← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:3886

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-8983 Zaaknummer: C/09/677340 Datum beschikking: 27 januari 2026 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie Beschikking op het op 12 december 2024 ingekomen verzoekschrift van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R. van Venetiën in Alphen aan den Rijn. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.A. Hoste in Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het bericht van 29 januari 2025 van de moeder, met bijlagen; het verweerschrift met zelfstandig verzoek, met bijlagen, ingekomen op 10 februari 2025; het verweerschrift tegen het zelfstandig verzoek, ingekomen op 31 maart 2025; het bericht van 26 november 2025 van de vader, met bijlagen. Op 10 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Op de zitting zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat; de vader bijgestaan door zijn advocaat en een tolk; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats]; [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats]. De vader heeft de kinderen erkend. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De kinderen wonen bij de moeder. De moeder, de vader en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de vader met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, een kinderalimentatie moet betalen voor de kinderen van € 561,- per maand, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag. De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: zolang de vader geen eigen woonruimte heeft: de kinderen elke zaterdag of zondag van 9.00 uur tot 18.00 uur bij de vader zullen zijn, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt; zodra de man eigen woonruimte heeft: de kinderen om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur, alsmede de helft van de zomervakantie en kerstvakantie bij de vader zullen zijn, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt. De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Zorgregeling De ouders hebben op de zitting afspraken gemaakt over de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen met ingang van 13 december 2025, zolang de vader de diabetestraining voor [minderjarige 1] nog niet heeft afgerond, iedere tweede zaterdag van de maand bij de vader zijn van 12.00 uur tot 18.00 uur in het bijzijn van de moeder. Vanaf het moment dat de vader de diabetestraining voor [minderjarige 1] heeft afgerond, zijn de kinderen iedere week op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur bij de vader. De rechtbank zal aldus beslissen, ook omdat zij deze afspraken in het belang van de kinderen acht. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de zorgregeling afwijzen. Kinderalimentatie Behoefte Tussen de ouders is de behoefte van de kinderen in geschil. De moeder stelt dat het huidig netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vader het voormalig netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de ouders overstijgt en dat daarom het huidige inkomen van de vader bepalend is voor de behoefte van de kinderen. Dit wordt door de vader betwist. De rechtbank volgt in dit opzicht het Rapport Alimentatienormen 2025, onder 3.2.

