← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:3927

RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummers: I. C/09/696164 / JE RK 25-2133 II. C/09/696166 / JE RK 25-2134 Datum uitspraak: 27 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter I. Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing II. Verlenging ondertoezichtstelling in de zaak naar aanleiding van de op 15 december 2025 ingekomen verzoeken van: [instelling 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, in verzoek I over: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ), hierna te noemen [minderjarige 1] . in verzoek II over: [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt in verzoek I en verzoek II als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs uit Gouda. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift I met bijlagen, ontvangen op 15 december 2025; het verzoekschrift II met bijlagen, ontvangen op 15 december
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 januari
  4. Daarbij waren aanwezig: [naam] namens de gecertificeerde instelling; de advocaat van de moeder. De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.
  5. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven. 2De feiten 2.
  6. Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden is de moeder belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  7. [minderjarige 1] verblijft bij de woongroep van [instelling 2] . 2.
  8. [minderjarige 2] woont bij haar moeder. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd tot 16 februari 2026 en voor dezelfde duur de machtiging tot deeltijduithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd. 2.
  10. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] verlengd tot 16 februari
  11. 3De verzoeken Verzoek I 3.
  12. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Verzoek II 3.
  13. De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  14. De gecertificeerde instelling heeft verzoek I en verzoek II als volgt gemotiveerd. 3.
  15. [minderjarige 1] is een jongen met een complexe bovengemiddelde opvoedbehoefte. Hij is gediagnosticeerd met autisme en kan niet communiceren. [minderjarige 1] verblijft bij de woongroep van [instelling 2] . Hij zit hier op zijn plek en krijgt voldoende ontwikkelingsstimulering aangeboden. Ook ontvangt hij dagbesteding bij de woongroep. [minderjarige 1] verblijft het laatste weekend van de maand bij de moeder. De ontwikkeling van [minderjarige 2] verloopt voorspoedig, ze brabbelt en kan al lopen. De fysieke verzorging van [minderjarige 2] is op dit moment op orde, maar haar ontwikkeling wordt beperkt doordat er thuis weinig structuur en stimulering aanwezig is. De moeder heeft inmiddels een verblijfsvergunning gekregen en is inmiddels met [minderjarige 2] verhuisd naar een eigen woning in [woonplaats] . De moeder staat open voor hulpverlening, maar heeft veel herhaling en ondersteuning nodig om adviezen toe te passen. De verwachting is nog steeds dat de moeder adviezen nodig blijft hebben wanneer [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een nieuwe stap maken in hun ontwikkeling, en wanneer [minderjarige 1] steeds complexer gedrag laat zien. Hoewel er momenteel geen signalen zijn van acute onveiligheid, wordt het risico op toekomstige onveiligheid als hoog ingeschat. In het verleden is namelijk gebleken dat de moeder bij stress een verhoogde kans heeft op een terugval in haar psychische problematiek. Het is nodig dat de jeugdbeschermer hier toezicht op houdt en kan ingrijpen wanneer dit nodig is. 4De standpunten 4.
  16. Namens de moeder is aangevoerd dat zij zich niet verzet tegen de verzoeken. De moeder is blij met alle hulp die geboden wordt en zij weet de hulpverlening te vinden. De moeder is blij met haar eigen woning. De moeder kan zich vinden in de plaatsing van [minderjarige 1] bij [instelling 2] . 5De beoordeling Verzoek I en verzoek II 5.
  17. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.
  18. Uit de stukken en de zitting is gebleken dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [minderjarige 1] heeft een complexe, bovengemiddelde opvoedbehoefte vanwege zijn kind-eigen problematiek en behoefte aan structuur, begeleiding en ontwikkelingsstimulering. Deze zorg wordt hem geboden binnen de woongroep van [instelling 2] . [minderjarige 1] verblijft het laatste weekend van de maand bij de moeder, waar wordt gezien dat hij dan beperkt wordt in zijn ontwikkeling, omdat hij weinig structuur en stimulering van de moeder krijgt. Daarbij zijn er momenten, waarop de moeder overvraagd wordt door het gedrag van [minderjarige 1] . De ontwikkeling van [minderjarige 2] is positief, desondanks zijn er zorgen over de toekomstige onveiligheid. Haar ontwikkeling thuis wordt beperkt, doordat er weinig structuur is en zij onvoldoende gestimuleerd wordt door de moeder. Daarbij heeft de moeder ook moeite met het begrenzen van [minderjarige 2] . Ondanks de betrokkenheid van de moeder bij beide kinderen en de bereidheid om hulpverlening te accepteren is de zij op dit moment niet in staat om de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen zelfstandig weg te nemen. De moeder kampt met eigen problematiek, waardoor zij erg kwetsbaar is. Hoewel de situatie van de moeder op dit moment stabiel is en zij haar medicatie slikt, blijven er zorgen bestaan over haar psychische gezondheid op de langere termijn, omdat er een verhoogd risico bestaat op een terugval bij toename van stress. De kinderrechter is van oordeel dat de betrokkenheid van de jeugdbeschermer nog noodzakelijk is, zodat de ontwikkeling van de kinderen voldoende gewaarborgd wordt en er toezicht wordt gehouden op de stabiliteit van de opvoedsituatie bij de moeder. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat er op korte termijn een diagnostisch onderzoek voor [minderjarige 1] zal plaatsvinden. Het is van belang dat dit gebeurt, zodat er meer duidelijkheid komt over wat [minderjarige 1] nodig heeft en hoe hij daarin begeleid kan worden. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van één jaar. 5.
  19. Ook is kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in zijn belang. [minderjarige 1] verblijft bij de woongroep van [instelling 2] , waar hij op zijn plek zit en waar bij zijn opvoedbehoeftes wordt aangesloten. Het is daarom van belang dat zijn verblijf hier kan worden voortgezet. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van één jaar. 5.
  20. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: In verzoek I: C/09/696164 / JE RK 25-2133 6.
  21. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] tot 16 februari 2027; 6.
  22. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 16 februari 2027; In verzoek II: C/09/696166 / JE RK 25-2134 6.
  23. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] tot 16 februari 2027; 6.
  24. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
  25. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.