Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2026:7839

RECHTBANK DEN HAAG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Leiden LH (B) Zaaknummer: 12088703 \ CV EXPL 26-441 Vonnis in kort geding van 3 april 2026 in de zaak van de stichting STICHTING PORTAAL, gevestigd te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: Portaal, gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen, tegen 1 [gedaagden sub 1], 2. [gedaagden sub 2], wonende te [woonplaats], gedaagde partijen, hierna te noemen: [gedaagden], gemachtigden: mr. W.M. Terra en mr. W.G. Nieman.

1De zaak in het kort 1.1. [gedaagden] huren een woning van Portaal. In of bij de schuur van deze woning is illegaal vuurwerk aangetroffen. Portaal eist daarom in kort geding een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

1.2.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat in kort geding niet met voldoende mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de ontbinding en ontruiming in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. De kantonrechter wijst de vordering van Portaal tot ontruiming daarom af.

2De procedure 2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding van 18 februari 2026, met producties,- de e-mails met producties van mr. Terra van 18 en 19 maart 2026,- de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
-de pleitnotities van mr. Terra en mr. Nieman.
3.De feiten 3.1.

Portaal verhuurt aan [gedaagden] de eengezinswoning aan de [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde).

3.2.

Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van toepassing. In artikel 8 lid 9 van deze algemene huurvoorwaarden is het volgende opgenomen: “Het is huurder niet toegestaan in of bij het gehuurde chemicaliën, benzine of andere aardoliederivaten, vuurwerk of anderszins gevaarlijke stoffen op te slaan.”

3.3.

Portaal is bij brief van 29 december 2025 door de burgemeester van [plaats] op de hoogte gesteld van een vuurwerkvondst in het gehuurde.

3.4.

De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt over het gehuurde. Uit de informatie van de politie volgt dat er op 23 december 2025 illegaal vuurwerk, namelijk 60 nitraten (categorie F4), 1 Romeinse Kaars met 380 schoten en 1 vuurpijl is aangetroffen op het adres. Het vuurwerk is aangetroffen in een tas, toen de zoon van [gedaagden] via de tuin het gehuurde wilde verlaten.

3.5.

Portaal heeft [gedaagden] bij brief van 23 januari 2026 laten weten dat zij vanwege deze vondst de huurovereenkomst met hen niet wil voortzetten.

4Het geschil 4.1.

Portaal vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde aan de [adres] te [plaats], binnen zeven dagen na betekening van het vonnis.

4.2.

Portaal legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagden] zijn ernstig tekortgeschoten in de verplichting om zich als goed huurders te gedragen, door zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde te (laten) bewaren. Het bewaren van zwaar illegaal vuurwerk levert ontploffingsgevaar op. [gedaagden] handelen daarmee niet alleen in strijd met de wettelijke bepalingen maar ook in strijd met de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden. Portaal heeft een spoedeisend belang bij deze procedure, nu zij een krachtig signaal wil afgeven naar haar huurders en zij [gedaagden] vóór de komende jaarwisseling het gehuurde uit wil hebben om herhaling te voorkomen. Verder moet Portaal waken voor de leefbaarheid in haar wijken en moet zij zorgen voor een veilige woonomgeving voor haar huurders.

4.3. [gedaagden] voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vordering van Portaal, met veroordeling van Portaal in de kosten van deze procedure.

4.4. [gedaagden] voeren - samengevat - het volgende aan. Portaal heeft geen spoedeisend belang. Van herhalingsgevaar is geen sprake nu door [gedaagden] zelf maatregelen zijn genomen en hun (op dat moment dertienjarige) zoon wordt begeleid ter voorkoming van herhaling. Er is een plan van aanpak opgesteld met het gezin en de omgeving is alleen maar positief over de minderjarige. Daarnaast levert het plaatsen van een tas met vuurwerk in de tuin niet een tekortkoming in de nakoming op die de ontbinding van het gehuurde rechtvaardigt. Tot slot hebben [gedaagden] aangevoerd dat zij groot belang hebben bij behoud van het gehuurde, nu zij vier minderjarige zonen hebben. Ontruiming van het gehuurde zal ernstige gevolgen voor het gezin meebrengen, nu zij niet over een andere woonruimte beschikken.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5De beoordeling 5.1.

De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. Daarnaast is een voorwaarde voor toewijsbaarheid van de ontruiming in kort geding dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen op grond van het nu voorliggende feitencomplex. Toewijzing van een ontruimingsvordering in kort geding zal in de praktijk immers vaak een definitief karakter hebben.

