Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-2795 Zaaknummer: C/09/664851 Datum beschikking: 27 januari 2026 Hoofdverblijfplaats, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en gezagsuitoefening Beschikking op het op 16 april 2024 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. I.P.J. van den Heuvel-Beerens te De Meern. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. A.F. Braun te Den Haag. Procedure Bij beschikking van 1 oktober 2024 van deze rechtbank en verbeterd bij beschikking van 15 oktober 2024 is benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mevrouw drs. L. (Lillian) van Wesemael. Iedere verdere beslissing ten aanzien van het hoofdverblijf, de verdeling van de zorg en opvoedingstaken (zorgregeling), de gezagsuitoefening en de proceskosten is aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook: - het verslag van 26 maart 2025 van de bijzondere curator; - de brief van 1 april 2025 van de bijzondere curator, met bijlage; - het bericht van 9 april 2025, met bijlage namens de moeder; - de brief van 15 mei 2025, met bijlage namens de vader; - het aanvullend verslag van 1 september 2025 van de bijzondere curator; - de akte actuele informatie en aanvulling / wijziging verzoeken van 21 november 2025, met bijlagen, namens de vader; - het verweerschrift op de laatste wijzigings- / aanvullende verzoeken tevens wijzigingsverzoek van 29 november 2025, met bijlagen, namens de moeder. Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen: het bericht van 12 januari 2026 namens de moeder; het bericht van 14 januari 2026 namens de vader. Op 9 december 2025 is de (hybride) behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn fysiek verschenen: -de vader met mr. D.I.A. Schröder, kantoorgenoot /waarneemster van zijn advocaat; -de moeder met haar advocaat; -namens de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) [naam 1] . De bijzondere curator is via een videoverbinding op de zitting aanwezig geweest. Voorliggende verzoeken De vader verzoekt nu na wijziging: 1. de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te bepalen bij de vader en vervangende toestemming te verlenen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven op het woonadres van de vader met als ingangsdatum voor [minderjarige 2] vanaf zondag 22 februari 2026 (de laatste dag van de voorjaarsvakantie regio midden 2026) dan wel als ingangsdatum vast te stellen een datum in het schooljaar waarbij er zoveel mogelijk aangesloten zal worden bij een startmoment in een schoolvakantie en voor [minderjarige 1] als ingangsdatum vanaf de laatste week van de zomervakantie 2026 dan wel als ingangsdatum vast te stellen een datum in het schooljaar waarbij er zoveel mogelijk aangesloten zal worden bij een startmoment in een schoolvakantie; 2a. in het geval het verzoek onder 1. zal worden toegewezen, de zorgregeling voor de moeder met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] toe te wijzen die de vader op dit moment met de kinderen heeft (namelijk een herhaling van wekelijks contact door middel van een kort weekend en een lang weekend) met als aanvulling dat [minderjarige 2] vier wedstrijden voor de winterstop en vier wedstrijden na de winterstop meedoet met zijn team. Deze wedstrijden worden gepland tijdens de korte weekenden. Na de wedstrijd gaat [minderjarige 2] dan mee met vader. De dagen die moeder met [minderjarige 2] mist door deze regeling wenst hij te compenseren met – bijvoorbeeld — de studiedagen. Elke gemiste zaterdag staat dan in verhouding tot één studiedag. Deze vorm van compensatie kan alleen als de studiedagen aansluiten op het weekend bij moeder. Als dit niet zo is, dan dient de compensatie plaats te vinden in de vakantietijd. Ook dan staat een gemiste zaterdag voor een compensatiedag. 2b. In het geval het verzoek onder 1 toegewezen zal worden, vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 2] in te schrijven op de [schoolnaam 1] in [plaats 1] (adres: [adres 1] , [postcode 1] [plaats 1] ) met als ingangsdatum maandag 23 februari 2026 (namelijk de eerste schooldag na de voorjaarsvakantie) danwel als ingangsdatum vast te stellen een datum in het schooljaar waarbij er zoveel mogelijk aangesloten zal worden bij een startmoment na een schoolvakantie afhankelijk van het moment dat de school een plek heeft voor [minderjarige 2] ; 2c. In het geval het verzoek onder 1 toegewezen zal worden, vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] in te schrijven op [schoolnaam 2] in [plaats 1] (adres: [adres 2] , [postcode 2] ) met als ingangsdatum 23 augustus 2026 (namelijk de laatste week voor de zomervakantie) dan wel als ingangsdatum vast te stellen een datum in het schooljaar waarbij er zoveel mogelijk aangesloten zal worden bij een startmoment na een schoolvakantie afhankelijk van het moment dat de school een plek heeft voor [minderjarige 1] ; 3a. De zorgregeling voor de vader met [minderjarige 1] op te starten als volgt: - Vanaf het eerste weekend na deze beschikking zal vader samen met [minderjarige 1] iets leuks gaan doen. [minderjarige 1] heeft inspraak in de activiteiten. Hij mag ook aangeven of hij dit op vrijdagmiddag wil doen met [minderjarige 2] erbij (onafhankelijk of dit in een kort of lang weekend
- is)of op zaterdagmiddag in het korte weekend en zonder [minderjarige 2] erbij; - In dit laatste geval zal de eerste keer zijn tijdens de zaterdagmiddag op het eerste korte weekend na deze beschikking; - De eerste twee keer kan er begeleiding vanuit [instantie 1] aanwezig zijn als [minderjarige 1] dit fijn vindt; - Bij succes en na verloop van maximaal vier keer kan dit contact worden uitgebreid, namelijk door [minderjarige 1] vier uur naar zijn vader te laten gaan. Dit kan in het korte of in het lange weekend. [minderjarige 1] heeft hier inspraak in; - Bij succes en na verloop van maximaal vier keer kan dit uitgebreid worden naar de originele zorgregeling, namelijk het korte weekend en het lange weekend zoals dat nu ook het geval is. 3b. In het geval uw rechtbank het verzoek onder 1 zal afwijzen een zorgregeling voor de vader met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] vast te stellen die gelijk is aan de zorgregeling zoals die er nu is (namelijk een herhaling van wekelijks contact door middel van een kort weekend en een lang weekend), 3b. met als aanvulling voor [minderjarige 2] dat - [minderjarige 2] vier wedstrijden voor de winterstop en vier wedstrijden na de winterstop mee zal doen met zijn team. Deze wedstrijden worden gepland tijdens de korte weekenden. Na de wedstrijd zal [minderjarige 2] dan meegaan met moeder. De dagen die vader met [minderjarige 2] mist door deze regeling wenst hij te compenseren met – bijvoorbeeld – de studiedagen. Elke gemiste dag staat dan in verhouding tot één studiedag. Deze vorm van compensatie kan alleen als de studiedagen aansluiten op het weekend bij vader. Als dit niet zo is, dan dient de compensatie plaats te vinden in de vakantietijd. Ook dan staat een gemiste zaterdag voor een compensatiedag. 3b. met als aanvulling dat voor [minderjarige 1] zal gelden dat deze opgestart zal worden als volgt: - Vanaf het eerste weekend na de beschikking zal vader samen met [minderjarige 1] iets leuks gaan doen. [minderjarige 1] heeft inspraak in de activiteiten. Hij mag ook aangeven of hij dit op vrijdagmiddag wil doen met [minderjarige 2] erbij (onafhankelijk of dit in een kort of lang weekend
- is)of op zaterdagmiddag in het korte weekend en zonder [minderjarige 2] erbij; - In dit laatste geval zal de eerste keer zijn tijdens de zaterdagmiddag op het eerste korte weekend na de beschikking; - De eerste twee keer kan er begeleiding vanuit [instantie 1] aanwezig zijn als [minderjarige 1] dit fijn vindt; - Bij succes en na verloop van maximaal vier keer kan dit contact worden uitgebreid, namelijk door [minderjarige 1] vier uur naar zijn vader te laten gaan. Dit kan in het korte of in het lange weekend. [minderjarige 1] heeft hier inspraak in; - Bij succes en na verloop van maximaal vier keer kan dit uitgebreid worden naar de originele zorgregeling, namelijk het korte weekend en het lange weekend zoals dat nu ook het geval is. 4. Een vakantie en feestdagenregeling vast te stellen zoals beschreven in randnummer 55 van deze akte; 5. Als startdag voor de zomervakantie de vrijdag te bepalen. De vader haalt de kinderen dan uit school. Mocht deze vrijdag voor de zomervakantie een studiedag zijn dan zal het startmoment vrijdag om 11.00 uur zijn. De moeder brengt in die situatie de kinderen naar de vader. 6. De regeling voor verdeling Pasen, Pinksteren en Hemelvaart vast te stellen zoals de vader heeft beschreven in randnummers 43 en 44 van deze akte; 7. Mevrouw [naam 2] van [instantie 2] als informant te horen ten behoeve van de verzoeken die voorliggen van de vader en van de moeder; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De moeder verweert zich tegen de gewijzigde /aanvullende verzoeken van de vader, welk verweer hierna –voor zover nodig– zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder nu, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: een reguliere zorgregeling en een zorgregeling voor de vakantie- en feestdagen vast te stellen als opgenomen onder punten 3 tot en met 9 van het verweerschrift op het laatste wijzigings-/aanvullend verzoek tevens wijzigingsverzoek van 29 november 2025. Beoordeling De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. De bijzondere curator Bij beschikking van 1 oktober 2024 en verbeterd bij beschikking van 15 oktober 2024 heeft deze rechtbank de bijzondere curator verzocht om te onderzoeken, door gesprekken te voeren met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , en als zij daartoe aanleiding ziet ook met de ouders, welke hoofdverblijfplaats en zorgregeling het meest in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt geacht en; of er verdere bevindingen naar voren komen die van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en of en welke (verdere) hulpverlening benodigd is, en van haar bevindingen schriftelijk verslag aan de rechtbank en aan de ouders te doen. De bijzondere curator heeft op 29 oktober 2024 en 12 februari 2025 met de kinderen gesproken, op 21 januari 2025, 3 februari 2025 en 4 maart 2025 het zorgoverleg bijgewoond georganiseerd door de casemanagers met de ouders en [instantie 3] en op 18 februari 2025 en 11 maart 2025 gesprekken met beide ouders gevoerd. Daarnaast heeft de bijzondere curator diverse informanten geraadpleegd. Van haar bevindingen heeft de bijzondere curator een schriftelijk verslag gemaakt, wat is opgemaakt op 26 maart 2025. Op 17 juni 2025 heeft de bijzondere curator de ouders opnieuw gesproken over de situatie op dat moment en geëvalueerd hoe het meespelen van [minderjarige 2] van de voetbalwedstrijden is ervaren. De bijzondere curator heeft hiervan een aanvullend verslag gemaakt en ingediend bij de rechtbank met de brief van 1 september 2025. De beide ouders hebben op de verslagen van de bijzondere curator gereageerd. Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank gebleken dat het mede vanwege de diverse ingezette hulpverlening beter lijkt te gaan met de kinderen. Sinds dit schooljaar gaat [minderjarige 1] weer naar school. Hij gaat naar een nieuwe middelbare school (basis/kader structuurklas (LWOO) met ambulante begeleiding vanuit [instantie 1] . [minderjarige 1] lijkt weer plezier te hebben om naar school te gaan. Hij heeft aangegeven dat hij daar niet of minder wordt gepest. Ook heeft hij EMDR gevolgd en gesprekken gevoerd met onder meer een hulpverlener van [instantie 3] over het pesten en de relatie met zijn vader. De hulpverlening vanuit [instantie 3] is in oktober / november 2025 beëindigd. Daarnaast is er een gezinscoach vanuit [instantie 1] betrokken die de moeder ondersteunt bij de opvoeding van de kinderen, en dan in het bijzonder voor [minderjarige 1] . Met [minderjarige 2] gaat het goed. Hij wil het liefst zoveel mogelijk buiten de ruzies en problemen van zijn ouders blijven en leuke dingen doen, zoals met vriendjes afspreken. Hij is blij dat hij nu af en toe een voetbalwedstrijd kan meedoen. Daarnaast vindt hij judo op zaterdag bij zijn vader ook heel leuk. De bijzondere curator heeft in haar verslag en ook op zitting nogmaals benadrukt dat het voor de kinderen belangrijk is dat er één leefwereld zal worden gecreëerd van waaruit de kinderen hun leven en activiteiten vorm kunnen geven. Op dit moment is het leven van de kinderen verdeeld in twee gescheiden leefwerelden: het leven bij de vader met zijn gezin in [plaats 1] en voor [minderjarige 2] judo met vrienden en het leven bij de moeder in [plaats 2] met school, vrienden en voetbal. Het is belangrijk dat de kinderen één leefwereld gaan ervaren van waaruit zij aan belangrijke evenementen / activiteiten in [plaats 2] en in [plaats 1] kunnen deelnemen. Hoofdverblijfplaats van de kinderen De vader verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen en bij hem te bepalen. De moeder verweert zich hiertegen. Zij wil de huidige situatie handhaven, waarbij de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar is bepaald. De bijzondere curator heeft geadviseerd het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder te handhaven. Zij vindt dit in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Op de zitting heeft de rechtbank met de ouders gesproken over de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Ondanks het advies van de bijzondere curator handhaaft de vader zijn verzoek dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen moet worden gewijzigd en bij hem wordt bepaald. De vader blijft van mening dat hij in de ouderrol een duidelijkere structuur kan bieden dan de moeder, en dat de kinderen dit ook nodig hebben. Anders dan de vader verzoekt, zal de rechtbank het advies van de bijzondere curator volgen en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder handhaven. De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen op dit moment niet in het belang van de kinderen is. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn beschadigde kinderen die al veel hebben meegemaakt. De relatie tussen de ouders is in 2017 geëindigd. Sinds die tijd voeren de ouders een strijd, waarbij zij blijven hangen in verwijten en wantrouwen en elkaar als ouders diskwalificeren. Daarnaast hebben beide ouders een zeer verschillende opvoedstijl. De kinderen hebben hiervan last. Hierdoor lijkt er al een loyaliteitsconflict bij de kinderen te zijn ontstaan, waarbij zij niet meer onbelast contact met beide ouders kunnen hebben. Dit is zeer schadelijk voor de kinderen. In het bijzonder bij [minderjarige 1] heeft dit zich geuit in kindeigenproblematiek. Sinds kort lijkt het –na diverse trajecten en ingezette hulpverlening – wat beter te gaan met [minderjarige 1] . Er worden positieve stappen op school gezet, maar dit is allemaal nog zeer pril. Voor [minderjarige 1] is op dit moment rust en stabiliteit heel belangrijk. De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats naar de vader in [plaats 1] hieraan niet zal bijdragen. Dit geldt overigens ook voor [minderjarige 2] . Een wijziging van de hoofdverblijfplaats gaat immers gepaard met een wijziging van hun sociale leefomgeving, zoals school, buitenschoolse activiteiten (sport), woonomgeving en vrienden. De vader geeft dit sociale aspect, door enkel te wijzen op het feit dat hij in de ouderrol een duidelijkere structuur zou kunnen bieden dan de moeder, wat overigens door de moeder wordt betwist, te weinig gewicht. Daarnaast heeft [minderjarige 1] inmiddels gedurende