vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 82819 / HA ZA 09-2635 Vonnis van 18 augustus 2010 in de zaak van de vennootschap onder firma [eiseres], gevestigd te Etten-Leur, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M.B.A. Alkema, tegen [gedaagde], wonende te Zwijndrecht, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. R. Vuurens. Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 november 2009 en de daarin genoemde stukken, - het proces-verbaal van comparitie van 3 maart 2010 en de daarin genoemde stukken, - de akte van 3 maart 2010 inzake de rekenfout in de akte van vermeerdering van eis in conventie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Bij brief van 9 april 2008 (productie 1 bij conclusie van antwoord) heeft de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (hierna: de gemeente) [gedaagde] laten weten dat zij kavel 10 in het projectgebied “[Z]” in de wijk De Volgerlanden (hierna: de kavel) voor hem had gereserveerd. 2.2. Omstreeks september 2008 hebben twee gesprekken plaatsgevonden tussen A. [X] van [eiseres], [gedaagde] en zijn echtgenote over een (te bouwen) woning op de kavel. 2.3. Na het eerste gesprek heeft [eiseres] op 23 september 2008 een offerte verzonden, gericht aan Familie [gedaagde] (productie 1 bij dagvaarding, hierna: de offerte). [gedaagde] heeft de offerte voorzien van zijn handtekening teruggegeven of -gestuurd aan [eiseres]. De inhoud van de offerte luidt, voor zover hier van belang als volgt: “(…) Familie [gedaagde] (…) Geachte familie, Het doet ons genoegen u onze offerte aan te mogen bieden voor het bouwen van een vrijstaande woning, conform de volgende omschrijving: Uw woning zal in de houtskeletbouwmethode worden gebouwd in Volgerlanden te Hendrik Ido Ambacht.. De woning bestaat uit één bouwlaag voorzien van een zadeldak. De oppervlakte van de begane grond bedraagt 156 m2. Type JB 2010 U bent volkomen vrij om in overleg met onze architect de woning in te delen, (…) Wijzigingen in de indeling van de woning of kozijn verplaatsingen in de gevels hebben tot goedkeuring van welstand geen prijswijzigingen tot gevolg. (…) Ik verzoek u de bijgaande kopie op elke bladzijde te paraferen en voor akkoord ondertekend retour te zenden. Zodra dit exemplaar door ons ontvangen is zal onze architect contact met u opnemen voor met maken van een afspraak. Met vriendelijke groeten, [eiseres] A.P. [X] (opmerking rechtbank: naast de handtekening onder A.P. [X], heeft [gedaagde] zijn handtekening geplaatst.) (…)” Hierna volgen 10 pagina’s, alle geparafeerd door [gedaagde] en de laatste pagina ook door hem ondertekend, waarin onder meer het volgende is vermeld: “(…) VOOR HET WERK GELDENDE VOORWAARDEN (…) Bouwduur: Het opbouwen, afwerken en installeren zal plaatsvinden in ca. 85 werkbare werkdagen. (…) TECHNISCHE OMSCHRIJVING (…) AFWERKEN BEGANE GROND (…) AFWERKEN VERDIEPING (…) ZOLDER (…) INSTALLATIEWERKZAAMHEDEN (…) OVERIGE BEPALINGEN (…) PRIJSAANBIEDING (…) Behoort bij de prijsopgaaf van 23 september 2008 familie [gedaagde] De woning zoals omschreven in dit Overeenkomst, wordt u aangeboden voor: € 220.500,00 De prijs inclusief 19% B.T.W. bedraagt: € 262.395,00 In de aangeboden prijs is een stelpost opgenomen voor: Stenen, waalformaat handvorm (73 stuks per m2), per duizend € 250,00 eventuele meerwerken : (…) Drainage: (…) In de prijsaanbieding is niet opgenomen: (…) Voornoemde prijzen zijn exclusief 19 % B.T.W. tenzij anders aangegeven. Bepalingen/wijzigingen in de bouwvergunning en/of bouwbesluit kunnen van invloed zijn op de prijsopgaaf. De termijn van de gestanddoening is 60 dagen na dagtekening offerte, aanvang van de buitenwerkzaamheden 5 maanden na offerte datum kan tot verrekening leiden i.v.m. stijging van het materiaal en/of loonkosten. Nadat de bouwvergunning is verleend wordt in overleg met u de startdatum van de bouw bepaald. De betaling geschiedt in termijnen en binnen 14 dagen na factuurdatum; • 5% bij overeenkomst. • 10% bij aanvang werkzaamheden. • 20% bij aanvang opbouw woning. • 25% na plaatsen kozijnen. • 20% bij aanvang installatie. • 15% na metselwerk. • 5% bij oplevering. Voor akkoord Fam. [gedaagde] Datum:(rechtbank: handgeschreven) 24.09.2008 Opmerking rechtbank: hierna handtekening van [gedaagde] (...)” 