RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/697624 / FA RK 26-324 Datum beschikking: 29 januari 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene], hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats], advocaat: mr. H.P.J. van der Eerden te Den Haag. ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 januari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 9 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 22 december 2025; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 12 januari 2026; - een uittreksel uit de justitiële documentatie; - een brief van de officier van justitie van 5 december 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari
- Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de psychiater, de heer [naam 2]. Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene veel last heeft van bijwerkingen van de medicijnen. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van een stoornis en dat om die reden medicatie niet noodzakelijk is. Betrokkene staat alleen open voor het gebruik van lithium. Daarnaast is betrokkene initieel vrijwillig opgenomen. Het beschreven ernstig nadeel is van lang geleden en betreft verschillende feiten die momenteel niet meer aan de orde zijn. De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek. Subsidiair bepleit de advocaat de duur van het verzoek te beperken tot de duur van twaalf maanden. Ten aanzien van de vormen van zorg bepleit de advocaat afwijzing van de vormen “het toedienen van vocht en voeding”, “andere medische handelingen en therapeutische maatregelen”, “insluiten” en “het uitoefenen van toezicht”. Niet is gebleken dat deze vormen van zorg voorzienbaar zijn. De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene voorafgaand aan de opname zijn medicatie heeft gestaakt. Om te voorkomen dat de behandelaren hierachter zouden komen, heeft betrokkene thuis een grote lading medicatie tegelijk ingenomen. Echter, dit zorgde voor een abnormale spiegel en daarom is betrokkene initieel vrijwillig opgenomen. Betrokkene is al vele male opgenomen geweest met ernstige ontregelingen en een enorme onrust die moeilijk te behandelen is. Het is om die reden van belang dat er een onderhoudsbehandeling wordt gestart, om zo ook een heropname te voorkomen. Betrokkene kampt met een kwetsbaarheid, die hij altijd bij zich zal dragen. Door de jaren heen is er -met betrekking tot de medicatie- meebewogen in de wens van betrokkene, echter dit heeft geleid tot een ontregeling. Er is onvoldoende vertrouwen dat betrokkene zelf de medicatie in blijft nemen. Daarbij zijn afspraken moeilijk te maken. Betrokkene is niet in staat tot een adequate behandelrelatie. Om die reden wordt een zorgmachtiging voor de duur van twee jaar noodzakelijk geacht. Beoordeling Op 13 februari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 13 februari
- Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire stoornis. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene heeft tijdens een manisch psychotische ontregeling een andere beleving van de werkelijkheid, waardoor hij de consequenties van zijn gedrag niet overziet. Hij is angstig en onrustiger, verhoogd impulsief en geagiteerd. Hij heeft verminderd ziektebesef en -inzicht. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Hoewel betrokkene aangeeft vrijwillig te willen meewerken aan de behandeling, heeft hij in het verleden meermaals zorg geweigerd en zijn medicatie gestaakt. Gelet hierop heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen dat betrokkene de zorg in een vrijwillig kader blijvend zal accepteren. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. Gelet op dat wat op de zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van: - andere medische handelingen en therapeutische maatregelen; - insluiten. Niet gebleken is dat deze vormen van zorg momenteel voorzienbaar zijn, in zoverre dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Nu betrokkene langer dan vijf jaar aansluitend verplichte zorg heeft ontvangen zal de rechtbank de zorgmachtiging verlenen voor de verzochte duur van 24 maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 januari 2028; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 januari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.