RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/721714-12 Data zittingen : 13 maart 2013, 5 juni 2013 en 31 juli 2013 Datum uitspraak : 14 augustus 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] thans gedetineerd in PI [PI]. raadsman : mr. S.B. Kleerekoper, advocaat te Hoenderloo. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. Primair hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 28 november 2012 te Bemmel, gemeente Lingewaard, (telkens) ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] (zijn vriendin) van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer] meermalen met grote kracht -tegen haar hoofd en/of in haar gezicht en/of tegen haar rug en/of in haar buik en/of tegen haar benen en/of haar armen heeft gestompt en/of geslagen en/of getrapt en/of geschopt (met gebruikmaking van een voorwerp) en/of (van de trap) heeft geduwd, althans (met gebruikmaking van een voorwerp) extern fysiek geweld heeft gebruikt tegen/in het hoofd en/of gezicht en/of rug en/of buik en/of benen en/of armen van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt: Subsidiair hij in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 28 november 2012 te Bemmel, gemeente Lingewaard, aan een persoon genaamd [slachtoffer] (zijn vriendin), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een stukje verwijdert uit haar (boven)lip en/of een scheurverwonding uit/aan haar bovenlip en/of een breuk van het jukbeen en/of neusbeen en/of het bot van de kaakholte aan beide zijden van de neus en/of en breuk van een dwarsuitsteeksel van de zevende halswervel), heeft toegebracht, doordat hij, verdachte, deze [slachtoffer] opzettelijk meermalen -tegen haar hoofd en/of in haar gezicht en/of tegen haar rug en/of in haar buik en/of tegen haar benen en/of haar armen heeft gestompt en/of geslagen en/of getrapt en/of geschopt (met gebruikmaking van een voorwerp) en/of (van de trap) heeft geduwd althans (met gebruikmaking van een voorwerp) extern fysiek geweld heeft gebruikt tegen/in het hoofd en/of gezicht en/of rug en/of buik en/of benen en/of armen van die [slachtoffer]; althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt: Meer subsidiair hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2012 tot en met 28 november 2012 te Bemmel, gemeente Lingewaard, (telkens) ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] (zijn vriendin) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer] meermalen -tegen haar hoofd en/of in haar gezicht en/of tegen haar rug en/of in haar buik en/of tegen haar benen en/of haar armen heeft gestompt en/of geslagen en/of getrapt en/of geschopt (met gebruikmaking van een voorwerp) en/of (de trap) heeft geduwd althans (met gebruikmaking van een voorwerp) extern fysiek geweld heeft gebruikt tegen/in het hoofd en/of gezicht en/of rug en/of buik en/of benen en/of armen van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 31 juli 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.B. Kleerekoper, advocaat te Hoenderloo. De officier van justitie, mr. C.Y. Huang, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. In de periode van 1 november 2012 tot en met 28 november 2013 heeft de echtgenote van verdachte, [slachtoffer], letsel opgelopen bestaande uit: bloeduitstortingen op de achterzijde van de borstkas (meer dan 4 dagen oud); diverse bloeduitstortingen op de onderbenen (oudere datum); forse bloeduitstorting en meerdere oudere oppervlakkige snijwonden op de linker bovenarm; diverse bloeduitstortingen met zwellingen op het hoofd; een breuk bij beide jukbeenderen; een breuk van het neusbot; een breuk van het bot van de kaakholte aan beide zijden van de neus; bloeduitstortingen in het oogwit van beide ogen; een scheurverwonding in de bovenlip (van oudere datum); een breuk van een dwarsuitsteeksel van de zevende halswervel. Op 27 november 2012 heeft verdachte een oude bekende van hem, te weten [getuige 1], gebeld en hem gevraagd of hij langs wilde komen omdat hij hem dringend nodig had. Hierop is [getuige 1] naar de woning van verdachte gegaan en trof daar verdachte, [slachtoffer] en hun kind aan. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit nu niet is gebleken dat het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel potentieel dodelijk was noch de opzet van verdachte op het overlijden van verdachte wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie heeft voorts gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd -kort samengevat- dat verdachte en ook [slachtoffer] steeds hebben ontkend dat verdachte haar letsel heeft toegebracht en dit ook niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Beoordeling door de rechtbank De aard van het letsel Uit een proces-verbaal van bevindingen, en uit de medische informatie in het dossier volgt het voornoemde letsel van [slachtoffer] waarvoor een operatie noodzakelijk werd geacht. De rechtbank oordeelt dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De oorzaak van het letsel I Vervolgens is de vraag aan de orde wat de oorzaak van het letsel is. Zowel verdachte als [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer]) hebben verklaard dat het letsel van [slachtoffer] is ontstaan door een val van de trap en bijtwonden van de hond. De forensisch arts heeft over het letsel overwogen: “De letsels passen bij extern stomp geweld op het gezicht en de benen. (…) De verklaring van het slachtoffer dat de letsels zijn ontstaan door een val van de trap is wat betreft de aangezichtsletsels niet erg waarschijnlijk daar er bij een val op of tegen respectievelijk traptreden, muur en vloer van de hal naast de bloeduitstortingen en breuken ook scherpe verwondingen in het centrale deel van het aangezicht te vinden moeten zijn met name op de uitstekende en voorliggende aangezichtsdelen. Wat betreft het ontstaan van de letsels aan met name de binnenzijde van de dijbenen is een val van de trap onwaarschijnlijk dan wel onmogelijk. “ Ook de verpleegkundige van de spoedeisende hulp geeft aan dat het bij [slachtoffer] aangetroffen letsel beslist niet overeenkomt met een val van een trap . Weliswaar heeft de politie bij het onderzoek in de echtelijke woning geconstateerd dat de trap naar boven een onderste tree miste en dat de bovenste tree enigszins wankel was en bewoog wanneer er op gestapt werd. De forensisch arts heeft echter na het zien van de foto’s van de trap in de woning van verdachte en [slachtoffer] overwogen: “Bij een val van de trap (foto 33 en 34) zouden meer schaaf en scheurverwondingen te zien moeten zijn; waren letsels op het voorhoofd, neus en kin te verwachten indien een opvang van het lichaam bij de val niet lukt. Verder zijn de beschreven letsels op de benen van diverse data en wat de vorm betreft niet ontstaan uit een val op een stomp voorwerp met min of meer scherpe rechte randen zoals de traptreden. De onderliggende breuken in de aangezichtsschedel zoals de jukbeenderen, de bovenkaaksbeenderen en het neusbot corresponderen met de bovenliggende huidletsels, de bloeduitstortingen. Hierbij is de impact van het stomp geweld fors te noemen gezien de bloeduitstortingen met onderliggende breuken. “ Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank niet aannemelijk dat het zwaar lichamelijk letsel dat bij [slachtoffer] is ontstaan, het gevolg is geweest van een val van de trap en/of van hondenbeten. De veroorzaker van het letsel II Op 28 november 2012 is [slachtoffer] door de politie naar het ziekenhuis gebracht en heeft zij met psychiater [psychiater 1] gesproken. Blijkens de informatie van dit consult zou [slachtoffer] hebben gezegd dat zij mishandeld is maar dat ze er verder niets over wil zeggen. Naar aanleiding van deze informatie heeft de politie met [psychiater 1] gesproken waarbij [psychiater 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] zou hebben gezegd “Je kunt toch zien dat ik mishandeld ben” . Op de terechtzitting van 13 maart 2013 heeft [psychiater 1] als getuige nog verklaard dat zij 100 procent zeker weet dat mevrouw ([slachtoffer]) op zeker moment gezegd heeft dat zij mishandeld is. Getuige [getuige 1] heeft over het telefoongesprek met verdachte en zijn bezoek aan de woning van verdachte op 27 november 2012, onder andere verklaard: “[verdachte] zei dat hij mij nodig had. Hij zat met een kind op schoot en had enorme problemen. (…) Zoals ik verklaarde stond [slachtoffer] in de deuropening en [verdachte] wees met zijn vinger meerdere keren naar haar. (…) Het was niet meer te zien of ze nu blank of zwart was. Het rechtergedeelte van haar gezicht was donkerder als het linker gedeelte. (…) Hij probeerde mij uit te leggen wat er gebeurd was. Hij klonk heel psychotisch. Hij zei onder andere dat “ze” hier door het huis liepen en hem af wilde maken en dat er geld van hem gestolen was. (…) Ik heb tegen [verdachte] gezegd dat het niet normaal was om zo zijn vrouw te mishandelen. [verdachte] zei dat ze het zelf had uitgelokt. Ik zei tegen hem dat het niet verantwoord was dat [slachtoffer] bij hem zou blijven, mede ook gezien zijn verleden. [verdachte] zei tegen [slachtoffer]: “Zie je wel dat je geluk hebt gehad”. (…) In het gesprek zei [verdachte] dat hij haar tanden ook wilde laten repareren, Hij zei tegen mij dat hij die niet kapot geslagen had, dit kwam door het drugsgebruik. (…) Buiten heb ik nog tegen [verdachte] gezegd dat het niet normaal was wat hij gedaan had. Ook zei ik tegen hem dat hij voor lange tijd achter de dikke deur zou gaan als ze hem zouden pakken.” Nadat getuige [getuige 1] naar huis was gegaan en met zijn partner had gesproken over zijn bezoek aan verdachte heeft hij contact opgenomen met Steunpunt Huiselijk Geweld . Op de terechtzitting van 13 maart 2013 is [getuige 1] eveneens als getuige gehoord en heeft hij voornoemde verklaring gehandhaafd. De verdediging heeft als verweer aangevoerd dat het enkel de conclusie