← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:4183

RECHTBANK DEN HAAG Kantonrechter, zittingsplaats Den Haag Zaaknummer: 11596758 / RL EXPL 25-4619 CB/c Vonnis van 3 maart 2026 in de zaak van: [eisende partij] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eisende partij] , gemachtigde: mr. B. van Veen (Pot Jonker Advocaten), tegen de naamloze vennootschap TUI Nederland N.V., statutair gevestigd te Rijswijk, gedaagde partij, hierna te noemen: TUI Nederland, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD). 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 februari 2025 met dertien producties (nrs. 1 tot en met 13); - de conclusie van antwoord van 13 mei 2025 met vier producties (nrs. 1 tot en met 4); - de conclusie van repliek van 16 september 2025 met vijf producties (nrs. 14 tot en met 18); - de conclusie van dupliek van 11 november 2025; - de akte overlegging producties aan de zijde van [eisende partij] , binnengekomen bij de griffie op 26 januari 2026, met acht aanvullende producties (nrs. 19 tot en met 26). 1.2 De mondelinge behandeling is gehouden op 3 februari

  1. Daarbij is [eisende partij] in persoon verschenen samen met zijn gemachtigde en is namens TUI Nederland de gemachtigde verschenen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eisende partij] spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd. Van hetgeen verder is besproken heeft de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het griffie dossier bevinden. Een schikking is niet bereikt. 1.3 Tenslotte is vonnis bepaald op vandaag.
  2. De feiten 2.1 Op 11 januari 2023 heeft [eisende partij] voor hemzelf en zijn gezinsleden (echtgenote en twee minderjarige kinderen) een pakketreis geboekt bij TUI Nederland voor 12 dagen naar Rethymnon, Kreta, Griekenland in de periode van 14 tot en met 25 augustus
  3. De totale reissom voor de pakketreis bedroeg € 5.881,
  4. 2.2 Onderdeel van de pakketreis waren een heen- en terugvlucht van Amsterdam naar Heraklion (v.v.). De terugvlucht van Heraklion naar Amsterdam met vluchtnummer OR 1074 op 25 augustus 2023 was vertraagd. De geplande vertrektijd uit Heraklion was 13:00 uur en de geplande aankomsttijd in Amsterdam was 16:10 uur. De betreffende vlucht is in Amsterdam gearriveerd om 19:17 uur. De vertraging bedroeg 3:07 uur. 3Het geschil 3.1 [eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: (a.) TUI Nederland veroordeelt om aan hem het bedrag van € 1.600 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 26 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; (b.) TUI Nederland veroordeelt om aan hem te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 240, althans een zodanig bedrag dat de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren; (c.) TUI veroordeelt in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de nakosten, onder bepaling dat TUI Nederland de rente ex artikel 6:119 BW over die proces- en nakosten is verschuldigd wanneer deze kosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis aan TUI Nederland zijn voldaan. 3.2 Aan zijn vordering legt [eisende partij] ten grondslag dat de Europese Passagiersrechtenverordening (EU 261/2004) recht geven op een vergoeding van vier maal € 400,00 voor de vertraging van hemzelf en zijn gezinsleden in verband met een vertraging van de vlucht van Heraklion naar Amsterdam op 25 augustus
  5. 3.3 TUI voert verweer. TUI stelt dat [eisende partij] de verkeerde rechtspersoon heeft aangesproken, namelijk TUI Nederland N.V. die een reisorganisator is en geen luchtvaartmaatschappij. Daarnaast doet TUI Nederland beroep op buitengewone omstandigheden, die de oorzaak zijn van de vertraging. 3.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1 In deze procedure liggen twee afzonderlijke vragen ter beoordeling voor, namelijk

