Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/697148 / KG ZA 26-7 Vonnis in kort geding van 16 februari 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. A. Aksü, te Rotterdam, tegen: [gedaagde] te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. O. Arslan, te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 januari 2026 met producties; - de productie van [gedaagde] . 1.
- De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 februari
- De advocaat van [eiseres] heeft de zitting bijgewoond door middel van een digitale verbinding. De advocaat van [gedaagde] heeft ter zitting het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. Deze pleitnotities maken deel uit van het dossier. 1.
- Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.
- Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad. Na het verbreken van de relatie heeft [gedaagde] [eiseres] op verschillende manieren tegen haar zin benaderd. 2.
- Op 9 juli 2025 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van stalking door [gedaagde] , gepleegd in de periode tussen 14 juni 2025 en 8 juli
- In haar aangifte heeft [eiseres] verklaard dat [gedaagde] het niet accepteert dat zij de relatie heeft beëindigd en dat hij haar op verschillende manieren direct en indirect blijft lastigvallen. 2.
- Naar aanleiding van deze aangifte heeft de officier van justitie een contactverbod en een locatieverbod opgelegd aan [gedaagde] . 2.
- Bij brief van 29 september 2025 heeft de officier van justitie aan [eiseres] meegedeeld dat het contactverbod en het locatieverbod zijn verlengd tot 5 januari
- 2.
- Bij vonnis van 13 november 2025 heeft de politierechter van de rechtbank Rotterdam [gedaagde] veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van twee jaar, wegens belaging van [eiseres] in de periode van 20 mei 2025 tot en met 9 juli
- Bij deze voorwaardelijke veroordeling is als bijzondere voorwaarde gesteld dat [gedaagde] op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zoekt met [eiseres] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt en waarbij de politie toeziet op het naleven van dit contactverbod. 3Het geschil 3.
- [eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven: I. [gedaagde] te verbieden gedurende 12 maanden na betekening van dit vonnis direct of indirect, op welke wijze dan ook, contact op te nemen met [eiseres] ; II. [gedaagde] te verbieden zich binnen een straal van 1000 meter, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen afstand, te bevinden van: a. het woonadres van [eiseres] te [plaats] en; b. een adres in [plaats] waar [eiseres] regelmatig verblijft, een en ander op straffe van een dwangsom. 3.
- Aan deze vordering legt [eiseres] het volgende ten grondslag. Sinds het verbreken van de relatie heeft [gedaagde] [eiseres] stelselmatig en intensief lastiggevallen, onder meer door het sturen van berichten en door zijn fysieke aanwezigheid. De gedragingen van [gedaagde] hebben geleid tot ernstige psychische klachten, waaronder angst- en paniekklachten en verergerde PTSS-symptomen. [eiseres] voelt zich structureel onveilig in haar eigen woning. Na afloop van het strafrechtelijke contact- en straatverbod ontbreekt iedere afdwingbare maatregel die [eiseres] beschermt tegen benadering door [gedaagde] . [eiseres] vreest voor onmiddellijke hervatting en escalatie van de situatie. Zij heeft daarom een spoedeisend belang bij oplegging van het gevorderde contact- en straatverbod. 3.
- [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. 3.
- [gedaagde] voert daartoe – kort gezegd – aan dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering en dat er naast het door de politierechter opgelegde contactverbod geen grond is voor oplegging van verdere verboden. 4De beoordeling van het geschil 4.
- Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering en de door [eiseres] gestelde onveiligheid. 4.
- Voor een straatverbod als door [eiseres] is gevorderd is, gelet op het sterk in de persoonlijke vrijheid van [gedaagde] ingrijpende karakter ervan, slechts plaats, wanneer de veiligstelling van de persoonlijke vrijheid van [eiseres] tegen inbreuken daarop door [gedaagde] op geen andere wijze te bereiken is. Voor het contactverbod geldt dat het tegen diens wil blijven benaderen van een ander jegens die ander een onrechtmatige daad kan opleveren tot beëindiging waarvan een voorziening in kort geding kan worden gevraagd indien er een concreet gevaar bestaat van herhaling daarvan. 4.
- Gelet op de feiten waarvoor [gedaagde] door de politierechter is veroordeeld, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat [eiseres] bang is voor [gedaagde] , maar gelet op de pleegdatum van de feiten en het door de politierechter opgelegde contactverbod, acht de voorzieningenrechter oplegging van de in dit kort geding gevorderde verboden op dit moment niet gerechtvaardigd. 4.
- De politierechter heeft [gedaagde] recent een verbod opgelegd om direct of indirect contact te zoeken met [eiseres] . Bij overtreding van dit verbod riskeert [gedaagde] gedurende de proeftijd van twee jaar tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, dan wel de vervangende hechtenis. [eiseres] heeft niet uitgelegd waarom zij naast dit verbod nog belang heeft bij oplegging van een civielrechtelijk contactverbod voor de duur van 12 maanden. De feiten die [eiseres] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd hebben zich voorgedaan in de periode tot en met 9 juli 2025 en niet is gesteld of aannemelijk geworden dat [gedaagde] daarna nog contact heeft gezocht met [eiseres] of haar familieleden. [gedaagde] heeft ter zitting ook verklaard dat hij na oplegging van het contactverbod geen contact meer heeft opgenomen met [eiseres] en dat is niet weersproken. [gedaagde] heeft verder verklaard dat hij “klaar is met [eiseres] ” en dat hij is doorgegaan met zijn leven. Hiertegenover heeft [eiseres] niet geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou kunnen volgen dat haar vrees dat [gedaagde] haar opnieuw zal lastigvallen gerechtvaardigd is. De niet nader onderbouwde stelling van [eiseres] dat [gedaagde] op TikTok uitingen doet die mogelijk over haar gaan, is daarvoor onvoldoende. 4.
- [eiseres] heeft voorts niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] na 9 juli 2025 nog fysiek contact heeft gezocht met haar. Alleen al hierom bestaat geen grond voor oplegging van de gevorderde straatverboden. 4.
- [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [eiseres] niet worden veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - griffierecht € 93,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.459,00 5De beslissing De voorzieningenrechter: 5.
- wijst het gevorderde af. 5.
- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.459,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 98,00 extra betalen; 5.
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 16 februari
- FK/WJ