RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/696432 / JE RK 25-2156 Datum uitspraak: 27 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] ([geboorteland]) hierna te noemen: [minderjarige 1], [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ([geboorteland]), hierna te noemen: [minderjarige 2]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats]. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2025; het e-mailbericht van de moeder van 6 januari 2026; het nagezonden advies van de Raad voor de Kinderbescherming als bedoeld in artikel 1:265j, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) van 23 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari
- Daarbij waren [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder heeft zich bij e-mailbericht van 6 januari 2026 afgemeld voor de zitting. 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. 2.
- [minderjarige 1] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (bij [instantie 1]) 2.
- [minderjarige 2] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder ([instelling 1] van [instantie 2] ). 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 21 februari 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. 3Het verzoek 3.
- De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling 4.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. 4.
- Uit de stukken en de zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [minderjarige 1] zijn dag- en nachtritme is verstoord, waardoor hij moeite heeft met slapen en opstaan en zich daarom regelmatig verslaapt. In het afgelopen jaar is sprake geweest van een hoog schoolverzuim. Positief is dat [minderjarige 1] per 1 februari 2026 zal gaan starten met de Ddak opleiding, waarbij hij door zijn coach vanuit [instantie 3] ondersteund zal worden. Zijn coach helpt hem ook bij zijn dag- en nachtritme. [minderjarige 1] ziet de moeder in de weekenden, en hier is de coach ook regelmatig bij. Bij [minderjarige 2] zijn er nog zorgen over haar gewicht, er is obesitas bij haar vastgesteld. Positief is dat er inmiddels een diëtist bij haar betrokken is en er een voedingsschema wordt gemaakt. Daarnaast heeft [minderjarige 2] aangegeven dat zij ook wil gaan sporten. [minderjarige 2] doet het goed op school en heeft sinds een aantal maanden een stabiele omgang met de moeder bij [instelling 2], die door een ambulante hulpverlener van [instantie 2] wordt gefaciliteerd. [minderjarige 2] zal binnenkort doorstromen op een pubergroep op hetzelfde terrein van [instantie 2]. De moeder verblijft nog bij [instelling 2] vanwege haar psychische problematiek. Hoewel de situatie al een jaar stabiel is en zij haar medicatie slikt, is de moeder nog erg kwetsbaar waardoor zij niet in staat om de zorg en opvoeding voor de kinderen op zich te nemen. De moeder is tevreden over de plekken waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van zes maanden, zoals verzocht. 4.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 21 augustus 2026; 5.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 21 augustus 2026; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.