RECHTBANK DORDRECHT Sector strafrecht parketnummer: 11/860588-10 [Promis] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 april 2011 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [in 1975], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in de P.I. Dordrecht te Dordrecht, hierna: verdachte. Raadsvrouw mr. E.D van Elst, advocaat te Veenendaal. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 maart 2011, waarbij de officier van justitie mr. W.A. van Natijne, de verdachte en zijn raadsvrouw hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Op 11 november 2010 bij Blokker te Dordrecht een warmtekachel en/of een pollepel en/of een aansteker heeft gestolen. 3 De voorvragen De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de goederen bij Blokker heeft weggenomen en zich dus schuldig heeft gemaakt aan diefstal. De officier van justitie baseert zich hierbij op de verklaring van verdachte bij zijn inverzekeringstelling, dat hij bij Blokker een kachel heeft meegenomen, en zijn gelijkluidende verklaring ter terechtzitting. Daarnaast baseert hij zich voor het bewijs op de verklaring van de medewerkster van Blokker, [getuige 1]. Zij verklaart dat verdachte ook een pollepel en een aansteker bij Blokker heeft weggenomen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging vindt dat niet bewezen kan worden dat verdachte naast de warmtekachel ook een pollepel en een aansteker heeft weggenomen. Weliswaar zijn die goederen in zijn tas aangetroffen, maar er zijn onvoldoende bewijsmiddelen dat die goederen ook bij Blokker zijn gestolen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op grond van de inhoud van de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, gaat de rechtbank vervolgens uit van de volgende feiten en omstandigheden, die de rechtbank samengevat en zakelijk zal weergeven. Een medewerkster van Blokker te Dordrecht heeft verklaard dat zij op 11 november 2010 zag dat een man een warmtekachel uit de verpakking haalde en zag vervolgens dat hij deze in zijn tas stopte. Zij zag dat de man naar buiten liep zonder te betalen. Verdachte heeft verklaard dat hij die dag naar Blokker is gegaan en daar een warmtekachel uit de verpakking heeft gehaald en de kachel vervolgens in zijn tas heeft gedaan en zonder af te rekenen naar buiten is gelopen. Op grond van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte op 11 november 2010 bij Blokker te Dordrecht een warmetekachel heeft gestolen. De pollepel en de aansteker Weliswaar heeft Blokkermedewerkster [getuige 1] in eerste instantie de opsporingsambtenaren medegedeeld dat zij zag dat verdachte ook een pollepel had weggenomen, maar bij de rechter-commissaris heeft zij verklaard dat zij niet had gezien of de man naast de warmtekachel, ook andere goederen had meegenomen. Van belang is dat [getuige 1] haar verklaring bij de politie niet heeft ondertekend en haar verklaring bij de rechter-commissaris wel. De rechtbank hecht daarom meer waarde aan de verklaring die [getuige 1] bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Daarnaast is niet vast komen te staan dat de overige goederen die verdachte in zijn tas had, daadwerkelijk van Blokker afkomstig waren. De rechtbank is van oordeel dat daarom niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de pollepel en aansteker heeft gestolen en zal hem daarom van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 november 2010 te Dordrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een warmtekachel toebehorende aan Blokker, . De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. 5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: DIEFSTAL. 6 De strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7 De strafoplegging 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD maatregel) voor de duur van twee jaar, zonder aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarbij heeft hij gewezen op de vele veroordelingen van de verdachte, de bij hem aanwezige verslavings- en mogelijk aanwezige persoonlijkheidsproblematiek, het hoge recidiverisico, en de omstandigheid dat hij zijn problematiek niet erkent, waardoor ambulant toezicht niet tot de reële mogelijkheden behoort. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om de ISD maatregel niet aan verdachte op te leggen. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat uit het reclasseringsrapport en de toelichting daarop van de reclasseringsmedewerkster ter terechtzitting volgt dat het meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek door verdachte een hoofddoel blijkt te zijn. Hiervoor is de ISD maatregel niet bedoeld. Ook heeft de verdediging aangevoerd dat gekeken moet worden naar wat er afgelopen jaren met verdachte is gebeurd. Verdachte heeft slechts eenmaal, namelijk in 2008, reclasseringstoezicht opgelegd gekregen. Andere interventies zijn bij verdachte niet aan de orde geweest. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Dergelijke misdrijven veroorzaken voor winkeliers in het algemeen veel overlast en financiële schade. De verdachte is een actieve veelpleger. Zoals blijkt uit het op zijn naam gesteld Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2011 is hij al vele malen veroordeeld voor soortgelijke vermogensdelicten. In recente veroordelingen is aan de verdachte hiervoor een gevangenisstraf opgelegd. Hoewel is voldaan aan de formele vereisten voor het opleggen van de ISD maatregel aan de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de ISD maatregel, nu (nog) niet wenselijk of noodzakelijk is. De rechtbank heeft gelet op de volgende omstandigheden. Verdachte is in februari 2008 veroordeeld, waarbij de bijzondere voorwaarde is gesteld dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Volgens de reclassering heeft verdachte zich toen onvoldoende gehouden aan de aanwijzingen en is de hulpverlening gestopt. Verdere informatie over wat er binnen deze bijzondere voorwaarde is geprobeerd te bereiken, is niet voorhanden. Na december 2008 heeft verdachte geen contact meer gehad met de reclassering. Tevens vermeldt het uittreksel een verplicht reclasseringstoezicht, opgelegd in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.