vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/234697 / HA ZA 12-701 Vonnis van 17 april 2013 in de zaak van
(5)] , wonende te Wageningen, gedaagden in conventie, eisers in voorwaardelijke reconventie, advocaat mr. J.E.M. Oude Kempers te Arnhem. Partijen zullen hierna de Landelijke Vereniging, de Afdeling, de Stichting Steunfonds, de Asielstichting, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub b] en [gedaagde sub 5] genoemd worden. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 23 januari 2013 het proces-verbaal van comparitie van 20 februari 2013 de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De Landelijke Vereniging kent meerdere afdelingen. Zij zijn op hun beurt ook weer verenigingen. Het beheren en exploiteren van dierenasiels behoort tot de activiteiten van afdelingen. 2.
- In overleg tussen de Landelijke Vereniging en de[de Afdeling] (de rechtsvoorganger van de in 2009 opgerichte Afdeling) is op 22 januari 2001 de Stichting Steunfonds opgericht om fondsen te werven voor de[de Afdeling], waaronder met name fondsen ten behoeve van een door de[de Afdeling] geëxploiteerd dierenasiel. 2.
- In 2004 wordt in een algemene vergadering van de[de Afdeling] besloten de Stichting Steunfonds los te maken (te ‘ontliëren’) van de[de Afdeling]. Als bestuurders zijn [gedaagde sub 3], [gedaagde sub b] en [gedaagde sub 5] hierbij betrokken, hoewel in het handelsregister alleen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 5] als bestuurder vermeld staan. De Raad van Toezicht (eerder genaamd Commissie van Toezicht) van de Landelijke Vereniging maakt bij de[de Afdeling] bezwaar tegen de ontliëring, waarop het besluit ongedaan gemaakt wordt. 2.
- Vervolgens wordt in 2005 met toestemming van de Landelijke Vereniging door de[de Afdeling] de Asielstichting opgericht. 2.
- Volgens de inschrijvingen in het handelsregister is [gedaagde sub 3] vanaf 28 juni 2005 voorzitter van de Asielstichting en vanaf 22 januari 2001 voorzitter van de Stichting Steunfonds. Hij is van 29 april 1996 tot 22 juli 2009 voorzitter van de [de Afdeling] geweest. 2.
- Volgens de inschrijvingen in het handelsregister is [gedaagde sub b] vanaf 25 april 2007 secretaris van de Asielstichting en de Stichting Steunfonds en is zij van 25 april 2007 tot 22 juli 2009 secretaris van de [de Afdeling] geweest. 2.
- Volgens de inschrijvingen in het handelsregister is [gedaagde sub 5] van 28 juni 2005 tot 7 maart 2012 penningmeester geweest van de Asielstichting, van 25 juni 2006 tot 7 maart 2012 van de Stichting Steunfonds en van 22 mei 2002 tot 22 juli 2009 van de [de Afdeling]. 2.
- De inschrijvingen in het handelsregister corresponderen in meerdere opzichten niet met de vermeldingen van bestuursfuncties in notulen en verslagen van deze drie rechtspersonen. 2.
- Het verslag van de algemene ledenvergadering van de[de Afdeling] gehouden op 25 april 2007 houdt onder meer in dat er negen leden/donateurs, een erelid, twee bestuursleden van de Afdeling Rhenen/Veenendaal en drie bestuursleden van de[de Afdeling] ter vergadering aanwezig zijn. Onder punt 7, ‘Voorstel tot statutenwijziging’, luidt het verslag onder meer als volgt. De voorzitter geeft aan dat er toestemming aan het verenigingsburo is gevraagd voor de wijziging. Deze goedkeuring is nog niet binnen (…). De verandering in de statuten bestaat uit het wijzigen van de bestuurssamenstelling van de stichtingen. Maximaal 2 bestuursleden van de vereniging (…) kunnen bestuurslid zijn van de stichtingen. De personele unie wordt met dit voorstel opgeheven. De bestuursleden van de beide stichtingen moeten wel lid zijn van de Dierenbescherming (…). Het voorstel tot statutenwijziging wordt vervolgens door de leden goedgekeurd. 2.
