vonnis RECHTBANK DORDRECHT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 94005 / HA ZA 11-2432 Vonnis van 20 juni 2012 in de zaak van 1. [Eiser 1] wonende te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WAHRING CONSULT B.V., gevestigd te Amsterdam, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EXERT MANAGEMENT CONSULTANCY B.V., gevestigd te Amsterdam, eisers, advocaat mr. J.P.M. Borsboom, tegen 1. de naamloze vennootschap [X] ACCOUNTANTS N.V., gevestigd te Rosmalen, 2. [gedaagde 2] kantoorhoudende te Rosmalen, 3. [gedaagde 3] wonende te Hendrik-Ido-Ambacht, gedaagden, advocaat mr. N.E.N. de Louwere. Eisers zullen hierna worden aangeduid met [eiser 1], Wahring en Exert en gezamenlijk met [alle eisers] Gedaagden zullen hierna worden aangeduid met [X Accountants N.V.], [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en gezamenlijk met [alle gedaagden] 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 12 oktober 2011 en de daarin genoemde stukken, - het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2012. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.1. [eiser 1] is directeur grootaandeelhouder van Exert en hij was dat van Wahring. [eiser 1] is sinds 1993 actief als consulent/adviseur van bedrijven die in financiële moeilijkheden verkeren en in dat kader heeft hij via Wahring en later via Exert advieswerkzaamheden verricht voor Exhibit Factory B.V. (hierna te noemen: VSBITB). 2.2. VSBITB is bij vonnis van 27 december 2002 in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. P.R. Dekker tot curator (hierna: de curator). 2.3. In opdracht van de curator heeft [X Accountants N.V.] een onderzoek gedaan naar het faillissement van VSBITB. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een rapport gedateerd 13 mei 2003 (hierna: het rapport). Het rapport is opgesteld en ondertekend door de bij [X Accountants N.V.] werkzame registeraccountants [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. 2.4. De inhoud van het rapport luidt, voor zover relevant: “(...) Bij VSBITB hebben wij het volgende geconstateerd: - ongebruikelijke transacties met gelieerde partijen; - ontoereikende onderbouwing van transacties, zoals gebreken in de autorisatie, het ontbreken van onderliggende documenten en veranderingen in documenten; - (...); - factuurdata die niet logisch zijn vanuit het gebruik van de doorlopende nummering van verkoopfacturen. Hierbij is sprake van antedatering. (...) - het onrechtmatig onttrekken van vorderingsrechten wegens verrichte werkzaamheden door VSBITB; - het onrechtmatig onttrekken van opdrachten en daarmee “waarde” aan VSBITB. In de terminologie gehanteerd door onze beroepsgroep zijn voornoemde transacties bij VSBITB te kwalificeren als “fraude”. (...) Wij wijzen u erop dat deze rapportage uitsluitend mag worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is bestemd, namelijk om als bewijs te dienen in een juridische procedure ingesteld door de opdrachtgever [de curator]. (...) Door ons is toestemming gegeven om dit rapport in handen te stellen van (..) om als bewijsstuk te dienen in de op 14 mei 2003 namens Rabohypotheekbank N.V. te introduceren procedure tegen (…) en [eiser 1] 2.5. [eiser 1] heeft bij de Raad van Tucht voor Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten te ’s-Gravenhage (hierna: de Raad) een klacht ingediend. Bij uitspraak van 27 november 2006 heeft de Raad de klacht gegrond verklaard, voor zover die betrof het nalaten om hoor en wederhoor toe te passen, en heeft zij [gedaagde 2] en [gedaagde 3] de maatregel van schriftelijke berisping opgelegd. Het door [gedaagde 2] en [gedaagde 3] tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij uitspraak van 24 januari 2008 door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven verworpen. 2.6. De curator en de Rabohypotheekbank N.V. (hierna: de Rabobank) hebben ieder afzonderlijk een procedure tegen (onder meer) [eiser 1] aanhangig gemaakt bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch. 2.7. De vordering van de curator hield, kort gezegd, in een hoofdelijke veroordeling van de statutair directeuren van VSBITB en van [eiser 1] (als feitelijk beleidsbepaler) tot betaling van het tekort van VSBITB op grond van onbehoorlijk bestuur. De curator heeft zijn vordering mede gebaseerd op het rapport. 