Zaak- en rolnummer: 49959 / HA ZA 03-2467 Datum uitspraak: 28 april 2004 RECHTBANK DORDRECHT sector civiel recht Vonnis van de enkelvoudige kamer in de zaak van de commanditaire vennootschap TRANSAVIA AIRLINES C.V., gevestigd te Luchthaven Schiphol, eiseres, procureur: mr. J.A. Visser, tegen de stichting STICHTING FAMILIE [naam gedaagde], gevestigd te Sliedrecht, gedaagde, procureur: mr. B.G. van Twist. Eiseres wordt hieronder aangeduid als "Transavia", gedaagde als "de Stichting". Het procesverloop 1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken: * stukken betreffende een op 3 juli 2003 gelegd conservatoir beslag op een onroerende zaak; * dagvaarding van 7 juli 2003; * akte zijdens Transavia van 16 juli 2003, met 17 producties; * conclusie van antwoord; * vonnis van deze rechtbank van 10 september 2003; * proces-verbaal van comparitie van partijen van 21 oktober 2003, alsmede de daarin als van de processtukken deeluitmakende genoemde stukken; * proces-verbaal van comparitie van partijen van 4 november 2003, alsmede de daarin als van de processtukken deeluitmakende genoemde stukken; * proces-verbaal van comparitie van partijen van 16 december 2003; * akte na comparitie zijdens Transavia, met 9 producties; * akte na comparitie zijdens de Stichting. De vaststaande feiten 2. De navolgende feiten, zakelijk en verkort weergegeven, worden als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, danwel niet of niet voldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, als vaststaand aangemerkt. 3. [bestuurder gedaagde] (hierna: "[bestuurder]") is bij vonnis van de voorzieningenrechter in de Rechtbank Amsterdam van 7 maart 2002 uit hoofde van een overeenkomst van personenvervoer veroordeeld om aan Transavia te betalen het bedrag van 46.988,75, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te berekenen met ingang van 14 januari 2002 tot aan de dag van betaling, het bedrag van 1.542,- en proceskosten. 4. Na het vonnis van 7 maart 2002, maar vóór het uitbrengen van de dagvaarding in deze zaak (de datum van betaling blijkt niet uit de stukken) heeft [bestuurder] 13.000,- op zijn onder 3. genoemde schuld betaald. 5. Bij notariële akte van 28 juni 2002 is de Stichting door [bestuurder] opgericht. 6. Sedert de oprichting van de Stichting zijn [bestuurder] en zijn echtgenote [echtgenote bestuurder] de enige bestuurders van de Stichting. 7. De Stichting heeft op 28 juni 2002 een onroerende zaak (woonhuis) geleverd gekregen. De Stichting heeft op die dag een hypotheek op die onroerende zaak gevestigd tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de hypotheeknemer nu of te eniger tijd van de Stichting, van [bestuurder] en van diens echtgenote als schuldenaren te vorderen mocht hebben. De vorderingen 1. De vorderingen van Transavia worden als volgt gelezen. Transavia vordert dat de rechtbank de Stichting bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen om aan Transavia te betalen het bedrag van 46.988,75 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 14 februari 2002 tot aan de dag van algehele betaling, alsmede 1.542,-, alsmede 1.645,72, alsmede 62,73, alsmede 172,44, alsmede 940, 79, alsmede 136,60, alsmede 55,18, onder aftrek van 13.000,-, met veroordeling van Stichting in de kosten van het geding. 9. Transavia verwijst daartoe naar de vaststaande feiten en stelt -zakelijk weergegeven en voor zover in dezen van belang- het volgende. 