een langere periode geen contact meer met zijn vader. Hoewel er sinds heel kort met betrekking tot het contactherstel tussen [minderjarige 1] en de vader positieve ontwikkelingen zijn, is er op dit moment nog geen zicht op of dit contact zal worden hersteld en hoe dit contact dan zal zijn en hoe frequent dit zal plaatsvinden. Wijziging van de hoofdverblijfplaats voor [minderjarige 1] , ook voor na de zomervakantie in 2026, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook een brug te ver. Dit alles geldt temeer, vanwege de ingezette hulpverlening, waarbij de woonplaats van de kinderen een rol speelt. Het is zeer belangrijk dat de hulpverlening voor de kinderen, in het bijzonder voor [minderjarige 1] en de ouders blijft doorlopen. Een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen naar [plaats 1] zou een wisseling van de diverse ingezette hulpverlening betekenen, wat het realiseren van de gestelde doelen maar vooral ook de positieve ontwikkeling bij de kinderen zal doorkruisen. Dit alles maakt dat de rechtbank het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vindt om nu in de omgeving [plaats 2] te blijven wonen, omdat zij daar hun vertrouwde omgeving en sociale leven hebben opgebouwd, daar makkelijker het contact met hun vader kunnen herstellen dan wel continueren en uitbreiden alsmede hun hulpverlening kunnen behouden. De redenen die de vader heeft aangevoerd zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zwaarwegend om een ingrijpende wijziging in het leven van de kinderen aan te brengen. De kinderen zijn op dit moment gebaat bij rust en stabiliteit en om bij elkaar te blijven. Een verandering van woonplaats, school en hulpverlening zou naar het oordeel van rechtbank een te grote negatieve invloed op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen afwijzen. De huidige situatie, zoals is overeengekomen in het ouderschapsplan, zal worden gehandhaafd. Dit leidt er ook toe dat de rechtbank de daarmee samenhangende gedane verzoeken van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor inschrijving van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op een school zal afwijzen. Reguliere zorgregeling [minderjarige 2] Op dit moment verblijft [minderjarige 2] ieder weekend bij de vader. De ene week is dat een kort weekend (vrijdag 17.00 uur tot en met zondagochtend) en de andere week een lang weekend (vrijdag 17.00 uur tot en met zondag 18.00 uur), waarbij de vader [minderjarige 2] haalt en terugbrengt. De vader wenst deze zorgregeling voor [minderjarige 2] te handhaven, waarbij hij aanvullend verzoekt de overeengekomen acht voetbalwedstrijden per seizoen (vier voor de winterstop en vier na de winterstop) te plannen in een kort weekend, dat [minderjarige 2] na de voetbalwedstrijd met de moeder meegaat en de gemiste zaterdag wordt gecompenseerd met bijvoorbeeld studiedagen of in vakantietijd. De moeder verweert zich hiertegen en verzoekt voor [minderjarige 2] een zorgregeling vast te stellen, waarbij hij eenmaal in de twee weken een lang weekend van vrijdag 17 uur tot zondag 18 uur bij de vader verblijft, waarbij de vader haalt en terugbrengt. [minderjarige 2] heeft aan de bijzondere curator en in het kindgesprek bij de rechter aangegeven dat de huidige zorgregeling, mét de acht voetbalwedstrijden, goed is. Hij vindt het wel jammer dat [minderjarige 1] nooit meegaat naar de vader. [minderjarige 2] lijkt hij alleen een wijziging van de zorgregeling te willen als beide ouders hiermee kunnen instemmen. [minderjarige 2] wil geen gedoe tussen de ouders, wat mogelijk zal voortkomen uit zijn loyaliteit aan beide ouders. De bijzondere curator heeft aangegeven geen advies te kunnen geven over de zorgregeling voor [minderjarige 2] . Zij meent dat de ouders er samen uit moeten komen, eventueel met behulp van een (forensisch) mediator, omdat de uitdrukkelijke wens van [minderjarige 2] is om niet te laten zien dat hij minder loyaal is naar de ene of de andere ouder. Na de eerste gesprekken had de bijzondere curator de indruk dat een wijziging van de zorgregeling, waardoor [minderjarige 2] regelmatig naar voetbalwedstrijden kan en geen van zijn ouders teleurstelt positief voor hem zou zijn. De voetbalwedstrijden op zaterdag staan echter op gespannen voet met de judo die [minderjarige 2] op zaterdag bij de vader in [plaats 1] volgt. De ouders zijn met behulp van de bijzondere curator vervolgens voor het einde van het seizoen 2024/2025 vier wedstrijden in het korte weekend overeengekomen waaraan [minderjarige 2] heeft deelgenomen. De rechtbank zal alles afwegende voor [minderjarige 2] de huidige zorgregeling handhaven, met uitzondering van acht korte weekenden in een jaar, in onderling overleg met de ouders te bepalen. De rechtbank vindt het van belang dat [minderjarige 2] ook kan deelnemen aan voetbalwedstrijden in [plaats 2] . De rechtbank zal daarom [minderjarige 2] de mogelijkheid geven om in acht korte weekend dat [minderjarige 2] naar de vader zou zijn gegaan aan acht voetbalwedstrijden in een seizoen, zoals nu door de ouders is overeengekomen, deel te nemen. [minderjarige 2] zal in verband met het deelnemen aan een voetbalwedstrijd in dat weekend dan niet naar de vader