RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]06/950066-12 Uitspraak d.d.: 27 juni 2013 Tegenspraak VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1967], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in P.I. [PI]. Raadsvrouw: mr. S.H.J. Buitenkamp, advocaat te Epe. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 juli 2012, 2 oktober 2012, 18 december 2012, 5 maart 2013, 29 mei 2013, 30 mei 2013 en 13 juni 2013. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 7 september 2009 tot en met 9 oktober 2011 te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede en/of te Rotterdam in elk geval (telkens) in Nederland een ander, te weten, [slachtoffer 1] (lid 1, onder 1°) door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (lid 1, onder 4°) (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(
- en)heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, immers heeft verdachte (één of meermalen) -terwijl die [slachtoffer 1] seksueel is misbruikt en/of -terwijl die [slachtoffer 1] anorexia heeft en/of -terwijl die [slachtoffer 1] in een orthopedisch behandelcentrum verbleef en/of -terwijl die [slachtoffer 1] zwanger is -die [slachtoffer 1] mishandeld en/of -die [slachtoffer 1] bedreigd en/of -die [slachtoffer 1] gedwongen seks met hem, verdachte, te hebben en/of gedwongen hem, verdachte, te pijpen en/of -die [slachtoffer 1] (gedwongen) een borstvergroting laten ondergaan en/of -die [slachtoffer 1] gezegd dat zij een tatoeage met de naam van hem, verdachte, moest nemen en/of -die [slachtoffer 1] verdovende middelen en/of (afslank)pillen gegeven, onder meer amfetamine en/of speed en/of xtc-pillen en/of -naaktfoto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of gedreigd deze openbaar te maken en/of -tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij haar zou helpen met afvallen en/of die [slachtoffer 1] aangespoord verder af te vallen en/of -tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat haar ouders niet goed voor haar waren en/of dat iedereen haar had laten vallen en/of -de telefoon en/of de laptop van die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of die [slachtoffer 1] beperkt in de omgang met vrienden en/of familie en/of -die [slachtoffer 1] cadeaus gegeven, onder meer een tongpiercing en/of beltegoed en/of kleding en/of verzorgingsspullen en/of -tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in de prostitutie moest gaan werken om geld voor hem, verdachte, te verdienen en/of gezegd dat ze pas weer naar binnen mocht als ze 200 euro had verdiend en/of meermalen gevraagd of ze zich al had aangemeld en/of gezegd dat hij, verdachte, nog behoorlijk veel geld van haar kreeg en daar geen maanden op wilde wachten en/of -die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte, opgenomen en/of gehuisvest en/of -die [slachtoffer 1] vervoerd naar en/of naar een seksclub, door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden; art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht 2. hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 7 juni 2009 tot en met 9 oktober 2011 te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede in elk geval (telkens) in Nederland (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(
- en)die (telkens) bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] hebbende verdachte (telkens) - zijn penis in de anus en/of de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)hierin dat verdachte (telkens) meerdere malen, althans eenmaal, terwijl die [slachtoffer 1] zwanger is en/of terwijl de ramen en rolgordijnen van de woning zijn gesloten -die [slachtoffer 1] met kracht de woning heeft in gesleurd en/of in getrokken en/of -een taser en/of een zakmes en/of vlindermes en/of sigaretten en/of een aansteker, althans (telkens) daarop gelijkende voorwerpen, op een voor die [slachtoffer 1] dreigende wijze heeft getoond en/of -een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft uitgeklapt en/of daarbij aan die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd "we zullen maar eens beginnen met het kind eruit te snijden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of -(vervolgens) een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, over de armen en/of buik, althans elders over het lichaam, van die [slachtoffer 1] heeft bewogen en/of met een mes in haar armen en/of buik, althans elders in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geprikt en/of gekrast en/of -de armen van die [slachtoffer 1] boven haar hoofd heeft vastgebonden met een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of -een taser, althans een daarop gelijkend voorwerp, tegen/over haar armen en/of haar tepels en/of elders op haar lichaam heeft gezet en/of heeft bewogen en/of een taser, althans een daarop gelijkend voorwerp, (na)bij het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft aangezet en/of -een taser, althans een daarop gelijkend voorwerp, op de buik van die [slachtoffer 1] heeft gezet en daarbij aan die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd "zou het kind de schok overleven" en/of "ik kan het kind ook doodmaken met mijn gewicht en dat zal ik doen ook", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of -aan die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd "je krijgt de keuze, baby eruit snijden of anaal verkrachten" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of -die [slachtoffer 1] bij de keel heeft vastgepakt en/of dichtgeknepen en/of met kracht haar lichaam heeft vastgehouden en/of met kracht naar beneden heeft geduwd en/of het gewicht van hem verdachte, op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gelegd en /of -die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of aan haar haren heeft getrokken en/of -misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht, en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht 3. hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 12 mei 2009 te Apeldoorn en/of in elk geval (telkens) in Nederland (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(
- en)die (telkens) bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] hebbende verdachte (telkens) - zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)hierin dat verdachte (telkens) meerdere malen, althans eenmaal, terwijl een of meer deuren van de woning is/zijn afgesloten en/of hij, verdachte, de telefoon van die [slachtoffer 2] heeft afgepakt, -die [slachtoffer 2] heeft bedreigd met een vuuraansteker, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of gedreigd haar te slaan met een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, op haar keel heeft gezet en/of -aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of -die [slachtoffer 2] met kracht bij haar armen en/of elders bij haar lichaam heeft vastgepakt en/of die [slachtoffer 2] met kracht heeft vastgehouden en/of in haar polsen heeft geknepen en/of -misbruik heeft gemaakt van (een) uit feitelijke verhouding(
- en)voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer 2], immers is/heeft hij, verdachte -die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, in huis laten wonen en/of -met die [slachtoffer 2] een liefdesrelatie aangegaan en/of -aan die [slachtoffer 2] verdovende middelen verstrekt en/of laten gebruiken en/of -die [slachtoffer 2] bewogen af te vallen en/of -naaktfoto's van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of gedreigd deze openbaar te maken en/of -die [slachtoffer 2] gedwongen een tatoeage met de naam van hem, verdachte, te nemen en/of -die [slachtoffer 2] geïsoleerd van familie en/of vrienden en/of voortdurend gecontroleerd, en/of -aldus voor die [slachtoffer 2] een situatie heeft doen ontstaan waar die [slachtoffer 2] geen weerstand aan kon bieden en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] telkens een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht 4. hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 25 november 2009 te Apeldoorn en/of te Veendam, in elk geval (telkens) in Nederland [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] bedreigd door -een vuuraansteker, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen deze te gebruiken en/of -een riem, althans een daarop gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen die [slachtoffer 2] hiermee te slaan en/of -een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, op de keel van die [slachtoffer 2] te zetten en/of -aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", en/of -meerdere briefjes op te hangen op de deur(
- en)van de woning van die [slachtoffer 2] en/of in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2], (telkens) bevattende de tekst "You know what to do to end this, just do it or i'll be back" en/of "Soon, very soon, it has begun" en/of "The future is not yet, you decide your faith, last chance" en/of bevattende die briefjes een (bewerkte) foto van die [slachtoffer 2] en/of -in een, nabij de woning van die [slachtoffer 2] gelegen, park de tekst aan te brengen "no [slachtoffer 2] lies, no [slachtoffer 2] time, last chance to, confess face to face", en/of -die [slachtoffer 2] een foto te mailen waaruit blijkt dat hij, verdachte, in Veendam aanwezig is en/of -die [slachtoffer 2] een filmpje te tonen waarop hij, verdachte, een foto met het portret van die [slachtoffer 2] in brand steekt en/of, -die [slachtoffer 2] een of meer emails te sturen waarin hij, verdachte, aankondigt dat hij, verdachte, naar Veendam zou komen en/of dat het haar geld zou gaan kosten, te weten - onder meer - een email van 27 mei 2009 inhoudende de tekst: "Je moest mij vandaag nog het één en ander opbiechten hier. Je bent niet komen opdagen. Nu moet ik dus naar jou komen. Heel domme zet van je. Heel dom. " en/of een email van 1 juni 2009 inhoudende de tekst: "Aangezien je mij die info niet gegeven hebt, kom ik nu echt eerdaags "praten". Als je denkt dat mij doodzwijgen de manier is om van me af te komen, dan heb je juist het tegenovergestelde gedaan. Nu zal ik niet rusten totdat ik die info van je hebt. Aangezien ik daarvoor naar dat dorp van jou moet komen, gaat je dat ook nog eens geld kosten. Je weet niet waar je aan begonnen bent. " en/of een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "A.s. zaterdag is de werkelijk de allerlaatste kans die ik je geef. Je weet dat je dit niet gaat winnen. Je kunt je trots verliezen door naar hier te komen en mij de waarheid te vertellen OF je komt niet en verliest zoveel meer (en dan nog ben je er nog niet vanaf). Weeg je opties maar eens goed af. Ik heb de mensen, de tijd, het geld, en de vastberadenheid van een bulldog om te winnen. " en/of een email van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "Als je rust wil en mij uit je leven, dan weet je wat je moet doen. Dan ben ik zelfs bereid te zorgen dat ze je niet wegpesten, aftuigen of kapot treiteren op school. Ik zou wel opschieten, tijd is een luxe die je niet bezit" en/of een email van 28 augustus 2009 inhoudende de tekst: "It is time. Decide your faith", en/of een email van 31 augustus 2009 inhoudende de tekst: "je gaat zo'n ongelovelijke kankertijd tegemoet. Meisje, meisje toch, je besef niet waar je aan begonnen bent. Nog maar 2 jaar. En als klap op de vuurpijl, een (regelmatig?) VIP bezoek van mij. Geen dank, doe het graag. Je krijgt wat je verdiend hè. Tot (G)auw" althans (telkens) woorden en/of handelingen van dreigende aard en/of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 5. hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2007 tot en met 24 september 2009 te Apeldoorn en/of te Winschoten, in elk geval (telkens) in Nederland (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(
- en)die (telkens) bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] hebbende verdachte (telkens) - zijn vingers en/of tong in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)hierin dat verdachte (telkens) meerdere malen, althans eenmaal, -die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of -die [slachtoffer 3] op de grond heeft gedrukt en/of haar kleding kapot heeft getrokken en/of -misbruik heeft gemaakt van (een) uit feitelijke verhouding(
- en)voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer 3], immers heeft hij (aan) die [slachtoffer 3] verdovende middelen en/of alcohol en/of (afslank)pillen verstrekt en/of laten gebruiken en/of aldus voor die [slachtoffer 3] een situatie heeft doen ontstaan waar die [slachtoffer 3] geen weerstand aan kon bieden en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht 6. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn en/of te Groningen en/of te Leeuwarden en/of te Veenwouden en/of te Buitenpost en/of te Dokkum en/of te Kollum en/of te Westereen en/of te Harlingen en/of te Borger, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 2] , heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte meermalen, - contact gelegd en/of gehouden met die [slachtoffer 4] middels internet en/of per telefoon en/of met die [slachtoffer 4] afgesproken en/of die [slachtoffer 4] getroffen en/of - goederen voor die [slachtoffer 4] gekocht, onder meer kleding en/of (een) mobiele telefoon(
- s)en/of simkaart(
- en)en/of voedingsmiddelen en/of een ov-kaart en/of die [slachtoffer 4] geld gegeven en/of - tegen die [slachtoffer 4] gezegd "zet je gsm uit, liefst accu er helemaal uit. Niet OV kaart, maar met los geld kaartje kopen. Niet je bankpas gebruiken.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - aan die [slachtoffer 4] porno-fimpjes gestuurd en/of - voornoemde [slachtoffer 4] onderdak geboden in zijn, verdachtes woning en/of (een) hotelkamer(