2.4. Bij mailbericht van 24 september 2008 (productie 20 bij conclusie van antwoord) heeft architect [architect] (hierna: de architect) onder meer het volgende aan [gedaagde] en zijn echtgenote meegedeeld: “(…) Geachte heer en mevrouw [gedaagde], Hierbij ontvangt u zoals afgesproken de eerste opzetjes voor uw woning aan de Boswachter(…). Ik heb in eerste instantie de woning opgezet conform het contract. Dit wil zeggen met een kap van 50 graden en een oppervlakte van 156m2 en nok bijgebouw minimaal 1m onder nok hoofdgebouw. Het blijkt dat er dan op de verdieping geen 4 slaapkamers gemaakt kunnen worden. (…) Graag hoor ik z.s.m. morgenochtend waar uw voorkeur naar uitgaat zodat ik de tekening tijdig bij de gemeente kan krijgen. Voor vragen over de meerwerkkosten van de alternatieven kunt u contact opnement met [T.] [X]. (…)” 2.5. In antwoord op voornoemd mailbericht hebben [gedaagde] en zijn echtgenote op 25 september 2008 een mailbericht met de volgende inhoud (productie 21 bij conclusie van antwoord in reconventie) aan de architect verstuurd: “(…) Dank U voor de snelheid waarmee de opzetjes en voorbeelden bij ons ter inzage zijn. Wij hebben ze bekeken en gaan voor alternatief 2 met de hoge kap 55 graden (dit is in het voorgesprek met de heer T. [X] ook aangegeven en de brede goot vanwege ruimte winst op de verdieping). Wij hebben echter ook nog enkele wijzigingen betreffende de indeling omdat wij voor een grote kamer gaan en in deze opzet we een kamer 8 vierkante meter kleiner krijgen dan we nu hebben. Ik heb een schetsje gemaakt en bijgevoegd (…) Bij de bespreking met de heer [X] waren we namelijk uitgegaan van 70m2 of meer, maar dat is moeilijk te verwezenlijke. (…)” 2.6. In een brief van 26 september 2008 (productie 24 bij conclusie van antwoord in reconventie) schrijft de architect onder meer het volgende aan [eiseres]: “ (…) Hierbij ontvang je de voorlopig ontwerptekening (…) van woonhuis [gedaagde] (…) Ik heb de tekening opgezet zoals besproken met de klant. De aanpassingen die ik op verzoek van de klant heb gedaan en die afwijken van het contract zijn: 1. oppervlakte: 156, 16 m2 2. dakhelling: 55 graden 3. goten: 10 cm vergroot (…) 4. verdieping: apart toilet 5. verdieping: (inloop)kast 6. schuifpui, ca. 3.5 m breed (stalen balk als latei) 7. Frans balkon met zijlichten 8. dakkapel op badkamer (=dakkapel Prince) 9. plint als voegwerk of als donker metselwerk 10. alternatief: terugliggende voordeur met 2x zijlicht 11. alternatief: loopdeur bijkeuken (…) 12. eventueel dakraam+maat per stuk opgeven (…)” 2.7. In een brief van de architect aan Familie [gedaagde] van 1 oktober 2008 (productie 3 bij conclusie van antwoord) is, onder meer, het volgende vermeld: “ Hierbij ontvang u de definitief ontwerptekening voor uw woonhuis aan de [adres] te Hendrik-Ido-Ambacht. In de tekening zijn de laatste aanpassingen zoals telefonisch besproken doorgevoerd. Als het goed is ontvang u binnenkort een overzicht van [eiseres] met de afwijkende zaken t.o.v. het contract. De tekening is volgens afspraak naar de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht gestuurd ter beoordeling door welstand en toetsing aan het bestemmingsplan. Ik hoop dat de gemeente spoedig met een positief advies komt. Mocht u een reactie van de gemeente ontvangen zou ik graag ook een kopie ontvangen. (…)” 2.8. Bij brief van 10 november 2008 (productie 5 bij conclusie van antwoord) heeft de gemeente [gedaagde] en zijn echtgenote meegedeeld dat hun schetsplan voor de kavel is goedgekeurd en dat de gemeente hen in verband daarmee een grondaanbieding doet. 2.9. Een factuur van [eiseres] van 21 november 2008, gericht aan Fam. [gedaagde] (productie 2 bij dagvaarding, hierna: de factuur), vermeldt voor zover van belang: “(…) Omschrijving BTW% Regeltotaal Wij brengen U in rekening 1e Termijn. 19,0 € 11.025,00 (…)” De factuur is niet betaald. 