RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/5095 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen [naam], verzoekster, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland, het college, (gemachtigde: mr. E.M. Braam en M. Fleer). Procesverloop 1. Bij brief van 24 november 2025 heeft verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 november 2025. 1.1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:119, tweede lid, van de Awb, in samenhang met artikel 8:54 van de Awb, uitspraak zonder zitting. Overwegingen 2. Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om de uitspraak van 24 november 2025 te herzien omdat het college een onmiddellijke verhuizing heeft aangekondigd (per 25 november 2025 om 8:30 uur) ondanks de lopende procedure. Verzoekster en haar kinderen worden hierdoor zonder rechterlijke bescherming gedwongen te verhuizen naar onveilige crisisnoodopvang. Uit jurisprudentie volgt dat kwetsbare asielzoekers niet in crisisnoodopvang worden geplaatst tenzij aan hun specifieke opvangbehoeften kan worden voldaan. Uit het GGD-verslag blijkt verder dat de locatie Wehe-den Hoorn een dergelijke crisisnoodopvang is, dat de opvang meerdere serieuze tekortkomingen heeft en niet voldoet aan COa-normen en normen voor kwetsbare groepen. Bovendien volgt uit het GGD-verslag dat geadviseerd wordt de gebruikte checklist alleen te gebruiken voor locaties die maximaal vier weken voor tijdelijke opvang worden gebruikt. 2.1. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter een uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten of omstandigheden die (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.