van [getuige 1] is dat verdachte zijn vrouw heeft mishandeld. De rechtbank verwerpt dit verweer. Weliswaar hebben verdachte noch [slachtoffer] letterlijk tegen [getuige 1] hebben gezegd dat [slachtoffer] door verdachte is mishandeld maar gezien dat de reacties van verdachte op de vragen en opmerkingen van [getuige 1], acht de rechtbank niet aannemelijk dat zij niet spraken over de mishandeling van [slachtoffer] door verdachte. Voorts zijn er op de telefoon van verdachte twee foto’s aangetroffen d.d. 5 november 2012 waarop [slachtoffer] te zien is met blauw opgezette ogen . Tevens wijst de rechtbank op de wisselende en/of onjuiste verklaringen van zowel verdachte als [slachtoffer] over het ontstaan van het letsel en op telefoontaps die erop wijzen dat verdachte en [slachtoffer] wilden verhullen dat verdachte het letsel had toegebracht. Tegen getuige [getuige 1] hebben verdachte en [slachtoffer] gezegd dat ze al naar de dokter waren geweest. Getuige [getuige 1] heeft hierover ter terechtzitting van 13 maart 2013 verklaard: “Ik vroeg hem wat de dokter gezegd had en toen kwam naar voren dat zij van de trap gevallen zou kunnen zijn of aangevallen was door de honden. Dat vertelde [verdachte] tegen mij”. Uit de informatie van de huisarts van [slachtoffer] blijkt dat [slachtoffer] voor haar letsel niet bij de huisarts is geweest. Verdachte heeft eerst tegenover de politie verklaard dat hij geen idee heeft hoe het letsel is ontstaan. Vervolgens heeft verdachte op 29 november 2012 verklaard dat hij [slachtoffer] afgelopen donderdag (22 november 2012) onderaan de trap heeft aangetroffen met dit letsel toen hij thuiskwam en dat zij hem vertelde dat zij van de trap was gevallen . Op 11 december 2012 heeft verdachte tegenover de politie verklaard dat [slachtoffer] meerdere malen van de trap is gevallen. Uit de tapgesprekken van de telefoon van [slachtoffer] blijkt dat verdachte en [slachtoffer] op 8 december 2012 contact met elkaar gehad hebben en dat verdachte heeft gezegd dat hij een mooi plan heeft en dat hij [slachtoffer] morgen belt. Verdachte heeft voorts gezegd “en bel je tante op en zeg ook van de trap af vallen en dat je de speed hebt gebruikt zoveel ja moet je tegen haar ook zo zeggen gewoon de waarheid tegen haar ja.” Op 10 december 2012 heeft [slachtoffer] tegenover de politie verklaard dat zij twee maal van de trap is gevallen en dat zij van de trap was gevallen omdat ze heel lang niet geslapen had en niet goed bij was vanwege de speed die ze die dag had gebruikt Ter terechtzitting van 13 maart 2013 heeft [slachtoffer] verklaard dat ze één maal van de trap was gevallen en dagen achtereen speed had gebruikt . De rechtbank neemt tevens in aanmerking de verklaring van getuige [getuige 1] dat verdachte heeft gezegd dat [slachtoffer] een verhouding had met de buurman en dat [slachtoffer] de mishandeling zelf had uitgelokt in samenhang met de verklaring van de buurman, [getuige 5] die bij de politie heeft verklaard dat verdachte kennelijk boos op hem omdat hij met [slachtoffer] een trio zou hebben gehad. Voorts heeft verdachte nog bij de politie verklaard “Ik heb haar het hand boven het hoofd gehouden. Wat zij allemaal in huis doet en [getuige 5]. En hoe ze in huis zit doet mij verdriet met die paranoïde ogen”. Uit deze verklaringen valt een reden van verdachte voor het toebrengen van het letsel af te leiden. Op grond van de vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het letsel aan [slachtoffer] heeft toegebracht. Het bewezenverklaarde Ter zake van het primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat niet is vast te stellen op welke wijze verdachte het letsel heeft toegebracht en dat het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel niet potentieel dodelijk was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachtes gedragingen het overlijden van [slachtoffer] tot gevolg zou kunnen hebben, dan wel dat hij bewust de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Op grond van het vooroverwogene acht de rechtbank evenwel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: Subsidiair hij in de periode van 1 november 2012 tot en met 28 november 2012 te Bemmel, gemeente Lingewaard, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een scheurverwonding aan haar bovenlip en een breuk van het jukbeen en neusbeen en het bot van de kaakholte aan beide zijden van de neus en een breuk van een dwarsuitsteeksel van de zevende halswervel), heeft toegebracht, doordat hij, verdachte, (met gebruikmaking van een voorwerp) extern fysiek geweld heeft gebruikt tegen het hoofd en/of gezicht en/of rug en/of buik en/of benen en/of armen van die [slachtoffer]; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit: zware mishandeling Het feit is strafbaar. 5De strafbaarheid van verdachte Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. 6. De motivering van de sanctie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.