← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:3899

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 23-8461 Zaaknummer: C/09/657178 Datum beschikking: 27 januari 2026 Verbetering akte en gerechtelijke vaststelling vaderschap Beschikking op het op 17 november 2023 ingekomen verzoekschrift van: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [belanghebbende] , hierna te noemen: [belanghebbende] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Gouda, zetelend te Gouda, hierna te noemen: de ambtenaar, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] , de minderjarige, hierna te noemen: [minderjarige] , in rechte vertegenwoordigd door mr. M-J.E. Gilsing, advocaat te Alphen aan den Rijn, in de hoedanigheid van bijzondere curator. Als informant wordt aangemerkt: [informant] , de biologische vader, hierna te noemen: [informant] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure Bij beschikking van 6 mei 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant– een beslissing over de gerechtelijke vaststelling vaderschap en de proceskosten aangehouden in afwachting van de erkenning die de moeder en [informant] in onderling overleg zullen regelen. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook: - de brief van 13 augustus 2025 namens de moeder; - de brief van 14 januari 2026, met bijlagen, namens de moeder. De zaak is zonder zitting verder afgedaan. Beoordeling De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Bij brief van 14 januari 2026 is namens de moeder het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ingetrokken, omdat de moeder in onderling overleg met de biologische vader de erkenning heeft geregeld. De rechtbank hoeft hierover dan ook niet meer te beslissen. Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd. Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld. Beslissing De rechtbank: * stelt vast dat het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van Hasan is ingetrokken, zodat de rechtbank daarop niet meer hoeft te beslissen; * beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd; * bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.