← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:4048

RECHTBANK DEN HAAG Jeugd- en Zorgrecht Zaaknummer: C/09/697802 / JE RK 26-73 Datum uitspraak: 29 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats]. De kinderrechter merkt als informant aan: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 januari
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder en haar begeleider van WMO Maatwerk, [naam 1]; - [naam 2] namens de Raad; - [naam 3] en [naam 4] namens de gecertificeerde instelling. 1.
  5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. [minderjarige] is erkend door [naam 5]. 2.
  7. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.
  8. [minderjarige] woont bij haar moeder. 3Het verzoek 3.
  9. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  10. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. De ontwikkelingsbedreiging is onder meer gelegen in dat zij onvoldoende zelfredzaam is, zelfbepalend gedrag vertoont en graag voor haar moeder wil zorgen. [minderjarige] heeft door haar autisme en verstandelijke beperking een grote mate van sturing, structuur en begrenzing nodig. De opvoedvaardigheden en de draagkracht van de moeder sluiten onvoldoende aan bij de behoeften van [minderjarige]. De Raad ziet een moeder die haar best doet, maar die het ook moeilijk heeft met de huidige situatie en graag de juiste hulp wil. Opvoedondersteuning is noodzakelijk om de moeder handvatten te geven over hoe zij aan kan sluiten bij [minderjarige]. Eerdere hulp heeft geen doorgang gevonden en sloot onvoldoende aan bij de mogelijkheden van het gezin. Betrokkenheid van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om [minderjarige] richting volwassenheid te helpen en een vaste begeleider te regelen die [minderjarige] helpt bij haar zelfstandigheid, gezondheid en emotieregulatie. Op termijn moet er ook worden gekeken naar een plek waar [minderjarige] voor langere tijd kan wonen, zoals begeleid wonen. De jeugdbeschermer heeft tijd nodig om een vertrouwensband met [minderjarige] op te bouwen. Een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is noodzakelijk om de situatie blijvend te verbeteren. 4De standpunten 4.
  11. De moeder staat achter het verzoek. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] meer gestimuleerd wordt om zelfstandig te zijn en te bewegen, en dat er leuke dingen met haar gedaan worden. Dit kan de moeder haar lastig bieden vanwege haar visuele beperking. De moeder probeert [minderjarige] gezond te voeden en haar te begrenzen in haar eetgedrag. De moeder heeft eerder om hulp gevraagd, maar daarbij van [instantie] te horen gekregen dat zij niet geholpen kon worden. Daardoor is haar vertrouwen in de hulpverlening erg beschadigd. De moeder wil zich wel openstellen voor hulpverlening. 5De beoordeling 5.
  12. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. 5.
  13. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] is kwetsbaar en heeft vanwege haar autisme en verstandelijke beperking veel structuur en begrenzing nodig. Momenteel vertoont zij zelfbepalend gedrag en wordt zij boos als zij zich onbegrepen voelt. Daarnaast zijn er grote zorgen over haar gezondheid en haar zelfstandigheid. De moeder is voldoende bereid om de ernstige ontwikkelingsbedreigingen van [minderjarige] weg te nemen, maar is door haar eigen gezondheid en afnemende gezichtsvermogen hier niet toe in staat. De moeder zou graag hulp willen, maar het is eerder niet gelukt om de juiste hulpverlening in te zetten. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar noodzakelijk, zodat een jeugdbeschermer een vertrouwensband met de gezinsleden aan kan gaan en de noodzakelijke hulpverlening kan regelen. Op de zitting is besproken dat het belangrijk is dat er één coach komt die [minderjarige] kan helpen met haar zelfstandigheid, emotieregulatie, een gezond eetpatroon en voldoende beweging. Verder kan de jeugdbeschermer opvoedondersteuning voor de moeder regelen en kijken naar praktische hulp om de moeder te ontlasten. 5.
  14. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.
  15. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. 5.
  16. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  17. stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 29 januari 2026 tot 29 januari 2027; 6.
  18. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
  19. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.