← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2026:492

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35874 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels), en de minister van Asiel en Migratie. Inleiding

  1. Bij het bestreden besluit van 29 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van eiser om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen als ongegrond. 1.
  2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 1.
  3. Omdat geen van de partijen, nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht, heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank
  4. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hieronder wordt uitgelegd hoe de rechtbank tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Heeft eiser nog procesbelang?
  5. Op 10 september 2025 heeft de minister aan de rechtbank laten weten dat eiser op 29 augustus 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB) en gevraagd om het belang van eiser bij een uitspraak te beoordelen. De omstandigheid dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan belang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag vanuit gegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure. In dit geval heeft de gemachtigde van eiser op 10 september 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij zal proberen contact op te nemen met eiser. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser op 3 november 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij reeds geruime tijd geen contact meer heeft met eiser. Gelet op dit bericht van de gemachtigde van eiser, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Conclusie en gevolgen
  6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Voors, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. ECLI:NL:RVS:2024:2662.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.