RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/698316 / FA RK 26-717 Datum beschikking: 29 januari 2026 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking naar aanleiding van het op 26 januari 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de cliënt], hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de [zorginstelling] te [plaats], advocaat: mr. B. Roodveldt te Zaandam. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Velsen van 23 januari 2026; - de op 23 januari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari
- Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - cliënt, bijgestaan door mr. P.E.M. Metri, waarnemend voor de advocaat; - de Physician Assistant in opleiding, mevrouw [naam]. Standpunten ter zitting Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat cliënt zich onprettig voelt in de accommodatie. Cliënt wil graag zijn eigen tijd indelen en voelt zich op dit moment hierin beperkt. Om die reden wenst cliënt terug te keren naar huis. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. De Physician Assistant heeft ter zitting aangegeven dat er sprake is van een gevorderde Alzheimer met dementie. Er was sprake van veel onrust en gevaarlijke situaties thuis. In de thuissituatie is thuiszorg en een casemanager ingezet, maar dit was onvoldoende wegens de onvoorspelbaarheid. Cliënt heeft ongeplande 24-uurszorg nodig, waardoor een opname in een accommodatie geïndiceerd is. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. Met name in de nacht vertoont cliënt ontremd en risicovol gedrag, waaronder het manipuleren van elektriciteitskabels, hetgeen leidt tot direct gevaar voor zichzelf en zijn echtgenote. Cliënt is wisselend bereid adviezen op te volgen, waardoor een reëel risico op lichamelijk letsel voor zowel cliënt als zijn echtgenote bestaat. Daarnaast is sprake van ernstige overbelasting van het steunsysteem. Door het ontbreken van ziekte- inzicht en -besef ontkent cliënt de aanwezige gevaren en is hij niet in staat de eigen veiligheid of die van anderen te waarborgen. Tevens is sprake van wegloopgevaar. Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Er is sprake van consistent verbaal verzet. Cliënt voelt zich onprettig in de accommodatie en wenst terug te keren naar huis. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken. Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van: [de cliënt], geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats], bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 maart
- Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 januari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.