RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/695650 / JE RK 25-2078 Datum uitspraak: 27 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van: Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 december 2025, mee in de beoordeling. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder bijgestaan door een tolk; - [naam] namens de gecertificeerde instelling. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd over het verzoek. [de minderjarige] heeft haar mening niet gegeven. 2De feiten 2.
- Het huwelijk van de ouders is op [datum] 2021 door echtscheiding ontbonden. 2.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] woont bij de moeder. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 31 januari
- 3Het verzoek 3.
- De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzochte. De moeder geeft aan dat zij grote verbeteringen ziet bij [de minderjarige] . De ingezette hulpverlening heeft hen goed geholpen. De moeder vindt het fijn als de coach voor [de minderjarige] en de jeugdbeschermer nog betrokken blijven. 5De beoordeling 5.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. 5.
- Uit de stukken en de zitting is gebleken dat [de minderjarige] in het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. [de minderjarige] is door therapie en gesprekken met haar begeleiders zich bewuster geworden van haar gevoelens en behoeften. Daarnaast heeft de inzet van een gezinscoach haar geholpen om meer open te zijn en haar zelfvertrouwen te vergroten. Ook de moeder heeft met de inzet van hulpverlening, waaronder opvoedondersteuning en systeemtherapie, een positieve verandering doorgemaakt. Zij kan nu beter aansluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . Daarnaast verlopen ook de contactmomenten tussen [de minderjarige] en de vader goed, waarbij [de minderjarige] zelf de regie heeft over deze contactmomenten. Ondanks deze positieve ontwikkelingen zijn nog niet alle zorgen weggenomen. Hoewel [de minderjarige] met de inzet van haar begeleiders in de afgelopen periode haar schoolachterstanden gedeeltelijk heeft kunnen inhalen, zijn er nog zorgen over haar schoolgang. Op dit moment gaat [de minderjarige] nog steeds een aantal dagen per week naar Kind-Ouder-Leerling-Begeleiding (KOLB) om haar verdere achterstanden weg te werken. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat [de minderjarige] nog steeds last heeft van vermoeidheid, waardoor zij te laat komt op school. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk is, zodat in de komende maanden nog gemonitord wordt hoe het thuis verloopt en de hulpverlening verder afgebouwd kan worden. Daarnaast is het van belang dat schoolgang van [de minderjarige] goed gemonitord blijft, zodat de signalen bij een eventuele terugval vroegtijdig gesignaleerd kunnen worden. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] daarom verlengen voor de duur van zes maanden. 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 31 juli 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW.