ECLI:NL:RBDHA:2026:5421
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 23-4834 (echtscheiding) FA RK 23-7456 (verdeling) Zaaknummer: C/09/650265 (echtscheiding) C/09/655293 (verdeling) Datum beschikking: 13 februari 2026 Scheiding met nevenvoorzieningen Beschikking op het op 28 juni 2023 ingekomen verzoek van: [de man], de man, wonende in Den Haag, advocaat: mr. D. Matadien te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw], de vrouw, wonende in Den Haag, advocaat: mr. T. Ertekin te Den Haag.
Procedure Bij beschikking van 31 juli 2024 van deze rechtbank zijn partijen doorverwezen naar de voor hen bekende mediator om te proberen hun geschillen door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling, de alimentatie, de verdeling en de proceskosten zijn aangehouden tot 1 november 2024 pro forma.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook : het uitstelverzoek van 18 oktober 2024 van de zijde van de man; het uitstelverzoek van 21 mei 2025 van de zijde van de man; het F9-formulier van 6 augustus 2025 van de zijde van de man; het F9-formulier van 11 augustus 2025 van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 28 oktober 2025 van de zijde van de vrouw; het F9-formulier van 29 oktober 2025 van de zijde van de man.
Op 9 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw bijgestaan door haar advocaat; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad)..
Feiten Partijen zijn gehuwd op [datum] 2011 te [plaats].
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot: vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw; de vrouw te bevelen om de lijfsieraden van de man binnen een week na de echtscheidingsbeschikking aan de man terug te geven onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag indien de vrouw geen gehoor geeft aan het bevel; bepaling dat de omvang en waarde van de huwelijksgemeenschap wordt vastgesteld en verdeeld ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen notaris en onzijdig persoon; toewijzing van de echtelijke woning aan de vrouw bij verkrijging van een hypotheek door de vrouw. In het geval dat geen hypotheek wordt verkregen, partijen op te dragen mee te werken aan de verkoop van de echtelijke woning, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de vrouw zelfstandig verzocht tot:
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling Echtscheiding Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan De rechtbank stelt vast dat geen, door beide ouders ondertekend, ouderschapsplan is overgelegd. Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van beide ouders over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen.
Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).
De man heeft bij zijn verzoekschrift een ongetekend concept-ouderschapsplan ingediend. Tijdens de zitting is gebleken dat het partijen, ondanks meerdere pogingen daartoe in het kader van mediation, niet is gelukt een door beiden ondertekend ouderschapsplan te overleggen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen voldoende gemotiveerd dat het op dit moment niet mogelijk is om een door beide partijen getekend ouderschapsplan te overleggen. De rechtbank zal de man derhalve ontvangen in zijn verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Inhoudelijke beoordeling De man heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw betwist dit inmiddels niet meer, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats Partijen zijn het erover eens dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw moet worden bepaald, zodat de rechtbank dienovereenkomstig zal beslissen.
Zorgregeling De vrouw verzoekt een zorgregeling waarbij de kinderen in de oneven weken van woensdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de man verblijven en in de even weken van woensdag 18:00 uur tot vrijdag 18:00 uur bij de man verblijven. Daarnaast verzoekt de vrouw dat de vakanties bij helfte worden verdeeld.
De man voert verweer tegen de voorgestelde zorgregeling van de vrouw. De man beschikt nog niet over geschikte woonruimte om de kinderen bij zich te kunnen ontvangen. Hoewel hij graag zou willen dat de kinderen bij hem kunnen verblijven en overnachten, is dat in zijn huidige woonsituatie onverantwoord.
Tijdens de zitting is met partijen gesproken over de vaststelling van een zorgregeling. De vrouw heeft bevestigd dat de woning/kamer van de man niet geschikt is om de kinderen op te vangen. Als alternatief heeft zij voorgesteld dat de man de door haar voorgestelde zorgregeling in de echtelijke woning zou kunnen uitvoeren. De man heeft hiermee niet ingestemd, nu hij van mening is dat een dergelijke constructie zal leiden tot discussies en spanningen. Partijen zijn tijdens de zitting daarom overeengekomen dat de kinderen uitsluitend op losse dagen bij de man zullen verblijven.
Partijen zijn overeengekomen dat de man de kinderen op de volgende momenten bij zich zal hebben: in de ene week op zaterdag vanaf de ochtend (afhankelijk van hoe laat de voetbal begint) tot 19.30 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en terugbrengt en de kinderen reeds gegeten hebben; in de andere week op zondag van 10.30 uur tot 18.00 uur, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en terugbrengt en de kinderen reeds gegeten hebben; iedere maandagmiddag, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt voor de voetbaltraining en hen na afloop van de training weer bij de vrouw terugbrengt.
Zodra de man beschikt over geschikte woonruimte, zullen de kinderen eens per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man verblijven.