1. [bestuurder] weigert aan het vonnis van 7 maart 2002 te voldoen. [bestuurder] frustreert verhaal van de vordering op hemzelf. Tenuitvoerlegging van het vonnis van 7 maart 2002 ten laste van [bestuurder] onder ABN AMRO Bank N.V. heeft 13.000,- opgeleverd; een verhaalsactie ten laste van [bestuurder] onder de Stichting heeft niets opgeleverd. [bestuurder] laat een spoor van onbetaalde vorderingen bij diverse schuldeisers achter zich. 11. De Stichting is door [bestuurder] opgericht op de dag waarop op naam van de Stichting een woonhuis werd geleverd. [bestuurder] is in dat woonhuis gaan wonen, zoals blijkt uit inschrijving in De Telefoongids van een telefoonaansluiting op naam van [bestuurder] op het adres van dat woonhuis. De terzake van de financiering van de aankoop van die woning opgemaakte hypotheekakte vermeldt [bestuurder en echtgenote bestuurder] als schuldenaren naast de Stichting. [bestuurder] verricht zijn bestuurstaak bij de Stichting om niet. De oprichting van de Stichting is een schijnhandeling. De Stichting dient met [bestuurder] vereenzelvigd te worden. Derhalve dient de Stichting als schuldenaar van Transavia te worden aangemerkt. 12. De Stichting handelt onrechtmatig jegens Transavia door met [bestuurder] mee te werken aan een constructie die uitsluitend tot doel heeft de mogelijkheden van verhaal van schulden van [bestuurder] aan Transavia en andere crediteuren te onttrekken. De wetenschap van benadeling van de bestuurder [bestuurder] dient aan de Stichting te worden toegerekend. 13. De vordering is opgebouwd uit de hoofdsom van 46.988,75, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 14 februari 2002, alsmede (buiten)gerechtelijke kosten betreffende de procedure voor de voorzieningenrechter in de Rechtbank Amsterdam, alsmede kosten betreffende (pogingen tot) tenuitvoerlegging van het vonnis van 7 maart 2002. Daarop dient het door [bestuurder] middels tenuitvoerlegging van het vonnis van 7 maart 2002 onder ABN AMRO Bank N.V. betaalde bedrag van 13.000,- in mindering te worden gebracht. Het verweer 14. De conclusie van de Stichting strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Transavia in de kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De Stichting voert -zakelijk weergegeven en voor zover in dezen van belang- het volgende aan. 15. De Stichting heeft geen schuld aan Transavia. 16. De Stichting kan niet met [bestuurder] vereenzelvigd worden. De Stichting is geen rechtsopvolger van [bestuurder]. [bestuurder] woont in Berlijn, Duitsland, niet in het de Stichting in eigendom toebehorende woonhuis. Met dat woonhuis heeft [bestuurder] niets van doen. 17. De Stichting heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens Transavia. De Stichting heeft niet met [bestuurder] meegewerkt aan een constructie die tot doel heeft de mogelijkheden van verhaal van schulden van [bestuurder] aan Transavia en andere crediteuren te onttrekken. 18. Transavia heeft geen schade geleden. Als schade komt hooguit de door Transavia misgelopen winst voor vergoeding in aanmerking. Voorts betwist de Stichting de omvang van de vordering van Transavia. De buitengerechtelijke kosten en de proceskosten waarvan Transavia vergoeding vordert betreffen haar vordering op [bestuurder], niet die op de Stichting; de Stichting betwist tevens de redelijkheid en de omvang van die kosten. 19. Voorzover de Stichting jegens Transavia aansprakelijk is uit onrechtmatige daad, geldt dat Transavia de schade wegens het niet geheel kunnen incasseren van haar vordering op [bestuurder] aan zichzelf te wijten heeft in de zin van art. 6: 101 BW door aan [bestuurder] krediet toe te staan zonder zekerheid voor betaling te bedingen. De beoordeling 20. Uitgangspunt is dat de Stichting als rechtspersoon een zelfstandige identiteit heeft, een zelfstandige drager is van rechten en verplichtingen. Derhalve is de Stichting in beginsel niet aansprakelijk voor de schuld van [bestuurder] aan Transavia. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan wegens misbruik van rechtspersoonlijkheid aanleiding bestaan om het identiteitsverschil tussen een rechtspersoon -hier: de Stichting- en een ander -hier: [bestuurder]- in rechte niet te honoreren. 21. In het onderhavige geval kan worden uitgegaan van de navolgende genoegzaam gebleken feiten en omstandigheden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.