RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/800400-12 Datum zitting : 16 september 2013 Datum uitspraak : 30 september 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de militaire kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [1991] te [geboorteplaats] adres : [adres] plaats : [woonplaats] raadsman : mr. G.J.J. Knoops, advocaat te Amsterdam officier van justitie : mr. S.Z. Wiarda 1. De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na een door de militaire kamer ter terechtzitting van 16 september 3013 toegewezen wijziging van de tenlastlegging, ten laste gelegd dat: 1. Primair hij op of omstreeks 29 mei 2012 te Grafenwoehr te Duitsland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, een militaire Land Rover, daarmede rijdende over een niet met name genoemde bochtige en/of uit (zeer) (grof) gravel bestaande weg van de Grafenwoehr Training Area, zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam met een snelheid hoger dan door het ter plaatse bevoegd gezag aangegeven/toegestane maximum snelheid van 20 en/of 30 kilometer per uur, in elk geval heeft gereden met een te hoge snelheid, gelet op de plaatselijke omstandigheden en/of na een flauwe bocht naar rechts met een of meer wielen in de berm is gekomen/gereden ten gevolge waarvan hij, verdachte, de macht over het stuur heeft verloren en/of ten gevolge waarvan voornoemd motorrijtuig van de weg is geraakt en/of over de kop is geslagen en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1]) werd gedood en/of [slachtoffer 2] zwaar werd gewond althans zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij als militair op of omstreeks 29 mei 2012 te Grafrenwoehr, in elk geval in de Bondsrepubliek Duitsland, niet in acht heeft genomen de door het bevoegd gezag met betrekking tot het verkeer gegeven regels en aanwijzingen, immers heeft verdachte als bestuurder van een militaire Land Rover, daarmede gereden op een niet met name genoemde, voor het militair verkeer openstaande bochtige en/of uit (zeer) (grof) gravel bestaande weg van het Grafenwoehr Trainings Area, met een snelheid hoger dan de aangegeven/toegestane maximum snelheid van 20 en/of 30 kilometer per uur, in elk geval heeft gereden met een te hoge snelheid, gelet op de plaatselijke omstandigheden en/of na een flauwe bocht naar rechts met een of meer wielen in de berm is gekomen/gereden, ten gevolge waarvan hij, verdachte, de macht over het stuur heeft verloren en/of voornoemd voertuig over de kop is geslagen ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] werd gedood en/of [slachtoffer 2] zwaar werd gewond althans zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke vermindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 16 september 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J.J. Knoops, advocaat te Amsterdam. Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter terechtzitting verschenen: [benadeelde 1]. Mevrouw [benadeelde 1] en [benadeelde 2] waren tevens aanwezig om gebruik te maken van hun spreekrecht als nabestaanden van hun zoon, op grond van artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs Ten aanzien van feit 1 primair De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten: Op 29 mei 2012 heeft verdachte als bestuurder in een Landrover over een niet met name genoemde weg van het Grafenwoehr Training Area te Grafenwoerh Duitsland gereden. Nadat het brandpiket –waarvan verdachte deel uitmaakte- via de portofoon was opgeroepen een ontstane brand te blussen, reed verdachte met drie collega’s vanaf het begin van de schietrange 213, richting de kogelvanger. Terwijl verdachte en zijn collega’s onderweg waren ontvingen zij een tweede portofonisch bericht dat de brand groter werd en zij asap –zo snel als mogelijk- naar de brand moesten komen. Vervolgens is verdachte op de weg die naar rechts afboog met de rechterwielen naast de weg gekomen. Verdachte heeft dit willen corrigeren door naar links tegen te sturen met als gevolg dat de Landrover naar links is geschoten. Vervolgens heeft verdachte een tweede stuurcorrectie naar rechts uitgevoerd. Daarbij is hij de macht over het stuur verloren en is de Landrover naast de weg gekanteld. Als gevolg van dit ongeval is [slachtoffer 1] komen te overlijden en raakte [slachtoffer 2] zwaar gewond aan zijn been. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastgelegde. Hiertoe stelt de officier van justitie, op basis van de getuigenverklaringen –[slachtoffer 2], [getuige 1] en [getuige 2]-, dat verdachte na de tweede portofonische melding “asap” (wat staat voor: “as soon as possible”) met een snelheid van zeker 50 kilometer per uur heeft gereden, terwijl een maximum snelheid van 30 kilometer per uur gold. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op het opgemaakte proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse en het en aanvullend proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse. Door de hoge snelheid heeft verdachte een stuurfout gemaakt waardoor de Landrover in de berm terecht kwam en verdachte niet meer in staat was die stuurfout te corrigeren. De gegeven omstandigheden als de voertuiginrichting, de aanwezigheid van het ringaffuit, het ontbreken van gordels achterin de Landrover, het niet dragen van helmen alsook het rijden op gravel, laten onverlet dat verdachte als bestuurder met deze omstandigheden rekening moet houden. Bovendien is verdachte opgeleid voor het besturen van de Landrover en in het bezit van het militair rijbewijs en heeft hij aangegeven ook in zijn vrije tijd te rijden. De officier van justitie stelt dat de gereden snelheid in onderlinge samenhang bezien met de stuurfout dient te worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag en levert daarmee het misdrijf op als omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet op. Het standpunt van de verdediging primair en subsidiair De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit stelt de raadsman primair dat er geen (aanmerkelijke) schuld aan de zijde van verdachte kan worden geconstateerd. Voorts voert de raadsman ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit onder andere aan: - dat er geen borden op het terrein stonden die de maximum snelheid weergaven; - er nergens uit blijkt dat er briefings zijn gegeven dat de maximum snelheid van 20 km per uur bedroeg; - het op basis van het dossier volstrekt onduidelijk is wie en in welke functie– het zogenaamde bevoegd gezag- de briefing heeft gegeven. Beoordeling door de militaire kamer primair Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Geldende maximum snelheid: In het aanvullend Proces-Verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (verder: aanvullend VOA) staat vermeld dat de snelheidslimieten worden vastgesteld in de Standard Operation Procedure (SOP). In de bij het aanvullend VOA gevoegde SOP staat over de snelheid – voor zover hier van belang het volgende: “Speed Limits (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.