← Nederland

ECLI:NL:RBDOR:2011:BU4837

vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 91832 / HA ZA 11-2154 Vonnis van 9 november 2011 in de zaak van [Eiser] wonende te Zuid-Beijerland, eiser, advocaat mr. F.J. Langelaar, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GOUDPRIJS B.V., gevestigd te Klaaswaal, gedaagde, advocaat mr. L.A. Jansen. Partijen zullen hierna [eiser] en Goudprijs genoemd worden.

  1. De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 mei 2011 en de daarin genoemde stukken; - het proces-verbaal van comparitie van 8 september 2011 en het daarin genoemde processtuk. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald.
  4. De feiten 2.
  5. Goudprijs houdt zich bezig met de in- en verkoop van goud.
  6. Het geschil 3.
  7. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat - a. Goudprijs te veroordelen aan [eiser] te betalen EUR 23.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente; b. Goudprijs te veroordelen aan [eiser] te betalen EUR 1.158,00, wegens buitengerechtelijke incassokosten; c. Goudprijs te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee dagen nadat het vonnis haar bekend is geworden; d. Goudprijs te veroordelen in de nakosten. 3.
  8. [eiser] heeft aan zijn hoofdvordering het volgende ten grondslag gelegd. Goudprijs heeft een onrechtmatige daad gepleegd, waardoor [eiser] schade heeft geleden. De onrechtmatige daad heeft bestaan uit heling, dan wel schuldheling. Goudprijs heeft namelijk van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), een jongen van negentien jaar en zoon van de partner van [eiser], twee horloges geaccepteerd met een gezamenlijke waarde van EUR 23.500,00, zonder naar een legitimatiebewijs te vragen. De horloges waren van [eiser] en zijn door [betrokkene 1] verduisterd. Goudprijs heeft [betrokkene 1] voor de horloges EUR 1.500,00 gegeven, zijnde de beweerde waarde in goud. Echter, naast de in- en verkoop van goud, verkoopt Goudprijs ook gedragen/gebruikte sieraden. Goudprijs had het aanbod moeten weigeren. Indien Goudprijs minimaal naar een legitimatie had gevraagd, was zij erachter gekomen dat [betrokkene 1] een valse naam had opgegeven. Goudprijs had op die manier kunnen constateren dat het ging om horloges die door misdrijf waren verkregen. [eiser] heeft na een dag de verduistering ontdekt. Op 30 en 31 augustus 2010 heeft [eiser] Goudprijs verzocht de horloges terug te geven. 3.
  9. Hetgeen Goudprijs aanvoert, strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Goudprijs betwist het gestelde en voert aan dat, mocht hetgeen [eiser] stelt hebben plaatsgevonden, Goudprijs geen onrechtmatige daad heeft gepleegd. Daarbij merkt Goudprijs op dat zij geen sieraden verkoopt.
  10. De beoordeling 4.
  11. Voor een succesvol beroep op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek dient er sprake te zijn geweest van een onrechtmatige gedraging van Goudprijs. Zelfs al heeft hetgeen [eiser] stelt plaatsgevonden, dan heeft Goudprijs niet onrechtmatig gehandeld. Nu Goudprijs zich bezig houdt met de in- en verkoop van goud, is het aanbod van [betrokkene 1] (een meerderjarig persoon die goud bevattende horloges aanbiedt) geen omstandigheid geweest waarin Goudprijs moest vermoeden dat de horloges afkomstig waren van misdrijf en Goudprijs een legitimatiecontrole diende uit te voeren. 4.
  12. De gestelde waarde van de horloges brengt daar ook geen verandering in, nu vast komt te staan dat Goudprijs niet in horloges handelt. [eiser] verwijst bij zijn stelling, dat Goudprijs ook sieraden verkoopt, naar twee internetpagina’s (productie 5 bij dagvaarding) waaruit zou moeten blijken dat Goudprijs dergelijke producten in een showroom aanbiedt. Gezien de omstandigheid dat uit de internetpagina’s niet volgt dat Goudprijs sieraden verhandeld, is deze stelling onvoldoende onderbouwd. 4.
  13. Gezien het vorenstaande zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen. 4.
  14. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de vorderingen tevens niet toewijsbaar zijn vanwege het ontbreken van causaal verband tussen de gestelde onrechtmatige daad en de schade van [eiser]. Uitgaande van de stellingen van [eiser], is de schade ontstaan door de verduistering door [betrokkene 1] en niet door het handelen van Goudprijs. De manier van optreden van Goudprijs heeft niets uitgemaakt. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] de horloges (weer) in zijn bezit zou hebben indien Goudprijs de horloges had geweigerd. 4.
  15. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Goudprijs worden begroot op: - griffierecht EUR 1.181,00 - salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief III à EUR 579,00) Totaal EUR 2.339,00
  16. De beslissing De rechtbank 5.
  17. wijst de vorderingen af; 5.
  18. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Goudprijs tot op heden begroot op EUR 2.339,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 5.
  19. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2011.(

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.