2.10. Bij mailbericht van 11 december 2008 (productie 6 bij conclusie van antwoord) aan [gedaagde] en zijn echtgenote heeft [betrokk[betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) van de gemeente het volgende meegedeeld: “(…) Op 10 november jl. is aan u een grondaanbieding verzonden voor kavel 10 (…). In deze brief bent u verzocht om binnen twee weken een aanbetaling te doen van 31.000 euro (…). Tot op heden hebben wij geen reactie van u ontvangen. Hierover heb ik diverse malen geprobeerd telefonisch contact met u op te nemen. Helaas is het niet gelukt om u telefonisch te bereiken (…). Voorts verzoek ik u per omgaande het bedrag zoals genoemd in de aanbiedingsbrief over te maken en de overeenkomsten ondertekend te retourneren. (…)” 2.11. In een brief van 15 januari 2009 (productie 7 bij dagvaarding) heeft [eiseres] aan Familie [gedaagde], voor zover van belang, het volgende geschreven: “(…) U gaat bouwen in Hendrik Ido Ambacht, bestemmingsplan Volgerlanden. Wellicht heeft u al kennis gemaakt met uw nieuwe buren of straatbewoners en bent u op de hoogte van het feit dat zij nog op zoek zijn naar een geschikte aannemer? Aarzel dan niet om ons in te lichten . Wij zenden hen onze [eiseres] kleurenbrochure met prijslijst toe zonder enige vorm van verplichting. Indien hun gegevens bij ons nog niet geregistreerd staan, ontvangt u bij het afsluiten van een definitieve overeenkomst een commissie van maar liefst € 1.000,00 op uw eigen project welke door [eiseres] gerealiseerd wordt. (…)” 2.12. Bij brief van 14 mei 2009 (productie 3 bij dagvaarding) heeft [eiseres] aan Fam. [gedaagde] een herinnering ten aanzien van de factuur gestuurd. 2.13. Een mailbericht van 14 juni 2009 van fam. [gedaagde] aan [betrokkene 1] (productie 9 bij conclusie van antwoord) luidt als volgt: “(…) Geachte mevrouw de [betrokkene 1] Naar aanleiding van ons telefoongesprek, en uw verzoek een brief of mail te sturen voor de afhandelfase [Z] kavel 10 kan tot onze spijt dit jaar geen doorgangvinden wegens het niet verkrijgen van financeelkredit. met vriendelijke groet fam.[gedaagde] (…)” 2.14. Bij brief van 16 juni 2009 (productie 4 bij dagvaarding) heeft BMK Rechtskundig Adviesbureau B.V. een sommatie inzake de factuur verstuurd aan Dhr./Mevr. [gedaagde]. 2.15. In een mailbericht van 17 juni 2009 (productie 5 bij dagvaarding) heeft [gedaagde] aan [eiseres] het volgende meegedeeld: “(…) Geachte heer [X], Tot onze spijt delen wij u mede, dat de Boswachter kavelnummer 10 geen doorgang kan vinden wegens het niet verkrijgen van een hypothecairkrediet. Met vriendelijke groet, Dhr. [gedaagde] (…)” 2.16. In een reactie op het onder 2.13. genoemde mailbericht heeft de gemeente op 29 juni 2009 per mailbericht (productie 10 bij conclusie van antwoord) aan [gedaagde] en zijn echtgenote laten weten dat zij niet langer in aanmerking kwamen voor de koop van de kavel. 2.17. Per brief van 30 juni 2009 (productie 8 bij conclusie van antwoord) heeft ING Bank N.V. (hierna: ING) aan [gedaagde] en zijn echtgenote meegedeeld dat de woninghypotheekaanvraag van € 550.000,-- voor de kavel niet gehonoreerd kon worden omdat hun inkomsten op dat moment niet toereikend waren. 2.18. In een mailbericht van 23 september 2009 (productie 8 bij conclusie van antwoord) schrijft A. de Bot (Directeur Binnenvaart van ING in Rotterdam) aan [gedaagde]: “(…) De aanvraag voor een woninghypotheek voor het nieuwbouwplan is November 2008 afgewezen. De woninghypotheek kon niet ingevuld worden omdat er geen aantoonbaar inkomen aanwezig was. (Bedrijf was toen niet actief wegens ontbreken schip en daardoor inkomen) De aanvraag kwam April 2009 opnieuw op mijn bureau via een tussenpersoon en de hypothekendesk van ING bank. (…) De zakelijke verklaring kon ik echter wederom niet afgeven wegens nog steeds ontbreken van inkomen vanuit het bedrijf. (…)” 3. De vordering in conventie 3.1. [eiseres] vordert, na vermeerdering van eis, dat de rechtbank, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair: [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 114.263,10 als vergoeding als bedoeld in artikel 7:764 lid 2 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juni 2009 tot de dag der algehele voldoening, subsidiair: de overeenkomst van aanneming gelet op het verzuim van [gedaagde] ontbindt en [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 114.263,10 bij wege van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juni 2009 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, de beslagkosten daaronder begrepen. [eiseres] legt onder meer het volgende ten grondslag aan zijn vordering. 