Daarnaast is tijdens de zitting met partijen afgesproken dat de vakanties bij helfte zullen worden verdeeld, een en ander in onderling overleg nader te bepalen. Ten aanzien van de zomervakantie geldt dat deze zo wordt verdeeld dat iedere ouder drie aaneengesloten weken met de kinderen heeft.
Voorts is afgesproken dat de kinderen de drie studiedagen die dit schooljaar 2025/2026 nog plaatsvinden bij de man zullen verblijven. De vrouw zal de man de exacte data van deze studiedagen nog doorgeven. Met betrekking tot de verdeling van de studiedagen in schooljaar 2026/2027 (en verder) zullen partijen hierover in onderling overleg moeten treden.
Nu tijdens de zitting is gebleken dat de onderlinge communicatie tussen partijen niet optimaal verloopt, is met partijen gesproken over deelname aan een ouderschapsbemiddelingstraject. In het kader van dit traject kunnen partijen nadere afspraken maken omtrent de zorgregeling. Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan Ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders daarom in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de desbetreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal ook deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. Nu de rechtbank in deze procedure een eindbeschikking zal geven, hoeft de eindrapportage niet aan de rechtbank te worden toegezonden. Ook zal de zogenaamde ‘lus’, waarbij het Kenniscentrum Kind en Scheiding opgedragen wordt de eindrapportage naar de Raad te sturen, niet worden opgenomen.
Alimentatie Partijen zijn overeengekomen dat de man met ingang van 1 januari 2026 aan de vrouw een bedrag van € 25,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal voldoen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Verdeling Partijen zijn gehuwd op [datum] 2011 te [plaats]. Nu is gesteld noch gebleken dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, moet gelet op het bepaalde in artikel 1:93 BW worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de huwelijksgemeenschap ingevolge artikel 1:100 BW bij helfte tussen partijen wordt verdeeld.
Peildatum Als peildatum voor de omvang van de huwelijksgemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 28 juni 2023. Voor de waardering geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen – de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.
Omvang Partijen hebben gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in de ontbonden huwelijksgemeenschap vallen: de echtelijke woning aan de [adres] te ([postcode]) [plaats], en de daarbij behorende hypotheek en de daaraan gekoppelde levensverzekeringen; de auto’s; a. Toyota; b. Suzuki Alto; c. Citroën;
Ad. 1- de echtelijke woning Partijen zijn het er over eens dat de vrouw de woning zal overnemen. Zij verschillen echter van mening over de waarde waartegen de vrouw de woning zal overnemen. De vrouw wenst de woning over te nemen tegen de WOZ-waarde, terwijl de man wenst dat de vrouw de woning overneemt tegen de huidige economische waarde.
Tijdens de zitting is met partijen overeengekomen dat zij het door de rechtbank besproken zogenoemde ‘spoorboekje’ zullen volgen. In dat kader zal de man drie onafhankelijke makelaars voorstellen, waaruit de vrouw er één zal kiezen. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Partijen zijn expliciet overeengekomen dat deze makelaar-taxateur de waarde van de woning bindend zal vaststellen, waartegen de vrouw de woning vervolgens zal overnemen, conform het in het dictum opgenomen spoorboekje.
Indien blijkt dat de vrouw de woning niet kan overnemen, zal de woning worden verkocht en geleverd aan een derde. De wijze van verkoop en de voorwaarden waaronder de woning aan een derde wordt overgedragen, zullen opnieuw worden bepaald conform het in het dictum opgenomen spoorboekje.
Ad. 2 - de auto’s Partijen hebben drie auto’s, te weten een Toyota, Suzuki en een Citroën. De Toyota en de Citroën zijn in het bezit van de man en de Suzuki is in het bezit van de vrouw. De man stelt dat de Citroën een leaseauto is en daarom niet tot de gemeenschap behoort, terwijl de vrouw van mening is dat de Citroën wel tot de gemeenschap behoort.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de Citroën onderdeel uitmaakt van de gemeenschap. Het feit dat de Citroën via financial lease wordt gefinancierd (koop op afbetaling) doet hieraan niet af. De Citroën dient derhalve te worden verdeeld.
De rechtbank zal bepalen dat de Citroën en de Toyota aan de man worden toegedeeld, onder verrekening van de helft van de waarde aan de vrouw. Aangezien partijen het niet eens zijn over de waarde van de auto’s, acht de rechtbank het redelijk om aan te sluiten bij de ANWB-koerslijst. De man dient de vrouw de benodigde gegevens te verstrekken zodat zij ook de waarden van de auto’s via de ANWB-koerslijst kan opvragen.
De rechtbank merkt op dat nu de Citroën via een financial leasecontract is aangeschaft, er sprake is van een schuld binnen de gemeenschap. Deze schuld zal hierna door de rechtbank worden meegenomen onder het kopje ‘schulden’.