gaan, maar volledig bij de moeder blijven. Voor wat betreft de door de vader verzochte compensatie stelt de rechtbank vast dat compensatie in het bij de mediator besproken scenario IIA niet is vastgelegd terwijl op de zitting evenmin een regeling is getroffen. Nu partijen in detail de vakanties hebben verdeeld is de rechtbank terughoudend om te beslissen tot volledige compensatie en zal zij bepalen dat voor vier wedstrijden een dag compensatie wordt geboden in de vorm van bijvoorbeeld een aan het weekend verbonden studiedag. De ouders moeten dit in onderling overleg verdelen. [minderjarige 1] Op dit moment heeft [minderjarige 1] geen contact met de vader. In het kindgesprek met de rechter heeft [minderjarige 1] aangegeven dat hij open staat om het contact met zijn vader te herstellen. Hiervoor wil hij wel eerst een gesprek met zijn vader voeren onder begeleiding van een professionele derde om na te gaan of het nu veiliger voor hem is. [minderjarige 1] lijkt angstig voor strengheid, boosheid en stemverheffing van de vader. Als dit niet meer gebeurt, zou hij weer contact willen met zijn vader en naar hem toe willen. De bijzondere curator heeft op zitting toegelicht dat [minderjarige 1] in de dag voor de zitting in het kindgesprek met de rechter heeft aangegeven zijn vader te willen zien. Dit is een hele grote stap. Volgens de bijzondere curator heeft [minderjarige 1] daarbij wel een stappenplan voor ogen. De eerste stap is dat de rechtszaak stopt. Daarna wil [minderjarige 1] een gesprek met zijn vader. Dit gesprek is heel belangrijk voor hem. [minderjarige 1] wil dat hij begrepen wordt zoals hij is; geaccepteerd wordt hoe hij is en niet teveel moet. [minderjarige 1] wil dat zijn vader normaal doet en zachter doet dan voorheen. De bijzondere curator meent dat systemische benadering van belang is om in gesprek te gaan met de vader en zoon. Hiervoor is begeleiding nodig. Als dit gesprek niet goed gaat dan zal het namelijk meteen mis gaan. Als het gesprek goed is verlopen, kan het contact tussen de vader en [minderjarige 1] door middel van een stappenplan, zoals opgenomen in haar verslag, worden opgebouwd en uitgebreid. Tot slot heeft de bijzondere curator benadrukt dat er begeleiding nodig is hoe om te gaan met de relatie van [minderjarige 1] . Deze begeleiding is nodig in zowel het huishouden van de moeder als in het huishouden van de vader, aldus de bijzondere curator. De raadsvertegenwoordiger heeft benadrukt dat de herstelgesprekken tussen de vader en [minderjarige 1] heel belangrijk zijn en goed doordacht en begeleid moeten worden. Het verleden moet nu achter gelaten worden. Het advies is om eruit te komen. De beleving van [minderjarige 1] is zijn waarheid, hoe hij het heeft beleefd. Als je die stappen hebt gezet dan kun je naar iets nieuws, aldus de raadsvertegenwoordiger. De rechtbank is – evenals alle betrokkenen op zitting– zeer verheugd dat [minderjarige 1] open staat om het contact met zijn vader te herstellen. Met de bijzondere curator en de raadsvertegenwoordiger is de rechtbank van oordeel dat er eerst (een) gesprek(ken) tussen [minderjarige 1] en de vader moet plaatsvinden met behulp van een professionele derde, zoals [minderjarige 1] dit wenst. Dit moet ertoe leiden dat [minderjarige 1] zich comfortabel voelt in de contacten met zijn vader, waarbij de rechtbank opmerkt dat het behulpzaam zou zijn als de vader de beleving van [minderjarige 1] als uitgangspunt neemt. Als de gesprekken tussen de vader en [minderjarige 1] goed zijn verlopen, kan het contactherstel worden vorm gegeven, zoals de bijzondere curator in haar stappenplan in het verslag van 27 maart 2025 heeft aangegeven. Dit stappenplan houdt in: “1e stap samen dingen te doen, die beiden leuk vinden en waardoor het contact tussen [minderjarige 1] en vader door [minderjarige 1] als positief gezien gaat worden bv. eens in de 2 weken iets leuks doen op vrijdagmiddag met [minderjarige 2] erbij of met [minderjarige 1] alleen op zaterdagmiddag, waarbij [minderjarige 1] inspraak heeft in wat er gaat gebeuren. Geen dingen die een van de twee niet leuk/niet okay vindt om te doen. Volgende stap: [minderjarige 1] gaat kortere tijd (paar uurtjes) naar vader. Als dit goed gaat kan uitbreiding gebeuren.” Op de zitting heeft de rechtbank met de ouders gesproken over de begeleiding van het gesprek tussen de vader en [minderjarige 1] , maar tevens ook over een hulpverlener die de ouders en de kinderen kan begeleiden en kan begeleiden in het contactherstel, mogelijk in het particuliere circuit. Gedacht wordt aan één systeemtherapeut, zoals bijvoorbeeld [naam 3] . Afgesproken is dat de moeder haar direct na de zitting zal benaderen. Voor zover [naam 3] niet beschikbaar is, zal er worden gezocht naar een andere soortgelijke hulpverlener dan wel een hulpverlenende instanties zoals bijvoorbeeld [instantie 4] . De rechtbank concludeert dat er nog veel moet gebeuren in het contactherstel tussen de vader en [minderjarige 1] . De rechtbank vindt het daarom niet in het belang van [minderjarige 1] – hoezeer de rechtbank de wens van de vader ook begrijpt – om op dit moment een concrete (opbouw)regeling tussen de vader en [minderjarige 1] vast te stellen. Er