← Nederland

ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ9488

vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 83771 / HA ZA 09-2807 Vonnis van 22 juni 2011 in de zaak van [eiseres], wonende te Dordrecht, eiseres, advocaat mr. L.P. Quist, tegen

  1. [gedaagde 1], wonende te St. Willibrord,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FITTNESCENTRUM RICO B.V., gevestigd te St. Willebrord, gedaagden, advocaat mr. V.C. Andeweg Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagden], of afzonderlijk [gedaagde 1] en Rico genoemd worden.
  3. De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring tevens houdende preliminair verweer; - de antwoordakte in het incident; - vonnis van 12 mei 2010; - herstelvonnis van 2 juni 2010; - comparitievonnis van 27 oktober 2010; - het proces-verbaal van comparitie van 24 februari 2011; - akte houdende depot; - antwoordakte zijdens [gedaagde 1]; - alle producties van partijen. 1.
  5. Deze procedure wordt om proces-economische redenen tezamen behandeld met een bij de rechtbank Dordrecht, sector kanton, onder zaak-/rolnummer 264220 CV EXPL 83771 / HA ZA 09-2807 22 juni 2011 2 10-9213 aanhangige procedure, tussen Rico als eiseres en Hairhold Lease B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, hierna verder te noemen Hairhold, als gedaagde. 1.
  6. Die kantonprocedure is een gevolg van een vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector civiel, van 17 maart 2010 onder zaak-/rolnummer 344523/09-3612, waarbij die te Rotterdam aanhangige procedure tussen Rico en Hairhold Lease B.V. wegens samenhang en verknochtheid naar de rechtbank Dordrecht is verwezen, aanvankelijk naar de sector civiel, maar na een door Hairhold Lease B.V. opgeworpen exceptie van onbevoegdheid naar de sector kanton (vonnis rechtbank Dordrecht, sector civiel van 25 augustus 2010 zaak- /rolnummer 87239/ HA ZA 10-2442), aangezien de grondslag van die vordering (operational lease) betreft. 1.
  7. Beide procedures kunnen formeel niet worden gevoegd, maar zij worden om proces-economische redenen wel gezamenlijk behandeld. De akte van depot, die op de kantonprocedure ziet, is om die reden ook in deze procedure ingebracht. Bovendien hebben alle betrokken partijen er ter comparitie van 24 febuari 2011 mee ingestemd dat hun verklaringen en alle processtukken, inclusief alle toekomstige processtukken uit beide procedures in beide procedures worden gebruikt.
  8. De feiten 2.
  9. [eiseres] exploiteerde een fitnesscentrum te St. Willebrord, dat door haar bij overeenkomst van 13 november 2008 tegen 1 januari 2009 aan Fitnesscentrum Rico B.V. i.o. is verkocht voor een bedrag van EUR 250.000,
  10. 2.
  11. [gedaagde 1], de latere aandeelhouder van Rico, vertegenwoordigde de B.V. i.o.. 2.
  12. De koopovereenkomst omvat de gehele onderneming waaronder het ledenbestand, de handelsnaam, de goodwill, een huurovereenkomst, de bedrijfsmiddelen en de inventaris. 2.
  13. Naast de in de aan de koopovereenkomst gehechte bijlage vermelde roerende zaken zijn geen andere roerende zaken aan [gedaagden] verkocht. 2.
  14. Levering heeft per 1 januari 2009 plaats gevonden; Rico is op 29 december 2008 opgericht. 2.
  15. Artikel 4 van de koopovereenkomst luidt:”Verkoper is thans geen eigenaar van de fitnessapparatuur, genoemd in artikel 1 en omschreven in de bijgevoegde staat in bijlage 1, vanwege een lopende lease-overeenkomst tussen verkoper en Fitnesslease B.V. Verkoper zal dientengevolge schriftelijk een onherroepelijke toestemming moeten krijgen van FitnessLease B.V. om de genoemde apparatuur te kunnen verkopen aan koper. Een kopie van deze schriftelijke toestemming zal worden aangehecht aan deze overeenkomst als bijlage 6.” 2.
