RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/860805-13 Datum zitting : 24 juni 2013 en 26 augustus 2013 Datum uitspraak : 09 september 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [1986] te [geboorteplaats] adres : [adres 1] plaats : [woonplaats] raadslieden : mr. A.D. Kloosterman en mr. M.A.C. Bruijn, advocaten te Amsterdam. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 12 maart 2013 te Culemborg, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, haar levensgezel [slachtoffer], van het leven te beroven, opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, met een mes een of meermalen in de halsstreek en/of op/in andere delen van het lichaam heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 wetboek van strafrecht althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: zij op of omstreeks 12 maart 2013 te Culemborg, aan een persoon, te weten haar levensgezel [slachtoffer], opzettelijk, al dan niet met voorbedachte rade, zwaar lichamelijk letsel (een of meer steek- en/of snijwonden)) heeft toegebracht, door deze opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, met een mes een of meermalen in de halsstreek en/of op/in andere delen van het lichaam te steken en/of snijden; art 303 lid 1 wetboek van strafrecht art 304 sub 1 wetboek van strafrecht Meer Subsidiair zij op of omstreeks 12 maart 2013 te Culemborg, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan haar levensgezel [slachtoffer], opzettelijk, al dan niet met voorbedachte rade, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk, al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, met een mes een of meermalen in de halsstreek en/of op/in andere delen van het lichaam heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 303 lid 1 wetboek van strafrecht art 304 sub 1 wetboek van strafrecht 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 26 augustus 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mrs. A.D. Kloosterman en M.A.C. Bruijn, advocaten te Amsterdam. Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is tevens ter terechtzitting verschenen: [slachtoffer], met zijn gemachtigde A.E. Stachelhausen. De officier van justitie, mr. A.M.C.V. Fellinger, heeft gerekwireerd. Verdachte en haar raadslieden hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3Overwegende Gelet op wat ter terechtzitting naar voren is gebracht in de door verdachte afgelegde verklaring, het requisitoir van de officier van justitie en het pleidooi van de raadslieden alsmede de inhoud van de processtukken, is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank acht het, voor een juiste beoordeling van wat ter zitting is aangevoerd, dat met betrekking tot de hieronder te formuleren vragen, nader onderzoek dient te worden verricht. Uit het dossier zou blijken dat de vader van aangever, [vader slachtoffer], te 09.39 uur op zijn mobiele telefoon, een sms-bericht heeft ontvangen, afkomstig van de mobiele telefoon van aangever ([telefoonnummer]). Dit bericht zou eveneens te 09.39 uur zijn verzonden via de mobiele telefoon van aangever. Op pagina 437 van het proces-verbaal, onderaan de pagina, wordt opgemerkt dat de tijd “– 5 minuten” is en dat het aangegeven tijdstip van verzending, 09.44 uur, in werkelijkheid 09.39 uur is. Uit een proces-verbaal onderzoek mobiele telefoon (pag. 441 e.v.) wordt, met betrekking tot de mobiele telefoon van aangever, tevens opgemerkt dat de tijdsweergave in het display 07.40.13 uur betreft en de werkelijke waarneming 08.35.21 uur. Op pagina 454 wordt het vanaf de mobiele telefoon van aangever verzonden tekstbericht weergegeven, met als tijdsaanduiding 9:44:37 (Device). 1a. De rechtbank wenst nader geïnformeerd te worden hoe de op pagina 437 aangegeven ‘werkelijke tijd’ van de verzending van het – op die pagina aangehaalde – sms-bericht vanaf de mobiele telefoon van verdachte (9.44 uur minus 5 minuten is 9.39 uur) te rijmen valt met de op pagina 442 vermelde tijdstippen 07.40.13 uur (‘weergave display’) en 08.35.21 uur (‘werkelijke waarneming’), waaruit een verschil lijkt te volgen van 55 minuten tussen de tijdsweergave in het display en de werkelijke tijd. 1b. Indien het bovenstaande er toe leidt dat het vastgestelde tijdstip van verzending ten onrechte zou zijn vastgesteld op 9.39 uur, wat betekent dat dan voor het tijdstip van ontvangst van dat sms bericht? Een en ander dient in een aanvullend proces-verbaal duidelijk te worden gemaakt; Uit een proces-verbaal van bevindingen (pagina 167) blijkt dat de verbalisant [verbalisant] op 15 maart 2013 omstreeks 12.46 uur contact heeft opgenomen met [vader slachtoffer] met de vraag of al bekend was waar de mobiele telefoon van aangever was. [vader slachtoffer] zou toen hebben meegedeeld dat de mobiele telefoon van aangever tijdens het schoonmaken was gevonden in de bovenste lade van het rechter nachtkastje van aangever. [verbalisant] heeft de mobiele telefoon naar de forensische opsporing gebracht waarbij hij de forensisch rechercheur [rechercheur] heeft horen zeggen dat tijdens het onderzoek niet is opgevallen dat een bebloede mobiele telefoon in de bovenste lade van het rechter nachtkastje lag. [verbalisant] hoorde [rechercheur] zeggen dat er wel is gekeken in deze lade. In het proces-verbaal sporenonderzoek (pag. 207 e.v.), wordt een uitvoerige opsomming gegeven op welke plaats welke sporen zijn veiliggesteld. Uit wat onder nr. 9 (ouderslaapkamer; pag. 214/215) staat omschreven, blijkt niet dat de forensische opsporingsdienst heeft gekeken in de bovenste lade van het rechter nachtkastje.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.