RECHTBANK DORDRECHT Sector strafrecht parketnummer: 11/712962-07 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 september 2008 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren in 1945 wonende te [adres en woonplaats] raadsvrouw mr. P.C.E. van den Hoek, advocaat te Oud-Beijerland 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 september 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Struik, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 primair: [slachtoffer 1], [slachtoffer 2]en [slachtoffer 3] heeft aangerand; Feit 1 subsidiair: met [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ontuchtige handelingen heeft gepleegd toen zij jonger dan 16 jaar waren; Feit 2: aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] pornografische beelden heeft getoond. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aanranding van slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en aan het tonen van pornografische beelden aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangiften van de slachtoffers en de verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring van beide strafbare feiten kan komen. 4.3Het oordeel van de rechtbank Slachtoffer [voornaam] [slachtoffer 1] heeft op 28 oktober 2007 aangifte gedaan. [voornaam] [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 20 oktober 2007 op verzoek van verdachte mee naar diens woning is gegaan om wat te drinken. [voornaam] [slachtoffer 2] is met hem meegegaan naar de woning van verdachte. Na ongeveer 10 minuten begon verdachte over seks te praten. Inmiddels had verdachte de televisie aangezet en een dvd met seks opgezet. Het was een seksfilm waarop een volwassen man de seks bedreef met een volwassen vrouw. Verdachte was naast [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] op de bank gaan zitten. Verdachte is daarna tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in komen zitten. Hij keek naar het kruis van [slachtoffer 2] en vervolgens greep verdachte de pik van [slachtoffer 2] vast. Hierna greep verdachte ook de piemel van [slachtoffer 1] vast. Verdachte wreef over het been van [slachtoffer 2]. Slachtoffer [voornaam] [slachtoffer 2] heeft op 28 oktober 2007 aangifte gedaan. [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 20 oktober 2007 samen met [voornaam] [slachtoffer 1] mee is gegaan naar de woning van verdachte om wat te drinken. Verdachte heeft dit eerst aan [voornaam] [slachtoffer 1] gevraagd en [slachtoffer 2] is met [slachtoffer 1] meegegaan. Op een gegeven moment zette verdachte de televisie aan. Op de televisie zag hij een pornofilm van een man en een vrouw. Op het laatst was het een lesbische voorstelling. [slachtoffer 2] zag dat verdachte de hele tijd naar zijn kruis zat te kijken. Verdachte kwam steeds dichterbij en greep [slachtoffer 2] in zijn kruis. [slachtoffer 2] had zijn broek aan en vond het niet prettig. Verdachte bleef doorgaan. Vervolgens ging verdachte naast [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] zitten en hij deed bij [slachtoffer 1] hetzelfde. [slachtoffer 1] werd door verdachte bij zijn broek beetgepakt. Slachtoffer[ voornaam] [slachtoffer 3] heeft op 28 oktober 2007 aangifte gedaan. [voornaam] [slachtoffer 3] heeft op 23 oktober 2007 verklaard dat verdachte ongeveer 2 weken geleden naar de woning van verdachte is gegaan. Verdachte had hem gevraagd langs te komen. Verdachte liet [slachtoffer 3] binnen en zij gingen samen op de bank zitten. De televisie stond aan en verdachte zette een dvd met seks aan. De seks bestond uit alle soorten seks. [slachtoffer 3] is opgestaan en liep in de richting van de voordeur. Verdachte liep hem achterna en bij de voordeur omarmde verdachte hem en kneep [slachtoffer 3] in de billen en in zijn geslachtsdeel. Verdachte heeft verklaard dat hij in zijn woning te [woonplaats] de in de tenlastelegging beschreven ontuchtige handelingen bij de slachtoffers kan hebben verricht. Ook heeft verdachte verklaard dat hij in zijn woning te [woonplaats] samen met de slachtoffers naar pornofilms heeft gekeken. De rechtbank acht de onder feit 1 primair ten laste gelegde aanranding van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet wettig en overtuigend bewezen, omdat niet gebleken is dat zij de gepleegde ontuchtige handelingen onder dwang hebben moeten dulden. Uit het procesdossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat beide slachtoffers vrijwillig de woning hebben kunnen verlaten en dat zij op geen enkele wijze door verdachte gedwongen zijn om in zijn woning te blijven. