RECHTBANK DORDRECHT Sector strafrecht parketnummer: 11/500574-08 [Promis] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 juni 2009 in de strafzaak tegen [naam], geboren in 1979, wonende te [adres en woonplaats], thans gedetineerd in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, te Dordrecht. Raadsman mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 juni 2009, waarbij de officier van justitie mr. D. van der Sluis, de verdachte en zijn raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: samen met een ander heeft geprobeerd de ABN/AMRO bank in Alblasserdam te beroven. 3 De voorvragen De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. De ontvankelijkheid van de officier van justitie. De officier van justitie heeft aangevoerd dat in het door haar verstrekte tapproces-verbaal II een uitgewerkt voice-mailbericht van een fysiotherapeut voorkomt. Kort gezegd gaat het bericht over een verzoek tot het maken van een afspraak naar aanleiding van klachten die de broer van verdachte zou ondervinden. Dit is niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 126aa Sv en levert daardoor een vormverzuim op. De officier van justitie heeft gesteld dat niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie echter niet in de rede ligt, omdat: - het verzuim niet moedwillig is begaan; - de verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad en; - de inhoud van het bericht niet in het onderzoek is gebruikt. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om ten aanzien van dit verzuim te volstaan met de enkele constatering daarvan. De raadsman heeft laten weten hier mee in te stemmen. De rechtbank volstaat met de constatering van het verzuim. De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft het tenlastegelegde bewezen geacht op basis van de hierna opgesomde bewijsmiddelen: - aangifte namens de ABN/AMRO bank; - getuigenverklaringen van de vijf personen aanwezig in de bank ten tijde van de overval; - signalement van verdachte gebaseerd op de verklaring van getuige [getuige 1]; - camerabeelden die opgenomen zijn in de steeg waaraan de achterzijde van de bank is gelegen; - schoensporen van verdachte aangetroffen in de ABN/AMRO bank in Alblasserdam; - bestemming navigatie apparatuur zwarte Volkswagen Golf waarin verdachte reed toen hij werd aangehouden; - inhoud van de zwarte Volkswagen Golf waarin verdachte reed toen hij werd aangehouden, te weten een zwarte jas, GSM telefoon zonder batterij en een autosleutel van het merk Audi; - informatie over de inbeslaggenomen autosleutel van het merk Audi; - link verdachte met tweede auto die wellicht bij overval betrokken was, mogelijk van het merk Audi; - aantreffen van Audi; - inhoud van de aangetroffen en inbeslaggenomen Audi; - inbeslaggenomen Audi sleutel afkomstig uit de zwarte Volkswagen Golf. Door de officier van justitie is hieraan toegevoegd dat zij haar overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, mede op de volgende punten heeft gebaseerd: - verklaring van verdachte na te zijn aangehouden dat hij uit Amsterdam kwam; - telefoongesprek tussen verdachte en zijn echtgenote op 15 januari 2009 om 14.25 uur; - telefoons in de auto waarin verdachte werd aangehouden waaruit de batterijen verwijderd waren. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft de volgende punten aangevoerd. Onrechtmatige aanhouding. Als eerste heeft de raadsman gesteld dat er onvoldoende aanleiding was om verdachte aan te houden en dat daarom de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest. Volgens de raadsman was de aanleiding voor de aanhouding van verdachte dat: - op 4 december 2008 rond 17.00 uur (spitsuur), op de snelweg A15, twee Marokkaanse mannen reden; - het bij de verbalisanten bekend was dat er een overval geweest was, waarbij vermoedelijk Marokkaanse mannen betrokken waren; - de auto waarin deze mannen reden afkomstig was uit Amsterdam; - de verbalisanten wisten dat er Marokkaanse mannen uit Amsterdam zijn die overvallen plegen. De raadsman heeft betoogd dat het feit dat een zwarte Volkswagen Golf bij de overval betrokken zou zijn, op het moment van de aanhouding niet bekend was bij de verbalisanten. Deze kennis is gebaseerd op de volgende cirkelredenatie. Het was bij de verbalisanten bekend dat de Volkswagen Golf waar de twee Marokkaanse mannen in reden afkomstig was uit Amsterdam, omdat zij het kenteken hadden laten natrekken. Verder was het hen ambtshalve bekend dat Marokkaanse mannen uit Amsterdam zich schuldig maken aan overvallen op ABN/AMRO banken waarbij mokers gebruikt worden. Dit was de reden om de Volkswagen Golf aan te houden en daar komt uit voort dat een Volkswagen Golf mogelijk betrokken was bij de overval. De feiten en omstandigheden zoals genoemd zijn volgens de raadsman onvoldoende om tot een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van verdachte te komen en dus onvoldoende om tot een rechtmatige aanhouding over te kunnen gaan. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht om verdachte vrij te spreken. Indien de rechtbank hier niet toe zou komen, dan heeft de raadsman verzocht om de onderzoeksresultaten die naar aanleiding van deze onrechtmatige aanhouding verkregen zijn, uit te sluiten van het bewijs. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan zaken die verdachte in verband brengen met Alblasserdam of verdachte in verband brengen met de Audi. Onvoldoende bewijs om verdachte in de bank te plaatsen Verder heeft de raadsman gesteld dat het enige bewijs om verdachte met de bank in verband te kunnen brengen is: het signalement en de schoensporen. Het signalement zou volgens de raadsman eigenlijk ook weer weg moeten vallen, omdat dit een heel algemeen signalement is. Heel veel mannen voldoen aan dit signalement. Met betrekking tot de schoensporen is volgens de raadsman niet vast komen te staan dat deze van verdachte zijn. De kwalificatie van de schoensporen is 'waarschijnlijk'. Dit is de op één na laagste kwalificatie en vormt daarmee geen bewijs. Het signalement en de schoensporen leveren volgens de raadsman onvoldoende bewijs om te stellen dat verdachte ten tijde van de overval in de bank aanwezig zou zijn geweest. Hij heeft de rechtbank dan ook verzocht om verdachte vrij te spreken van de gehele tenlastelegging. Onvoldoende bewijs gebruik pistool Voorts heeft de raadsman betoogd dat er onvoldoende bewijs is dat er een pistool gebruikt zou zijn bij de overval. In de tenlastelegging staat expliciet vermeld 'een pistool'. Er staat niet subsidiair 'een op een vuurwapen gelijkend voorwerp'. Getuige [getuige 1] heeft hierover als enige verklaard. [getuige 1] kon volgens de raadsman niet beoordelen of het wapen dat zij mogelijk gezien heeft een pistool is zoals dit in de wet bedoeld is. Het kan immers niet aangenomen worden dat [getuige 1] een deskundige op het gebied van wapens is. Daarbij komt dat [getuige 1] verklaarde dat, toen zij in de donkere kluisruimte terecht kwam, zij dacht dat de man die al in de kluisruimte stond een pistool in zijn hand had. Zij kon dit niet goed zien. Aan het einde van haar verklaring beschreef [getuige 1] het pistool. Het wapen dat is aangetroffen in de Audi, te zien op een foto in het dossier, voldoet niet aan de beschrijving zoals [getuige 1] die heeft gegeven. Deze verklaringen van [getuige 1] leveren volgens de raadsman onvoldoende bewijs voor het gebruik van een pistool bij de overval. Indien de rechtbank niet tot een algehele vrijspraak komt, dan heeft de raadsman subsidiair verzocht om verdachte vrij te spreken van het gebruik van een pistool. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De overval Aangever heeft verklaard dat op 4 december 2008 tussen 17.00 en 17.05 uur een overval heeft plaatsgevonden op de ABN/AMRO bank in Alblasserdam. Twee overvallers zijn via de achteringang de bank binnengedrongen. Zij hebben hierbij de achterdeur van de bank geforceerd met een moker. Eenmaal binnen in de bank zijn de overvallers doorgelopen naar de hal van de bank waar de klanten van de bank ontvangen worden. Op dat moment waren in de bank vier medewerkers aanwezig. Verder was [getuige 1] als klant in de bank aanwezig. Vervolgens hebben de overvallers geprobeerd met een moker een beveiligd raam boven het cassette-doorgeefluik te forceren. Achter dit beveiligde raam is de kluisruimte. Door met een moker tegen het raam te slaan is er glas vernield en glas op de grond terecht gekomen. Het is de overvallers niet gelukt het hele raam te forceren. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de overvallers daarna naar het midden van de bank zijn gelopen en vervolgens in de richting van de kluisdeuren. Eén van de twee overvallers sprak [getuige 1] aan met de woorden: "Kom hier". [getuige 1] is daarop in de richting van deze overvaller gelopen. Toen zij bij hem was duwde hij haar met zijn hand in haar rug in de richting van de kluis. Deze overvaller duwde haar vervolgens de kluisruimte in. Toen zij in de kluisruimte was aangekomen zag zij dat de andere overvaller al bij de kluis stond. Door hem werd tegen [getuige 1] gezegd: "waar is het geld, waar is het geld". Hierna ging de andere overvaller naar de kluis toe en begon aan het wiel van de kluis te trekken. Vervolgens hoorde [getuige 1] één van de overvallers tegen haar zeggen: "maak open, maak open". Hierop hebben de twee overvallers de bank verlaten op dezelfde wijze als waarop zij binnengekomen waren. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangevoerd dat na de overval is gebleken dat de twee overvallers er niet in geslaagd waren om iets uit de bank weg te nemen. Nu uit de aangifte evenmin kan worden afgeleid dat er iets door de overvallers is meegenomen gaat de rechtbank ervan uit dat de overvallers niets weggenomen hebben uit de bank en het in zoverre bij een poging is gebleven. Signalement verdachte Direct na de overval is het signalement van de daders verspreid middels de politiefrequentie. Dit signalement was gebaseerd op de informatie die door de in de bank aanwezige personen verstrekt was. Getuige [getuige 1] heeft een signalement gegeven van de man die haar in haar rug duwde. Zij heeft daarbij onder andere de volgende punten genoemd: - een lichte stoppelbaard, dit stak net boven de rand van de stof uit; - een iets getinte huid; - de kleding was helemaal zwart. Camerabeelden nabij gelegen bedrijf ten tijde overval Ten tijde van de overval zijn camera opnamen gemaakt door een bedrijf dat dichtbij de ABN/AMRO bank in Alblasserdam gevestigd is. Op het beeld van 17.01 uur is te zien dat twee personen op een scooter komen aanrijden in de richting van de bank. Deze personen dragen capuchons en hun gezichten zijn bedekt. Daarna is op de beelden van 17.03 uur te zien dat één van de twee personen met versnelde pas uit de richting van de bank komt. Over zijn schouder draagt hij een soort tas. Verder draagt hij een donkerkleurige broek, een zwarte jas tot net onder de heup en witte schoenen. Hij heeft een smal postuur. Uit de opnamen blijkt voorts dat kort hierna de tweede persoon vanuit de richting van de bank komt. Hij heeft een scooter bij zich en probeert deze te starten. Het is te zien dat hij witte schoenen draagt met witte sokken. Hij draagt een donkerkleurige broek en een zwarte korte jas, net boven zijn broek. Deze jas is voorzien van een kennelijk vaste capuchon die de man over zijn hoofd draagt. Over zijn schouder draagt hij een tas / plunjebaal kennelijk met iets zwaars erin. Deze persoon is dikker van postuur dan de eerste. Bij het bekijken van deze beelden hebben verbalisanten geconstateerd dat de lengte en het postuur van de tweede persoon overeenkomt met de lengte en het postuur van de verdachte. Verbalisanten merken op dat de verdachte witte sportschoenen met witte sokken droeg toen hij werd aangehouden. De aanhouding Rond 17.05 uur op 4 december 2008 kwam bij de politie de melding binnen dat er een overval had plaatsgevonden op de ABN/AMRO bank in Alblasserdam. Gemeld werd dat: - de daders een soort hamer of bijl hadden gebruik; - er mogelijk een zwarte Volkswagen Golf bij betrokken was en; - de daders vermoedelijk van Marokkaanse afkomst waren. Toen de verbalisanten op de A15 reden zagen zij een donkere Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] vanuit de richting van Alblasserdam rijden. Toen zij deze auto inhaalden, zagen zij dat er twee Marokkaanse mannen in de auto zaten. De bestuurder van de auto viel hen op door zijn ongeschoren gezicht. Vervolgens hebben de verbalisanten het kenteken van de auto nagevraagd en hoorden zij, dat deze op naam stond van een persoon uit Amsterdam. Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat Marokkaanse groeperingen uit Amsterdam zich schuldig maken aan overvallen op bankinstellingen waarbij scooters en mokers worden gebruikt. De verbalisanten bleven de auto volgen in Rotterdam. Zij hadden het vermoeden dat de bestuurder door had dat hij gevolgd werd en hen probeerde af te schudden. Even later bleek dat één van de mannen uit de auto was gevlucht. Rond 17.43 uur werd verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] aangehouden in Rotterdam. Toen de verdachte na zijn aanhouding overgebracht werd naar het bureau van de politie zag een verbalisant dat de verdachte een opvallende stoppelbaard had. De raadsman heeft het verweer gevoerd dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig was, omdat er onvoldoende aanleiding was om verdachte aan te houden. Naar het oordeel van de rechtbank dient met betrekking tot de aanhouding van verdachte met de volgende feiten en omstandigheden rekening te