- Op 8 oktober 2008 worden aktes verleden waarin de gewijzigde statuten van de beide stichtingen – met de hierboven bedoelde opheffing van de personele unie tussen de[de Afdeling] en de stichtingen – vastliggen. In de periode waarin de statutenwijziging tot stand komt, zijn [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub b] alledrie bestuurder van de[de Afdeling], de Stichting Steunfonds en de Asielstichting. 2.
- De Landelijke Vereniging sommeert de bestuurders van de stichtingen en van de[de Afdeling] om de desbetreffende statutenwijzigingen en de ontliëring ongedaan te maken. Daarna wordt overleg gevoerd over mogelijkheden om af te wijken van de modelstatuten voor afdelingen van de Landelijke Vereniging. Deze modelstatuten zijn door de Raad van Toezicht goedgekeurd en ingericht volgens CBF(Centraal Bureau Fondsenwerving)-eisen, dat wil zeggen eisen op grond waarvan het CBF-keurmerk kan worden verkregen. In het voorjaar van 2010 blijkt dat geen overeenstemming bereikt wordt. 2.
- Op 6 mei 2004 is door de[de Afdeling], vertegenwoordigd door [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub b], een onroerende zaak, [adres], voor € 39.000,00 overgedragen aan de Stichting Steunfonds. In de jaarrekening 2006 van de[de Afdeling] staat dat zij € 38.000,00 in [adres] heeft geïnvesteerd. 2.
- In 2005 maakt de[de Afdeling] een legaat van € 200.199,00 over aan de Stichting Steunfonds. 2.
- In 2006 maakt de[de Afdeling] € 575.000,00 als ‘overige baten’ over naar de Stichting Steunfonds. In de jaarrekening 2005 van de[de Afdeling] is dit bedrag genoemd als vordering van de Stichting Steunfonds op de[de Afdeling]. 2.
- Een bedrag van € 60.000,00, door de Stichting Dierenzorg te[adres] toegekend aan de[de Afdeling], is overgemaakt naar de rekening van de Asielstichting. 2.
- De[de Afdeling] heeft voorts aan de Stichting Steunfonds overgemaakt: in 2007: een legaat van € 22.689,00, collectes tot een bedrag van € 11.852,00 en € 9.349,00 aan contributies; in 2008: een legaat van € 5.000,00, collectes tot een bedrag van € 8.851,00 en € 13.064,00 aan contributies 3Het geschil in conventie 3.
- De Landelijke Vereniging en de Afdeling vorderen in de eerste plaats: - primair veroordeling van de Stichting Steunfonds, de Asielstichting, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub b] om mee te werken aan de statutenwijziging zoals vastgelegd in de bij dagvaarding opgenomen conceptakte door daartoe te verschijnen voor notaris J.B. Boeser te Haarlem of diens plaatsvervanger en mee te werken aan het verlijden van de desbetreffende akte onder bepaling dat ingeval zij nalatig zijn aan de veroordeling hiertoe te voldoen, het vonnis in de plaats zal treden van de notariële akte houdende statutenwijzing, subsidiair veroordeling van de Stichting Steunfonds, de Asielstichting, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub b] om mee te werken aan de statutenwijziging zoals vastgelegd in de bij dagvaarding opgenomen conceptakte door daartoe te verschijnen voor notaris J.B. Boeser te Haarlem of diens plaatsvervanger en mee te werken aan het verlijden van de desbetreffende akte, op verbeurte van een dwangsom, meer subsidiair veroordeling van de Stichting Steunfonds, de Asielstichting, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub b] tot betaling van € 500.000,00 althans een bedrag dat volgens de Landelijke Vereniging genoegzaam is, aan de Afdeling op verbeurte van een dwangsom, in de tweede plaats - de Stichting Steunfonds, de Asielstichting, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub b] hoofdelijk te veroordelen aan de Landelijke Vereniging rekening en verantwoording af te leggen ten aanzien van alle gelden die sedert 2001 namens de Afdeling zijn overgemaakt aan de Stichting Steunfonds en de Asielstichting onder afgifte van complete en volledige afschriften van alle legaten, nalatenschappen en bijbehorende bankafschriften op verbeurte van een dwangsom, in de derde plaats - [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub b] te veroordelen af te treden als bestuurders van de Stichting Steunfonds en de Asielstichting op verbeurte van een dwangsom, in de vierde plaats - [gedaagde sub 3], [gedaagde sub b] en [gedaagde sub 5] te verbieden ter zake van hun aansprakelijkheid en de daaruit voortvloeiende gevolgen een beroep te doen op de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering die de Landelijke Vereniging onder polisnummer 30.01.1972 heeft afgesloten, in de vijfde plaats - te verklaren voor recht dat [gedaagde sub 3], [gedaagde sub b] van [gedaagde sub 5] onrechtmatig hebben gehandeld jegens eiseressen, een en ander vermeerderd met rente en kosten. 3.
- Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, gaat de rechtbank hierna in. in voorwaardelijke reconventie 3.
- Eisers vorderen – samengevat – onder de voorwaarde dat de vorderingen van de Landelijke Vereniging en de Afdeling geheel of gedeeltelijk afgewezen worden, de Landelijke Vereniging te veroordelen om te gedogen dat de statuten van de Stichtingen zodanig worden gewijzigd dat iedere thans bestaande statutaire verbondenheid met de Afdeling en de Landelijke Vereniging wordt weggeschreven en voorts al datgene te doen wat nodig is of mocht blijken te zijn om die statutenwijziging te bewerkstelligen op verbeurte van een dwangsom, vermeerderd met rente en kosten, waaronder buitengerechtelijke en nakosten. 3.
- De Landelijke Vereniging en de Afdeling voeren verweer. Indien de voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld, vervuld wordt, komen de stellingen van partijen, voor zover van belang, nader aan de orde. 4De beoordeling in conventie 4.
- Het eerste onderdeel van de vordering betreft aanpassing van de statuten van de Stichting Steunfonds en de Asielstichting. Hierbij zou het volgens de dagvaarding alleen gaan om de wijziging van art. 4 lid 1 A uit de versie 2008 van de statuten. 4.
- Art. 4 lid 1 van de statuten van de Stichting Steunfonds zoals geredigeerd per 8 oktober 2008 luidt: De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit het bestuur van de te [woonplaats] gevestigde stichting: Stichting Dierentehuis [naam] (…). Art. 4 lid 1 sub A van de Asielstichting zoals geredigeerd per 8 oktober 2008 luidt: De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit drie of vijf leden, die allen lid moeten zijn van de vereniging:[de Afdeling] van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, danwel haar rechtsopvolger. In het bestuur dienen te allen tijde zitting te hebben: - indien het bestuur bestaat uit drie leden: een lid van het bestuur van de in de eerste zin van dit artikel genoemde vereniging, danwel haar rechtsopvolger, of indien het bestuur bestaat uit vijf leden: twee leden van het bestuur van de in de eerste zin van dit artikel genoemde vereniging, danwel haar rechtsopvolger. 4.
- De rechtbank gaat er op basis van de stukken van uit dat dit de twee artikelen zijn waarvan de Landelijke Vereniging wijziging vordert. Kennelijk is bedoeld dat de wijziging leidt tot de tekst van de identieke artikelen 5 lid 1 van de bij dagvaarding overgelegde conceptstatuten van de Stichting Steunfonds en de Asielstichting. Deze bepaling luidt: Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf natuurlijke personen. De meerderheid bestaande uit drie van deze leden wordt benoemd door het bestuur van de Afdeling. Bij het uitoefenen van haar benoemingsrechten draagt het bestuur van de Afdeling ervoor zorg dat minimaal één bestuurder van de stichting deel uitmaakt van het bestuur van de Afdeling. De overige bestuurders worden benoemd door het bestuur van de stichting. Het stichtingsbestuur kan slechts overgaan tot de benoeming van bestuurders nadat het bestuur van de Afdeling alle haar toekomende benoemingsrechten heeft uitgeoefend. Tot bestuurder kunnen slechts personen worden benoemd die lid zijn van de Dierenbescherming, dan wel dit binnen 6 maanden na benoeming zijn geworden (…). 4.