Ten aanzien van de Suzuki overweegt de rechtbank als volgt. Tijdens de zitting is gebleken dat de vrouw de Suzuki heeft verkocht voor een bedrag van € 500,-. Partijen zijn overeengekomen uit te gaan van een waarde van € 500,- en dat de vrouw de helft van deze waarde, te weten € 250,-, aan de man zal voldoen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. 3 - de bankrekeningen De vrouw wil graag dat de saldi van de bankrekeningen per peildatum bij helfte worden verdeeld.
De man stemt in principe in met een verdeling bij helfte van de saldi van de bankrekeningen per peildatum. Tijdens de zitting heeft hij onderbouwd dat de vrouw vanaf april 2023, kort voor de peildatum, aanzienlijke bedragen van de rekening aan derden heeft overgemaakt. De vrouw ontkent niet dat dergelijke overboekingen hebben plaatsgevonden, maar stelt dat deze bedragen zijn gebruikt voor aflossing van leningen, die bij de man bekend zouden zijn. Het overige geld heeft de vrouw gebruikt om kosten van de huishouding te voldoen, omdat haar eigen inkomen ontoereikend was en de man geen inkomen had. De man betwist deze toelichting.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man voldoende belang heeft om inzage te krijgen in de saldi van de bankrekeningen op naam van de vrouw. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vrouw de man inzage dient te verschaffen in het verloop van de saldi van alle bankrekening die op haar naam staan, vanaf januari 2023 tot op de peildatum.
Voorts overweegt de rechtbank dat het uitgangspunt is dat de saldi van de bankrekeningen van partijen per de peildatum bij helfte worden verdeeld. De rechtbank zal aldus bepalen dat iedere partij de op zijn of haar naam staande bankrekening(en) behoudt, onder de verplichting dat de positieve saldi per peildatum bij helfte dienen te worden gedeeld en de negatieve saldi bij helfte dienen te worden gedragen.
Ad. 4 - de inboedel Partijen zijn het erover eens dat de inboedel aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Ad. 5 - de lijfsieraden De man heeft specifiek verzocht om toedeling van lijfsieraden die afkomstig zijn uit zijn familie. Tussen partijen is duidelijk om welke sieraden het gaat. Aangezien niet duidelijk is wie voormelde sieraden in zijn/haar bezit heeft, kan de rechtbank hierover geen beslissing nemen. Het verzoek van de man en de daaraan verbonden dwangsom zal derhalve worden afgewezen. Op de zitting hebben partijen met elkaar afgesproken dat in het geval deze sieraden weer worden gevonden, deze zullen worden toegedeeld aan de man.
Ad. 6 - de schulden De man is van mening dat nadat de waarde en de omvang van de huwelijksgemeenschap bekend is, de schulden gelijkelijk tussen partijen verdeeld dient te worden.
De rechtbank stelt voorop dat schulden niet voor verdeling in aanmerking komen, omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Voorop staat bovendien dat het niet mogelijk is door verdelingshandelingen wijzigingen aan te brengen in de in artikelen 1:102 BW neergelegde aansprakelijkheid van partijen jegens schuldeisers. In de onderlinge verhouding tussen partijen dient ieder van hen voor de helft bij te dragen in de schuld tenzij daaromtrent anders wordt overeengekomen (artikel 1:100 BW). Indien, ten slotte, één van partijen, daartoe aangesproken door de schuldeiser, meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem aangaat, heeft hij voor het meerdere een regresrecht op de andere partij (artikel 6:10 BW).
De man heeft niet gespecifieerd welke schulden precies aanwezig zijn binnen de gemeenschap, met uitzondering van de schuld die bij het Motorhuis is aangegaan voor de aankoop van de Citroën, waarvan de hoogte per peildatum overigens onbekend is. De rechtbank kan derhalve enkel een beslissing nemen over deze schuld. De rechtbank zal bepalen dat partijen ieder voor de helft van de schuld draagplichtig zijn voor deze schuld naar de stand per peildatum.
Verdeling huwelijksgemeenschap ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen notaris en onzijdig persoon De rechtbank zal het verzoek van de man om een notaris en onzijdig persoon te benoemen teneinde de huwelijksgoederengemeenschap van partijen te verdelen afwijzen. De rechtbank stelt immers de wijze van verdeling reeds vast in deze beschikking. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen aan deze verdeling uitvoering zullen geven, zodat de man geen belang meer heeft bij zijn verzoek.
Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing De rechtbank: * spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2011 te [plaats]; * stelt vast dat partijen, te weten: [de vrouw] (moeder) wonende op een bij de rechtbank bekend adres, en [de man] (vader) wonende op een bij de rechtbank bekend adres; bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie; beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg; * bepaalt dat de minderjarigen:
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.