Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3583 Zaaknummer: C/09/685203 Datum beschikking: 28 januari 2026 Verklaring voor recht, gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 13 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E. Kocabas-Güler te Zoetermeer. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: het verzoekschrift; de brief van 16 mei 2025 namens de moeder; het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek; het bericht van 20 januari 2026, met bijlage, namens de moeder. De minderjarige [minderjarige] heeft zich op 19 januari 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 21 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk A. Glinka - de vader, bijgestaan door zijn advocaat en tolk M.I. Kleijn-Paszko; - [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten - De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind: - [minderjarige] ( [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] . - [minderjarige] is op 14 november 2017, voor zijn geboorte, door de vader erkend. - [minderjarige] verblijft bij de moeder. - De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt voor recht te verklaren dat zij alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast met opdracht aan de griffie om hiervan aantekening te maken in het gezagsregister, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. De vader voert geen verweer tegen het verzoek van de moeder. De vader verzoekt zelfstandig –voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad– : - te bepalen dat de ouders gezamenlijk worden belast met het gezag over de minderjarige [minderjarige] ; - een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen zoals verzocht onder punt 37 van het verweerschrift, dan wel een zodanige regeling te bepalen als de rechtbank juist acht voor de minderjarige [minderjarige] . Beoordeling Verzoek in strijd met de goede procesorde De vader heeft op 20 januari 2025, de dag voor de behandeling op zitting, zelfstandige verzoeken ingediend. De moeder verzet zich hiertegen en voert daartoe aan dat zij de verzoeken pas kort voor de zitting heeft ontvangen en zich daarom niet adequaat heeft kunnen voorbereiden op deze verzoeken. De moeder vindt dit in strijd met de goede procesorde en verzoekt daarom de zelfstandige verzoeken van de vader buiten beschouwing te laten. De rechtbank heeft tijdens de behandeling beslist dat de zelfstandige verzoeken van de vader niet buiten beschouwing zullen worden gelaten, maar dat deze op een nader te bepalen zitting zullen worden behandeld. Dit vanwege het feit dat de moeder door de handelwijze van de vader nu belemmerd wordt om adequaat verweer te voeren. De rechtbank zal de moeder een verweertermijn van vier weken geven, waarna de behandeling van de zaak verder op zitting zal worden voortgezet. De rechtbank zal dus in deze beschikking geen inhoudelijke beslissing nemen over de zelfstandige verzoeken van de vader. Gezag Rechtsmacht en toepasselijk recht Doordat de beide ouders en [minderjarige] de Poolse nationaliteit bezitten, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het verzoek betreft een geschil inzake de totstandkoming van de ouderlijke verantwoordelijkheid en valt als zodanig binnen het materiële toepassingsgebied van de Verordening Brussel II-ter. Op grond van artikel 7 van deze Verordening zijn de gerechten van de EU-lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, bevoegd te oordelen over de ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] – vanaf zijn geboorte – in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek van de moeder. Voor de beantwoording van de vraag naar het bestaan van een gezagsverhouding tussen de vader en [minderjarige] moet gekeken worden naar het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (HKBV 1996). Zowel Polen als Nederland zijn lidstaat bij dit Verdrag. Artikel 16 lid 1 van het HKBV 1996 bepaalt dat het van rechtswege ontstaan of tenietgaan van ouderlijke verantwoordelijkheid, zonder tussenkomst van een rechterlijke of administratieve autoriteit, wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Gelet hierop is voor het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid (waaronder het gezag) het Nederlands recht van toepassing. Inhoudelijke beoordeling Verklaring voor recht (eenhoofdig gezag moeder) Op grond van het bepaalde in artikel 1:253b Burgerlijk Wetboek (BW) is de moeder van rechtswege alleen belast met het gezag over [minderjarige] , omdat de moeder en de vader niet met elkaar gehuwd zijn of gehuwd zijn geweest en zij, nadat [minderjarige] door de vader is erkend, geen gezamenlijk gezag over [minderjarige] hebben aangevraagd. Op grond van het bovenstaande heeft de moeder op dit moment het eenhoofdig gezag. Met de moeder is de rechtbank van oordeel dat zij er belang bij heeft dat de rechtbank dit voor recht verklaard. Immers, naar het recht van Polen zijn de ouders gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] . Met deze verklaring is de moeder in staat reisdocumenten voor [minderjarige] aan te vragen. Mede gelet hierop en de omstandigheid dat de vader hiertegen geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de moeder om voor recht te verklaren dat zij alleen met het gezag over [minderjarige] is belast, toewijzen. Gezagsregister De moeder verzoekt de griffier opdracht te geven aantekening te doen in het gezagsregister dat de moeder alleen het ouderlijk gezag uitoefent. De rechtbank overweegt dat – nu de ouders niet met elkaar gehuwd zijn (geweest) – voor het ontstaan van gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:252 BW een aantekening in het gezagsregister zou zijn vereist. Bij gebreke daarvan staat dus vast dat de moeder eenhoofdig gezag heeft. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder met betrekking tot de opdracht aan de griffie om aantekening te maken in het gezagsregister van het eenhoofdig gezag, bij gebrek aan belang afwijzen. Aanhouden behandeling Zoals hiervoor overwogen, zal de rechtbank de behandeling van de zelfstandige verzoeken van de vader aanhouden tot 1 maart 2026. De rechtbank stelt de advocaat van de moeder in de gelegenheid om uiterlijk vier weken na de zitting, dus uiterlijk 18 februari 2026, dan wel zo veel eerder als mogelijk is, verweer te voeren tegen de zelfstandige verzoeken van de vader. De rechtbank zal de behandeling van de zaak vervolgens op een nader te bepalen zitting voortzetten. Proceskosten Omdat er nog geen eindbeschikking zal worden gegeven, zal de rechtbank haar beslissing over de proceskosten eveneens aanhouden. Beslissing De rechtbank: * verklaart voor recht dat de moeder van rechtswege alleen belast is met het gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] ; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * wijst af het verzoek van de moeder om de griffier opdracht te geven aantekening te doen in het gezagsregister dat de moeder alleen het ouderlijk gezag uitoefent; * bepaalt dat de behandeling van de zelfstandige verzoeken van de vader wordt aangehouden tot 1 maart 2026 pro forma teneinde de moeder in de gelegenheid te stellen verweer te voeren tegen de zelfstandige verzoeken; * bepaalt dat de behandeling van de zaak, na ontvangst van het verweer dan wel na het verstrijken van de hiervoor genoemde datum, zal worden voortgezet op een nader te bepalen zitting; * houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezamenlijk gezag, de omgang c.q. zorgregeling en de proceskosten aan. Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2026.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.