lijken bij [minderjarige 1] positieve stappen te worden gezet, maar deze zijn nog zeer pril en de problematiek die bij hem speelt is weliswaar verbeterd maar ook nog steeds zorgelijk. Om deze reden zal er met behulp van de hulpverlening worden toegewerkt naar contactherstel tussen [minderjarige 1] en de vader, zoals hiervoor overwogen. Daarbij geeft de rechtbank de ouders en de hulpverlening mee dat, als alles volgens het hiervoor genoemde stappenplan goed is verlopen, na een aantal korte verblijven van [minderjarige 1] bij de vader dit stapsgewijs verder kan worden uitgebreid naar een (lang) weekend om de week, in onderling overleg tussen de ouders en met beider instemming. Voor dit alles zal wat [minderjarige 1] kan en nodig heeft leidend zijn. De hulpverlener zal daarbij aan beide ouders hulp en sturing moeten bieden. Uiteraard zijn de ouders vrij in overleg met de hulpverlener hiervan af te wijken. Na de zitting heeft de rechtbank op 12 januari 2026 namens de moeder en op 14 januari 2026 namens de vader berichten ontvangen dat de ouders verdere afspraken met [naam 3] hebben gemaakt en dat zij bereid is als procesbegeleider het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en tussen de ouders te begeleiden. Vakantie- en feestdagenregeling Gebleken is dat de ouders over een gedeelte van de vakantie- en feestdagenregeling overeenstemming hebben bereikt met behulp van de bijzondere curator. Beide ouders verzoeken deze overeenstemming op te nemen in de beschikking. De rechtbank zal overeenkomstig deze overeenstemming beslissen, omdat dit ook in het belang van de kinderen is. Daarbij merkt de rechtbank op dat de vakantie- en feestdagenregeling in beginsel alleen voor [minderjarige 2] zal gelden en dat [minderjarige 1] hierbij kan aansluiten in het geval de reguliere zorgregeling voor hem goed verloopt en hij dit wenst. Over een aantal punten verschillen de ouders van mening en zal de rechtbank hierna een beslissing nemen. De ouders zijn met behulp van de bijzondere curator het volgende overeengekomen: Aanvang vakanties en halen en brengen Vakanties starten op vrijdag na school. Voor de vakanties geldt, in geval de vakantie start en vader dan de zorg voor de kinderen heeft aansluitend op school haalt vader de kinderen op uit school. Voor het vervolg van de zorgregeling tijdens de vakanties geldt, dat de ouder bij wie de kinderen verblijven, de kinderen naar de andere ouder brengt. Studiedagen Indien er op vrijdag een studiedag is en de kinderen vrij hebben dan is het overdrachtsmoment ingeval van vakantie 11.00 uur (moeder brengt de kinderen weg naar vader), ingeval het een reguliere weekend is, haalt vader ze om 11.00 uur. Als het ene kind een studiedag heeft en het andere kind is vrij, dan is moeders voorkeur dat de jongens tegelijkertijd naar vader gaan en wordt de eindtijd van diegene die als laatste vrij is aangehouden. Vader is akkoord in die zin, dat als de jongens zelfstandig met de trein kunnen komen, dit ook een mogelijkheid is en de jongens dan eventueel ook apart van elkaar kunnen komen. Kerstvakantie: 50%-50% te verdelen Uitgangspunten Kinderen zijn om en om de kerstavond en 1e kerstdag bij de ene ouder en de 2e kerstdag (vanaf 11.00 uur) en de jaarwisseling bij de andere ouder. Daarbij zo veel mogelijk 1 week bij de ene ouder en 1 week bij de andere ouder, waarbij er zo min mogelijk wisselmomenten zijn. In oneven jaren: kerstavond en 1e kerstdag bij vader en 2e kerstdag en oud & nieuw bij moeder. In even jaren: kerstavond en 1 kerstdag bij moeder en 2e kerstdag en oud & nieuw bij vader. Ouders hebben een regeling getroffen over de indeling van de Kerstvakantie tot en met 2033. De ouders zijn diverse schema’s overeengekomen die zullen worden gehecht aan de beschikking. Voorjaarsvakantie: om en om, alternerend Start vakantie op vrijdag na school (vader haalt op van school) in geval van studiedag om 11.00 uur (moeder brengt weg), einde op zondag om 16.00 uur. Oneven jaren bij moeder, Even jaren bij vader. Meivakantie: Ouders verdelen de vrije dagen 50%-50% in blokken van een week. Start vakantie op vrijdag na school in geval van studiedag om 11.00 uur en terugbrengmoment, indien van toepassing, aan het eind van de vakantie is op zondag 16.00 uur. Wisselmoment is zaterdag om 12.00, volgens voorkeur vader om de vakantie precies 50%50% te delen. In november stellen ouders 1e voorstel vakantie elkaar voor. Zij leggen definitieve afspraken in december vast bij wie de kinderen in het eerste blok en bij wie de kinderen in het tweede blok zijn. In de oneven jaren heeft de voorkeur van de moeder de doorslag en in even jaren de voorkeur van vader. Zomervakantie: Verdeling 50%-50% Start vakantie De ouders verschillen van mening over de aanvang van de zomervakantie en wensen hierover een beslissing van de rechtbank. Einde vakantie: laatste zondag van de vakantie terugbrengmoment indien van toepassing l6.00 uur Wisselmomenten tijdens zomervakanties: 16.00 uur. Even jaren: eerste keus voor indeling zomervakantie voor de vader Oneven jaren: eerste keus voor indeling zomervakantie is voor de moeder Ouders zullen bij de indeling van de vakanties in blokken van 2 en 1 week dan wel langere blokken goed