  16. [eiseres] heeft tot nu toe niet aan haar verplichtingen jegens FitnessLease B.V. voldaan, waardoor de hiervoor genoemde bijlage 6 niet door FitnessLease is verstrekt. 2.
  17. [gedaagden] hebben voor de financiering van de koop een leaseovereenkomst (operational lease) gesloten met Hairhold voor de volledige koopsom van EUR 250.000,
  18. 2.
  19. Hairhold heeft dat bedrag aan een vennootschap P&A Sports B.V. te Wierden betaald. P&A Sports heeft op haar beurt een bedrag van EUR 120.000,00 aan Van der Linde-Kempees betaald. 2.
  20. De echtgenoot van [eiseres] is gedurende 6 jaar tot de datum van het faillissement bij P&A Sports als accountmanager België werkzaam geweest. 2.
  21. P&A Sports (Nederland) is op 14 oktober 2009 in staat van faillissement verklaard. 2.
  22. [gedaagden] zijn hun betalingsverplichtingen jegens Hairhold steeds nagekomen. 83771 / HA ZA 09-2807 22 juni 2011 3
  23. De vordering 3.
  24. [eiseres] vordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te voldoen een bedrag van EUR 130.000,00 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 1 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening met hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure, de proceskosten veroordeling eveneens uitvoerbaar bij voorraad. 3.
  25. Zij legt hieraan ten grondslag dat de koopsom van EUR 250.000,-- slechts voor EUR. 120.000,00 is betaald, terwijl [gedaagden] met Fit2Finance B.V. te Hengelo een leaseovereenkomst voor EUR 250.000,-- heeft gesloten. Het bedrag van EUR 120.000,-- is door P&A Sports B.V. aan [eiseres] betaald. [gedaagden] zal derhalve zijn verplichting uit de koopovereenkomst tot betaling van het restant dienen na te komen.
  26. Het verweer 4.
  27. Nadat met een door de echtgenoot van [eiseres] voorgestelde leasemaatschappij Fit2Finance uit Hengelo, dochtermaatschappij van P&A Sports en op 11 november 2009 eveneens gefailleerd, geen leaseovereenkomst tot stand kwam, is uiteindelijk een operational lease overeenkomst met Hairhold gesloten. 4.
  28. Ten onrechte is door Hairhold het gehele leasebedrag aan P&A Sports B.V. betaald. 4.
  29. P&A Sports B.V. is in het geheel geen partij bij die leaseovereenkomst, noch daarbij betrokken geweest. 4.
  30. [eiseres], steeds vertegenwoordigd door haar man Jeroen van der Linde, is hiervan volledig op de hoogte, omdat van die zijde nota bene bemiddeld is bij de totstandkoming van de overeenkomst met Hairhold. 4.
  31. [gedaagde 1] in privé is geen partij bij de koopovereenkomst en evenmin bestuurder van Rico, zodat [eiseres] in haar vordering jegens hem niet ontvankelijk dient te worden verklaard 4.
  32. [gedaagden] betwisten bij gebrek aan wetenschap dat [eiseres] niet volledig is voldaan en opening van zaken wordt, ondanks verzoeken daartoe, door Van der Linde-Kempees niet gegeven. 4.
  33. De geleverde goederen zijn blijkbaar nog steeds ook onderwerp van lease tussen [eiseres] en Fitnesslease, maar ook daaromtrent geeft Van der Linde- Kempees desgevraagd geen verdere informatie.
  34. De beoordeling 5.
  35. [eiseres] legt aan haar vordering de niet nakoming van de koopovereenkomst ten grondslag. 5.
  36. Ter comparitie heeft [eiseres] verklaard: “In artikel 4 van de overeenkomst (….) staat vermeld dat een aantal goederen bij Fitness Lease was geleased. In dat artikel is ook vermeld dat er schriftelijke toestemming van Fitness Lease voor het vrijgeven van die goederen aan de overeenkomst zou worden gehecht. Dat is nog steeds de bedoeling, maar dat kan pas nadat wij Fitness Lease de restant leasesom van EUR 40.000,00 ex btw hebben betaald. Wij hebben dat bedrag niet uit de ontvangen EUR 120.000,00 betaald, want we hadden nog meer schulden die voorrang genoten. Zodra de restantkoopsom zou worden betaald zou Fitness Lease door ons zijn voldaan. Behalve de 83771 / HA ZA 09-2807 22 juni 2011 4 apparatuur zoals beschreven in bijlage 2 (ten onrechte in de koopovereenkomst bijlage 1 genoemd) hebben wij geen apparatuur verkocht.” 5.
