RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/688296 / HA ZA 25-605 Vonnis van 14 januari 2026 in de zaak van 1 [eisers sub 1] te [woonplaats],2. [eisers sub 2] te [woonplaats], eisers, advocaat: mr. C.A. van Kooten-de Jong, tegen 1 [gedaagden sub 1] te [woonplaats],2. [gedaagden sub 2] te [woonplaats], gedaagden, advocaat: mr. A.D. Lindenbergh. Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd. 1Waar gaat deze zaak over? 1.1. Partijen zijn buren. Zij zijn eigenaren van aangrenzende kadastrale percelen die feitelijk van elkaar worden gescheiden door een hekwerk (hierna ook: het hekwerk). Tussen partijen is in geschil aan wie het hekwerk in eigendom toebehoort. [eisers] vorderen in deze procedure een verklaring voor recht dat het hekwerk hun eigendom is. Zij voeren hiertoe aan dat het hekwerk volledig op hun percelen staat en daarom door natrekking hun eigendom is. [eisers] stellen in dit verband dat de juridische erfgrens tussen de percelen van partijen gelijkloopt aan de erfgrens zoals vastgelegd in de registers van het Kadaster. [gedaagden] betwisten dat het hekwerk (alleen) eigendom is van [eisers]. Volgens [gedaagden] is het hekwerk geplaatst op de (beoogde) juridische erfgrens en daarom gezamenlijk eigendom van partijen. De rechtbank oordeelt dat de juridische erfgrens gelijkloopt aan de kadastrale erfgrens en dat het hekwerk door natrekking eigendom is van [eisers] De vordering van [eisers] wordt toegewezen. De procedure 1.2. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 7 juli 2025 met producties 1 tot en met 17; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4; - de akte overlegging producties van de zijde van [eisers] met producties 18 en 19; - het proces-verbaal van plaatsopneming van 28 november 2025. 1.3. De zaak is op 20 november 2025 mondeling behandeld. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft een gerechtelijke plaatsopneming plaatsgevonden. 1.4. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling ten aanzien van een aantal geschilpunten een minnelijke regeling getroffen. De in dit verband tussen partijen gemaakte afspraken zijn opgenomen in een proces-verbaal. 1.5. Na de mondelinge behandeling hebben [eisers] een akte eiswijziging ingediend. Omdat deze eiswijziging ter zitting al met partijen is besproken hebben [gedaagden] afgezien van het recht om schriftelijk op deze akte te mogen reageren en is vonnis bepaald. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. [eisers] zijn eigenaar van twee percelen met daarop (onder meer) een woonhuis en veestallen aan de [adres 1] in [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 1] en [kadastraal kenmerk 2] (hierna ook: percelen [perceel 1] en [perceel 2]). 2.2. [gedaagden] zijn eigenaar van twee percelen met daarop een woonhuis en overige opstallen aan de [adres 2] in [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 3] en [kadastraal kenmerk 4] (hierna ook: percelen [perceel 3] en [perceel 4]). 2.3. Partijen zijn buren. Hun percelen grenzen direct aan elkaar. 2.4. In het verleden vormden de percelen van partijen één geheel. De ouders van [eisers sub 2] (hierna: [ouders van eisers sub 2]) waren eigenaar van de (voormalige) percelen [perceel 5] en [perceel 6]. In 2011 hebben [ouders van eisers sub 2] een gedeelte van hun beide percelen verkocht en geleverd aan [gedaagden]. De percelen zijn als gevolg hiervan gesplitst en vernummerd. De percelen in eigendom van [gedaagden] kregen de nummers [perceel 3] en [perceel 4]. De percelen in eigendom van [ouders van eisers sub 2] kregen de nummers [perceel 1] en [perceel 2]. 2.5. In de koopovereenkomst tussen [ouders van eisers sub 2] en [gedaagden] van 3 december 2010 staat onder meer, voor zover van belang: “[verkoper en koper] komen overeen: verkoper verkoopt aan koper, die van verkoper koopt: de monumentale woonboerderij met hooiberg en schuur, ondergrond, tuin en verder aanbehoren plaatselijk bekend (…) Zie voor Kadastrale splitsing Artikel 21 van de koopakte (…) artikel 21 Kadaster Het Kadaster zal worden verzocht het perceel uit te meten en af te palen conform de bijgevoegde situatieschets. De kosten van het Kadaster komen voor rekening van koper. De nieuw te vormen (ongeveer) zuid-oostelijke kadastrale begrenzing van het verkochte komt te liggen op 1 meter uit de hooiberg. De nieuw te vormen (ongeveer) zuidwestelijke begrenzing van het verkochte komt te liggen op de zijgevel van de schuur, in een rechtlijn naar boven en vervolgens met het asfalt mee. Zie ook de bijlage: situatieschets van het verkochte (niet op schaal) artikel 22 Erfafscheiding Verkoper en koper zullen gezamenlijk overleggen over de aard en wijze van de nog te realiseren erfafscheiding tussen het hierbij verkochte c.q. gekochte en het overblijvende eigendom van verkoper Kosten zullen in overleg worden verdeeld tussen koper en verkoper” 2.6. In de akte van levering van 21 februari 2011 staat onder meer, voor zover van belang: “LEVERING AAN KOPER Ter uitvoering van voormelde overeenkomst levert verkoper bij deze aan koper, die op grond van voormelde overeenkomst bij deze aanvaardt: de eigendom van een perceel grond met de zich daarop gestichte opstallen, te weten een woonboerderij met hooiberg en schuur, met verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 2] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 5] gedeeltelijk, ter grootte van ongeveer vijftien are en vijfenzeventig centiare of zoveel groter of kleiner als na kadastrale uitmeting mocht blijken; een en ander zoals met streeparcering schetsmatig is aangegeven op de aan deze akte gehechte situatietekening;” 2.7. In de akte van rectificatie van 3 mei 2011 op de akte van levering van 21 februari 2011 staat onder meer, voor zover van belang: “Rectificatie Op grond van het vorenstaande gaan partijen bij deze over tot rectificatie van de in gemelde akte gemelde omschrijving, zodat de juiste omschrijving komt te luiden: de eigendom van een perceel grond met de zich daarop gestichte opstallen, te weten een woonboerderij met hooiberg en schuur, met verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres 2] te [postcode] [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 5]gedeeltelijk en [kadastraal kenmerk 6] gedeeltelijk, vormende één onroerende zaak, ter grootte van ongeveer vijftien are en vijfenzeventig centiare of zoveel groter of kleiner als na kadastrale uitmeting mocht blijken, een en ander zoals met streeparcering schetsmatig is aangegeven op de aan deze akte gehechte situatietekening (…)” 2.8. Op 4 april 2011 heeft een landmeter van het Kadaster de kadastrale grenzen tussen de percelen van (thans) partijen ingemeten. 2.9. In mei 2012 is door dhr. [naam] en [gedaagden sub 1] gezamenlijk een hekwerk geplaatst dat de percelen van (thans) partijen feitelijk van elkaar scheidt. 2.10. In 2019 hebben [ouders van eisers sub 2] de percelen [perceel 1] en [perceel 2] verkocht aan de [provincie]. In 2022 hebben [eisers] de percelen [perceel 1] en [perceel 2] in eigendom gekregen. 2.11. In 2024 is er discussie ontstaan tussen partijen over de eigendom van het hekwerk. 2.12. Op 26 maart 2024 heeft de landmeter van het Kadaster op aanvraag van [eisers sub 1] een grensreconstructie uitgevoerd en de kadastrale grens tussen de percelen van partijen vastgesteld. Uit deze grensreconstructie blijkt dat het gehele hekwerk op de kadastrale percelen [perceel 1] en [perceel 2] (de percelen van [eisers]) staat. 2.13. Vervolgens heeft er correspondentie plaatsgevonden tussen (de advocaten van) partijen over (onder meer de eigendom van) het hekwerk. Partijen zijn het tot op heden niet eens over wie eigenaar is van het hekwerk. 3Het geschil 3.1. Het geschil over het eigendom van het hekwerk heeft geleid tot meerdere conflicten tussen partijen, op grond waarvan [eisers] in deze procedure in eerste instantie allerlei geboden en verboden hebben gevorderd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hierover een schikking getroffen, waardoor de vraag omtrent het eigendom van het hekwerk resteert. Daartoe hebben [eisers] na de mondelinge behandeling een eiswijziging ingediend en vorderen zij, na die wijziging van eis, dat de rechtbank, bij vonnis voor zo ver mogelijk uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart dat het hekwerk staande op het perceel kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 2] en op perceel [kadastraal kenmerk 1] volledig eigendom is van [eisers]. 3.2. [eisers] leggen hieraan het volgende, samengevat weergegeven, ten grondslag. Op 4 april 2011 heeft het Kadaster de (juridische) erfgrens tussen de percelen van partijen ingemeten, conform hetgeen is bepaald in de leveringsakte en in artikel 21 van de tussen [ouders van eisers sub 2] en [gedaagden] gesloten koopovereenkomst. In mei 2012 is het hekwerk geplaatst dat de percelen van partijen feitelijk van elkaar scheidt. Blijkens de in 2024 door het Kadaster uitgevoerde grensreconstructie staat het hekwerk volledig op de percelen van [eisers]. Dit brengt met zich dat het hekwerk door natrekking eigendom is van [eisers]. 3.3. [gedaagden] concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eisers], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers], met veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure. Daartoe betogen [gedaagden], samengevat weergegeven, dat de juridische erfgrens niet overeenstemt met de kadastrale erfgrens, maar met de feitelijke erfgrens (het hekwerk). Volgens [gedaagden] staat in de leveringsakte en in de koopovereenkomst weliswaar omschreven dat het kadaster het verkochte perceel zal uitmeten, maar de exacte vaststelling van de erfgrens was afhankelijk was van de nader tussen de koper ([gedaagden]) en de verkoper ([ouders van eisers sub 2]) overeen te komen locatie. Die nadere overeenstemming is pas tot stand gekomen in mei 2012, toen dhr. [naam] en [gedaagden sub 1] met het plaatsen van het hekwerk (overeenkomstig de omschrijving in de koopovereenkomst) de erfgrens hebben bepaald. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Tussen partijen is in geschil wie eigenaar is van het hekwerk dat hun percelen feitelijk van elkaar scheidt. Om dit te kunnen vaststellen, is van belang waar de juridische erfgrens tussen de percelen van partijen loopt. [eisers] stellen dat de juridische erfgrens samenvalt met de kadastrale erfgrens zoals ingemeten door het Kadaster op 4 april 2011 en (zoals vastgesteld bij de grensreconstructie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.