worden gehouden: - verdachte voldeed aan het signalement van één van de daders van de bankoverval in Alblasserdam, te weten Marokkaanse man (samen met een andere Marokkaanse man), met een stoppelbaard, rijdend in een zwarte Volkswagen Golf, komend vanuit de richting Alblasserdam; - de auto waarin verdachte reed was afkomstig uit Amsterdam en het was verbalisanten ambtshalve bekend dat Marokkaanse groeperingen uit Amsterdam zich schuldig maken aan bankovervallen met dezelfde werkwijze (mokers gebruikt); - het vluchtgedrag dat verdachte en medeverdachte vertoonden door te proberen de verbalisanten af te schudden met de auto en het daadwerkelijk uit de auto vluchten van de mede-inzittende. Deze feiten en omstandigheden leiden er volgens de rechtbank toe dat er een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van de verdachte was, op grond waarvan de verbalisanten tot aanhouding konden overgaan. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van de raadsman. Inhoud Volkswagen Golf waarin verdachte werd aangehouden In de Volkswagen Golf waarin verdachte werd aangehouden, werd navigatieapparatuur aangetroffen. In deze navigatieapparatuur was als laatste reisdoel zichtbaar: Alblasserdam Nederland (NL). Verder werd in deze auto onder andere een zwarte leren jas met capuchon aangetroffen. Bij het bekijken van de camerabeelden opgenomen ten tijde van de overval door een nabij de bank gelegen bedrijf, is door verbalisanten geconstateerd dat deze jas qua kleur en lengte overeen komt met de jas die de persoon draagt die als eerste de bank uitkomt. Tevens werd in deze Volkswagen Golf een autosleutel van het merk Audi gevonden. Deze sleutel werd in beslaggenomen. Bij nader onderzoek is vastgesteld dat bij deze sleutel ook een afstandsbediening voor een Audi auto aanwezig was. Verklaring verdachte na te zijn aangehouden Verdachte verklaarde bij zijn aanhouding dat hij zojuist uit Amsterdam was gekomen. Dit terwijl hij samen met een ander vanuit de richting van Alblasserdam kwam rijden voor hij werd aangehouden. Daar komt nog bij dat uit het navigatieapparaat van de auto waarin hij werd aangehouden bleek dat de allerlaatste ingevoerde bestemming Alblasserdam was. Schoensporen van verdachte Op de tegelvloer in de ABN/AMRO bank in Alblasserdam zijn schoenafdrukken aangetroffen. Deze schoenafdrukken zijn vergeleken met de schoenen die verdachte droeg op het moment dat hij werd aangehouden. Naar aanleiding van dit vergelijkend sporenonderzoek is geconcludeerd dat de in de bank aangetroffen schoenafdruksporen van een linker- en een rechterschoen waarschijnlijk veroorzaakt zijn met de schoenen van verdachte. Link verdachte met een tweede auto, Audi A4 kenteken [kenteken] Uit opgenomen tapgesprekken gevoerd op 18 december 2008 tussen de echtgenote van verdachte en een onbekende vrouw wordt gesproken over een auto. In deze gesprekken is te horen dat deze auto van ene '[naam]' zou zijn en dat alleen verdachte zou weten waar die auto is. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat deze '[naam]' [medeverdachte 1] is. Verder is gebleken dat op het adres van deze [medeverdachte 1] een Audi A4 met kenteken [kenteken] geregistreerd staat op naam van zijn vriendin. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze Audi A4 ter reparatie naar de garagebox van de broer van verdachte had gebracht. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte regelmatig in de garage van zijn broer werkte. De broer van verdachte heeft verklaard dat één dag voor de aanhouding van verdachte deze Audi A4 uit zijn garagebox was verdwenen. Naar aanleiding daarvan heeft hij nog geprobeerd verdachte te bellen om te vragen waar de auto was, maar hij heeft geen contact meer met hem kunnen krijgen. Audi A4 kenteken [kenteken] aangetroffen in Alblasserdam Op 13 januari 2009 kwam bij de politie een melding binnen dat in de Bilderdijkstraat in Alblasserdam al geruime tijd een Audi A4 met kenteken [kenteken] stond geparkeerd. Getuigen verklaarden dat deze auto er al ongeveer 7 weken stond. Deze Audi A4 was opgevallen, omdat deze auto niet in de Bilderdijkstraat thuis hoorde. Naar aanleiding van de melding werd deze auto door verbalisanten afgesloten aangetroffen in de Bilderdijkstraat en in beslaggenomen. Aangetroffen voorwerpen in Audi A4 kenteken [kenteken] De inbeslaggenomen Audi A4 met kenteken [kenteken] is onderzocht. Tijdens dit onderzoek werden in de kofferbak onder andere de volgende voorwerpen aangetroffen: -
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.