3.2. Tussen [eiseres] en [gedaagde] is een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen, op grond waarvan [eiseres] in opdracht van [gedaagde] voor een aanneemsom van € 220.5000,-- exclusief BTW een vrijstaande woning diende te realiseren op het perceel [adres] te Hendrik-Ido-Ambacht (hierna: het perceel). [eiseres] heeft een voorlopig en een definitief ontwerp voor deze woning laten vervaardigen. 3.3. [gedaagde] heeft de overeenkomst van aanneming opgezegd. [gedaagde] dient [eiseres] daarom op grond van artikel 7:764 lid 2 BW de voor het gehele werk geldende prijs te voldoen, verminderd met de besparingen die voor [eiseres] uit de opzegging voortvloeien. [eiseres] stelt dat de opzeggingsvergoeding het bedrag van de marge op met de woning vergelijkbare woningen bedraagt, te vermeerderen met reeds gemaakte kosten voor de architect. 3.4. Subsidiair voert [eiseres] aan dat zij bij brief van 24 juni 2009 [gedaagde] in gebreke heeft gesteld en dat [gedaagde] in reactie daarop heeft laten weten dat hij de overeenkomst van aanneming niet gestand zal doen. Derhalve verkeert [gedaagde] in verzuim, aldus [eiseres]. Om die reden dient volgens [eiseres] de overeenkomst te worden onbonden en dient [gedaagde] te worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde hoofdsom bij wege van schadevergoeding. 4. Het verweer in conventie 4.1. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. [gedaagde] voert hiertoe -kort samengevat- het volgende aan. 4.2. [eiseres] heeft de Algemene Voorwaarden voor Aannemingen in het bouwbedrijf 1992 (AVA 1992, hierna: de Algemene Voorwaarden) niet aan [gedaagde] ter hand gesteld. Derhalve dienen deze op grond van het bepaalde in artikel 6:233 sub b in verbiding met artikel 6:234 BW vernietigd te worden en buiten beschouwing te blijven. 4.3. De overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiseres] is te kwalificeren als een overeenkomst van opdracht, waarbij de opdracht bestaat uit het (doen) vervaardigen door [eiseres] van een ontwerptekening voor [gedaagde]. Bij deze uitleg van hetgeen partijen zijn overeengekomen, spelen ook de beperkende en aanvullende rol van de redelijkheid en billijkheid een rol. 4.4. Voor het geval wordt geoordeeld dat er sprake is van een overeenkomst van aanneming van werk, beroept [gedaagde] zich subsidiair en meer subsidiair op hetgeen hierna onder 4.5. en 4.6. is vermeld. 4.5. Op grond van artikel 3:33 BW (oneigenlijke dwaling) is de overeenkomst nooit rechtsgeldig tot stand gekomen, althans vernietigbaar. 4.6. De overeenkomst dient (gedeeltelijk) ontbonden te worden op grond van onvoorziene omstandigheden (de kredietcrisis) als bedoeld in artikel 6:258 BW. 4.7. De door [eiseres] gevorderde bedragen in het kader van opzegging als bedoeld in artikel 7:462 BW worden door [gedaagde] betwist. 4.8. Er is volgens [gedaagde] geen sprake van enige schade aan de zijde van [eiseres]. Voor zover er wel sprake zou zijn van schade, dan valt deze in redelijkheid niet aan [gedaagde] toe te rekenen (artikel 6:98 BW). 4.9. Het door [eiseres] als opzeggingsvergoeding of schadevergoeding gevorderde bedrag is in strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). 4.10. Mocht de door [eiseres] aangevoerde schade voor vergoeding in aanmerking komen, dan dient deze op grond van artikel 6:109 BW te worden gematigd tot een bedrag van € 5.000,--, althans tot de kosten van de tussen partijen gevoerde besprekingen en de vervaardigde ontwerptekening, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag. 4.11. [eiseres] heeft haar verplichting tot schadebeperking niet nageleefd, aldus nog steeds [gedaagde]. 5. De vordering in reconventie 5.1. [gedaagde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. primair voor recht verklaart dat de bedingen in de Algemene Voorwaarden rechtsgeldig buiten rechte door [gedaagde] zijn vernietigd; subsidiair voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat de bedingen in de Algemene Voorwaarden niet rechtsgeldig buiten rechte door [gedaagde] zouden zijn vernietigd, de bedingen in de Algemene Voorwaarden in rechte vernietigt op grond van artikel 6:233 sub b jo 6:234 BW; II. primair
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.