Spoedeisend belang 5.2.

Allereerst moet de kantonrechter beoordelen of Portaal een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onverwijlde voorziening is geboden en de uitkomst van een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

5.3.

Het spoedeisend belang is volgens Portaal erin gelegen dat zij wil voorkomen dat [gedaagden] de volgende jaarwisseling nog in het gehuurde wonen. Ook draagt een spoedige ontruiming bij aan een krachtig signaal dat Portaal geen woningen verhuurt aan huurders die daar illegaal vuurwerk opslaan. Daar voegt Portaal aan toe dat zij verplicht is een veilige woonomgeving voor haar huurders te creëren, voor zover dat binnen haar mogelijkheden ligt.

5.4.

Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid niet van Portaal gevergd worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarmee heeft Portaal een spoedeisend belang bij haar vordering. [gedaagden] hebben zich niet als goed huurder gedragen 5.5.

Voor de beantwoording van de vraag of de bodemrechter de vordering tot (ontbinding en) ontruiming zal toewijzen, moet worden nagegaan of [gedaagden] zich als goed huurders hebben gedragen. Dit betekent dat zij zich moeten houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, maar ook uit de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden. Als de huurverplichtingen worden geschonden, moet vervolgens worden beoordeeld of de tekortkoming, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurders bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure te ontbinden.

5.6.

Het in het gehuurde aanwezig hebben van illegaal vuurwerk is in strijd met de huurovereenkomst en daarmee een tekortkoming. Of het vuurwerk zich daarbij in de tuin of in de schuur bevond kan daarbij in het midden blijven, nu de tuin en de schuur beide deel uitmaken van het gehuurde. De kantonrechter overweegt dat – een deel van – het door de politie aangetroffen vuurwerk volgens de bestuurlijke rapportage van 23 december 2025 van de politie tot de zwaarste categorie vuurwerk behoort, namelijk categorie F4 van het Vuurwerkbesluit. Dit vuurwerk is enkel bestemd voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis. Het aanwezig hebben van dergelijk vuurwerk in het gehuurde is niet alleen een overtreding van diverse wettelijke voorschriften, de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden, maar brengt ook een reëel gevaar met zich mee voor [gedaagden] zelf, hun zonen, maar ook de omwonenden van het gehuurde. Het gehuurde is een tussenwoning, gelegen in een woonwijk. Ontploffing van het vuurwerk had tot grote gevolgen kunnen leiden.

5.7.

Gelet op het voorgaande hebben [gedaagden] zich naar het oordeel van de kantonrechter niet als goed huurder gedragen. Dat [gedaagden] op dat moment zelf niet in het gehuurde aanwezig waren en geen wetenschap hadden van de aanwezigheid van het vuurwerk maakt dit niet anders. [gedaagden] zijn als huurders immers op grond van artikel 7:219 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ook verantwoordelijk voor de gedragingen van hun inwonende zoon in het gehuurde. Dat er zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde werd bewaard komt in beginsel dus voor rekening en risico van [gedaagden], ook al hadden zij hier geen weet van.

De belangen van Portaal tegenover die van [gedaagden] 5.8.

De vraag is of de tekortkoming van [gedaagden], gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurders bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Bij beoordeling van deze vraag zal de kantonrechter de belangen van beide partijen afwegen.

5.9.

Portaal heeft, als sociale woningbouwvereniging, de taak om de veiligheid van haar huurders en de leefbaarheid van de gebieden waarin haar woningen zijn gelegen, te bevorderen. Zoals eerder overwogen betreft het gehuurde een tussenwoning in een woonwijk. [gedaagden] hebben door zwaar illegaal vuurwerk in het gehuurde te bewaren, een risico veroorzaakt dat het gehuurde beschadigd raakt dan wel omliggende woningen. Ook hebben zij daarmee een risico veroorzaakt voor zichzelf, hun zonen en omwonenden. Portaal hoeft niet toe te staan dat een dergelijke gevaarlijke situatie wordt gecreëerd. Tegelijkertijd acht de kantonrechter het op zichzelf redelijk dat Portaal een signaal wil afgeven naar al haar huurders dat het hebben van (zwaar illegaal) vuurwerk niet wordt getolereerd en wordt gesanctioneerd.

5.10.

Daartegenover staan de belangen van [gedaagden] en hun vier minderjarige kinderen bij het behoud van het gehuurde. [gedaagden] hebben aangevoerd dat zij geen vervangende woonruimte hebben als het aankomt op ontruiming van het gehuurde en dat er ook niets beschikbaar is. Als het gehuurde wordt ontruimd wordt het gezin dakloos.