  1. Daarin is het volgende opgenomen: “Wanneer het inkomen van een ouder na scheiding zodanig stijgt dat het hoger is dan het (gezins)inkomen tijdens het huwelijk of de samenleving, is de Expertgroep van mening dat dit invloed moet hebben op de hoogte van het eigen aandeel. Indien het gezinsverband zou hebben voortgeduurd, zou die verhoging immers ook een positieve invloed hebben gehad op het bedrag dat voor de kinderen zou zijn uitgegeven. In dat geval bepalen we het eigen aandeel op basis van dat hogere inkomen van die ouder opnieuw.” De rechtbank stelt vast dat het huidige NBI van de vader het voormalige NBGI, enkel bestaande uit het NBI van de vader in 2023, overstijgt. De vader had, zoals blijkt uit de door hem overgelegde jaaropgave 2023 en aanslag Inkomstenbelasting 2023, destijds een inkomen van € 22.818,- en een verzamelinkomen van € 24.375,-. Het inkomen van de vader ligt inmiddels ruimschoots hoger dan het NBGI in
  2. De rechtbank zal daarom het huidige NBI van de vader hanteren voor het bepalen van de behoefte van de kinderen. De rechtbank zal voor de berekening van het NBI van de vader de door hem overgelegde salarisspecificaties van september tot en met november 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met: basisloon: € 2.507,- bruto per maand; vakantietoeslag 8%; pensioenpremie: € 113,92 per maand; premie Wia verzekering: € 6,53 per maand. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. De rechtbank berekent volgens aangehechte berekening het NBI van de vader op € 2.346,- per maand. Dit levert, inclusief kindgebonden budget, op basis van de tabel een behoefte op van de kinderen van € 567,- per maand in
  3. Draagkracht moeder Door de vader wordt niet langer betwist dat de moeder een uitkering op grond van de Participatiewet heeft. De rechtbank volgt ook in dit opzicht het Rapport Alimentatienormen 2025, onder 4.3.
  4. Daarin staat: “We nemen geen draagkracht aan bij een ouder bij wie een kind het hoofverblijf heeft en die een bijstandsuitkering ontvangt, ook niet als die ouder een kindgebonden budget ontvangt. Het aannemen van draagkracht in een dergelijk geval leidt er namelijk toe dat het aandeel in de kosten van de ouder bij wie het kind niet het hoofdverblijf heeft lager wordt. Dat zou de verhaalsmogelijkheid van de bijstand door de gemeente beperken. Daardoor draagt de gemeente (en niet de betreffende ouder) een deel van de kosten van de kinderen.” Gelet hierop neemt de rechtbank geen draagkracht voor kinderalimentatie aan bij de moeder. Draagkracht vader De rechtbank zal voor de berekening van de draagkracht van de vader ook de door hem overgelegde salarisspecificaties van september tot en met november 2025 als uitgangspunt nemen en rekening houden met: basisloon: € 2.507,- bruto per maand; vakantietoeslag 8%; pensioenpremie: € 113,92 per maand; premie Wia verzekering: € 6,53 per maand. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. De rechtbank berekent volgens aangehechte berekening het NBI van de vader op € 2.346,- per maand in
  5. Tussen de ouders is in geschil of bij de berekening van de draagkracht van de vader rekening moet worden gehouden met een aflossing van € 20,- per maand op de toeslagschuld van de vader. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de door de vader overgelegde brief van het Ministerie van Financiën blijkt dat de vader € 439,- aan Zorgtoeslag moet terugbetalen, dat dit wordt verrekend met de toeslag die de vader nog krijgt en dat de vader iedere maand € 20,- minder toeslag krijgt. Gelet op deze relatief geringe bedragen ziet de rechtbank geen aanleiding om rekening te houden met deze aflossing. De rechtbank berekent de draagkracht van de vader op € 232,- per maand in
  6. Zorgkorting Gelet op de vastgestelde zorgregeling, is de zorgkorting 5%. De behoefte van de kinderen is € 567,- per maand in 2025, zodat de zorgkorting afgerond (0,05 x 567 =) € 28,- bedraagt in
  7. Verdeling van de kosten De ouders hebben samen onvoldoende draagkracht (232 + 0 = 232) om volledig in de behoefte van de kinderen

(567)te voorzien. Omdat het draagkrachttekort (567 – 232 = 325) ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting
(28), vervalt de zorgkorting van de vader. De ouders moeten maximaal bijdragen in de behoefte van de kinderen. Het aandeel van de vader in de kosten van de kinderen is dus gelijk aan zijn draagkracht van € 232,- per maand. Ingangsdatum Tussen de ouders is de ingangsdatum in geschil. Gelet op dat wat op de zitting is besproken, zal de rechtbank de datum van de zitting als ingangsdatum hanteren. Om als ingangsdatum de datum van indiening van het verzoekschrift te hanteren, zoals door de moeder is verzocht, acht de rechtbank niet redelijk. De vader heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat hij in de tussenliggende periode kosten voor de kinderen heeft betaald, waaronder de vakantie van de ouders met de kinderen naar Afrika in de zomer van 2025. Om als ingangsdatum de datum van de beschikking te hanteren, acht de rechtbank ook niet redelijk, mede omdat de beschikking vanwege de tussenliggende feestdagen niet binnen de gebruikelijke termijn van vier weken wordt gewezen. Conclusie De rechtbank zal gelet op al het voorgaande bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 10 december 2025, een kinderalimentatie voor de kinderen moet betalen van € 232,- per maand. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de kinderalimentatie afwijzen. Aanhechten berekeningen De rechtbank heeft een berekening gemaakt van het NBI van de vader, de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de vader. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarigen: [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats]; [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats]; bij de vader zullen zijn: zolang de vader de diabetestraining niet heeft afgerond: iedere tweede zaterdag van de maand van 12.00 uur tot 18.00 uur, in het bijzijn van de moeder; vanaf het moment dat de vader de diabetestraining heeft afgerond: iedere week op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur; bepaalt de door de vader, met ingang van 10 december 2025, te betalen kinderalimentatie voor de kinderen op € 232,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.