(1)of [eisende partij] met het aanspreken van TUI Nederland de juiste rechtspersoon heeft aangesproken in verband met zijn aanspraak op de vertragingsvergoeding op basis van de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en
(2)of TUI Nederland een beroep kan doen op buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening. Kan [eisende partij] bij TUI Nederland N.V. aanspraak maken op vertragingsvergoeding? 4.2 In deze procedure staat vast dat [eisende partij] op 11 januari 2023 een pakketreisovereenkomst heeft afgesloten met TUI Nederland N.V. voor hemzelf, zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen tussen 14 en 25 augustus 2023. Deze pakketreis omvatte een vlucht van Amsterdam naar Heraklion en vice versa, 11 nachten all-inclusive accommodatie in Rethymnon en transfers. 4.3 Doordat [eisende partij] een overeenkomst heeft afgesloten met TUI Nederland en daarmee is TUI Nederland in beginsel zijn contractuele wederpartij, waartoe hij zich moet wenden, indien hij meent een aanspraak in verband met een tekortkoming in de pakketreis. 4.4 Onderdeel van de pakketreis was een retourvlucht Amsterdam – Heraklion v.v. Deze vlucht is niet uitgevoerd door TUI Nederland, maar door een aan TUI Nederland gerelateerde andere rechtspersoon TUI Airlines Nederland B.V. (hierna te noemen: TUIFly). 4.5 De Verordening geeft passagiers van luchtvaartmaatschappijen een bijzonder recht op een vergoeding in het geval van een vertraging van een vlucht, die een zekere tijd overschrijdt en waarbij de luchtvaartmaatschappij geen beroep kan doen op bijzondere omstandigheden in de zin van de Verordening. De Verordening biedt passagiers een rechtstreeks ten opzichte van de luchtvaartmaatschappij te gelde te maken persoonlijk recht op vergoeding in geval van een dergelijke vertraging. Dit persoonlijk recht is een bijzondere rechtsfiguur die voortvloeit uit de toepasselijkheid van de Verordening voor betrokken vliegtuigpassagiers. 4.6 In het geval van een pakketreis heeft een reiziger (ook) de mogelijkheid de touroperator aan te spreken in het geval van een tekortkoming in de nakoming van de pakketreis. Een dergelijke aanspraak vindt echter plaats op grond van het toepasselijk nationale recht. In Nederland betekent dat dat de touroperator in het geval van een toerekenbare tekortkoming aansprakelijk is voor de schade, die de reiziger heeft geleden. Deze aanspraak is een andere rechtsfiguur dan de aanspraak op vergoeding op grond van de Verordening. Het verschil is onder meer dat voor een aanspraak op schade vereist is dat de reiziger zijn schade aantoont, terwijl voor een aanspraak op vergoeding voldoende is dat de reiziger de vertraging van de vlucht aantoont, los van de vraag of er daadwerkelijk sprake is van schade. 4.7 In het voorliggende geval echter heeft [eisende partij] niet TUI Nederland aangesproken voor een schadevergoeding, maar heeft hij deze aangesproken voor de vertragingsvergoeding en dat in een situatie dat niet TUI Nederland de betrokken luchtvaartmaatschappij is; dat is TUIFly. In beginsel moet [eisende partij] daarom voor de vergoeding TUIFly aanspreken en niet TUI Nederland. 4.8 In het commerciële bedrijfsleven is het gebruikelijk dat een groep van bedrijven gebruik maakt van afzonderlijke rechtspersonen, zoals de TUI-groep ook doet, door TUI Nederland te gebruiken als de vennootschap die optreedt als touroperator en door TUIFly te gebruiken als de luchtvaartmaatschappij van de groep. In de regel is dat om verschillende bedrijfsrisico’s over meerdere rechtspersonen te spreiden en daarmee het risico dat een probleem in het ene bedrijfsonderdeel zijn weerslag heeft op een ander bedrijfsonderdeel of op zelfs de hele groep van bedrijven te verkleinen. 