kijken wat daarbij goed werkt voor de kinderen. in november zullen ouders eerste voorstel voor verdeling van de zomervakantie en meivakantie met elkaar delen en in december zullen zij de verdeling van beide vakanties definitief bepalen. Aan het eind van de zomervakantie wordt de reguliere zorgregeling vervolgd, waarbij de lange weekenden en korte weekenden volgens de reeds lang lopende cadans, zoals overeengekomen door beide ouders, voortgezet. Herfstvakantie: Start vakantie: op vrijdag na school (vader haalt op van school) in geval van studie dag om 11.00 uur (moeder brengt weg), einde op zondag om 16.00 uur. Even jaren bij de moeder Oneven jaren bij de vader Zoals hiervoor overwogen zal de rechtbank conform deze overeenstemming beslissen en deze overeengekomen vakantie- en feestdagenregeling hechten aan de beschikking. De ouders hebben nog een aantal geschilpunten ten aanzien van de aanvang van de zomervakantie en de verdeling van de paasdagen, Hemelvaart- en Pinksterweekend. De rechtbank zal hierna over deze geschilpunten een beslissing nemen. Zomervakantie: Start vakantie De ouders verschillen van mening over de aanvang van de zomervakantie. De vader wenst de zomervakantie op vrijdag na school te laten starten en de moeder op zaterdagochtend om 11.00 uur, zodat [minderjarige 2] op vrijdag nog met vriendjes kan spelen. Daarnaast wil de vader in geval van een studiedag de zomervakantie laten starten op vrijdag om 11.00 uur (moeder brengt de kinderen naar vader). De moeder wil in geval van een studiedag de zomervakantie laten aanvangen op zaterdag om 11.00 uur (moeder brengt de kinderen naar vader). De rechtbank volgt de moeder in haar standpunt en zal bepalen dat de zomervakantie aanvangt op zaterdagochtend 11 uur, ook in het geval er op vrijdag een studiedag is. De rechtbank overweegt daartoe dat het op deze manier voor [minderjarige 2] rustiger zal zijn om de zomervakantie te starten. Regeling Verdeling Pasen, Pinksteren en Hemelvaart De ouders verschillen van mening over de verdeling van de Paasdagen, het Pinkster- en Hemelvaartweekend. Pasen De moeder stelt voor dat Pasen (4 dagen vrij, inclusief weekend) loopt van goede vrijdag 11.00 uur tot en met tweede paasdag 16.00 uur. In de even jaren verblijft [minderjarige 2] met Pasen bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader. De vader kan zich hierin niet vinden en wil alleen een concrete regeling vaststellen als deze buiten de vakantie valt. In dat geval verblijft [minderjarige 2] conform de reguliere regeling tot eerste paasdag 16 uur bij de vader. Volgens de vader sluit dit dan aan bij het overdrachtsmoment van het weekend, waarbij hij [minderjarige 2] naar de moeder brengt. Tweede paasdag is [minderjarige 2] dan bij de moeder. Indien Pasen in de vakantie valt, wil de vader deze vakantie gelijk verdelen. Hemelvaart De moeder stelt voor dat in geval van Hemelvaart (4 dagen vrij inclusief weekend) dit loopt van donderdag 11.00 uur tot en met zondag 16.00 uur, waarbij in de even jaren [minderjarige 2] bij de vader verblijft en in de oneven jaren bij de moeder. De vader kan zich hierin niet vinden en stelt voor dat in de even jaren [minderjarige 2] met Hemelvaart het weekend bij de vader is vanaf woensdag na school, en met Pinksteren het weekend bij de moeder. In de oneven jaren het Hemelvaart weekend bij de moeder en met Pinksteren vanaf vrijdag uit school bij de vader tot maandag 16.00 uur. Pinksteren De moeder stelt voor met Pinksteren (3 dagen vrij, inclusief weekend) dat het loopt van zondag tot maandag 16.00 uur en dan dat [minderjarige 2] in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader verblijft. De vader verzet zich hiertegen. De rechtbank verwijst voor het standpunt van de vader naar wat hiervoor is vermeld onder het kopje Hemelvaart. Alles afwegende zal de rechtbank beslissen dat [minderjarige 2] in de even jaren met Pasen bij de moeder is en in de oneven jaren bij de vader; met Hemelvaart in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder en met Pinksteren in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader. Daarbij zullen ook de door de moeder voorgestelde dagen en tijden worden gevolgd, met dien verstande dat het Pinksterweekend loopt van zaterdag 11.00 uur tot en met maandag 16.00 uur. De rechtbank vindt dit een gelijkwaardige verdeling, wat het meest in het belang van [minderjarige 2] is. Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 21 juli 2017 waarin is opgenomen het ouderschapsplan – : Reguliere zorgregeling * bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn: -ieder weekend, waarbij er om de week een kort dan wel lang weekend zal plaatsvinden, en met uitzondering van acht in onderling overleg overeengekomen korte weekenden per jaar waarin [minderjarige 2] zal deelnemen aan voetbalwedstrijden, zoals hiervoor omschreven en dat voor vier wedstrijden een dag compensatie wordt geboden in de vorm van bijvoorbeeld een aan het weekend verbonden studiedag, in onderling overleg tussen de ouders te verdelen; ; * bepaalt dat het contact tussen de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] en de vader zal plaatsvinden onder regie van een door de ouders te kiezen hulpverlener