verweerder betrokken dat het non-refoulementbeginsel in de grondwet is vastgelegd en dat er geen indicaties zijn van schendingen van dit beginsel. De verwijzing van eisers naar de uitspraak van zittingsplaats Haarlem doet hier niet aan af nu de omstandigheden van het verblijf van eisers verschillen van in de aangehaalde uitspraak, met name omdat eisers nog recent in Ecuador hebben verbleven. Zittingsplaats Haarlem oordeelt daarnaast in die uitspraak juist dat Ecuador in het algemeen als veilig derde land kan worden aangemerkt.
- Ook in het specifieke geval van eisers mocht verweerder naar het oordeel van de rechtbank concluderen dat Ecuador als veilig derde land geldt. Verweerder hoefde de gestelde bedreigingen in Ecuador niet aannemelijk te vinden. Allereerst heeft verweerder gewezen op landeninformatie waaruit volgt dat de bende waar eisers problemen mee zouden hebben, een lokale bende is. Eisers hebben hier geen bronnen tegenover gesteld waaruit volgt dat juist deze bende ook in Ecuador actief is. De bronnen die eisers hebben aangevoerd, zien ofwel op de algemene veiligheidssituatie in Ecuador, ofwel op bende-activiteiten in andere landen. Gelet op de landeninformatie waaruit volgt dat het in Ecuador over het algemeen mogelijk is om aangifte te doen, hoefde verweerder het ook niet aannemelijk te vinden dat de politie de aangifte van eisers niet wilde opnemen. De overgelegde getuigenverklaring van de werkgever van eiser maakt dit niet anders. Verweerder mocht erop wijzen dat ook een verklaring die is afgelegd bij de notaris, niet op inhoud te verifiëren is. De verklaring weegt daarom niet op tegen de landeninformatie.
- De rechtbank is tot slot van oordeel dat verweerder terecht een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrekplicht aan eisers heeft opgelegd en hen terecht heeft gewezen op de beroepstermijn van een week. Zoals verweerder ter zitting heeft betoogd, volgt uit de Vreemdelingenwet dat de werking van het besluit op een asielaanvraag wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of op het beroep is beslist, ook in de situatie dat een veilig derde land is tegengeworpen. Conclusie en gevolgen
- Verweerder heeft de aanvragen niet-ontvankelijk mogen verklaren. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. 10.
- Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Op basis van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingwet 2000 (Vw 2000). Eiser verwijst naar overweging 7.5 van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 23 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:
- Zie paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000). Zie pagina 13 en 28 van het Algemeen Ambtsbericht over Colombia van juni
- Zie artikel 82, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.