4.9 Als een groep van bedrijven gebruik maakt van verschillende rechtspersonen is het zaak dat de groep ook zelf een duidelijk onderscheid maakt tussen de verschillende rechtspersonen. Indien de groep zelf al niet een duidelijke onderscheid maakt tussen de verschillende rechtspersonen binnen de groep, dan kan, zeker in consumentenverhoudingen, niet verwacht worden dat een onduidelijke scheiding tussen verschillende rechtspersonen binnen een groep van bedrijven wordt tegengeworpen aan een consument. 4.10 In het voorliggende geval heeft [eisende partij] zich in verband met de vertragingsvergoeding van zijn vlucht van Heraklion naar Amsterdam gewend tot TUI Nederland, zoals ook blijkt uit de e-mail van TUI Nederland aan [eisende partij] van 12 september 2023 (12:05 uur), die als productie 5 bij de dagvaarding is gevoegd. In die e-mail gaat TUI Nederland in op de vertraging van de betreffende vlucht en geeft zij een uitleg over de omstandigheden van de vertraging. Wat TUI Nederland in deze e-mail uitdrukkelijk niet doet is [eisende partij] verwijzen naar TUIFly als de rechtspersoon waartoe [eisende partij] zich moet wenden voor vertragingsvergoeding. Anders gezegd, als TUI Nederland zich ook in het geval van een aanspraak op vertragingsvergoeding opwerpt als aanspreekpunt voor consumenten, dan moet zij ook accepteren dat zij zich niet meer kan verschuilen achter het formele standpunt dat zij geen luchtvaartmaatschappij is en dus niet aanspreekbaar voor vertragingsvergoedingen. 4.11 Een en ander staat los van de toepasselijke (algemene) voorwaarden, zodat een bespreking daarvan, ook in het licht van het feit dat [eisende partij] tijdens de mondelinge behandeling de vernietiging daarvan heeft ingeroepen, niet aan de orde is. 4.12 In het licht van het voorgaande is aldus de slotsom dat in dit geval [eisende partij] TUI Nederland kan aanspreken voor de vertragingsvergoeding. De kantonrechter komt daarmee toe aan de bespreking van het beroep op buitengewone omstandigheden. Want de keerzijde van de omstandigheid dat TUI Nederland voor vertragingsvergoeding aanspreekbaar is, is dat zij ook een beroep doen op de weren, die haar van aanspreekbaarheid kunnen ontslaan. Komt TUI Nederland een beroep toe op buitengewone omstandigheden? 4.13 Vlucht OR 1074 was onderdeel van een rotatievlucht OR 1073/OR 1074, waarvan het vluchtschema was: vertrektijd aankomsttijd Amsterdam 07:30 uur Heraklion 13:00 uur 12:20 uur Amsterdam 16:10 uur 4.14 Vlucht OR 1074 is op 25 augustus 2023 uitgevoerd met het vliegtuig met registratienummer OO-TNB. Oorspronkelijk zou de vlucht uitgevoerd worden met een ander vliegtuig, maar dat vliegtuig was te Kos (Griekenland) gestrand en kon daardoor hoe dan de vlucht niet tijdig uitvoeren. 4.15 Omdat het eerder geplande vliegtuig niet tijdig beschikbaar was heeft TUIFly een ander vliegtuig ingezet. Dat vliegtuig bevond zich echter in Brussel en diende eerst van Brussel naar Amsterdam te worden verplaatst. De bedoeling was om om 06:05 uur uit Brussel te vertrekken en om 06:50 uur in Amsterdam aan te komen, om vervolgens op de geplande tijd van 07:30 uur uit Amsterdam naar Heraklion te kunnen vertrekken. Als gevolg van onweersbuien kon het vliegtuig niet eerder dan om 08:30 uur uit Brussel vertrekken en is het om 09:29 uur in Amsterdam aangekomen. 4.16 Na vertrek uit Amsterdam is het vliegtuig om 16:01 uur, dus met een vertraging van 3:41 uur in Heraklion aangekomen. Uiteindelijk is het vliegtuig om 19.17 uur, dus met een vertraging van 3:07 uur weer in Amsterdam gearriveerd. 4.17 Uit het Peskova-arrest van het Europese Hof van Justitie volgt dat de vertraging als gevolg van buitengewone omstandigheden van de totale vertraging mag worden afgetrokken. Indien de totale vertraging dan uitkomt op minder dat (in dit geval) 3 uur dan hebben de passagiers geen recht op vergoeding. 