dan wel hulpverlenende instantie en dat een zorgregeling naar bevinden van de ouders en deze hulpverlener tot stand wordt gebracht, waarbij de draagkracht en vooruitgang van [minderjarige 1] leidend moet zijn; Vakantie- en feestdagenregeling * bepaalt dat de aangehechte vakantie- en feestdagenregeling deel uitmaakt van de beschikking; in aanvulling op de aangehechte vakantie- en feestdagenregeling: * bepaalt dat de zomervakantie zal aanvangen op zaterdagochtend om 11 uur, ook in het geval er op vrijdag een studiedag is; * bepaalt dat de hiervoor genoemde minderjarige [minderjarige 2] bij de vader zal zijn: in de oneven jaren met Pasen van vrijdag 11 uur tot en met tweede paasdag 16 uur; in de even jaren met Hemelvaart van donderdag 11 uur tot en met zondag 16 uur; in de oneven jaren met Pinksteren van zaterdag 11 uur tot maandag 16 uur; bij de moeder zal zijn: in de even jaren met Pasen van vrijdag 11 uur tot en met tweede paasdag 16 uur; in de oneven jaren met Hemelvaart van donderdag 11 uur tot en met zondag 16 uur; in de even jaren met Pinksteren van zaterdag 11 uur tot maandag 16 uur; en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad; * beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd; * bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben - de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026. Vakantie- en feestdagenregeling Aanvang vakanties en halen en brengen Vakanties starten op vrijdag na school. Voor de vakanties geldt, in geval de vakantie start en vader dan de zorg voor de kinderen heeft aansluitend op school haalt vader de kinderen op uit school. Voor het vervolg van de zorgregeling tijdens de vakanties geldt, dat de ouder bij wie de kinderen verblijven, de kinderen naar de andere ouder brengt. Studiedagen Indien er op vrijdag een studiedag is en de kinderen vrij hebben dan is het overdrachtsmoment ingeval van vakantie 11.00 uur (moeder brengt de kinderen weg naar vader), ingeval het een reguliere weekend is, haalt vader ze om 11.00 uur. Als het ene kind een studiedag heeft en het andere kind vrij, dan is moeders voorkeur dat de jongens tegelijkertijd naar vader gaan en wordt de eindtijd van diegene die als laatste vrij is aangehouden. Vader is akkoord in die zin, dat als de jongens zelfstandig met de trein kunnen komen, dit ook een mogelijkheid is en de jongens dan eventueel ook apart van elkaar kunnen komen. Kerstvakantie: 50%-50% te verdelen Uitgangspunten Kinderen zijn om en om de kerstavond en 1e kerstdag bij de ene ouder en de 2e kerstdag (vanaf 11.00 uur) en de jaarwisseling bij de andere ouder. Daarbij zo veel mogelijk 1 week bij de ene ouder en 1 week bij de andere ouder, waarbij er zo min mogelijk wisselmomenten zijn. In oneven jaren: kerstavond en 1e kerstdag bij vader en 2e kerstdag en oud & nieuw bij moeder. in even jaren: kerstavond en 1 kerstdag bij moeder en 26 kerstdag en oud & nieuw bij vader. Ouders hebben een regeling getroffen over de indeling van de Kerstvakantie tot en met 2033. De ouders zijn diverse schema’s overeengekomen die zullen worden gehecht aan de beschikking. Voorjaarsvakantie: om en om, alternerend Start vakantie op vrijdag na school (vader haalt op van school) in geval van studiedag om 11.00 uur (moeder brengt weg), einde op zondag om 16.00 uur. Oneven jaren bij moeder, Even jaren bij vader. Meivakantie: Ouders verdelen de vrije dagen 50%-50% in blokken van week+. Start vakantie op vrijdag na school in geval van studiedag om 11.00 uur en terugbrengmoment, indien van toepassing, aan het eind van de vakantie is op zondag 16.00 uur. Wisselmoment is zaterdag om 12.00, volgens voorkeur vader om de vakantie precies 50%50% te delen. In november stellen ouders 1e voorstel vakantie elkaar voor. Zij leggen definitieve afspraken in december vast bij wie de kinderen in het eerste blok en bij wie de kinderen in het tweede blok zijn. In de oneven jaren heeft de voorkeur van de moeder de doorslag en in even jaren de voorkeur van vader. Zomervakantie: Verdeling 50%-50% Start vakantie De ouders verschillen van mening over de aanvang van de zomervakantie en wensen hierover een beslissing van de rechtbank. Einde vakantie: laatste zondag van de vakantie terugbrengmoment indien van toepassing l6.00 uur Wisselmomenten tijdens zomervakanties: 16.00 uur. Even jaren: eerste keus voor indeling zomervakantie voor de vader Oneven jaren: eerste keus voor indeling zomervakantie is voor de moeder Ouders zullen bij de indeling van de vakanties in blokken van 2 en 1 week dan wel langere blokken goed kijken wat daarbij goed werkt voor de kinderen. in november zullen ouders eerste voorstel voor verdeling van de zomervakantie en meivakantie met elkaar delen en in december zullen zij de verdeling van beide vakanties definitief bepalen. Aan het eind van de zomervakantie wordt de reguliere zorgregeling vervolgd, waarbij de lange weekenden en korte weekenden volgens de reeds lang lopende cadans, zoals overeengekomen door beide ouders, voortgezet. Herfstvakantie: Start vakantie: op vrijdag na school (vader haalt op van school) in geval van studie dag om 11.00 uur (moeder brengt weg), einde op zondag om 16.00 uur. Even jaren bij de moeder Oneven jaren bij de vader