- s)en/of - seks met die [slachtoffer 4] gehad; art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht 7. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2006 tot en met 1 november 2008 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 5], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 5] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde (vanwege gebruik van XTC pillen en/of andere verdovende middelen), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed (vanwege anorexia- en/of eetproblematiek) dat die [slachtoffer 5] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden , een of meer handeling(
- en)heeft gepleegd, die (telkens) bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5] , hebbende verdachte (telkens) -zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [slachtoffer 5] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en/of -zijn verdachtes vingers en/of tong in de vagina van die [slachtoffer 5] gebracht en/of geduwd en/of bewogen; art 243 Wetboek van Strafrecht 8. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 30 september 2009 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 6], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 6] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde (vanwege gebruik van XTC pillen en/of andere verdovende middelen), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed (vanwege anorexia- en/of eetproblematiek) dat die [slachtoffer 6] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(
- en)heeft gepleegd, die (telkens) bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6] , hebbende verdachte (telkens) -zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 6] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en/of -zijn verdachtes vingers en/of tong in de vagina van die [slachtoffer 6] gebracht en/of geduwd en/of bewogen; art 243 Wetboek van Strafrecht 9. hij op meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 oktober 2006 tot en met 9 oktober 2011, te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede, in elk geval (telkens) in Nederland, telkens opzettelijk de gezondheid van -[slachtoffer 5] en/of -[slachtoffer 3] en/of -[slachtoffer 6] en/of -[slachtoffer 2] en/of -[slachtoffer 1] heeft benadeeld door voornoemde personen terwijl deze personen anorexia problematiek en/of een eetprobleem hebben, -op te nemen in zijn woning en/of -vervolgens aan die personen voeding te onthouden en/of deze personen te stimuleren (verder) af te vallen door aan voornoemde personen afvaltips te geven en/of verdovende middelen te geven en/of andere pillen te geven, zodat deze anorexia-problematiek en/of dit eetprobleem zich verder kon ontwikkelen en/of in elk geval niet werd gestopt en/of niet werd behandeld; art 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht 10. hij op of omstreeks 9 januari 2010 te Haren, althans in het arrondissement Groningen, meermalen, althans éénmaal [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk terwijl hij, verdachte, en die [slachtoffer 1] op een hotelkamer waren en/of terwijl hij verdachte wilde dat [slachtoffer 1] in de prostitutie zou gaan werken en/of terwijl er wapens in de hotelkamer lagen, voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: - " Als jij de badkamer ingaat, maak ik je dood" en/of - " Goedkope hoer, je hebt wel veel spullen gekregen voor hetgeen je hebt gedaan. Kom uit de badkamer stom wijf. Ik zal je wel krijgen, kom uit de badkamer", althans woorden van gelijke dreigende aard en/strekking; (parketnummer 06/850326-12) art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 11. hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 09 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie I, onder 1°, te weten twee, althans een of meer, vlindermessen voorhanden heeft gehad; art 13 lid 1 Wet wapens en munitie en/of hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 09 januari 2010 te Haren althans in het arrondissement Groningen, een of meer wapens van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten - een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht en/of - een wapen van categorie II onder 6°, te weten een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; (parketnummer 06/850326-12) art 26 lid 1 Wet wapens en munitie 12. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn, in elk geval (telkens) in Nederland, (telkens) 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(
- en)heeft vervaardigd, te weten [afbeelding 1] en/of [afbeelding 2] en/of [afbeelding 3] en/of (telkens) een gegevensdrager(s), te weten een computer, bevattende voornoemde 3, althans meerdere, althans (een) afbeelding(en), in bezit heeft gehad, te weten [afbeelding 1] en/of [afbeelding 2] en/of [afbeelding 3] en/of terwijl op die voornoemde afbeelding(
- en)(telkens) (een) seksuele gedraging(
- en)zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer 4], geboren [geboortedatum 2], te weten, op [afbeelding 1] het ontblote bovenlichaam van die [slachtoffer 4] waarbij deze [slachtoffer 4] poseert voor de camera en/of waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn en/of waarbij de aanzet van de schaamstreek zichtbaar is en/of op [afbeelding 2] voornoemde [slachtoffer 4], die op haar rug op een bed ligt en/of daarbij haar onderlichaam in de richting van de camera heeft gericht en/of waarbij zij alleen een zwart slipje draagt en/of waarbij haar benen gespreid zijn waardoor de aanzet van de schaamlippen nadrukkelijk in beeld wordt gebracht en/of op [afbeelding 3] voornoemde [slachtoffer 4] die voorovergebogen ligt op haar onderarmen en knieën en/of waarbij haar billen naar de camera zijn gekeerd en/of waarbij die [slachtoffer 4] een kort zwart jurkje en/of rokje draagt en/of een zwart slipje en/of waarbij de door die [slachtoffer 4] aangenomen pose en/of positie van de camera haar kruis prominent in beeld wordt gebracht en/of waarbij de contouren van haar vagina en/of haar billen zeer duidelijk zichtbaar zijn; art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie Standpunt van de verdachte / de verdediging De raadsvrouw heeft, zakelijk weergegeven, bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard (ten aanzien van de zedenfeiten, zo begrijpt de rechtbank) nu een aantal regels opgenomen in de ‘Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026)’ niet in acht is genomen. Zo is niet met alle aangeefsters voorafgaand aan de aangifte een informatief gesprek gevoerd en is geen tijdlijn van gebeurtenissen gemaakt. Daarnaast is niet gebleken dat de twee verbalisanten die bij de aangifte van [slachtoffer 2] op 29 oktober 2009 waren, bevoegde zedenrechercheurs waren en is de aangifte van [slachtoffer 3] afgenomen door slechts één opsporingsambtenaar. Subsidiair heeft de raadsvrouw gesteld dat bij de inhoudelijke beoordeling en de strafmaat rekening dient te worden gehouden met het niet naleven van de Aanwijzing op deze punten. De raadsvrouw heeft voorts ten aanzien van de feiten 3 en 5 betoogd dat de aangiftes al op respectievelijk 28 oktober 2009 en 26 april 2010 zijn gedaan. Verdachte is echter pas na zijn aanhouding op 3 april 2012 met deze aangiftes geconfronteerd en hij ontkent beide feiten. Verdachte is door het lange tijdsverloop de mogelijkheid tot het voeren van een adequate verdediging ontnomen. Immers, het tijdsverloop brengt niet alleen mee dat herinneringen vervagen, maar het heeft hem ook de kans ontnomen om zich van een verifieerbaar alibi te voorzien. Er is daarmee ernstig inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde en haar cliënt is in zijn belangen tekort gedaan, aldus de raadsvrouw. Dit kan gezien de ernst van de inbreuk en onherstelbare gevolgen hiervan volgens de raadsvrouw alleen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De raadsvrouw heeft in dit verband gewezen op een vonnis van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem van 8 mei 2013, LJN: BZ9697. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft betoogd dat de omstandigheid dat niet geheel volgens de voormelde Aanwijzing(
- en)is gewerkt, geen consequenties behoeft te hebben voor de ontvankelijkheid en de beoordeling van de feiten 2, 3, 5, 7 en 8. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de meeste jonge vrouwen door de politie als getuige zijn benaderd ter ondersteuning van de aangifte die door [slachtoffer 1] is gedaan. Gaandeweg werd echter duidelijk dat zij zelf óók als slachtoffers konden worden aangemerkt. Als gecertificeerd zedenofficier heeft zij per zaak beoordeeld of is voldaan aan de zorgvuldigheidseisen in de richting van de getuigen, die wilden dat hun verklaring als aangifte werd gebruikt. De officier van justitie heeft daarnaast aangevoerd dat de Aanwijzing niet van toepassing is ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde, nu in dat geval ambtshalve tot vervolging is overgegaan. De officier van justitie heeft ten aanzien van de feiten 3 en 5 erkend dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Zij heeft betoogd dat door de aangifte van [slachtoffer 1] een nieuw licht is geworpen op de aangiftes van [slachtoffer 2] (feit 3) en [slachtoffer 3] (feit 5). De officier van justitie meent dat verdachte door de gang van zaken niet doelbewust in zijn belangen is geschaad. Dat hij geen alibi meer zou kunnen verschaffen, gaat volgens de officier van justitie niet op. Volgens de officier van justitie is er geen reden het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Bij haar strafeis heeft ze rekening gehouden met het tijdsverloop. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank overweegt dat ten tijde van de aangiftes door respectievelijk [slachtoffer 2] (in 2009) en [slachtoffer 3] (in 2010) de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik met registratienummer 2008A031 van toepassing was. Deze Aanwijzing spreekt niet van een verplichting, doch van de wenselijkheid een informatief gesprek te houden en vermeldt dat dit gesprek en de aangifte kunnen samenvallen. Ook spreekt de Aanwijzing niet van een verplichting een tijdlijn van de gebeurtenissen op te maken. In gecompliceerde zedenzaken verdient dit volgens de Aanwijzing wel de aanbeveling. Ten aanzien van aangiftes in zedenzaken bevat de Aanwijzing niet een uitdrukkelijke aanbeveling om te werken met verhoorkoppels. De Aanwijzing vermeldt wel dat het werken met verhoorkoppels bijdraagt aan een professioneel, adequaat en zorgvuldig opgenomen aangifte. Ter terechtzitting van 30 mei 2013 heeft de officier van justitie betoogd dat de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn opgenomen door een gecertificeerde zedenrechercheur. Ten aanzien van [slachtoffer 3] blijkt dit uit het proces-verbaal van aangifte. De rechtbank concludeert, gelet op het voorgaande, dat ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet is gebleken dat de Aanwijzing niet is nageleefd. Het verweer van de raadsvrouw wordt in zoverre verworpen. Ten tijde van de aangifte van [slachtoffer 1] (in 2011) en de verklaringen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (in 2012) was de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik met registratienummer 2010A026 van toepassing. Uit deze Aanwijzing volgt dat gezien de complexiteit van zedenzaken altijd een informatief gesprek wordt gevoerd, tenzij dit vanwege een acute situatie niet mogelijk is, en dat in alle onderzoeken een tijdlijn van gebeurtenissen wordt gemaakt. De rechtbank overweegt dat uit het dossier naar voren komt dat, wat er ook zij van de procedures inzake de verklaringen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], er in ieder geval ten aanzien van [slachtoffer 1] geen informatief gesprek heeft plaatsgevonden en geen tijdlijn is opgemaakt. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat op zichzelf sprake is van een vormverzuim nu het Openbaar Ministerie de Aanwijzing niet volledig heeft nageleefd. Overigens bevindt zich in het dossier wel een “operationele criminaliteitsanalyse” (pagina 2344 e.v.). Op pagina 2317 e.v. wordt bovendien een chronologisch overzicht gegeven van alle aangiftes. Deze twee stukken bieden naar het oordeel van de rechtbank enige compensatie voor het ontbreken van een specifieke tijdslijn inzake de aangifte van [slachtoffer 1]. Ten aanzien van de feiten 3 en 5 is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank dient vervolgens de vraag beantwoorden of en zo ja welke consequentie aan bovengenoemd vormverzuim en overschrijding van de redelijke termijn moet worden verbonden. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad komt niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging als in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim of de vormverzuimen daarin bestaan dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Hoewel er punten zijn waarop de Aanwijzing niet is gevolgd en de verdediging kan worden toegegeven dat de positie van verdachte er door het grote tijdsverloop niet beter op is geworden, is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de verdachte daardoor feitelijk in zijn (verdedigings)belangen is geschaad. Van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, is niet gebleken. Het vormverzuim hoeft daarom naar het oordeel van de rechtbank niet te leiden tot de vergaande sanctie van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (ten aanzien van de zedenfeiten), dan wel tot vermindering van een eventueel op te leggen straf. Voor zover de raadsvrouw heeft gewezen op het eerder genoemde vonnis van deze rechtbank en daarmee (impliciet) heeft bedoeld een beroep te doen op het gelijkheidsbeginsel, wordt overwogen dat anders dan in die strafzaak in de onderhavige strafzaak niet is gebleken van fouten waardoor verdachte de mogelijkheid van een tegenonderzoek is onthouden. Verdachte heeft zelf ook geen moment te kennen gegeven zijn verdediging niet goed te kunnen voeren, omdat hij zich ten aanzien van de betreffende beschuldigingen geen alibi heeft kunnen verschaffen. Nu het aldus geen vergelijkbare casus betreft, verwerpt de rechtbank dit verweer. De rechtbank verwerpt gelet op het voorgaande het niet-ontvankelijkheidsverweer van de raadsvrouw. Wel zal de rechtbank bij een eventuele straftoemeting rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aanleiding van het onderzoek Op 10 oktober 2011 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan ter zake van mensenhandel door verdachte. [slachtoffer 1] heeft tijdens het daarop volgende politieonderzoek verklaard dat meerdere meisjes contact hebben gehad met verdachte, waarbij zij een aantal namen heeft genoemd. Vervolgens heeft zij ook aangifte van verkrachting gedaan. Naar aanleiding van een informatieonderzoek bleek dat er diverse niet afgehandelde dossiers waren, waarin de naam van verdachte naar voren kwam. Het betrof bedreiging en verkrachting van [slachtoffer 2] door verdachte en verkrachting van [slachtoffer 3] door verdachte. Op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is het vermoeden ontstaan dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mensenhandel, verkrachting en bedreiging en is een onderzoek gestart onder de naam [onderzoek]’. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle twaalf aan verdachte ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting van 30 mei 2013 heeft zij in haar schriftelijk requisitoir de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Standpunt van de verdachte / de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak voor feit 1 bepleit. Ze heeft betoogd dat [slachtoffer 1] in de ten laste gelegde periode nooit daadwerkelijk prostitutiewerk heeft verricht. Ze heeft alleen een informatief gesprek gehad bij een seksclub in Rotterdam en voorafgaand aan dat gesprek e-mailcontact gehad met de bedrijfsleider van deze club. Van ‘zich beschikbaar stellen tot het verrichten van arbeid’ is volgens de raadsvrouw geen sprake geweest. De raadsvrouw heeft verder betoogd dat er volgens verdachte geen sprake is geweest van dwangmiddelen. [slachtoffer 1] heeft zelf contact gezocht met de seksclub en heeft zelf de keuze gemaakt om uiteindelijk toch geen betaalde seks te hebben. Verdachte heeft nooit het oogmerk gehad op uitbuiting van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze het geld zou mogen houden. Volgens de raadsvrouw wordt de aangifte onvoldoende ondersteund door aanvullend bewijs en meent verdachte dat de aangifte berust op leugens. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdenking van dit feit berust op de aangifte van [slachtoffer 1] en dat er geen ondersteunend bewijs is. Nu het feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw. Volgens de raadsvrouw is ook voor feit 3 geen ondersteunend bewijs in het dossier voorhanden. Daarnaast twijfelt de raadsvrouw aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 2] en is onduidelijk wat tijdens de contacten met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] is besproken. De vraag is of de verklaringen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben afgelegd betrouwbaar zijn. De raadsvrouw meent dat er een meer dan gerede twijfel is dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 4. Verdachte heeft de bedreigingen ná het vertrek van [slachtoffer 2] uit zijn woning bekend. De overige eerdere bedreigingen van haar heeft hij ontkend. Wat betreft feit 5 heeft de raadsvrouw betoogd dat, voor zover verdachte al zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 3] heeft gebracht, het de vraag is of hij had kunnen en/of moeten weten dat dit tegen de wil van [slachtoffer 3] gebeurde. [slachtoffer 3] heeft immers niet gezegd dat het tegen haar wil gebeurde. De vraag is dus of kan worden gesproken van een verkrachting. Verdachte is overigens van mening dat hij [slachtoffer 3] niet heeft verkracht, sterker nog: hij ontkent seks te hebben gehad met [slachtoffer 3]. Nu ook de verdenking van dit feit slechts berust op de aangifte van [slachtoffer 3], is er volgens de raadsvrouw onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en moet verdachte ook van dit feit worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft zich wat betreft feit 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft dit feit ter terechtzitting van 29 mei 2013 bekend. Ten aanzien van de feiten 7 en 8 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit, omdat het bewijs volledig afhangt van de verklaringen van respectievelijk [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6]. Die verklaringen worden door verdachte bestreden en in twijfel getrokken, waarbij in het geval van [slachtoffer 6] ook wordt gewezen op brieven die zij heeft geschreven. De raadsvrouw heeft zich met betrekking tot feit 9 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 mei 2013 verklaard dat hij de vrouwen wel heeft gefaciliteerd af te vallen, maar dat hij zich niet schuldig voelt aan hetgeen hem wordt verweten. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van feit 10 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 mei 2013 ontkend dat hij [slachtoffer 1] heeft bedreigd. De raadsvrouw heeft zich wat betreft feit 11 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter terechtzitting van 29 mei 2013 een bekennende verklaring afgelegd. Ten aanzien van feit 12 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft betoogd dat de foto’s immers geen seksuele lading hebben en dat op de foto’s geen seksuele handeling is te zien. Op de foto’s zijn alleen door kleding bedekte intieme lichaamsdelen te zien. Volgens de raadsvrouw strekt het karakter van de afbeelding niet tot het opwekken van een seksuele prikkeling en is geen sprake van foto’s van kinderpornografische aard. Beoordeling door de rechtbank Inleidende overwegingen betreffende het bewijs in zedenzaken Veel zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het een ontkennende verdachte betreft. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebben jurisprudentie van de Hoge Raad kan en mag het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander (wettig) bewijsmateriaal. Uit deze jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat het springende punt (het door verdachte betwiste onderdeel van de betreffende verklaring) steun vindt in een ander bewijsmiddel. Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Vrijspraak ten aanzien van de feiten 2, 5, 7 en 8 Feit 2 Verdachte is ten laste gelegd dat hij door (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid c.q. andere feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1]. De rechtbank acht dit niet bewezen. Zoals de rechtbank in haar inleidende overwegingen heeft aangegeven kenmerken veel zedenzaken zich doorgaans door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Uit artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebbende jurisprudentie volgt, zoals eerder overwogen, dat de aangifte van [slachtoffer 1] voldoende steun moet vinden in (een) ander bewijsmiddel(len). Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 1] ten aanzien van de aangegeven verkrachting(
- en)op specifieke punten onvoldoende steun in ander (wettig) bewijsmateriaal. Aldus kan niet worden vastgesteld dat haar verklaringen aangaande de verkrachting(
- en)in voldoende mate zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Die steun kan ook niet worden gevonden in de verklaring van getuige [getuige 1] en/of een SMS bericht. Met betrekking tot de verklaring van [getuige 1] overweegt de rechtbank dat uit diens verklaring enkel in algemene zin naar voren komt dat [slachtoffer 1] hem - naar zijn schatting in mei 2011 - heeft verteld dat verdachte zijn zin doordreef als zij geen seks wilde en dat zij anaal verkracht was door verdachte. [getuige 1] weet niet wanneer dit gebeurd zou zijn. Nog afgezien van de vaststelling dat diens verklaring erg algemeen is en concrete details ontbeert, stelt de rechtbank vast dat [getuige 1] schat deze informatie in mei 2011 te hebben gehoord, terwijl uit de aangifte en verklaringen van [slachtoffer 1] zelf naar voren komt dat de verweten gewelddadige anale verkrachting in of omstreeks september 2011 heeft plaatsgevonden. De verklaring van [getuige 1] kan derhalve niet als steunbewijs worden gebezigd. Dat zich in het dossier een SMS bericht bevindt van 3 oktober 2011, verstuurd van de telefoon van [slachtoffer 1] aan de telefoon van [getuige 2], waarin onder meer wordt gemeld dat verdachte [slachtoffer 1] heeft mishandeld en verkracht, maakt al het vorenstaande niet anders. Deze informatie heeft immers vermoedelijk [slachtoffer 1] zelf als bron en is bovendien te algemeen van aard. Ook de overige door de officier van justitie genoemde verklaringen en/of omstandigheden geven onvoldoende steun aan de aangifte van [slachtoffer 1]. Om die reden dient verdachte van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Feit 5 Verdachte is ten laste gelegd dat hij door (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid c.q. andere feitelijkheden [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3]. De rechtbank acht dit niet bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 3] ten aanzien van de aangegeven verkrachting(
- en)op specifieke punten namelijk onvoldoende steun in ander (wettig) bewijsmateriaal. Aldus kan niet worden vastgesteld dat haar verklaringen aangaande de verkrachting(
- en)in voldoende mate zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Die steun kan ook niet worden gevonden in de verklaring van getuigen [slachtoffer 1], [slachtoffer 6] en/of [getuige 3], dan wel in de omstandigheden dat door verdachte van haar een seksueel getinte foto is gemaakt (welke foto zich bij de stukken bevindt). De verklaring van [slachtoffer 1] over [slachtoffer 3] en verdachte kan niet als steunbewijs worden aangemerkt. [slachtoffer 1] verklaart immers enkel van [slachtoffer 3] te hebben gehoord dat verdachte “hele erge dingen” met haar heeft gedaan maar volgens [slachtoffer 1] heeft [slachtoffer 3] niet verteld wat er dan precies gebeurd was. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dus niet dat [slachtoffer 3] specifiek over seksueel misbruik met [slachtoffer 1] heeft gesproken. Ook de verklaring van [slachtoffer 6] kan niet als steunbewijs worden aangemerkt. Zij heeft weliswaar verklaard dat ze een keer in de woning van verdachte boven in bed lag toen ze [slachtoffer 3] beneden hoorde schreeuwen, maar uit haar verklaring blijkt niet dat zij toen heeft waargenomen dat dit verband hield met een verkrachting. Uit de verklaring van [slachtoffer 6] komt verder nog naar voren dat [slachtoffer 3] haar nooit iets heeft gezegd over aanranding door verdachte. De verklaring van [slachtoffer 3] vindt ook geen steun in de verklaring van [getuige 3], de moeder van [slachtoffer 3]. Zij heeft immers verklaard dat [slachtoffer 3] haar zei dat verdachte haar nooit iets heeft gedaan op seksueel gebied. Voor zover [getuige 3] tevens meldt dat [slachtoffer 3] wel een keer vertelde dat verdachte iets had geprobeerd maar dat ze dat had ‘afgeblokt’, biedt die uitlating onvoldoende aanknopingspunt ter bevestiging van de aangifte van verkrachting. Dat zich in het dossier een seksueel getinte foto bevindt van [slachtoffer 3], maakt het vorenstaande niet anders nu hieruit niet kan worden afgeleid dat verdachte tegen de wil van [slachtoffer 3] seks met haar heeft gehad. Ook de overige door de officier van justitie genoemde verklaringen en/of omstandigheden geven onvoldoende steun aan de aangifte van [slachtoffer 3]. Om die reden dient verdachte van het onder 5 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Feit 7 Ook voor dit feit dient vrijspraak te volgen. De verklaring van [slachtoffer 5], dat verdachte bij haar bij herhaling verregaande seksuele handelingen heeft verricht, vindt geen steun in enig ander (wettig) bewijsmiddel. Die steun kan, anders dan betoogd door de officier van justitie, niet worden gevonden in de (eigen) tekst van [slachtoffer 5] op internet en ook niet in de verklaringen van de getuigen [getuige 5] en [slachtoffer 2], nu die laatste twee niet uit eigen wetenschap hebben verklaard, doch alleen herhalen wat [slachtoffer 5] hen heeft verteld. Aan een verdere beoordeling over de staat waarin Van Roon in die periode verkeerde, behoeft de rechtbank – in het kader van dit verwijt – aldus niet toe te komen. Feit 8 Verdachte wordt in de tenlastelegging allereerst verweten dat hij handelingen, inclusief het seksueel binnendringen van het lichaam, met [slachtoffer 6] heeft gepleegd terwijl hij wist dat zij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde vanwege gebruik van XTC-pillen en/of andere verdovende middelen. [slachtoffer 6] heeft in twee opvolgende verklaringen verklaard over een situatie waarin verdachte zonder het haar te zeggen een XTC-pil in haar drinken had gedaan. Ze had toen een geil gevoel gekregen, wilde aan zichzelf zitten en is bij hem in bed beland. Verdachte heeft toen seksuele handelingen bij haar verricht. Ze wilde dat niet maar zij liet het toe omdat hij toch doorging. [slachtoffer 6] heeft het over vingeren, beffen en (kortdurende) penetratie met de penis in de vagina. Hoe en in welke volgorde dat precies ging weet ze niet meer, hetgeen zij achteraf toeschrijft aan de werking van de XTC-pil. Pas de volgende dag vertelde verdachte over de XTC-pil die hij in haar drinken had gedaan. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 6] (uiteindelijk) verklaard dat wat zij in haar verklaringen bij de politie heeft verteld, klopt en heeft zij overigens een overwegend positief beeld van verdachte geschetst. Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer 6] een keer heeft gevingerd en gebeft terwijl hij wist dat zij toen een XTC-pil had geslikt. Volgens verdachte kwam hij die bewuste dag thuis en vond een brief van [slachtoffer 6] waarin ze schreef dat ze een pilletje had genomen. De tekst was naarmate de brief vorderde, steeds meer in hanenpoten geschreven. Toen hij op de slaapkamer kwam, was zij al met zichzelf bezig. Ze zijn gaan zoenen. Hij heeft haar toen gevingerd en gebeft en zij heeft hem afgetrokken. De rechtbank leidt uit bovenstaande af dat in ieder geval eenmaal seksuele handelingen, inclusief het binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 6], hebben plaatsgevonden nadat zij een XTC-pil had ingenomen. Steunbewijs voor het door [slachtoffer 6] geschetste scenario, te weten dat verdachte heimelijk XTC in haar drinken had gedaan, ontbreekt. Evenmin is een overtuigende bevestiging van het door verdachte geschetste scenario aanwezig. De door de verdediging nadien ingebrachte en aan [slachtoffer 6] toegeschreven en ongedateerde brieven maken dat niet anders. Uit de verklaringen van [slachtoffer 6] kan niet worden afgeleid dat zij op het moment van de seksuele handelingen in staat van bewusteloosheid verkeerde. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenmin enkel op haar verklaringen worden vastgesteld dat zij toen in een situatie van verminderd bewustzijn en/of lichamelijke onmacht verkeerde. Om te kunnen spreken van verminderd bewustzijn als bedoeld in artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht, moet het blijkens de wetsgeschiedenis immers gaan om een situatie tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij weerstand biedt aan seksuele verlangens van een ander. Onder lichamelijke onmacht moet blijkens vaste jurisprudentie worden verstaan ‘een toestand van fysieke weerloosheid die zijn oorzaak vindt in een bij het slachtoffer zelf bestaand lichamelijk onvermogen tot handelen’. De inname van een XTC-pil voorafgaande aan het verrichten en/of ondergaan van seksuele handelingen, maakt in het algemeen en zonder meer niet dat sprake is van bedoeld verminderd bewustzijn en/of fysieke onmacht. In het dossier zijn geen wettige en overtuigende bewijsmiddelen aanwezig waarmee de voorafgaande bestanddelen bewezen kunnen worden verklaard. Dat [slachtoffer 6] slechte herinneringen bewaart aan de handelingen is heel aannemelijk maar daarmee staat aldus nog niet vast dat zij toen in een situatie van verminderd bewustzijn en/of fysieke onmacht verkeerde. Aan verdachte is voorts ten laste gelegd dat hij handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 6] die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 6] terwijl hij wist dat zij vanwege anorexia- en/of eetproblematiek niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Voor een veroordeling op grond van artikel 243 Sr is, gelet op de tekst van de bepaling en de wetsgeschiedenis, vereist dat vast komt te staan dat het slachtoffer aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens leed en dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Hiervoor is vereist dat degene tot wie de seksuele handeling is gericht, een psychische stoornis heeft die te kwalificeren valt als een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens. Voorts is een oorzakelijk verband vereist tussen die stoornis en het onvermogen van deze persoon om haar wil te bepalen, kenbaar te maken of weerstand te bieden omtrent de seksuele handeling. De hier vereiste psychische stoornis moet van zodanige aard en ernst zijn, dat zij de wilsbepaling, de wilsuiting en het weerstandvermogen van het slachtoffer ten aanzien van de seksuele handeling in zeer ernstige mate frustreert. In het dossier is als medische informatie van [slachtoffer 6] aanwezig een korte brief van de huisarts uit september 2012 waarin staat vermeld dat [slachtoffer 6] sinds 2007 bekend is met ernstige anorexia en dat zij tevens bekend is met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Volgens de huisarts is zij “gezien de uitgebreide voorgeschiedenis, de angsten en de psychische belasting” een heel kwetsbare patiënte. Uit de korte opmerkingen in deze brief valt echter naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer af te leiden dat [slachtoffer 6] een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis heeft dat zij niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de vermeende gepleegde seksuele handelingen te bepalen, kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden. Nu in het dossier geen wettige en overtuigende bewijsmiddelen aanwezig zijn waarmee de voorafgaande bestanddelen bewezen kunnen worden verklaard, behoeven de overige vereisten van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht geen bespreking. Verdachte zal van het onder 8 ten laste gelegde worden vrijgesproken. Bewezenverklaring ten aanzien van de feiten 1, 3, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 Feit 1 Aangifte [slachtoffer 1] Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze verdachte in juni of juli 2009 heeft leren kennen. Ze kwam hem tegen op de woongroep van [woongroep], een orthopedagogisch behandelcentrum voor licht verstandelijk gehandicapten in [plaats 1], alwaar zij woonachtig was. Ze raakten in gesprek en het klikte. Het voelde vertrouwd alsof ze hem al jaren kende. Vanaf de dag voor haar 18de verjaardag - naar de rechtbank begrijpt 6 september 2009 - verbleef aangeefster bij verdachte aan de [adres]. Volgens [slachtoffer 1] was de relatie met verdachte niet gelijkwaardig. Hij gaf haar het gevoel dat ze minder was dan hij. Toen ze verdachte ontmoette, had [slachtoffer 1] een eetstoornis en was ze net 45 kilo afgevallen. De eetstoornis was in hun relatie allesbepalend. Het draaide de hele dag om eten, calorieën, afvallen, gewicht en sporten. Voordat ze verdachte leerde kennen, wilde [slachtoffer 1] 70 à 75 kilo wegen. Nadat ze hem had leren kennen, stelde ze haar doel bij en wilde ze nog maar 32 kilo wegen. Verdachte wilde dat ze 46 kilo zou gaan wegen. Ze wilde hem tevreden stellen. Verdachte noemde zich altijd de Ana-maker. Volgens [slachtoffer 1] betekent dat dat hij meisjes die daar gevoelig voor zijn tot anorexiepatiënt maakt. Hij deed dat om meisjes afhankelijk van hem te maken. Op een vrijdag ongeveer drie weken voor de aangifte - naar de rechtbank begrijpt in september 2011 gelet op de datum waarop aangifte is gedaan - heeft verdachte in zijn woning aan de [adres] tegen [slachtoffer 1] gezegd dat ze de prostitutie in moest gaan om geld voor hem te verdienen. Ze moest dat doen omdat ze zijn eigendom was. [slachtoffer 1] zei dat ze niet wilde. Verdachte zei dat hij al meer dan genoeg voor haar had betaald. Ze moest van hem een kort rokje aantrekken, zonder ondergoed eronder, een mouwloos halterhempje, laarzen met sleehakken en een leren jack. Ze moest het haar in een staart doen en zich een beetje hoerig opmaken. Ze werd de deur uitgezet en mocht pas weer binnen komen als ze € 200,- had verdiend. Verdachte wist dat ze op dat moment zwanger was. De zondag daarna ging verdachte naar zijn vriendinnetje in Leeuwarden. Hij stuurde [slachtoffer 1] een Whatsapp-bericht dat ze zich moest aanmelden om als prostituee te gaan werken. Ze moest op internet zoeken. Ook de dagen daarna stuurde verdachte dergelijke berichtjes en vroeg hij of ze zich al had aangemeld. Aangeefster heeft toen op internet gekeken waar en hoe ze zich aan kon melden om als prostituee aan het werk te gaan. Ze heeft zich toen aangemeld bij “[site 1]”. Ze heeft een advertentie op die site gezet, waarbij ze zichzelf aanbood als prostituee. Volgens aangeefster heeft ze zich op internet ook op de site “[site 2]” ingeschreven. Ze werd toen gemaild door ene [betrokkene 1]. In de mail stond dat als ze niet zwanger was geweest ze had kunnen werken, maar dat hij haar liever had in club [club]. Ze heeft in Rotterdam een intakegesprek gehad met [betrokkene 1]. [betrokkene 1] zei dat ze het tegen hem moest zeggen als er ooit wat zou zijn of als ze werd gedwongen. Verdachte was met haar meegereisd naar Rotterdam. Toen ze het intakegesprek met [betrokkene 1] had, durfde ze niet te zeggen dat ze werd gedwongen door verdachte. Verdachte zei dat hij nog behoorlijk veel geld van haar moest krijgen en dat hij daar geen maanden op wilde wachten. Eens een hoer is altijd een hoer, aldus verdachte. Getuigenverklaringen [betrokkene 2] heeft verklaard dat een vrouw een week of drie geleden via een website van gratis adviseurs contact met hem heeft opgenomen. Hij heeft zakelijke banden met een seksinrichting in Rotterdam. De vrouw stelde zich voor als [slachtoffer 1], wonende aan de [adres]. Met de vrouw heeft een informatief plaatsgevonden op 17 september 2011. [slachtoffer 1] vertelde toen dat ze 9 weken zwanger was, dat ze geld wilde verdienen en daarom als prostituee in de club wilde komen werken. Hij heeft [slachtoffer 1] gevraagd of dat vrijwillig was, hetgeen [slachtoffer 1] bevestigde. Hij heeft haar gezegd dat ze pas kon komen werken als ze twaalf weken zwanger was. Op 30 september 2011 kreeg hij om 23:33 uur een sms van [slachtoffer 1]. Ze vroeg hem haar te bellen en meldde dat het dringend was. [betrokkene 2] heeft haar direct gebeld. [slachtoffer 1] vertelde hem toen dat ze in een soort van “blijf van mijn lijf”-huis woonde, dat ze niet kon komen werken, dat ze gedwongen werd door haar vriend en van hem contact had moeten opnemen met een seksclub om daar te gaan werken. [slachtoffer 1] vertelde ook dat haar vriend erbij was als ze met hem ([betrokkene 2]) aan het mailen was en dat ze op een of andere manier door haar vriend was afgeluisterd tijdens het informatieve gesprek. [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte een foto had gestuurd die hij van [slachtoffer 1] in de trein had genomen. Hij deed er een bericht bij dat ze samen fijn waren shoppen in Rotterdam. Toen [slachtoffer 1] deze foto op de telefoon van [getuige 1] zag, vertelde ze dat ze niet waren wezen shoppen, maar dat zij naar Rotterdam waren gegaan omdat verdachte wilde dat zij in de prostitutie zou gaan werken. Verklaring verdachte Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] heel open naar hem was. [slachtoffer 1] heeft verteld dat ze bij haar oma heeft gewoond, dat ze is misbruikt door een pleegbroer, dat ze in een crisisgezin is geplaatst en is misbruikt door haar pleegvader. Daarna is ze geplaatst in [woongroep], een instelling te [plaats 1] voor jongeren met geestelijke problemen, met beperkte hersencapaciteit, verstandelijke vermogens, maar ook voor begeleid wonen. Volgens verdachte was [slachtoffer 1] gemakkelijk te beïnvloeden. Toen hij [slachtoffer 1] leerde kennen woog ze naar schatting 100 kilo en was ze bezig met afvallen. Ze deed dat op een verkeerde manier. Hij wilde haar helpen met afvallen. De dag voor haar 18de verjaardag is ze bij hem komen wonen. Volgens verdachte had [slachtoffer 1] geen werk, geen geld en geen uitkering. Ze hebben toen een relatie gehad. Nadat ze bij hem was vertrokken, is ze weer bij hem gaan wonen. Zij had geen werk dus hij betaalde alles. Hij vond dat ze werk moest gaan zoeken. Hij heeft wel eens opmerkingen gemaakt dat ze moest gaan werken of de prostitutie in moest gaan, zo probeerde hij haar tot werken te motiveren. Hij zei dat ze wel zwanger was, maar niet ziek en dat ze gewoon kon werken. Hij heeft gezegd dat ze de prostitutie in kon gaan omdat ze dat zelf al van plan was. Hij vond dat ze iets moest gaan doen. Hij kreeg een berichtje van haar dat hij gelijk had dat werk in de zorg niks voor haar was en dat ze de prostitutie wel weer inging. Hij kreeg ook een berichtje van haar dat ze zich had ingeschreven. Hij was toen niet in Apeldoorn. Daarna kreeg hij een berichtje van haar met twee links naar twee websites. De een was een site waarop je jezelf kon aanbieden als escortdame, de andere was een site als je wilde werken in de prostitutie. Van de site waar ze als escortdame op stond, heeft ze volgens verdachte nooit berichten ontvangen. Via de andere site kwam ze in contact met ene [betrokkene 1], eigenaar/beheerder van de site. Hij adviseerde een bepaalde club, [club], in Rotterdam en nodigde haar uit voor een gesprek. Er waren meerdere berichtjes van die [betrokkene 1]. [slachtoffer 1] deelde die informatie met hem, verdachte. Het ging over wat voor kleding ze moest dragen voor bij dat sollicitatiegesprek/intakegesprek. [slachtoffer 1] had in een e-mail aan [betrokkene 1] aangegeven dat ze zwanger was en gevraagd of dat een probleem was. Ze kreeg als antwoord dat dat geen probleem hoefde te zijn. Ook kreeg ze een berichtje dat ze tijdens het gesprek gewone kleding aan kon, maar als ze zou gaan werken dan moest ze sexy kleding aan. [slachtoffer 1], die in die tijd in Apeldoorn verbleef, vroeg of hij, verdachte, meeging naar Rotterdam. Hij is meegegaan en heeft de reis betaald. Volgens verdachte was het geld dat [slachtoffer 1] zou verdienen voor haar en de baby, behalve de kleine schuld aan hem van vijf- à zeshonderd euro. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij een relatie met [slachtoffer 1] heeft gehad. In de dagen voor ze naar Rotterdam zouden gaan, was hun relatie beëindigd, maar hebben ze nog wel seks gehad. De schuld van haar aan hem bestond - nu de baby niet van hem was - uit de kosten die hij had gemaakt voor de babyspulletjes. Medische gegevens [slachtoffer 1] Uit het medisch dossier komt naar voren dat [slachtoffer 1] begin 2008 leed aan een eetverslaving en dat ze was aangekomen tot 120 kilo. Betrouwbaarheid aangifte [slachtoffer 1] De rechtbank is van oordeel dat zij - anders dan verdachte en gelet op de bovenvermelde bewijsmiddelen - geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1]. De verklaringen van [slachtoffer 1] zijn naar het oordeel van de rechtbank consistent en worden op vele en belangrijke onderdelen ondersteund door verklaringen van getuigen en verklaringen van verdachte zelf. De hiervoor weergegeven verklaringen van [slachtoffer 1] kunnen derhalve ten volle aan het bewijs bijdragen. Beoordeling van feit 1 Een bewezenverklaring van artikel 273f, eerste lid, sub 1, van het Wetboek van Strafrecht kan volgen als verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] een of meer handelingen heeft verricht met het oogmerk van uitbuiting en met gebruikmaking van (één van) de in dat artikel genoemde dwangmiddelen. Een bewezenverklaring van artikel 273f, eerste lid, sub 4, van het Wetboek van Strafrecht kan volgen als verdachte [slachtoffer 1] met gebruikmaking van (één van) de in dat artikel genoemde dwangmiddelen heeft aangezet tot prostitutie. Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt. Dwangmiddelen Ten aanzien van de dwangmiddelen komt de rechtbank op grond van bovenstaande bewijsmiddelen tot de volgende vaststellingen. [slachtoffer 1] verkeerde in een kwetsbare positie en verdachte was hiervan op de hoogte. Zo komt uit voormelde bewijsmiddelen naar voren dat [slachtoffer 1] is opgegroeid bij haar oma, in pleeg- en in crisisgezinnen. Ze is slachtoffer geweest van seksueel misbruik en ten slotte geplaatst bij orthopedagogisch behandelcentrum [woongroep] te [plaats 1]. Vanuit [woongroep] is [slachtoffer 1] rechtstreeks gaan wonen bij verdachte in Apeldoorn. [slachtoffer 1] was op dat moment 18 jaar. Verdachte onderhield met [slachtoffer 1] een (seksuele) relatie. Door haar liefde voor c.q. verliefdheid op verdachte werd zij emotioneel van hem afhankelijk en kon zij zich niet aan de situatie onttrekken. [slachtoffer 1] had een eetstoornis en was bezig af te vallen. Verdachte wilde haar hierbij helpen. [slachtoffer 1] heeft nadat ze bij verdachte was gaan wonen haar doel om 70 à 75 kilo te gaan wegen bijgesteld. Verdachte wilde dat ze 46 kilo zou gaan wegen en zij wilde hem tevreden stellen. In het licht van verdachtes verklaring dat [slachtoffer 1] gemakkelijk was te beïnvloeden en de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte zich de Ana-maker noemde om meisjes van hem afhankelijk te maken, kan worden geconcludeerd dat [slachtoffer 1] ook in dit opzicht afhankelijk van hem was en zich niet aan de situatie kon onttrekken. Dat zij op enig moment (voor kortere tijd) bij hem uit de woning was vertrokken en/of dat zij geen relatie in de zin van vriend/vriendin meer zouden hebben, doet aan het voorgaande niet af. Alleen al uit de omstandigheden dat zij toch weer bij verdachte is komen wonen en dat zij in die periode dat ze naar Rotterdam gingen wel nog seks hebben gehad, moet worden afgeleid dat genoemde afhankelijkheid en invloed van verdachte nog voortduurde. Gelet op het voorgaande was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht. De rechtbank is aldus van oordeel dat verdachte [slachtoffer 1] heeft gedwongen in de prostitutie te gaan werken. Verdachte heeft derhalve (een aantal van) de in de wet vermelde dwangmiddelen gebruikt. De rechtbank is bovendien van oordeel dat verdachte, door [slachtoffer 1] te dwingen zich beschikbaar te stellen voor werk in de prostitutie op de wijze waarop hij dat deed, op listige wijze misbruik heeft gemaakt van haar kwetsbare positie en van zijn feitelijk overwicht op haar. Handelingen Verdachte heeft blijkens voormelde bewijsmiddelen [slachtoffer 1] vervoerd, overgebracht, haar gehuisvest en haar aangezet tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. (Oogmerk van) uitbuiting Oogmerk veronderstelt ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg. Volgens [slachtoffer 1] heeft verdachte tegen haar gezegd dat hij al meer dan genoeg voor haar had betaald. Hij heeft haar een keer weggestuurd met de mededeling dat ze pas terug mocht komen als ze tweehonderd euro had verdiend. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer 1] hem vijf- à zeshonderd euro moesten geven ter betaling van haar schuld aan hem in verband met de aanschaf van goederen voor haar baby. De rechtbank leidt hieruit af, dat verdachte het oogmerk van uitbuiting had toen hij de bovengenoemde handelingen verrichtte. Conclusie Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft gepleegd. De rechtbank acht enkele van de in de tenlastelegging omschreven feitelijkheden, waaronder de mishandeling, bedreiging, gedwongen seks, het “chanteren” met naaktfoto’s en het geven van amfetamine niet bewezen nu de rechtbank voor die onderdelen van de tenlastelegging onvoldoende bewijs aanwezig acht. Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat [slachtoffer 1] in de ten laste gelegde periode nooit daadwerkelijk prostitutiewerkzaamheden heeft verricht, overweegt de rechtbank dat voor de vervulling van de delictsomschrijving niet is vereist dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit. Ook het verrichten van bepaalde handelingen met het oogmerk tot uitbuiting kan strafbaar zijn zonder dat het in concreto tot een uitbuiting is gekomen. Het ter zake gevoerde verweer wordt aldus gepasseerd. De rechtbank gaat gelet op de door haar gegeven bewijsmotivering niet nader in op de overige door de raadsvrouw aangedragen argumenten. Feit 3 (en ook deels feit 4) Aangifte [slachtoffer 2] Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze in maart 2008 met [slachtoffer 3] is meegegaan naar Apeldoorn, waar ze met verdachte hadden afgesproken. Een week later zijn ze opnieuw naar verdachte gegaan. De bedoeling was dat ze drie à vier dagen zouden blijven, maar [slachtoffer 2] is na die dagen bij verdachte gebleven. Verdachte zou [slachtoffer 2], die toen slecht in haar vel zat, helpen er weer bovenop te komen. Ook zei hij dat ze niet meer bij haar moeder moest gaan wonen, omdat haar moeder nooit voor haar klaar stond. heeft gedurende een jaar een relatie met verdachte gehad. In de eerste vijf maanden hebben ze regelmatig een woordenwisseling gehad, omdat verdachte seks met [slachtoffer 2] wilde, maar ze daar eigenlijk nog niet aan toe was. Verdachte stond dan voor haar en verhief zijn stem. [slachtoffer 2] was daar erg van onder de indruk. Ze is 1.58 meter lang en weegt 44 kilo, terwijl verdachte 2.03 meter lang is en ruim 100 kilo weegt. De laatste zeven maanden heeft ze meerdere keren onder dwang seks gehad met verdachte dan wel onder bedreiging van een vuuraansteker, slaan met een riem of dat hij haar tijdens de daad vasthield. Ze probeerde zich wel los te rukken en gaf hem duidelijk te kennen geen seks met hem te willen, maar ze had geen kans tegen hem. Verdachte heeft haar regelmatig bedreigd met de dood. Ook dreigde hij haar familie iets te zullen aandoen en dat ze hun nooit weer zou zien. Hij zette zijn bedreigingen kracht bij door een mes tegen haar keel te zetten, te slaan, te dreigen met een riem en haar met kracht bij de armen te pakken zodat ze geen kant op kon. Op een gegeven moment mocht ze niet meer alleen het huis uit. Als ze ergens heen wilde, moest ze hem om toestemming vragen. Als ze telefonisch contact had met haar familie, was verdachte daarbij aanwezig. Hij hield haar op allerlei mogelijke manieren in de gaten. [slachtoffer 2] heeft in dit verband ook verklaard dat ze nauwelijks of geen contact mocht onderhouden met anderen, ook niet met haar ouders. Verdachte had haar gezegd dat als ze sms’jes of andere boodschappen verstuurde, hij daarvan op de hoogte was, omdat er dan tegelijk een naar hem werd verstuurd. Volgens [slachtoffer 2] moest ze van verdachte diverse soorten drugs gebruiken, te weten XTC, GHB, kristallen en speed. Ze moest die onder dwang gebruiken. Uit angst en om niet te worden mishandeld, heeft ze dat gedaan. Verdachte heeft regelmatig gedreigd haar iets te zullen aandoen als ze de politie zou inlichten over hetgeen hij haar aandeed. Hij bedoelde daarmee de bedreigingen en verkrachtingen. [slachtoffer 2] heeft diverse malen gehoord dat verdachte zei: “als jij de politie belt omdat ik je bedreig en verkracht, maak ik jou kapot”, althans woorden van gelijke strekking. Verdachte heeft twee keer naaktfoto’s van haar gemaakt. Hij dwong haar hiertoe en dreigde haar iets aan te zullen doen. [slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat ze anorexia heeft gehad en 39 kilo woog. Ze mocht van verdachte wel eten, maar als ze dat deed, zei hij tegen haar dat ze dik werd. Dat werd dagelijks herhaald. Op een gegeven moment at ze nagenoeg niets meer en dronk ze alleen nog water. Verdachte vertelde haar dat ze dik was. Volgens [slachtoffer 2] heeft ze op haar rug de naam van verdachte in Chinese letters staan. Ze moest van hem zijn naam op haar rug laten tatoeëren. Verdachte was erbij toen ze de tatoeage liet zetten. Hij dreigde haar familie wat aan te doen dat als ze het niet zou doen. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat in september of oktober - naar de rechtbank begrijpt 2008 nu aangeefster heeft verklaard dat ze in mei 2009 (de rechtbank verwijst in dit verband naar de volgende overwegingen) door verdachte uit de woning is gezet - de verkrachtingen zijn begonnen. Ze hadden vaak ruzie, omdat hij dacht dat ze vreemd ging. In het begin waren het alleen woorden als ze ruzie hadden maar op een gegeven moment verkrachtte hij haar. Hij zei dat ze mee naar boven moest. Hij pakte haar hand vast, nam haar mee naar boven en gooide haar op zijn waterbed. Hij pakte een riem en zei: “nu ga je mij vertellen met wie je vreemd bent gegaan en wanneer”. Als ze het niet zou vertellen, zou ze een pak slaag krijgen. Ze heeft toen iets verzonnen. Onder bedreiging met de riem heeft [slachtoffer 2] zich uitgekleed. Verdachte heeft meerdere malen tegen [slachtoffer 2] gezegd dat ze zichzelf moest vingeren, maar [slachtoffer 2] weigerde dat te doen. Verdachte hield haar bij haar armen vast waardoor ze niets kon. Hij heeft zich vervolgens uitgekleed en haar verkracht. Hij trok aan haar arm zodat ze ging liggen. Ze had haar armen boven bij haar kussen. Hij deed zijn penis in haar vagina. Hij ging door tot hij klaar kwam. Volgens [slachtoffer 2] is ze drie keer door verdachte verkracht. De eerste keer dat verdachte haar verkrachtte, hield hij haar polsen met twee handen vast en kneep hij haar. Toen verdachte haar neukte, riep ze dat hij gestoord was en op moest houden. Ze schreeuwde dat hij haar pijn deed en dat hij op moest houden. Anderhalve week later heeft ze 2½ uur op haar knieën gezeten. Toen hij haar een hand wilde geven, rende ze naar de voordeur. Die zat op slot. Verdachte pakte een soort vlindermes en drukte dat tegen haar keel. Hij zei dat als ze niet mee naar boven zou gaan, hij haar strot zou doorsnijden. Verdachte hield het mes in zijn handen en ze ging met hem mee naar boven. [slachtoffer 2] moest zich uitkleden waarna verdachte haar verkrachtte op dezelfde manier als de eerste keer. Ongeveer twee weken na deze verkrachting ging het weer over vreemdgaan en moest ze weer mee naar boven. Ze moest zich uitkleden en met haar handen en knieën op bed gaan zitten. Verdachte gaf haar vaseline dat ze op haar kontgat moest smeren. [slachtoffer 2] wilde dat niet. Verdachte pakte een riem en bedreigde haar. Ze moest op haar rug gaan liggen. Verdachte heeft haar toen opnieuw verkracht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze verdachte ook eerder een keer heeft moeten pijpen. Dit is gebeurd voor ze vaginaal werd verkracht. Hij pakte toen haar hand en trok haar naar de bank. Hij deed zijn broek uit en zei: “doe maar”. Ze zei dat ze het niet wilde. Verdachte zei dat als ze het niet deed hij haar zusje wat aan zou doen. Toen heeft ze het gedaan. [slachtoffer 2] heeft hierover in een ander verhoor verklaard dat verdachte haar dwong hem te pijpen. Hij drukte haar hoofd naar zijn penis en dreigde haar te slaan. Volgens [slachtoffer 2] is ze ook bedreigd met een aansteker. Verdachte pakte haar arm stevig beet en hield daar een brandende aansteker onder. In mei 2009 heeft verdachte haar uit de woning gezet. Volgens [slachtoffer 2] is ze nooit bij verdachte weggegaan omdat hij dreigde haar familie wat aan te doen. Verdachte heeft een aantal keren haar mobiele telefoon afgepakt. Getuigenverklaringen [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] een relatie met verdachte heeft gehad. [slachtoffer 2] is door verdachte verkracht, mishandeld, bedreigd en gechanteerd met naaktfoto’s. Verdachte heeft aan haar, [slachtoffer 1], toegegeven dat hij [slachtoffer 2] had verkracht. [slachtoffer 2] heeft een tatoeage met de naam van verdachte in Japanse of Chinese tekens op haar onderrug. In een brief heeft [slachtoffer 1] geschreven dat verdachte haar had gezegd dat [slachtoffer 2] was vreemd gegaan en dat hij [slachtoffer 2] een paar keer flink had verkracht. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte haar, naar ze schat in april van het vorige jaar - de rechtbank begrijpt gelet op de datum waarop aangifte is gedaan april 2009 -, heeft verteld dat hij [slachtoffer 2] had verkracht. Dat was gebeurd in de tijd dat [slachtoffer 2] nog bij hem woonde. [getuige 3], moeder van [slachtoffer 3], heeft verklaard dat [slachtoffer 3] haar heeft verteld dat verdachte een meisje uit Veendam had verkracht. Ze herkent de naam van [slachtoffer 2]. [getuige 6], de moeder van [slachtoffer 2], heeft verklaard dat [slachtoffer 2] aan [getuige 7], haar partner, heeft verteld dat verdachte haar telefoon afluisterde. Hij zat er altijd bij als ze belde en dwong haar dingen te vertellen die niet waar waren. Ook moest ze van hem speed gebruiken, wilde hij dat ze mager bleef en moest ze sites over anorexia bekijken. [slachtoffer 2] heeft iets meer dan een jaar bij verdachte gewoond. [getuige 6] weet dat verdachte [slachtoffer 2] met de dood heeft bedreigd. Verdachte zei ook tegen [slachtoffer 2] dat ze wel iets mocht eten maar hij zei er gelijk bij dat ze er dik van zou worden. Over het seksuele misbruik heeft [slachtoffer 2] haar niet zoveel verteld. Wel dat ze dingen tegen haar zin moest doen. Hij had naaktfoto’s van haar gemaakt en dreigde die op internet te zetten. Ook vertelde hij haar dat als ze bij hem weg zou gaan, hij hun of haar ([getuige 6]) ouders iets aan zou doen. [slachtoffer 2] heeft haar een keer een sms gestuurd dat ze verdachte moest pijpen maar dat niet wilde. Verklaring verdachte Verdachte heeft verklaard dat hij naaktfoto’s van [slachtoffer 2] heeft gemaakt. Hij heeft met [slachtoffer 2] een relatie gehad. Beoordeling van feit 3 De rechtbank overweegt dat verdachte is ten laste gelegd dat hij door (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid c.q. andere feitelijkheden [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2]. Zoals de rechtbank in haar inleidende overwegingen heeft aangegeven, kenmerken veel van de zedenzaken zich doorgaans door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Uit artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebbende jurisprudentie volgt, zoals eerder overwogen, dat de aangifte van [slachtoffer 2] voldoende steun moet vinden in een ander (wettig) bewijsmiddel. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 2] steun in de verklaringen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben afgelegd. De rechtbank stelt vast dat deze verklaringen in algemene bewoordingen zijn gesteld. Daar staat tegenover dat de [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] beiden hebben verklaard dat zij die informatie hebben gekregen van verdachte zelf. De informatie is derhalve afkomstig uit een andere bron dan van aangeefster [slachtoffer 2]. De rechtbank acht verder van belang dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de verdachte haar die informatie naar schatting in april van het voorgaande jaar, naar de rechtbank begrijpt april 2009, heeft gegeven. Dit past in de periode waarover [slachtoffer 2] heeft verklaard. Uit de verklaring van [getuige 3] blijkt voorts dat [slachtoffer 3] ook haar moeder over een verkrachting heeft verteld. Uit de verklaring van [getuige 6] komt naar voren dat [slachtoffer 2] in de tijd dat ze nog bij verdachte was, haar als moeder ervan in kennis heeft gesteld dat ze op seksueel gebied dingen tegen haar zin moest doen. Voorts was [getuige 6] op de hoogte van bedreiging met de dood. De rechtbank ziet geen redenen te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 2] en van de getuigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3]. Dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] overleg zouden hebben gehad en hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en is ook niet aannemelijk geworden, te minder nu [slachtoffer 3] haar verklaring reeds op 26 april 2010 heeft afgelegd. Nu is voldaan aan het vereiste bewijsminimum en de rechtbank ook de overtuiging heeft dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde bewezen. Feit 4 De rechtbank overweegt dat verdachte het ten laste gelegde betwist voor zover dit betreft de bedreigingen met een aansteker, riem en mes en de bedreiging met de woorden “ik maak je dood” en/of “ik snij je keel door” en/of “ik doe je familie en/of zusje iets aan” dan wel woorden en/of handelingen van dreigende aard en/of strekking. De rechtbank stelt vast dat deze bedreigingen ook zijn opgenomen in de tenlastelegging van feit 3 en door de rechtbank zijn bewezen verklaard als gewelds- en/of bedreigingshandelingen waaronder de verkrachtingen uit feit 3 konden plaatsvinden. De rechtbank verwijst derhalve naar hetgeen zij ten aanzien van feit 3 daarover heeft overwogen. De rechtbank acht gelet op haar overwegingen ook de door verdachte betwiste bedreigingen bewezen. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting van 29 mei 2013 een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van de overige bedreigingen, welke hebben plaatsgevonden nadat [slachtoffer 2] bij hem weg was. De bewezenverklaring voor dit deel van de tenlastelegging is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte van [slachtoffer 2], de verklaring van [getuige 7], het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en de bijlagen bij het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 3]. Feit 6 Verdachte is ten laste gelegd dat hij, kort gezegd, opzettelijk de minderjarige [slachtoffer 4] heeft onttrokken aan het ouderlijk gezag. De rechtbank acht dit feit bewezen. De bewezenverklaring is gegrond op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 mei 2013, de aangifte van [slachtoffer 4] en haar aanvullende verklaring, de verklaringen van [slachtoffer 4] en een MSN-gesprek van 24 april 2011. Feit 9 Verdachte is ten laste gelegd dat hij opzettelijk de gezondheid van een aantal vrouwen heeft benadeeld door hen voeding te onthouden, hen te stimuleren af te vallen en hen pillen en/of verdovende middelen te geven waardoor hun eetstoornis zich verder kon ontwikkelen en/of niet werd gestopt/behandeld. De verdediging heeft zich voor wat betreft de beoordeling van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en verdachte heeft zelf ter zitting in het algemeen opgemerkt dat hij achteraf bezien niet goed met aangeefsters en hun eetstoornis is omgegaan. [slachtoffer 5] heeft in dit verband verklaard dat haar contact met verdachte via Hyves is begonnen. Er was een site waarop veel meiden zaten die problemen hadden met eten. Een man sprak veel van die meiden aan. Hij was erop gebrand te helpen. In de herfstvakantie van 2006 is [slachtoffer 5] voor het eerst naar verdachte toegegaan. Bij verdachte ging het erom dat meiden steeds dunner werden. Met een tussenpauze heeft [slachtoffer 5] drie à vier maanden bij verdachte in Apeldoorn verbleven. Volgens haar was het eten minimaal: ze kreeg wat vitaminetabletten en halverwege de dag wat eten, maar minimaal. Haar gewicht werd bijgehouden en moest iedere dag wat minder zijn. [slachtoffer 5] viel soms flauw omdat ze zo weinig had gegeten. Ze gingen vaak boodschappen doen bij Plus. Ze stonden uren in de winkel etiketten na te lezen om zo min mogelijk binnen te krijgen. Verdachte zei tegen haar dat hij haar sleutelbeenderen heel goed kon zien. Hij ging achter haar voor een spiegel staan en legde zijn handen om haar middel. De eerste keer raakten zijn vingertoppen elkaar niet, maar naarmate de tijd verstreek wel. Hij maakte ook een foto van zijn hand op haar buik, zodat te zien was dat haar buik zo groot was als zijn hand. Ze moest vitaminepillen innemen voor stevige spieren en weefselopbouw. Verdachte zei elke dag dat ze mooier werd en er beter uitzag, waardoor ze daarin ging geloven. Toen ze bij verdachte kwam woog ze 47 kilo en bij haar vertrek 38,2 kilo. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 5] anorexia had. Ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 5] multivitamine- en mineralenpillen heeft gegeven. Hij vond het niet zijn verantwoordelijkheid haar naar een dokter te sturen. [slachtoffer 6] heeft verklaard dat ze in 2006 op een internaat in Breda is geplaatst. Tijdens haar verblijf in het internaat heeft ze een eetstoornis ontwikkeld. Ze was wat te dik en werd daarmee gepest. Ze woog toen 85 kilo. Toen ze 19 jaar was, is ze opgenomen omdat ze te zwak was om uit bed te komen. Ze woog op dat moment 35½ kilo. Volgens [slachtoffer 6] heeft ze verdachte kort voor ze 18 jaar werd - naar de rechtbank begrijpt in 2007 - leren kennen via de site “[site 3]”. Op die site schreven personen die zich dik voelden. [slachtoffer 6] schreef ook op die site. Als ze op de site aan het klagen was, reageerde verdachte heel positief op haar stukken. Via MSN, waar verdachte de naam [alias] gebruikte, spraken ze over afvallen. Verdachte zei dat ze nog minder moest gaan eten. [slachtoffer 6] vond dat niet leuk om te horen, maar het motiveerde haar wel om nog minder te eten. Toen ze thuis een erge ruzie kreeg over het eten is ze met de trein naar verdachte in Apeldoorn gegaan. Ze had tassen met kleding bij zich omdat ze daar voor onbepaalde tijd wilde blijven. Ze at bij hem altijd soep of een salade, een halve appel of peer. Ze at één keer per dag. Verdachte vond hoe smaller ze was hoe beter en hij complimenteerde haar. Volgens [slachtoffer 6] was ze 58 kilo toen ze bij verdachte kwam en 48 kilo toen ze bij hem wegging. Nadat de relatie uit was, is ze opgenomen in een ziekenhuis. Ze was toen 20 jaar en woog 35 kilo. Verdachte kwam bij haar op bezoek en stelde voor dat ze de laxeermiddelen die hij had, wel in kon nemen, zodat ze alles kon eten. Ze waren constant met anorexia bezig. Als ze iets te drinken pakte, zei hij hoeveel calorieën daarin zat. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 6] hem via “[site 3]” heeft doorverwezen naar haar Hyves. Ze sportte heel erg veel en had al anorexia. [slachtoffer 3] Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze verdachte in de zomervakantie van 2007 via MSN heeft leren kennen. Ze zat op de chatgroep “[site 3]” waar mensen chatten die een probleem hadden. Zijzelf had problemen thuis en een eetstoornis. Via MSN kwam ze in contact met verdachte die zich [alias] noemde. Hij reageerde aardig en begripvol. Hij gaf haar adviezen om haar eetlust af te remmen en hij gaf haar geld voor een weegschaal. In 2007 heeft ze hem om XTC gevraagd. Verdachte bood het haar ook zelf aan. Hij stuurde haar ongeveer eenmaal in de maand 10 pillen. Hij stuurde dat naar [woongroep] in [plaats 1], waar ze vanaf oktober 2007 woonde, of naar het adres van haar vader in Oude Pekela. In oktober 2008 ging het slecht met haar. Ze was teveel met haar gewicht bezig en woog nog maar 45 kilo. Verdachte kocht laxeerpillen voor haar en ook chroompillen. Die zorgden ervoor dat ze geen eetlust had. Volgens [slachtoffer 3] is ze vanaf de zomer van 2009 weer meerdere malen bij verdachte geweest. Ze bleef slapen als [slachtoffer 2] er niet was. [slachtoffer 3] heeft verder verklaard dat ze naar verdachte ging als ze vakantie had en in (een aantal) weekenden. Als ze bij verdachte was, gebruikten ze samen speed. Verdachte hielp haar bij haar anorexia, qua weinig eten. Hij kon aan pillen komen die zorgden voor vetverbranding. Ze heeft pillen gehad, zoals laxeerpillen. Allemaal pillen die met afslanken te maken hadden of om meer energie te krijgen. Verdachte heeft verklaard dat hij bij het zoeken naar sites over afvallen in 2006 of 2007 met [slachtoffer 3] in contact is gekomen. Hij heeft gereageerd op een stuk van [slachtoffer 3] op de site “[site 3]” en geprobeerd haar te steunen. [slachtoffer 3] had een eetprobleem en woog 90 kilo. Ze had geen weegschaal. Hij heeft haar de helft van de weegschaal gesponsord. Ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft verdachte verklaard dat hij met [slachtoffer 3] speed heeft gebruikt en dat [slachtoffer 3] de speed gebruikte om af te vallen. [slachtoffer 2] Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze verdachte via [slachtoffer 3] heeft leren kennen. Ze is in maart 2008 met [slachtoffer 3] naar verdachte in Apeldoorn gegaan. Een week later is ze opnieuw naar hem toegegaan en bij hem gebleven. [slachtoffer 2] heeft gedurende een jaar een relatie met verdachte gehad en is door hem in mei 2009 uit de woning gezet. Volgens [slachtoffer 2] moest ze van verdachte diverse soorten drugs gebruiken, te weten XTC, GHB, kristallen en speed. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat ze van verdachte wel mocht eten, maar dat hij zei dat ze dik werd als ze wat at. Dat werd dagelijks herhaald. Op een gegeven moment at ze nagenoeg niets meer en dronk ze alleen nog water. Verdachte vertelde haar dat ze dik was. [slachtoffer 2] zag dat haar ribben en heupen uitstaken. Ze woog toen 38 kilo. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] last had van gewichtsproblemen en te veel en te snel afviel. Verdachte heeft haar verteld dat [slachtoffer 2] op een bepaald moment maar 34 kilo woog. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 2] naar zijn schatting ongeveer 50 kilo woog toen ze bij hem kwam. Toen ze wegging woog ze in de richting van 40 kilo. In de tijd dat ze een relatie hadden is [slachtoffer 2] een keer door haar moeder gewogen. Ze woog toen 39 kilo met kleding. Ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft verdachte verklaard dat hij met [slachtoffer 2] speed heeft gebruikt en dat [slachtoffer 2] de speed gebruikte om af te vallen. [slachtoffer 1] Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 10 oktober 2011 aangifte gedaan en daarbij verklaard dat ze verdachte in juni of juli 2009 heeft leren kennen. Ze kwam hem tegen op de woongroep van [woongroep], waar zij woonachtig was. Op 6 september 2009, een dag voor haar 18de verjaardag, is ze bij verdachte, wonend op de [adres], ingetrokken. Volgens [slachtoffer 1] zei verdachte dat hij een eetstoornis had. Die had ze zelf ook toen ze verdachte ontmoette. Ze was toen net 45 kilo afgevallen. De eetstoornis was in hun relatie allesbepalend. Het draaide de hele dag om eten, calorieën, afvallen, gewicht en sporten. Voordat ze verdachte leerde kennen, wilde ze 70 à 75 kilo wegen. Nadat ze hem had leren kennen stelde ze haar doel bij en wilde ze nog maar 32 kilo wegen. Verdachte wilde dat ze 46 kilo zou gaan wegen. Als ze een broodje kaas at, moest ze daar volgens verdachte een doodskop bij zien. Dat broodje moest ze zien als vergif. Verdachte noemde zich altijd de Ana-maker. Dat betekende dat hij meisjes die daar gevoelig voor waren tot anorexia patiënt maakte. [slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat verdachte haar een week nadat ze hem had leren kennen in aanraking heeft gebracht met amfetamine. Hij zei dat je daar goed van kon afvallen, er energie van kreeg en dan de hele dag zonder eten kon. Het was hongeronderdrukkend en vochtafdrijvend. [slachtoffer 1] heeft later verklaard dat ze speed, XTC, hasj, weed, vitaminepillen, appelazijn, chroom, akaipillen en cafeïnepillen kreeg van verdachte. De appelazijn, chroom en akaipillen waren om af te vallen, de cafeïnepillen zorgden voor veel energie. Van de speed viel ze af. De speed zorgde voor energie en was vochtafdrijvend en hongeronderdrukkend. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft leren kennen toen hij een keer naar [woongroep] in [plaats 1] ging. Hij ontmoette [slachtoffer 1], die toen 17 jaar oud was. Ze hebben die dag in Winschoten op een terras iets gedronken. Ze hebben gesproken over afvallen. [slachtoffer 1] woog in die tijd naar zijn schatting ongeveer 100 kilo. [slachtoffer 1] was al bezig met afvallen, maar deed dat volgens verdachte op een verkeerde manier. Hij wilde haar helpen bij het afvallen. [slachtoffer 1] is op de dag voor haar 18de verjaardag bij hem komen wonen. Hij heeft haar multivitamine gegeven. Verdachte heeft verder verklaard dat hij XTC kocht voor wie er was en wilde gebruiken. [slachtoffer 1] heeft een paar keer XTC gebruikt. Later kocht hij speed. Ook [slachtoffer 1] kocht wel eens speed. Volgens verdachte werd speed in België vroeger voorgeschreven om af te vallen. Het geeft energie en onderdrukt hongergevoelens. Dat hij [slachtoffer 1] toen ze bij hem was in contact heeft gebracht met amfetamine zou kunnen, aldus verdachte. Ze hebben samen geblowd en XTC, speed en coke gebruikt. Verklaring [getuige 2] heeft verklaard dat verdachte en [slachtoffer 1] T3 slikten om de schildklier sneller te laten werken. In het buitenland regelde hij slaappillen voor [slachtoffer 1]. Verdachte maakte vaak kwetsende opmerkingen tegen [slachtoffer 1] over haar lichaam, dat ze nog meer moest afvallen, over haar uiterlijk en haar gewicht. Verdachte en [slachtoffer 1] gebruikten dagelijks amfetamine. [slachtoffer 1] gebruikte het om af te vallen. Volgens [getuige 2] hielp verdachte jonge meisjes met afvallen. Hij deed dingen bij de meisjes om hun eetstoornis te verergeren, hij leerde ze allemaal trucjes. Het was voor verdachte een kick om die meisjes te laten afvallen, aldus [getuige 2]. Tips om af te vallen In de dagelijkse samenvatting voor berichten op “[site 3]” van 17 juni 2007 staat een bericht van [alias] (zijnde verdachte), waarin onder meer wordt gezegd: “Chroomtabletten zijn idd ook van het eigen huismerk van het kruidvat te koop. Kosten maar een paar euro. Ze helpen (een beetje) om van het hongergevoel af te komen, maar verwacht er zeker geen wonderen van. Als je toch steeds de neiging hebt te gaan eten, verdeel dan een appel in een aantal partjes (of wat ik veel eet: komkommer). Ieder uur (of iets langer) neem je een klein stukje. Het gevolg is dat je geen hongergevoel vanuit je maag krijgt en je gewoon blijft afvallen. In combinatie met chroompillen en een multivitaminen/mineralen tablet (goed voor je weerstand en je krijgt ook nog de nodige stoffen binnen) is succes verzekerd Je zou ook nok calcium (voor je botten) moeten nemen, maar deze pillen heb je alles bij elkaar nog onder de 10 euro.” Verdachte heeft op 10 september 2007 meerdere e-mailberichten verstuurd aan [slachtoffer 3] met daarin de volgende teksten: - “ je bent toch afgevallen, wat er langzaam afgaat, komt er ook niet meer bij:-) Over een tijdje ben je dat meisje met die uitstekende botten, waarbij je ribbetjes kan tellen. En dan kan je trots zijn op je prestatie, mooie kleren kopen etc.”; - “ Die chroompillen van het huismerk heb ik zelf ook. Ze helpen wel merk ik, toch minder snel honger. Mss dat je nog een multivitaminenpil erbij kunt nemen, dan krijg je iig nog wat extra gezondezooi binnen en heb je waarschijnlijk minder haaruitval ook :-) dat mag gewoon de goedkoopste zooi zijn hoor. Groene thee schijnt ook goed te helpen bij afvallen een collegaatje van mij (heeft boulimia) gebruikt dat ook vaak om toch af te vallen…Maar dat mag ze niet van de dieetiste (maar doet t natuurlijk toch :-
- p)en dat je gaat zuipen ipv foute snoepjes is maar goed ook. Je hoeft je ook niet te verdedigen, maar ik bedoelde daarmee te zeggen: je zult gewoon langzamer afvallen als je regelmatig flink zuipt”; - “ Ik ken geen pillen die je maag niet laten knorren, dat betekent gewoon dat je maag leeg is. Je zou bijv een plakje komkommer kunnen eten, heeft je buk wat te doen en er zal nog geen kcal inzitten;-)”; - “ Goed bezig met dat fruit, zit weinig in maar je hebt geen lege maag”; - “ Je broer moest eens weten aan wie hij strax snoepjes geeft LOL… Maar natuurlijk ook wel stom van je broer om te denken dat jij ineens een lief braaf meisje geworden zou zijn en geen pillen enzo zou slikken. Hij weet toch dat je dat vroeger ook deed”. Medische informatie Uit medische informatie komt naar voren dat [slachtoffer 5] volgens de DSM-classificatie anorexia nervosa heeft en in de periode 2009 - 2010 daarvoor opgenomen is geweest voor een periode van ongeveer zes maanden. [slachtoffer 6] is sinds 2007 bekend met ernstige anorexia, waarvoor zij langdurig onder behandeling is. Bij [slachtoffer 3] is sprake van een eetstoornis niet anderszins omschreven en bij [slachtoffer 2] is sprake van anorexia nervosa ontstaan op ongeveer 14-jarige leeftijd. [slachtoffer 1] had een eetverslaving en is door haar eetproblematiek veel kilo’s aangekomen tot 120 kilo. Conclusie Alle verklaringen, de medische informatie en digitale berichten in aanmerking genomen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde vrouwen, die allemaal leden aan een eetstoornis bij zich heeft laten wonen. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk de gezondheid van de genoemde vrouwen heeft benadeeld. Het is een feit van algemene bekendheid dat het veelvuldig gebruik van middelen als amfetamine, speed, kristallen, XTC en weed nadelig is voor de gezondheid. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat het onthouden van voeding aan personen die bekend zijn met anorexia nervosa ernstige gevolgen kan hebben, zoals het uitvallen van organen en/of het overlijden van de persoon. Verdachte heeft de in de tenlastelegging genoemde vrouwen benadeeld door hen structureel voeding te onthouden en hen te stimuleren verder af te vallen. Hij gaf ze tips en verdovende middelen en/of andere pillen om af te vallen. Verdachte heeft zo handelend de gezondheid van de genoemde vrouwen opzettelijk benadeeld. Door zijn handelwijze kon hun eetstoornis zich verder ontwikkelen. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte daadwerkelijk heeft gezorgd voor de benodigde medische zorg of begeleiding van de vrouwen door deskundigen. Dat verdachte heeft verklaard dat hij de vrouwen ook vitamine- en mineralenpillen heeft gegeven doet aan het voorgaande niet af. Ook verdachtes verklaring ter terechtzitting van 29 mei 2013 dat hij met [slachtoffer 1] naar een psycholoog is gegaan doet aan het voorgaande niet af, nu verdachte tevens heeft verklaard dat hij met haar naar een psycholoog ging omdat hij had gemerkt dat het om een wat beschadigd meisje ging. Feit 10 (en deels feit 11) Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij en verdachte op 8 januari 2010 naar het [hotel] in [plaats 2] gegaan zijn gegaan. Nadat ze op 9 januari 2010 bij een pizzeria hadden gegeten, hebben ze in het hotel nog even bij elkaar gelegen. Het humeur van verdachte draaide uit het niets om. Hij werd boos en maakte haar uit voor goedkope hoer en zei dat ze niks waard was. Verdachte bleef haar uitschelden. Het schreeuwen ervoer [slachtoffer 1] als bedreigend. Verdachte zei dat hij haar zou doodmaken als ze de badkamer in zou gaan. Ze is de badkamer ingevlucht en heeft de deur afgesloten. Verdachte bleef voor de deur staan schelden en schreeuwen. Toen ze in de badkamer zat kreeg ze diverse sms’jes van verdachte waarin onder meer stond: “je heb nooit van me gehouden”, “erg goedkope buit, voor een beetje werk”. De verklaring van [slachtoffer 1] vindt ondersteuning in de verklaring van [getuige 4]. Zij heeft verklaard dat ze de vorige dag - naar de rechtbank begrijpt op 9 januari 2010 - van [slachtoffer 1] een sms’je kreeg. [slachtoffer 1] vroeg haar om haar te komen halen. [getuige 4] heeft direct naar [slachtoffer 1] gebeld. [slachtoffer 1] was in het [hotel] in [plaats 2]. [getuige 4] hoorde dat [slachtoffer 1] in paniek was. Ze huilde en was van streek. [slachtoffer 1] verklaarde dat ze bang was voor verdachte omdat hij haar wilde pakken. Terwijl [getuige 4] [slachtoffer 1] aan de telefoon had, hoorde ze verdachte op de achtergrond schreeuwen. Ze hoorde onder meer: “goedkope hoer, je hebt wel veel spullen gekregen voor hetgeen je hebt gedaan, kom uit de badkamer, stom wijf, ik zal je wel krijgen, kom uit de badkamer”, althans woorden van gelijke strekking. Op 9 januari 2010 kregen verbalisanten het verzoek te gaan naar het [hotel] te [plaats 2] omdat zich in kamer [nummer] een meisje zou bevinden dat zich uit angst voor verdachte had opgesloten in het toilet/badkamer. Ter plaatse troffen ze een meisje, naar later bleek [slachtoffer 1], aan op de badkamer. Zij maakte een doodsbenauwde indruk. [slachtoffer 1] verklaarde dat ze ruzie met verdachte had gekregen en dat hij haar meerdere malen met de dood had bedreigd. Verder verklaarde [slachtoffer 1] dat verdachte in het bezit was van een stroomstootwapen, een mes en drugs. Verbalisanten troffen in het raamkozijn twee vlindermessen en een stroomstootwapen aan. [slachtoffer 1] gaf hen een vlindermes, pepperspray en een zakje met wit poeder. Verdachte heeft verklaard dat hij op 8 januari 2010 naar Groningen is gegaan. Op het station in Groningen trof hij [slachtoffer 1]. Om 14:00 uur hebben ze ingecheckt in het [hotel] in [plaats 2]. De volgende dag hebben ze in het hotel een woordenwisseling gehad. Ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft verdachte verklaard dat hij daarbij teksten heeft gebruikt zoals in de tenlastelegging zijn omschreven. Hij heeft ontkend dat hij zou hebben gezegd dat hij haar dood zou maken. Verdachte heeft verder ter terechtzitting van 29 mei 2013 bekend dat hij in de hotelkamer in Haren op 9 januari 2010 vlindermessen, een stroomstootwapen en een busje pepperspray voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht dit feit bewezen gelet op de aangifte, de verklaring van [getuige 4], het proces-verbaal van bevindingen en de verklaringen van verdachte, die elkaar op belangrijke punten ondersteunen. Dat verdachte [slachtoffer 1] niet met de dood zou hebben bedreigd zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard, maar dat zijn woorden verkeerd zijn begrepen of verstaan, is niet aannemelijk geworden. De rechtbank heeft geen reden aan te nemen dat de verklaring van [slachtoffer 1] op dit onderdeel niet betrouwbaar is, mede nu uit het proces-verbaal van bevindingen naar voren komt dat [slachtoffer 1] doodsbenauwd was toen ze op de badkamer werd aangetroffen en direct heeft verklaard dat ze door verdachte met de dood was bedreigd. Feit 11 De rechtbank acht dit feit bewezen. De bewezenverklaring is gegrond op de bekennende verklaring van verdachte, welke verklaring hij ter terechtzitting van 29 mei 2013 heeft herhaald en de dienaangaande opgemaakte processen-verbaal van de bevindingen. Feit 12 Op 3 april 2012 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op het adres [adres], het woonadres van verdachte. Daarbij is onder meer in beslag genomen een computer van het merk Motion (IBN-code B3.1). De multimediafiles op de computer zijn onderzocht op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. Als criterium voor het aantreffen en beoordelen van de multimediafiles als zijnde kinderpornografie werd gehandeld met gebruikmaking van de op dit punt geldende jurisprudentie en de Aanwijzing kinderpornografie van het college van procureurs-generaal van 1 november 2010/nr. 2010 A025. De bepaling van de kennelijke leeftijden van de afgebeelde personen is gebaseerd op de algemeen bekende criteria en kenmerken betreffende lichaamskenmerken, lichamelijke ontwikkeling en ontwikkelingsstadia van uitwendige geslachtskenmerken. Voor zover dat noodzakelijk was is als referentie- en vergelijkingsmateriaal gebruik gemaakt van de “Tannercriteria”. Verbalisanten hebben drie afbeeldingen aangetroffen waarvan werd vastgesteld dat ze waren aan te merken als kinderpornografisch. Ze hebben deze afbeeldingen omschreven. Op de afbeelding met de naam ‘[afbeelding 1]’ is het ontblote bovenlichaam van een meisje van ongeveer 17 à 18 jaar oud te zien. Ze poseert voor de camera en staat met haar voorzijde gekeerd in de richting van de camera waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn. Ze heeft haar handen in de voorzakken van de spijkerbroek. Haar spijkerbroek hangt daarbij zodanig laag dat de aanzet van de schaamstreek zichtbaar is. Op de afbeelding met de naam ‘[afbeelding 2]’ staat een meisje van ongeveer 17 à 18 jaar oud afgebeeld. Het is ogenschijnlijk hetzelfde meisje als hiervoor omschreven. Ze ligt op haar rug op een bed met haar onderlichaam gericht in de richting van de camera. Ze draagt alleen een zwart slipje en heeft haar benen gespreid waardoor de aanzet van haar schaamlippen nadrukkelijk in beeld worden gebracht. Op de afbeelding met de naam ‘[afbeelding 3]’ staat ook een meisje van ongeveer 17 à 18 jaar oud afgebeeld. Het is ogenschijnlijk hetzelfde meisje als hiervoor omschreven. Ze ligt voorover gebogen op haar onderarmen en knieën, met haar billen gekeerd in de richting van de camera. Ze draagt een kort zwart jurkje/rokje en een zwart slipje. Door de door haar aangenomen pose en de positie van de camera wordt haar kruis prominent in beeld gebracht. De contouren van haar vagina en billen zijn zeer duidelijk zichtbaar. Ondertussen kijkt ze tussen haar armen en been door in de richting van de camera. De persoon op de foto’s is herkend als [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 2]. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat ze 15 jaar was toen ze voor het eerst contact had met verdachte. Toen ze 16 werd kreeg ze een berichtje van hem waarin hij haar feliciteerde. [slachtoffer 4] heeft verdachte in de grote vakantie van 2011 in Groningen ontmoet. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 4] eind 2010 contact met hem heeft gezocht via Hyves. In de week waarin hij is gearresteerd heeft hij voor het laatst contact gehad met [slachtoffer 4]. Verdachte is aangehouden op 3 april 2012. Ter terechtzitting heeft verdachte erkend de betreffende foto’s te hebben gemaakt van [slachtoffer 4]. De rechtbank acht bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode drie foto’s van kinderpornografische aard heeft vervaardigd en in zijn bezit gehad. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat niet wordt betwist dat de persoon op de foto [slachtoffer 4] betreft en dat zij ten tijde van het maken van de foto’s nog geen 18 jaar oud was. Anders dan verdachte en zijn raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat deze foto’s wel als kinderpornografisch van aard dienen te worden aangemerkt, nu deskundigen hebben vastgesteld dat de foto’s aan voormelde criteria voldoen. Dat verdachte hierover anders denkt en op dit punt allicht andere maatschappelijke opvattingen heeft dan tot uitdrukking komend in de geldende wetgeving, doet hieraan niet af. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3, 4, 6, 9, 10, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van september 2011 tot en met 9 oktober 2011 te Apeldoorn en/of te Rotterdam in elk geval telkens in Nederland een ander, te weten, [slachtoffer 1] (lid 1, onder 1°) door dwang en één of meer (andere) feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van de kwetsbare positie, heeft vervoerd en overgebracht en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en (lid 1, onder 4°) telkens met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en één of meer (andere) feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van de kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(
- en)heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, immers heeft verdachte één of meermalen -terwijl die [slachtoffer 1] seksueel is misbruikt en -terwijl die [slachtoffer 1] in een orthopedagogisch behandelcentrum heeft verbleven en -terwijl die [slachtoffer 1] zwanger is -tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze in de prostitutie moest gaan werken om geld voor hem, verdachte, te verdienen en/of gezegd dat ze pas weer naar binnen mocht als ze 200 euro had verdiend en/of meermalen gevraagd of ze zich al had aangemeld en/of gezegd dat hij, verdachte, nog behoorlijk veel geld van haar kreeg en daar geen maanden op wilde wachten en -die [slachtoffer 1] in de woning van hem, verdachte, gehuisvest en -die [slachtoffer 1] vervoerd naar een seksclub, door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft kunnen bieden; 3. hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 september 2008 tot en met 12 mei 2009 te Apeldoorn telkens door geweld en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] hebbende verdachte (telkens) - zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] gebracht en/of geduwd en/of bewogen en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte telkens meerdere malen, althans eenmaal, terwijl een of meer deuren van de woning is/zijn afgesloten en/of hij, verdachte, de telefoon van die [slachtoffer 2] heeft afgepakt, -die [slachtoffer 2] heeft bedreigd met een aansteker en/of gedreigd haar te slaan met een riem, en/of een mes op haar keel heeft gezet en -aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en -die [slachtoffer 2] met kracht bij haar armen en/of elders bij haar lichaam heeft vastgepakt en/of die [slachtoffer 2] met kracht heeft vastgehouden en/of in haar polsen heeft geknepen en -misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer 2], immers is/heeft hij, verdachte -die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, in huis laten wonen en -met die [slachtoffer 2] een liefdesrelatie aangegaan en -aan die [slachtoffer 2] verdovende middelen verstrekt en/of laten gebruiken en -die [slachtoffer 2] bewogen af te vallen en -naaktfoto's van die [slachtoffer 2] gemaakt en -die [slachtoffer 2] gedwongen een tatoeage met de naam van hem, verdachte, te nemen en -die [slachtoffer 2] geïsoleerd van familie en/of vrienden en/of voortdurend gecontroleerd, en -aldus voor die [slachtoffer 2] een situatie heeft doen ontstaan waar die [slachtoffer 2] geen weerstand aan kon bieden en aldus voor die [slachtoffer 2] telkens een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 4. hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 september 2008 tot en met 25 november 2009 te Apeldoorn en/of te Veendam, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte telkens opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] bedreigd door -een aansteker aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen deze te gebruiken en -een riem aan die [slachtoffer 2] te tonen en/of te dreigen die [slachtoffer 2] hiermee te slaan en -een mes op de keel van die [slachtoffer 2] te zetten en -aan die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak je dood" en/of "ik snij je keel door" en/of "ik doe je familie en/of zusje iets aan", en -meerdere briefjes op te hangen op de deur van de woning van die [slachtoffer 2] en in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 2], bevattende de tekst "You know what to do to end this, just do it or i'll be back" en/of "Soon, very soon, it has begun" en/of "The future is not yet, you decide your faith, last chance" en/of bevattende die briefjes een bewerkte foto van die [slachtoffer 2] en -in een, nabij de woning van die [slachtoffer 2] gelegen, park de tekst aan te brengen "no [slachtoffer 2] lies, no [slachtoffer 2] time, last chance to, confess face to face", en -die [slachtoffer 2] e-mails te sturen waarin hij, verdachte, aankondigt dat hij, verdachte, naar Veendam zou komen en/of dat het haar geld zou gaan kosten, te weten - onder meer - een e-mail van 27 mei 2009 inhoudende de tekst: "Je moest mij vandaag nog het één en ander opbiechten hier. Je bent niet komen opdagen. Nu moet ik dus naar jou komen. Heel domme zet van je. Heel dom. " en een e-mail van 1 juni 2009 inhoudende de tekst: "Aangezien je mij die info niet gegeven hebt, kom ik nu echt eerdaags "praten". Als je denkt dat mij doodzwijgen de manier is om van me af te komen, dan heb je juist het tegenovergestelde gedaan. Nu zal ik niet rusten totdat ik die info van je hebt. Aangezien ik daarvoor naar dat dorp van jou moet komen, gaat je dat ook nog eens geld kosten. Je weet niet waar je aan begonnen bent. " en een e-mail van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "A.s. zaterdag is de werkelijk de allerlaatste kans die ik je geef. Je weet dat je dit niet gaat winnen. Je kunt je trots verliezen door naar hier te komen en mij de waarheid te vertellen OF je komt niet en verliest zoveel meer (en dan nog ben je er nog niet vanaf). Weeg je opties maar eens goed af. Ik heb de mensen, de tijd, het geld, en de vastberadenheid van een bulldog om te winnen. " en een e-mail van 27 augustus 2009 inhoudende de tekst: "Als je rust wil en mij uit je leven, dan weet je wat je moet doen. Dan ben ik zelfs bereid te zorgen dat ze je niet wegpesten, aftuigen of kapot treiteren op school. Ik zou wel opschieten, tijd is een luxe die je niet bezit" en een e-mail van 28 augustus 2009 inhoudende de tekst: "It is time. Decide your faith", en een e-mail van 31 augustus 2009 inhoudende de tekst: "je gaat zo'n ongelovelijke kankertijd tegemoet. Meisje, meisje toch, je besef niet waar je aan begonnen bent. Nog maar 2 jaar. En als klap op de vuurpijl, een (regelmatig?) VIP bezoek van mij. Geen dank, doe het graag. Je krijgt wat je verdiend hè. Tot (G)auw" althans telkens woorden en/of handelingen van dreigende aard en/of strekking; 6. hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn en/of te Groningen en/of te Leeuwarden en/of te Veenwouden en/of te Buitenpost en/of te Dokkum en/of te Kollum en/of te Westereen en/of te Harlingen en/of te Borger, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 2], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte meermalen, - contact gelegd en/of gehouden met die [slachtoffer 4] middels internet en/of per telefoon en/of met die [slachtoffer 4] afgesproken en/of die [slachtoffer 4] getroffen en - goederen voor die [slachtoffer 4] gekocht, onder meer kleding en/of (een) mobiele telefoon(
- s)en/of simkaart(
- en)en/of voedingsmiddelen en/of een ov-kaart en/of die [slachtoffer 4] geld gegeven en - tegen die [slachtoffer 4] gezegd "zet je gsm uit, liefst accu er helemaal uit. Niet OV kaart, maar met los geld kaartje kopen. Niet je bankpas gebruiken.", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en - aan die [slachtoffer 4] porno-fimpjes gestuurd en - voornoemde [slachtoffer 4] onderdak geboden in zijn, verdachtes woning en/of een hotelkamer(
- s)en - seks met die [slachtoffer 4] gehad; 9. hij op tijdstippen in de periode 1 oktober 2006 tot en met 9 oktober 2011, te Apeldoorn en/of te Haren en/of te Winschoten en/of te Harkstede, telkens opzettelijk de gezondheid van -[slachtoffer 5] en -[slachtoffer 3] en -[slachtoffer 6] en -[slachtoffer 2] en -[slachtoffer 1] heeft benadeeld door voornoemde personen terwijl deze personen anorexia problematiek en/of een eetprobleem hebben, -op te nemen in zijn woning en -vervolgens aan die personen voeding te onthouden en/of deze personen te stimuleren (verder) af te vallen door aan voornoemde personen afvaltips te geven en/of verdovende middelen te geven en/of andere pillen te geven, zodat deze anorexia-problematiek en/of dit eetprobleem zich verder kon ontwikkelen en in elk geval niet werd gestopt en niet werd behandeld; 10. hij op 9 januari 2010 te Haren [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk terwijl hij, verdachte, en die [slachtoffer 1] op een hotelkamer waren en terwijl er wapens in de hotelkamer lagen, voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: - " Als jij de badkamer ingaat, maak ik je dood" en/of - " Goedkope hoer, je hebt wel veel spullen gekregen voor hetgeen je hebt gedaan. Kom uit de badkamer stom wijf. Ik zal je wel krijgen, kom uit de badkamer", althans woorden van gelijke dreigende aard en/strekking; 11. hij op 9 januari 2010 te Haren wapens van categorie I, onder 1°, te weten vlindermessen voorhanden heeft gehad; en hij op 9 januari 2010 te Haren wapens van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten - een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht en - een wapen van categorie II onder 6°, te weten een busje traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad; 12. hij in de periode van 31 december 2010 tot en met 2 april 2012 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, 3 afbeeldingen heeft vervaardigd, te weten [afbeelding 1] en [afbeelding 2] en [afbeelding 3] en een gegevensdrager, te weten een computer, bevattende voornoemde 3 afbeeldingen, in bezit heeft gehad, te weten [afbeelding 1] en [afbeelding 2] en [afbeelding 3] en terwijl op die voornoemde afbeeldingen telkens een seksuele gedraging zichtbaar is, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten [slachtoffer 4], geboren [geboortedatum 2], te weten, op [afbeelding 1] het ontblote bovenlichaam van die [slachtoffer 4] waarbij deze [slachtoffer 4] poseert voor de camera en waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn en waarbij de aanzet van de schaamstreek zichtbaar is en op [afbeelding 2] voornoemde [slachtoffer 4], die op haar rug op een bed ligt en daarbij haar onderlichaam in de richting van de camera heeft gericht en waarbij zij alleen een zwart slipje draagt en waarbij haar benen gespreid zijn waardoor de aanzet van de schaamlippen nadrukkelijk in beeld wordt gebracht en op [afbeelding 3] voornoemde [slachtoffer 4] die voorovergebogen ligt op haar onderarmen en knieën en waarbij haar billen naar de camera zijn gekeerd en waarbij die [slachtoffer 4] een kort zwart jurkje en/of rokje draagt en een zwart slipje en waarbij de door die [slachtoffer 4] aangenomen pose en/of positie van de camera haar kruis prominent in beeld wordt gebracht en waarbij de contouren van haar vagina en haar billen zeer duidelijk zichtbaar zijn. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven: Feit 1: mensenhandel, meermalen gepleegd; Feit 3: verkrachting, meermalen gepleegd; Feit 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd; Feit 6: opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag, meermalen gepleegd; Feit 9: opzettelijke benadeling van de gezondheid, meermalen gepleegd; Feit 10: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht; Feit 11: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd; Feit 12: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in het bezit hebben, meermale