RECHTBANK DORDRECHT Sector kanton Locatie Dordrecht kenmerk: 229956 CV EXPL 09-1588 vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 11 juni 2009 in de zaak van: [naam], wonende te [plaatsnaam], eiser, gemachtigde: Boeder cs gerechtsdeurwaarders te Haarlem, tegen: [naam], handelende onder de naam [X] Administratiekantoor, wonende te Zwijndrecht en zaakdoende aan de [adres], gedaagde, gemachtigde: mr. M.A.J. Beers, advocaat te Dordrecht. Partijen worden hierna aangeduid met [eiser] en [gedaagde]. Verloop van de procedure De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 25 februari 2009;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 2 april 2009 waarin een comparitie van partijen is bepaald;
- de aantekeningen van de griffier van de gehouden zitting van 12 mei 2009;
- de overgelegde producties. Omschrijving van het geschil
- De feiten 1.1 Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, staat tussen partijen het volgende vast. 1.2 [eiser] heeft aan de heer [X] (hierna: de heer X) verhuurd de art. 7:230a BW bedrijfsruimte gelegen aan de [adres]. De heer X voerde in het gehuurde een administratiekantoor, zijnde de eenmanszaak [X]. In de schriftelijke huurovereenkomst, gedateerd op 1 januari 2001, is een huurprijs overeengekomen van € 442,44 per maand, welke later is gewijzigd naar € 567,-- per maand. 1.3 Op 6 maart 2008 is [de heer X] overleden en heeft de echtgenote van [de heer X], mevrouw [X] (hierna: [mevrouw X]), het administratiekantoor in het gehuurde voortgezet. 1.4 Vanaf maart 2007 is er een achterstand in de huurbetalingen ontstaan. Vanwege deze achterstand heeft [eiser] [mevrouw X] gedagvaard en in de procedure (onder kenmerk 220924 CV EXPL 08-6359) onder meer ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gevorderd. 1.5 Per 1 september 2008 heeft [mevrouw X] de onderneming [X] aan [gedaagde] overgedragen en heeft [gedaagde] het gehuurde in gebruik. 1.6 Nadat het [eiser] in de procedure met [mevrouw X] (onder kenmerk 220924 CV EXPL 08-6359) bekend werd dat [gedaagde] het gehuurde in gebruik had, is [eiser] de onderhavige procedure jegens [gedaagde] gestart. Op verzoek van [eiser] heeft er rolvoeging van de onderhavige procedure met de procedure onder kenmerk 220924 CV EXPL 08-6359 plaatsgevonden en heeft er op 12 mei 2009 een gezamenlijke mondelinge behandeling plaatsgevonden.
- De vordering 2.1 [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te veroordelen om een gerechtelijke ontruiming van de bedrijfsruimte aan de [adres] ten laste van [mevrouw X] te gehengen en te gedogen, met machtiging van [eiser] om indien [gedaagde] niet, althans niet tijdig mocht voldoen aan deze veroordeling, deze zelve en op kosten van [gedaagde] te effectueren, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie, kosten rechtens. 2.2 [eiser] stelt in dit verband – samengevat – het volgende. [mevrouw X] heeft [eiser] niet om toestemming gevraagd om het gehuurde in gebruik te geven aan [gedaagde]. Zonder toestemming van de verhuurder mag [mevrouw X] het gehuurde ook niet aan een derde in gebruik geven en [eiser] gaat niet akkoord met het aan [gedaagde] in gebruik geven. [eiser] heeft er belang bij dat indien zijn ontruimingsvordering in de procedure tegen [mevrouw X] wordt toegewezen hij de ontruiming tegen de huidige gebruiker, [gedaagde], kan executeren.
- Het verweer 3.1 [gedaagde] voert verweer en stelt – samengevat – het volgende. [gedaagde] betwist dat er sprake is van een in gebruik geven aan een derde. Het gehuurde is namelijk nog immer in gebruik bij de onderneming [X]. Weliswaar wordt deze onderneming thans voor rekening van [gedaagde] gedreven, doch dit neemt niet weg dat de huurder de onderneming [X] is. [gedaagde] heeft de huur van de maanden januari en februari 2009 ook aan [eiser] voldaan en hiertegen is geen bezwaar gemaakt. De beoordeling
- Het standpunt van [gedaagde] dat hij door overname van de onderneming [X] huurder is geworden, faalt. Ingevolge art. 6:159 BW is voor contractovername namelijk een akte tussen overdragende partij en overnemende partij, alsmede de medewerking van [eiser] nodig. Hiervan is niet gebleken. Daarnaast kan de enkele betaling van huur door [gedaagde] in de maanden januari en februari 2009 niet tot de conclusie leiden dat [gedaagde] huurder is geworden. Op grond van art. 6:30 BW kan een schuld immers ook door een derde worden voldaan, tenzij de inhoud of strekking van de verbintenis zich daartegen verzet. Van belangen van [eiser] bij persoonlijke betaling is niet gebleken, zodat [gedaagde] als derde kon nakomen. Evenmin is gebleken dat [gedaagde] een procedure tot indeplaatsstelling ex art. 7:307 BW heeft gevolgd. Op grond van het voorgaande kan [gedaagde] dan ook niet als huurder worden beschouwd. Voorts is niet gebleken dat er sprake is van onderhuur, zodat [gedaagde] geen recht heeft om in het gehuurde te verblijven. Gelet op het voorgaande en de beslissing in de procedure onder kenmerk 220924 CV EXPL 08-6359 tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, zal de vordering tot het gehengen en gedogen van de ontruiming worden toegewezen.
- [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om een gerechtelijke ontruiming van de bedrijfsruimte aan de [adres] ten laste van [mevrouw X] te gehengen en te gedogen, met machtiging van [eiser] om indien [gedaagde] niet, althans niet tijdig mocht voldoen aan deze veroordeling, deze met behulp van de sterke arm van justitie en politie uit te voeren; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] bepaald op: aan explootkosten € 85,98 aan griffierecht € 63,00 aan salaris gemachtigde € 300,00 totale kosten € 448,98; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2009, in aanwezigheid van de griffier.