Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 25-7557 (bodemprocedure) FA RK 25-7571 (voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv) Zaaknummers: C/09/692683 (bodemprocedure) C/09/692701 (voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv) Datum beschikking: 29 januari 2026 Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Beschikking op de op 7 oktober 2025 en 8 oktober 2025 ingekomen verzoekschriften van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. E.C.A.E. Verschuren in Gilze, gemeente Gilze en Rijen. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure In de bodemprocedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder van: het verzoekschrift, met bijlagen; het bericht van 21 oktober 2025 van de vader, met bijlage; de berichten van 5 november 2025 van de vader, met bijlagen; In de voorlopige voorzieningenprocedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder van: het verzoekschrift, met bijlagen; het bericht van 21 oktober 2025 van de vader, met bijlage. In beide procedures De minderjarige [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. De moeder heeft op 17 december 2025 een door haarzelf opgesteld verweerschrift aan de rechtbank gezonden. Omdat een verweerschrift alleen door tussenkomst van een advocaat kan worden ingediend, is dit verweerschrift niet aan het dossier toegevoegd. De rechtbank heeft de moeder hierover diezelfde dag per mail geïnformeerd en (nogmaals) laten weten dat zij op de zitting mondeling verweer kon voeren. Op 18 december 2025 zijn de zaken gecombineerd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De moeder is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen. Feiten De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] . De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder oefent van rechtswege alleen het gezag over [minderjarige] uit. [minderjarige] woont bij de moeder. Verzoek en verweer In de bodemprocedure De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - primair: het eenhoofdig ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen en in plaats daarvan te beslissen dat beide ouders belast zullen zijn met het gezamenlijk ouderlijk gezag [minderjarige] , subsidiair: de moeder te bevelen c.q. te veroordelen om de vader eens per maand over de gezondheid, het welzijn en andere gewichtige aangelegenheden van [minderjarige] te informeren alsmede per direct als er sprake is van een medische aangelegenheid; primair: een zorgregeling vast te stellen, conform het verzoek onder randnummer 6, subsidiair: een in goede justitie door de rechtbank te bepalen zorgregeling vast te stellen; dusdanige beslissingen te nemen die de rechtbank in het belang van [minderjarige] geraden acht. De moeder heeft geen verweer gevoerd. In de voorlopige voorzieningenprocedure De vader verzoekt, bij wijze van voorlopige voorzieningen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: een voorlopige zorgregeling vast te stellen, conform het verzoek onder randnummer 22, subsidiair: een in goede justitie door de rechtbank te bepalen voorlopige zorgregeling vast te stellen; de moeder te bevelen c.q. te veroordelen om de vader eens per maand over de gezondheid, het welzijn en andere gewichtige aangelegenheden van [minderjarige] te informeren alsmede per direct als er sprake is van een medische aangelegenheid, subsidiair: een in goede justitie door de rechtbank te bepalen voorlopige informatieregeling vast te stellen; dusdanige voorlopige beslissingen te nemen die de rechtbank in het belang van [minderjarige] geraden acht. De moeder heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Voorlopige voorzieningenprocedure Omdat de vader op de zitting zijn verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen heeft ingetrokken, hoeft de rechtbank daarop geen beslissingen meer te nemen. Bodemprocedure Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is het volgende gebleken. Volgens de vader is de moeder gediagnostiseerd met een borderline persoonlijkheidsstoornis, is zij gestopt met het innemen van haar medicatie en heeft zij nu een semi psychose. De moeder staat contact tussen de vader en [minderjarige] niet meer toe en de vader heeft [minderjarige] sinds 30 juli 2025 niet meer gezien. De vader hij maakt zich ernstige zorgen over [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder. Hij heeft daarom een melding gedaan bij Veilig Thuis en heeft daar een eerste gesprek gehad. De moeder houdt ieder contact met de vader, de school van [minderjarige] en Veilig Thuis af. Ook de school heeft zorgen over [minderjarige] . Leerplicht is betrokken en de leerplichtconsulent heeft de vader bericht dat de moeder [minderjarige] thuis houdt, haar onthoudt van onderwijs en dat bekend is dat de moeder geen hulp wil accepteren. Gelet op het voorgaande maakt de rechtbank zich, net als de vader en de Raad, zorgen over [minderjarige] , maar acht zich op dit moment onvoldoende voorgelicht om een weloverwogen beslissing te nemen over het gezag, de omgang/het contact met de vader en de informatieregeling. Zoals op de zitting al met de vader en de Raad is besproken, ziet de rechtbank dan ook aanleiding om de Raad te verzoeken een onderzoek te verrichten en daarover een rapport en advies uit te brengen. De rechtbank acht een raadsonderzoek noodzakelijk om een vollediger beeld van de (opvoed)situatie en de zorgen rondom [minderjarige] te krijgen en verzoekt de Raad om het onderzoek met spoed op te pakken. Het raadsonderzoek en het gemotiveerde raadsadvies moeten in ieder geval zien op de volgende concrete vragen van de rechtbank: is een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] , in die zin dat de vader mede met het gezag over haar wordt belast? verzet het belang van [minderjarige] zich tegen een omgangs-/zorgregeling met de vader? Zo nee, hoe moet de omgangs-/zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] er qua aard, duur en frequentie uit zien? verzet het belang van [minderjarige] zich tegen een informatieregeling? Zo nee, hoe moet de informatieregeling er uit zien? is voor [minderjarige] en/of de ouders (nadere) hulpverlening noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening? De rechtbank verzoekt de Raad, indien hij dat aangewezen acht, het raadsonderzoek uit te breiden naar een beschermingsonderzoek. Zoals op de zitting al is besproken, zal de rechtbank in afwachting van het raadsonderzoek nu geen voorlopige omgangsregeling vaststellen. Of het vastleggen van een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] in het belang van [minderjarige] is, en hoe die omgangsregeling er dan qua aard, duur en frequentie uit moet zien, is onderwerp van het raadsonderzoek. De rechtbank acht het niet in het belang van [minderjarige] om hierop vooruit te lopen. De rechtbank zal, zoals op de zitting ook is besproken, wel een voorlopige informatieregeling vaststellen, zoals vermeld in het dictum van deze beschikking. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de vader door de moeder wordt geïnformeerd over haar. De rechtbank zal iedere verdere beslissing over het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieregeling pro forma aanhouden tot 1 juli 2026 in afwachting van de uitkomsten van het raadsonderzoek. De rechtbank verwacht van (de advocaten van) de ouders dat zij zich ná ontvangst van het raadsrapport en raadsadvies uiterlijk binnen veertien dagen uitlaten over het raadsrapport met raadsadvies, waarna de rechtbank zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure. Beslissing De rechtbank: inzake C/09/692701 en FA RK 25-7571 * stelt vast dat er niets meer te beslissen is; inzake C/09/692683 en FA RK 25-7557 * verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen; de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders; de vader is te bereiken zijn via zijn advocaat ([telefoonnummer]) en wellicht kan deze advocaat ook het telefoonnummer van de moeder doorgeven; bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen; uiterlijk op de pro forma datum moet de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten; bepaalt dat de advocaten van de ouders zich ná ontvangst van het raadsrapport en raadsadvies binnen veertien dagen moeten uitlaten over het raadsrapport en raadsadvies; bepaalt dat de behandeling van de procedure na ontvangst van het raadsrapport en raadsadvies zal worden voortgezet op een nader door de rechtbank te bepalen wijze; * bepaalt dat de moeder de vader voorlopig eens per maand moet informeren over de gezondheid, het welzijn en andere gewichtige aangelegenheden van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , alsmede per direct als er sprake is van een medische aangelegenheid ten aanzien van [minderjarige] ; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; * houdt iedere verdere beslissing over het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatie aan tot 1 juli 2026 pro forma. Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 januari 2026.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.