vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 94541 / HA ZA 11-2478 Vonnis van 9 mei 2012 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOGICX MOBILITEIT B.V., gevestigd te Apeldoorn, eiseres, advocaat mr. J.L. Oudshoorn te Rijswijk, tegen 1. de vennootschap onder firma AUTOBEDRIJF [X] V.O.F., 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2]., 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 3]., 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4]., allen gevestigd te Langerak, gedaagden, advocaat mr. A. van Bunge te Dordrecht. Eiseres zal hierna Logicx genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [alle gedaagden] en afzonderlijk respectievelijk [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en [gedaagde 4] genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 2 november 2011; - het proces-verbaal van comparitie van 1 maart 2012. 2. De feiten 2.1. Logicx is een autoverhuur- en bergingsbedrijf. Op 25 maart 2011 heeft zij een auto, te weten een Toyota, type Auris, kleur blauw, met kenteken [xx-xxx-x] en identificatienummer [xxxxxxxxxxxxxxxxxxx] (hierna: de auto), verhuurd aan [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]). 2.2. Op 5 april 2011 om 19.15 uur meldde [betrokkene 1] telefonisch aan Logicx dat de auto, inclusief de autosleutel, was gestolen. 2.3. Eveneens op 5 april 2011 heeft Autobedrijf [Y] (hierna: [Autobedrijf Y]) de auto gekocht van [betrokkene 2]. [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) met als tegenprestatie een bedrag van € 13.000,00 en een dertien jaar oude Honda Civic. Diezelfde dag heeft [alle gedaagden] de auto van [Autobedrijf Y] gekocht voor een bedrag van € 15.000,00. Op 6 april 2011 is de auto door [Autobedrijf Y] aan [alle gedaagden] geleverd met één autosleutel. 2.4. Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Logicx op 15 juni 2011 ten laste van [alle gedaagden] conservatoir beslag tot afgifte doen leggen op de auto. 2.5. Logicx heeft in kort geding gevorderd dat [alle gedaagden] werd veroordeeld tot afgifte van de auto. Bij vonnis van 25 augustus 2011 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [alle gedaagden] geboden de auto aan Logicx af te geven. Op 21 september 2011 is de auto door [alle gedaagden] aan Logicx afgegeven. 3. Het geschil 3.1. Logicx vordert, uitvoerbaar bij voorraad, -na vermindering van eis- I. een verklaring voor recht dat zij eigenaar van de auto is; II. veroordeling van [alle gedaagden] tot betaling van een bedrag van € 3.637,20; III. hoofdelijke veroordeling van [alle gedaagden] in de kosten van dit geding, de kosten van het conservatoir beslag tot afgifte daaronder begrepen, alsmede in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten, indien niet binnen veertien dagen na dit vonnis aan de volledige veroordeling is voldaan. 3.2. Logicx stelt daartoe primair dat zij het bezit van de auto heeft verloren door diefstal en dat zij op grond van artikel 3:86 lid 3 BW de auto als haar eigendom kan opeisen. Subsidiair stelt zij dat [alle gedaagden] niet als verkrijger te goeder trouw kan worden aangemerkt, zodat haar geen bescherming ex artikel 3:86 lid 1 BW toekomt. Logicx is dan ook de eigenaar van de auto gebleven. Doordat [alle gedaagden] de auto tot 21 september 2011 weigerde af te geven, maakte zij, zo stelt Logicx, inbreuk op het eigendomsrecht van Logicx en handelde zij onrechtmatig. [alle gedaagden] dient de schade die Logicx daardoor heeft geleden te vergoeden. Logicx vordert een vergoeding voor gederfde huurinkomsten ad € 34,64 voor iedere dag vanaf 6 juni 2011 dat [alle gedaagden] de auto niet heeft afgegeven. Tot en met 21 september 2011 is dit in totaal een bedrag van € 3.637,20. 3.3. [alle gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Logicx en voert daartoe het volgende aan. Zij betwist dat Logicx het bezit van de auto heeft verloren door diefstal, zodat Logicx geen bescherming op grond van artikel 3:86 lid 3 BW toekomt. Voorts dient aan het beroep van Logicx op artikel 3:86 lid 3 BW voorbij te worden gegaan, gelet op de door Logicx gewekte schijn dat [betrokkene 1] beschikkingsbevoegd was, de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid en de eigen schuld van Logicx. [alle gedaagden] betwist dat zij niet te goeder trouw is geweest bij de overdracht van de auto, omdat zij aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan. Nu [alle gedaagden] de bescherming ex artikel 3:86 lid 1 BW toekomt, heeft zij geen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van Logicx, zodat de vordering tot schadevergoeding dient te worden afgewezen. 4. De beoordeling 4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat [alle gedaagden] de auto heeft verkregen van een beschikkingsonbevoegde, zodat niet is voldaan aan alle in artikel 3:84 BW genoemde vereisten voor een geldige overdracht. Desondanks kan sprake zijn van een geldige overdracht, indien de overdracht anders dan om niet heeft plaatsgevonden en de verkrijger te goeder trouw was (artikel 3:86 lid 1 BW). Voor goede trouw is niet alleen nodig dat de verkrijger ten tijde van de levering de onbevoegdheid van zijn voorman niet kende, maar ook dat hij deze niet behoorde te kennen. Met het oog op dit laatste dient hij naar de bevoegdheid van zijn voorman het onderzoek in te stellen dat in de gegeven omstandigheden van hem kan worden verlangd. Bij de verkrijging van een tweedehands auto brengt dit mee dat de verkrijger tenminste de autopapieren heeft onderzocht. De omstandigheden van het geval kunnen evenwel meebrengen dat van de verkrijger daarnaast nog nader onderzoek mag worden verlangd. Partijen twisten over de vraag of [alle gedaagden] als professioneel in- en verkoper van auto’s bij de aankoop van de auto voldoende onderzoek heeft verricht naar de beschikkingsbevoegdheid van [Autobedrijf Y]. 4.2. [betrokkene 2] heeft op 5 april 2011 de auto aangeboden aan [Autobedrijf Y] en [Autobedrijf Y] heeft vervolgens telefonisch aan [gedaagde 4] gevraagd of [alle gedaagden] geïnteresseerd was in deze auto. [Autobedrijf Y] heeft daarbij gezegd dat de auto pas één dag op naam stond van een particulier. [gedaagde 4] heeft daarop naar de politie gebeld om te controleren of de auto gestolen was. Nadat de politie aan [gedaagde 4] had medegedeeld dat de auto niet als gestolen in de politieregisters was geregistreerd, heeft [Autobedrijf Y] de auto van [betrokkene 2] gekocht. Kort daarna heeft [alle gedaagden] de auto van [Autobedrijf Y] gekocht. 4.3. De omstandigheden dat [alle gedaagden] wist dat de auto pas één dag op naam van [betrokkene 2], een particulier, stond en dat [Autobedrijf Y] slechts over één autosleutel en niet over de reservesleutel beschikte, hadden voor [alle gedaagden] reden moeten zijn voor het verrichten van nader onderzoek naar de beschikkingsbevoegdheid (van [betrokkene 2]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.