  37. Uit de aan de overeenkomst gehechte lijsten kan worden opgemaakt dat het overwegende gedeelte van de koopprijs bestaat uit apparatuur die blijkens artikel 4 van die overeenkomst van een derde, namelijk Fitnesslease B.V., geleased is. Of door Van der Linde-Kempees nog slechts EUR 40.000,00 aan Fitnesslease moet worden betaald, zoals zij heeft aangevoerd is niet nader onderbouwd, maar ook niet belangrijk. 5.
  38. Uit de tekst van artikel 4 van de overeenkomst, luidende “Verkoper is thans geen eigenaar van de fitnessapparatuur, genoemd in artikel 1 en omschreven in de bijgevoegde staat in bijlage 1(…).” in samenhang met het door [eiseres] ter comparitie verklaarde : “Behalve de apparatuur zoals beschreven in bijlage 2 (ten onrechte in de koopovereenkomst bijlage 1 genoemd) hebben wij geen apparatuur verkocht.” staat vast dat de gehele apparatuur (nog steeds) geen eigendom van [eiseres] is geworden. 5.
  39. Hieruit volgt dat Van Der Linde-Kempees zelf niet heeft voldaan aan de in art. 4 van de koopovereenkomst opgenomen verplichting om haar eigendomsrechten te garanderen door middel van een verklaring van Fitness Lease, zodat [gedaagden] en in het verlengde daarvan Hairhold de eigendom van die apparatuur niet hebben verkregen, terwijl [eiseres] al wel een bedrag van EUR 120.000,00 op de koopprijs heeft ontvangen. 5.
  40. Er is geen enkele aanleiding om [eiseres] alsnog in de gelegenheid te stellen een verklaring van Fitness Lease in het geding te brengen, omdat uit hetgeen ter comparitie door haar is verklaard voldoende blijkt dat zij daartoe (nog) niet bereid is. Dat is een keuze die voor haar risico komt. Bovendien heeft zij, indien zij na de comparitie toch nog tot een andere opvatting hieromtrent zou zijn gekomen, niet de mogelijkheid benut om die verklaring alsnog te bemachtigen en bij akte in het geding te brengen. 5.
  41. Het oordeel is dat [eiseres] onvoldoende aan haar stelplicht heeft voldaan die haar vordering had behoren te onderbouwen, zodat de vordering zal worden afgewezen. Hierbij weegt mee dat [eiseres] in de dagvaarding een achteraf gebleken foutieve leasemaatschappij (Fit2Finance B.V.) heeft genoemd en een niet ter zake doende leaseovereenkomst mede aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd. 5.
  42. Zelfs indien Van Der Linde-Kempees wel aan haar stelplicht zou hebben voldaan, zou de vordering niettemin afstuiten op de door Van Der Linde-Kempees zelf toegegeven omstandigheid, dat zij geen eigenaar van het geleverde was en derhalve beschikkingsonbevoegd was. 5.
  43. Van Der Linde-Kempees zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, waarbij de akte van depot en de antwoordakte van [gedaagde 1], die op Hairhold betrekking hebben buiten beschouwing zijn gelaten. De kosten in het vrijwaringsincident worden gecompenseerd in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt. De door [gedaagden] gevorderde beslagkosten wegens beslag onder Hairhold vallen buiten het bestek van deze procedure. 83771 / HA ZA 09-2807 22 juni 2011 5
  44. De beslissing De rechtbank 6.
  45. wijst de vordering af en veroordeelt [eiseres] in de kosten aan vast recht EUR 1.185,00 en EUR 2.842,00 aan kosten procesadvocaat, alsmede in de kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, begroot op EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente over deze (na)kosten te rekenen vanaf het tijdstip van verzuim; 6.
  46. compenseert de proceskosten in het incident in dier voege dat iedere partij de eigen kost draagt; 6.
  47. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.