2.8. In de door de curator aanhangig gemaakte procedure heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch bij tussenvonnis van 10 september 2008 (waarin [eiser 1] behoort tot partij [betrokkene 1] c.s.), voor zover relevant, als volgt overwogen: “Het rapport [X Accountants N.V.] 3.14. Ter onderbouwing van het gevorderde in conventie verwijst [de curator] veelvuldig naar [het rapport]. (...) Het standpunt van [betrokkene 1] c.s. komt er – samengevat – op neer dat aan [het rapport] geen waarde kan worden gehecht. Zij voeren daartoe aan dat [X Accountants N.V.] niet de (door de beroepsgroep) vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen. (…) 3.16. De rechtbank overweegt dat het vorenstaande niet meebrengt dat het rapport voor de onderhavige procedure van generlei waarde is, zoals [betrokkene 1] c.s. betogen. Dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast, staat er aan in de weg dat aangehaakt kan worden bij de conclusies van [X Accountants N.V.]. Maar dat laat onverlet dat [X Accountants N.V.] bepaalde feitelijke constateringen heeft gedaan met betrekking tot de administratie of boekhouding van VSBITB, waarvoor in die administratie of boekhouding geen verklaring te vinden was. Daar waar [de curator] die feitelijke constateringen aanhaalt ter onderbouwing van zijn standpunt, staat niets eraan in de weg dat de gewenste hoor en wederhoor in de onderhavige procedure plaatsvindt. Dat is ook gebeurd, getuige het gemotiveerde verweer van [betrokkene 1] c.s. tegen de conclusies die [de curator] trekt op basis van het [rapport]. De rechtbank zal de feitelijke constateringen die [de curator] uit het [rapport] heeft overgenomen en de conclusies die hij op basis van dat rapport heeft getrokken, mede in het licht van de door [betrokkene 1] c.s. daartegen gevoerde verweren, beoordelen. (...) 10.36. Het vorenstaande betekent dat de vordering (...) ten aanzien van [de statutair directeuren] in beginsel toewijsbaar is. Gelet echter op het feit dat het faillissementstekort nog niet vast staat, zal de rechtbank hen, met toepassing van artikel 2:248 lid 5 BW, te zijner tijd hoofdelijk veroordelen tot betaling van het tekort, nader op te maken bij staat. (...) Iedere verdere beslissing ter zake het gevorderde jegens [eiser 1] zal, in afwachting van de bewijslevering, worden aangehouden”. 2.9. Bij eindvonnis van 3 november 2010 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch in genoemde procedure, voor zover relevant, als volgt overwogen: “2.14. (...) Geconcludeerd kan daarom worden dat [de curator] erin is geslaagd te bewijzen dat [eiser 1] directe bemoeienis had met het bestuur. Dat is evenwel niet genoeg om [eiser 1] als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 2:248 lid 7 BW aan te merken. Daarvan is alleen sprake als [eiser 1] door zijn beleidsbepalende handelingen het formele bestuur feitelijk terzijde stelde en dus als het ware op de plaats van dat bestuur ging zitten. Het is niet vereist dat de feitelijk bestuurder letterlijk het formele bestuur terzijde stelde. Voldoende is dat door het formele bestuur wordt gedoogd dat de feitelijke bestuurder het beleid bepaalde. De rechtbank is van oordeel dat [de curator] op dat punt het vereiste bewijs niet heeft geleverd. 2.15. Uit de vele verklaringen die in het geding zijn gebracht, alsmede de verklaringen die door de getuigen zijn afgelegd, komt het beeld naar voren van [eiser 1] als iemand die in eerste aanleg wellicht als adviseur bij VSBITB was betrokken, maar wiens bemoeienissen uiteindelijk het niveau van adviseurschap ontstegen. Echter, dat [eiser 1] daarbij heeft gehandeld met terzijdestelling van het bestuur in gemelde zin blijkt daaruit onvoldoende. [eiser 1] had kennelijk een grote invloed op de koers die VSBITB heeft gevaren, maar dat daarbij de rol van met name [betrokkene 1] was gereduceerd tot toeschouwer en/of dat deze gedoogde dat [eiser 1] feitelijk het beleid bepaalde is niet aangetoond. (...). De rechtbank overweegt dat enkele van de overgelegde verklaringen en de in (contra-)enquête afgelegde verklaringen erop duiden dat [eiser 1] de baas was, maar de rechtbank acht die noch afzonderlijk, noch in onderling verband bezien van voldoende gewicht om die conclusie met zekerheid te trekken. Er zijn evenzeer veel verklaringen – naast die van [betrokkene 1] – waaruit naar voren komt dat [betrokkene 1] wel degelijk zijn functie en taak als bestuurder feitelijk heeft uitgevoerd en dat deze uiteindelijk de baas was, zij het dat [eiser 1] een forse invloed had op het beleid. (...) 2.16. Het vorenstaande betekent dat de vordering om [eiser 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van het tekort van de boedel van VSBITB (...) zal worden afgewezen.” 2.10. In beide procedures zijn de vorderingen tegen [eiser 1] afgewezen. Er is tegen de vonnissen geen hoger beroep ingesteld. 3. Het geschil 3.1. [alle eisers] vorderen samengevat -
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.