4.18 Wat er ook zij van de vertraging, die het vliegtuig ondervond op de aanvliegvlucht van Brussel naar Amsterdam, naar het oordeel van de kantonrechter heeft TUI Nederland in voldoende mate onderbouwd dat het vliegtuig om 10:15 uur gereed was voor vertrek uit Amsterdam. TUI Nederland stelt dat zij van de luchtverkeersleiding pas om 11:38 uur toestemming kreeg om van de gate te vertrekken. 4.19 [eisende partij] brengt daartegen in dat naar zijn mening TUI Nederland onvoldoende met stukken heeft onderbouwd dat sprake was van een vertraging als gevolg van (voor dit element van de vertraging) een beslissing van de luchtverkeersleiding. De kantonrechter volgt [eisende partij] daarin niet. TUI Nederland heeft als productie 4 bij haar conclusie van antwoord een log van Eurocontrol (de luchtverkeersleiding) overgelegd waaruit zowel blijkt dat de luchtverkeersleiding een beslissing heeft genomen juist ten aanzien van het betreffende vliegtuig en ook de reden daarvan, namelijk beperkte capaciteit als gevolg van weersomstandigheden. Het overleggen van een log van Eurocontrol wordt in procedures als deze gewoonlijk beschouwd als voldoende onderbouwing en de kantonrechter is van oordeel dat ook in het voorliggende geval TUI Nederland voldoende heeft onderbouwd dat althans een deel van de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid, namelijk een beslissing van de luchtverkeerleiding, die het betreffende vliegtuig treft. 4.20 In rechtsoverweging 4.15 is reeds besproken dat de heen- en terugvlucht naar en van Heraklion een rotatievlucht was en op grond van geldende jurisprudentie betekent dat dat een buitengewone omstandigheid op de heenvlucht doorwerkt naar de terugvlucht. 4.21 Uit hetgeen TUI Nederland heeft gesteld ten aanzien van dit element van de vertraging volgt hoe dan ook dat de beslissing van de luchtverkeersleiding heeft geleid tot een vertraging van tenminste 7 minuten. Met toepassing van de regel uit het Peskova-arrest komt de vertraging van het vliegtuig, die niet te wijten is aan buitengewone omstandigheden hoe dan ook uit op minder dan 3 uur. Daarmee is de slotsom dat [eisende partij] geen recht heeft op vertragingsvergoeding en dat zijn vordering zal worden afgewezen. Daarmee kan ook buiten bespreking blijven of [eisende partij] gerechtigd was de persoonlijke rechten op vertragingsvergoeding van zijn echtgenote en minderjarige kinderen op eigen naam jegens TUI Nederland kon vorderen. 4.22 [eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op: - salaris gemachtigde € 612,00 (3 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 714,00 4.23 Voor zover [eisende partij] nog heeft betoogd dat TUI Nederland ook bij afwijzing van zijn vordering in de proceskosten moet worden veroordeeld, omdat het TUI Nederland is die het op deze procedure heeft laten aankomen verwerpt de kantonrechter die stelling. 4.24 In rechtsoverweging 4.12 is reeds overwogen dat TUI Nederlands zich op de verweren van de luchtvaartmaatschappij mag beroepen. In de e-mail van 12 september 2023, als reactie op de aanspraak van [eisende partij] op vertragingsvergoeding, heeft TUI Nederland zich reeds beroepen op restricties van de luchtverkeersleiding. Desondanks heeft [eisende partij] besloten deze procedure te voeren. Deze uitleg leidt in deze procedure tot de afwijzing van de vordering. 5De beslissing De kantonrechter: 5.1 wijst de vordering van [eisende partij] af; 5.2 veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 714,00 aan de zijde van TUI Nederland, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.3 verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling van [eisende partij] uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier. Alle genoemde tijden zijn lokale tijden, tenzij anders vermeld Bedoeld zal zijn ‘aan [eisende partij] ’ of ‘door TUI Nederland’ ECLI:EU:C:2017:342

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.