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel vrijspreken. De rechtbank acht wel de subsidiair ten laste gelegde gepleegde ontucht met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wettig en overtuigend bewezen op grond van bovenstaande bewijsmiddelen. Daarnaast acht zij het onder feit 2 ten laste gelegde tonen van pornografische beelden aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wettig en overtuigend bewezen op grond van bovenstaande bewijsmiddelen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Feit 1 (primair) op één tijdstip in de periode van 22 september 2007 tot en met 20 oktober 2007 te [woonplaats], gemeente Binnenmaas, door andere feitelijkheden [slachtoffer 3] (geboren op 25 januari 1992) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het knijpen in de (bedekte) billen en (bedekte) penis van die [slachtoffer 3] en bestaande feitelijkheden hieruit dat verdachte - die [slachtoffer 3] onverhoeds heeft benaderd en met zijn psychische overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 3] had verworven, die [slachtoffer 3] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen (subsidiair) op 20 oktober 2007 te [woonplaats], gemeente Binnenmaas, met [slachtoffer 1] (geboren op 30 januari 1993) [slachtoffer 2]en [slachtoffer 2] (geboren op 22 november 1991) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het vastpakken van de (bedekte) penis van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en het wrijven over het been van die [slachtoffer 2]; Feit 2 op tijdstippen in de periode van 22 september 2007 tot en met 20 oktober 2007 te [woonplaats], gemeente Binnenmaas, gegevensdragers bevattende afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten pornofilms waarin vaginaal en/of anaal seksueel contact te zien was tussen een volwassen man en een volwassen vrouw en/of tussen twee volwassen vrouwen en/of tussen twee volwassen mannen, heeft vertoond aan minderjarigen, te weten [slachtoffer 1] (geboren op 30 januari 1993) en [slachtoffer 2] (geboren op 22 november 1991) en [slachtoffer 3] (geboren op 25 januari 1992) [slachtoffer 2] van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze jonger waren dan zestien jaar. Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar met daaraan gekoppeld een verplicht reclasseringstoezicht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt de rechtbank bij de bepaling van de straf rekening te houden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten, met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en dat hij actief aan het opsporingsonderzoek heeft meegewerkt. De verdediging verzoekt de gevorderde werkstraf te matigen, omdat verdachte anders zijn werk kan verliezen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte, een man van 63 jaar oud, heeft zich schuldig gemaakt aan de aanranding van [voornaam] [slachtoffer 3] (feit 1 primair) en het plegen van ontuchtige handelingen bij [voornaam] [slachtoffer 1] en [voornaam] [slachtoffer 2] (feit 1 subsidiair). Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van deze slachtoffers geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het laten zien van pornofilms aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (feit 2). De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld. Daarnaast heeft verdachte spijt betuigd aan de slachtoffers en de ouders. De rechtbank zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de straf. De psycholoog die verdachte heeft onderzocht, komt tot de conclusie dat verdachte zwakbegaafd is. Door de psycholoog wordt verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Om recidive te voorkomen dient verdachte een behandeling te volgen, gericht op zijn seksuele problematiek en om hem te proberen meer grip en inzicht te verschaffen in de samenhang tussen zijn gedachten en emoties enerzijds en zijn handelingen anderzijds. Zij adviseert de rechtbank dan ook om aan verdachte een verplicht reclasseringscontact op te leggen, waarin de behandeling in het kader van deze bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd. De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies en adviezen van deze deskundige en maakt deze tot de hare. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bereid is om een dergelijke behandeling te volgen. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter terechtzitting door hem naar voren zijn gebracht en met de inhoud van het voorlichtingsrapport van de reclassering van 5 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.