RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/800225-12 Data zittingen : 21 januari 2013 en 05 augustus 2013 Datum uitspraak : 19 augustus 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de militaire kamer in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] raadsvrouw : mr. T.H. ten Wolde , tevens aanwezig : mr. A.H. Staring, beiden advocaat te Arnhem. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 12 december 2011 tot en met 16 januari 2012 te Mazar-e-Sharif in Afghanistan, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) vals(
- e)of vervalst(
- e)formulier(
- en)"Non Dangerous Goods"(dossierpagina 52 en/of 54 en/of 168 en/of 182), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(
- en)echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat een of meerdere van voornoemde formulieren "Non Dangerous Goods" door verdachte en/of zijn mededader(
- s)is/zijn bevestigd op een of meerdere pallet(s)/Movebox(
- en)althans een voor verzending van goederen (per vliegtuig naar Nederland) bestemd voorwerp/object en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat er ten aanzien van een of meerdere zich op/in die pallet(s)/Movebox(
- en)bevindende/aanwezige goed(eren, (namelijk 176 kilogram, althans een grote hoeveelheid koperen hulzen van diverse kalibers en/of 203, althans een aantal scherpe patronen kaliber 5.56 mm en/of 2120, althans een aantal, scherpe patronen kaliber 5.56 mm en/of kaliber 9 mm en/of een onderdeel van een lanceerinrichting bestemd voor het afschieten van een granaat), sprake was van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2, sub 1 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht; 2. hij op of omstreeks 16 januari 2012 te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen althans alleen, zonder consent, een onderdeel van een of meer wapens van categorie II, te weten een lanceerinrichting (bestemd voor het afschieten van een granaat) en/of (onderdelen van) munitie van categorie II en/of categorie III, te weten 176 kilogram (althans een grote hoeveelheid) koperen hulzen van diverse kalibers en/of (in een OPS-vest) 203 scherpe patronen kaliber 5.56 mm en/of 2120 althans een groot aantal scherpe patronen, kaliber 9 mm en/of 5.56 mm (koelbox), heeft doen binnenkomen vanuit Afghanistan; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 05 augustus 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. T.H. ten Wolde, advocaat te Arnhem. Eveneens verschenen is mr. A.H. Staring, kantoorgenoot van mr. Ten Wolde. De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3De beslissing inzake het bewijs Vrijspraak feit 1 Met de raadsvrouw van verdachte en de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit. Van betrokkenheid van verdachte bij de ondehavige verzending van goederen per vliegtuig vanaf Mazar-e-Sharif naar Nederland, anders dan het bevestigen van een formulier ‘Non Dangerous Goods’ op een kist met lege hulzen, is niet gebleken. Van medeplegen is derhalve geen sprake. De betrokken lege hulzen zijn niet aan te merken als gevaarlijke stoffen in de zin van artikel 2, sub 1 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht. Er was derhalve geen sprake van het vervoer van “Dangerous Goods’ in de zin van voornoemde besluit. Derhalve kan niet worden bewezen dat verdachte het formulier “Non Dangerous Goods” valselijk heeft gebruikt, zodat de militaire kamer verdachte vrij zal spreken van dit feit. Vrijspraak feit 2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van oordeel dat het feit, ten aanzien van de koperen hulzen, wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie is de mening toegedaan dat deze hulzen herbruikbaar zijn. De hulzen vallen daarom onder categorie III van de Wet wapens en munitie. De hulzen zijn door verdachte en zijn medeverdachte verstuurd in strijd met de wetgeving en er was derhalve consent voor nodig. Voor de overige goederen heeft de officier van justitie gerequireerd tot vrijspraak. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair verzocht om verdachte vrij te spreken van het onder 2 tenlastegelegde. Verdachte kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor het ontbreken van consent omdat hij onbekend was met deze procedure. Dit viel ook niet onder zijn verantwoordelijkheid. Subsidiair meent de verdediging dat verdachte ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging. De raadsvrouw van verdachte heeft hiertoe aangevoerd dat de lege hulzen niet onder categorie II van de Wet wapens en munitie vallen. Voorts meent de verdediging dat wanneer de hulzen onder categorie III van de Wet wapens en munitie vallen, verdachte in zijn hoedanigheid van militair in werkelijke dienst op grond van artikel 3a, eerste en vierde lid van de Wet wapens en munitie juncto artikel 2, sub a onder ten eerste van de Regeling wapens en munitie krijgsmacht 1997, gerechtigd was om een wapen of munitie van de categorie III te doen binnenkomen zonder dat op hem artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie van toepassing was. Beoordeling door de militaire kamer Met de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte enige bemoeienis heeft gehad met de in feit 2 genoemde items, met uitzondering van de koperen hulzen. Dit betekent dat verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij die andere items. Ten aanzien van het zonder consent invoeren van (lege) koperen hulzen door verdachte merkt de militaire kamer het volgende op. Uit de Memorie van Toelichting van artikel 3 van de Wet wapens en munitie blijkt dat lege hulzen van afgeschoten patronen niet zonder meer geschikt zijn om opnieuw munitie van te maken en in het algemeen niet onder de bepaling van dit artikel vallen. De militaire kamer constateert dat ook in dit geval onvoldoende vast is komen te staan dat de lege hulzen hergebruikt konden worden en is derhalve van oordeel dat deze niet als munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie kunnen worden aangemerkt. Het enkele feit dat een deskundige de hulzen wel als munitie classificeert, maakt dit naar het oordeel van de militaire kamer niet anders, nu door hem niet is onderbouwd dat en hoe deze lege hulzen kunnen worden hergebruikt als munitie(onderdelen). De militaire kamer merkt in dit verband op dat uit het dossier blijkt dat de lege hulzen bestemd waren voor verschroting.. Ten overvloede merkt de militaire kamer op dat het geen feit van algemene bekendheid is dat deze hulzen hergebruikt kunnen worden. Nu voor het overige niet is gebleken dat voor het invoeren in Nederland van lege hulzen een consent in de zin van de Wet Wapens en Munitie is vereist zal de militaire kamer verdachte ook hier van vrijspreken. 5De beslissing De militaire kamer, rechtdoende: Spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Aldus gewezen door: mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. J.M. Hamaker (rechter) en kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen (militair lid), in tegenwoordigheid van mr. H.L. Miedema en mr. F. van Dijk, griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 augustus 2013. Memorie van Toelichting, 14 413, p. 26.