5.11.

Omdat er minderjarige kinderen in de te ontruimen woning wonen, brengt artikel 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) mee dat de belangen van deze minderjarigen in kaart moeten worden gebracht en bij de beoordeling of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, als ‘eerste overweging’ in aanmerking moeten worden genomen. Dat betekent niet dat, indien het in het belang van de minderjarigen is dat zij in het gehuurde kunnen blijven wonen, een ontruimingsvordering steeds moet worden afgewezen, maar wel dat die belangen bijzonder gewicht in de schaal leggen.

5.12.

De kantonrechter acht het aannemelijk dat ontruiming van de woning niet alleen voor [gedaagden], maar ook voor hun minderjarige kinderen negatieve gevolgen zal hebben. Een vordering tot ontruiming zal niet kunnen worden toegewezen als de ontruiming tot een acute noodtoestand voor de minderjarigen zou leiden.

5.13.

De kantonrechter is van oordeel dat sprake zal zijn van een acute noodtoestand voor de minderjarigen als de gevorderde ontruiming wordt toegewezen. [gedaagden] hebben namelijk gemotiveerd aangevoerd dat zij geen vervangende woonruimte hebben. Portaal heeft naar voren gebracht dat zij het gezin heeft aangemeld bij Meldpunt Zorg en Overlast en dat de situatie daarmee voor haar verder uit handen is gegeven. De kantonrechter kan Portaal in zoverre volgen dat het niet aan haar is om het gezin te voorzien van een vervangende woonruimte, maar dit neemt de hiervoor genoemde noodtoestand voor [gedaagden] en hun vier minderjarige kinderen niet weg. De stelling van Portaal dat zij slechts zal ontruimen als er vervangende woonruimte beschikbaar is gevonden voor de minderjarigen, legt in dit kader naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gewicht in de schaal, omdat de belangen van de kinderen ook meebrengen dat zij niet van hun ouders worden gescheiden.

5.14.

De kantonrechter betrekt bij zijn oordeel ook dat door [gedaagden] onmiddellijk actie is ondernomen nadat zij erachter zijn gekomen dat de minderjarige een tas met vuurwerk in het gehuurde heeft bewaard. Zo is er direct hulp ingeschakeld voor de minderjarige en wordt de minderjarige sinds de vondst intensief begeleid, positief gestimuleerd en ondersteund door de ouders en andere betrokkenen. Met de genomen maatregelen is het risico op herhaling naar het oordeel van de kantonrechter zo veel mogelijk teruggebracht. Aannemelijk is gemaakt dat de minderjarige inmiddels doodrongen is van de ernst van de situatie. De kantonrechter begrijpt het belang van Portaal dat zij met deze zaak een sterk signaal wil afgeven naar haar huurders, dat het bewaren van zwaar illegaal vuurwerk in een woning van Portaal niet wordt getolereerd en wordt gesanctioneerd. Portaal heeft niet aangegeven hoe gevaarzettend de situatie was bij de in het gehuurde aangetroffen hoeveelheid vuurwerk. Anders dan Portaal is de kantonrechter van oordeel dat de hoeveelheid aangetroffen vuurwerk en de mate van gevaarzetting wel een rol speelt bij de afweging of tot ontruiming moet worden overgegaan, dan wel kan worden volstaan met andere (minder vergaande) mogelijkheden, zoals een waarschuwing of gedragsaanwijzing. De door Portaal overgelegde brief van de burgemeester laat deze andere mogelijkheden ook open.

De ontruiming wordt afgewezen 5.15.

Gelet op het voorgaande kan de kantonrechter op dit moment niet uitsluiten dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Zonder nadere bewijslevering - waarvoor in kort geding geen plaats is - valt daarom niet met voldoende mate van zekerheid te verwachten dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding zal toewijzen. Hoewel het geenszins ondenkbaar is dat de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure zal worden ontbonden, kan bij de huidige stand van zaken niet - vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure - alvast de ontruiming van de woning worden toegewezen. De kantonrechter zal de vordering van Portaal tot ontruiming daarom afwijzen.

De proceskosten 5.16.

Portaal is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:

-salaris gemachtigde € 577,00
-nakosten € 108,50 Totaal € 685,50 6De beslissing De kantonrechter 6.1. wijst de vorderingen van Portaal af, 6.2. veroordeelt Portaal in de proceskosten van € 685,50, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend, 6.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.