RECHTBANK DORDRECHT Sector kanton Locatie Dordrecht kenmerk: 285827 CV EXPL 11-7446 vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 29 maart 2012 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ING Winkels Bewaarmaatschappij B.V., woonplaats kiezende te [plaatsnaam], eiseres, gemachtigde mr. E.E.W. Danen, tegen: [naam], wonende en zaakdoende te [adres], gedaagde, gemachtigde mr. J.L. van der Wal. Partijen worden hierna aangeduid als ING respectievelijk [gedaagde]. Verdere verloop van de procedure De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:
- het tussenvonnis van 12 januari 2012, waarbij aan [gedaagde] bewijs is opgedragen;
- de fax van mr. J.L. van der Wal, ter griffie ingekomen op 20 maart 2012, waarin te kennen wordt gegeven dat [gedaagde] afziet van het doen horen van getuigen en waarin wordt verzocht eindvonnis te wijzen;
- de fax van mr. E.E.W. Danen, ter griffie ingekomen op 20 maart 2012, waarin namens ING wordt verzocht vonnis te wijzen. Verdere beoordeling van het geschil Bij tussenvonnis van 12 januari 2012 (hierna: het tussenvonnis) is aan [gedaagde] opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit blijkt dat ING heeft ingestemd met een uitzondering op het uitstallingsbeleid voor wat betreft de kooi met papegaai van [gedaagde] Onder rechtsoverweging 7 van het tussenvonnis is reeds overwogen dat de papegaai met kooi in beginsel onder het begrip uitstalling van artikel 9.6 van de huurovereenkomst en artikel 2 van het huishoudelijk reglement valt. Bij fax heeft [gedaagde] laten weten af te zien van het doen horen van getuigen. Nu [gedaagde] geen bewijs heeft geleverd van het aan hem opgedragen bewijs is de door [gedaagde] gestelde uitzondering op het uitstallingsbeleid voor wat betreft de kooi met papegaai niet komen vast te staan, zodat de vordering van ING kan worden toegewezen, behoudens het navolgende. De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op een maximum bedrag van € 10.000,--. In artikel 34 van de op de huurovereenkomst toepasselijke algemene bepalingen is een boetebepaling opgenomen voor het geval [gedaagde] zich niet houdt aan de overeengekomen voorschriften. ING heeft [gedaagde] dienaangaande behoorlijk in gebreke gesteld. [gedaagde] heeft evenwel afwijzing dan wel matiging van de boete verzocht nu sprake is van een principieel verschil van mening over de uitleg van het begrip uitstalling in de huurovereenkomst en het huishoudelijk reglement en de oplopende boete in dit geval niet meer het doel heeft van een financiële prikkel tot nakoming van de verplichting tot verwijdering van de kooi met papegaai. De kantonrechter ziet aanleiding om gelet op deze omstandigheden de boete te matigen tot nihil. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de papegaai alsmede haar kooi uit het Makado-Center te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 10.000,--; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van ING bepaald op: aan explootkosten € 76,31 aan griffierecht € 106,00 aan salaris gemachtigde € 200,00 totale kosten € 382,31; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Lecluse-de Bruijn, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.