- Volgens de dagvaarding echter is voldoende een wijziging in de richting van art. 4 lid 1 in de statuten zoals ze in 2005 luidden. Het eerste lid van art. 4 van de statuten van beide stichtingen luidt in de versie van 28 juni 2005: De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit het bestuur van de vereniging:[de Afdeling] van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (…). 4.
- Gelet op de onduidelijke verwijzing naar art. 4 lid 1 onder A, dat slechts bij de Asielstichting voorkomt, de verschuivende nummering die duidt op meer wijzigingen dan in één artikel en de onduidelijkheid of de door de rechtbank gelezen productie inderdaad het bedoelde concept bevat (in de dagvaarding wordt geen productienummer genoemd), zullen de Landelijke Vereniging en de Afdeling in de gelegenheid moeten worden gesteld dit toe te lichten als wijziging inderdaad aan de orde is. Daartoe moet eerst worden nagegaan wat de grondslag van de gewenste wijziging is. 4.
- De Landelijke Vereniging en de Afdeling stellen zich op het standpunt dat de statutenwijzigingen uit 2008 nietig zijn wegens strijd met de statuten (art. 2:14 Burgerlijk Wetboek (BW)) danwel vernietigbaar wegens strijd met de wettelijke en statutaire bepalingen en de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 2:15 BW). 4.
- De bevoegdheid vernietiging van een besluit te vorderen op grond van art. 2:15 BW – waarbij als vernietigingsgronden worden genoemd de strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen en strijd met de redelijkheid en billijkheid zoals door art. 2:8 BW geëist – heeft een vervaltermijn van één jaar vanaf het einde van de dag waarop de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd (art. 2:15 BW lid 5). Vast staat dat de Landelijke Vereniging en de Afdeling kort na 8 oktober 2008, in elk geval nog in dat jaar, kennis gekregen hebben van de statutenwijzigingen, dat er tussen partijen gesprekken zijn gevoerd over ongedaanmaking van de wijzigingen en dat in 2010 duidelijk was dat geen overeenstemming bereikt werd. De dagvaarding dateert van 25 september
- De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat op vernietigbaarheid van de wijzigingsbesluiten zoals bedoeld in art. 2:15 BW gelet op de vervaltermijn van één jaar die daarbij geldt, geen beroep meer kan worden gedaan. 4.
- Rest de vraag of de desbetreffende besluiten nietig zijn, zoals de Landelijke Vereniging en de Afdeling stellen. 4.
- Kennelijk – ook hierin is de dagvaarding niet duidelijk – gronden eiseressen het betoog dat de statutenwijzigingen nietig zijn, op de gelijkluidende bepalingen van art. 11 lid 1 van de statuten van de Stichting Steunfonds en de Asielstichting zoals die in de versie van 2005 golden tijdens de statutenwijziging in 2008: Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen (…) na vóóraf verkregen goedkeuring van de algemene vergadering van de vereniging:[de Afdeling] van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren. Een besluit tot statutenwijziging (…) kan slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat [;] zijn niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen (…). 4.
- De hier bedoelde goedkeuring van de algemene vergadering van de[de Afdeling] is de goedkeuring die aan de orde is in het verslag van de vergadering van 25 april 2007 (hierboven, 2.9). Anders dan eiseressen stellen, is er in dit verslag sprake van een goedkeuring zonder meer, niet van een voorwaardelijke goedkeuring, zoals uit de tekst van de notulen blijkt. Dat goedkeuring van de Landelijke Vereniging nog niet verleend was, verandert niets aan de duidelijkheid van de laatste onder 2.9 geciteerde zin. 4.
- Eiseressen vragen zich af of er voldoende leden aan deze vergadering hebben deelgenomen. Zij wijzen echter in dat verband niet op enige wettelijke of statutaire quorumeis, zodat deze vraag gepasseerd moet worden. Voor zover zij hierbij het oog hebben op de eis in artikel 11 dat alle bestuursleden aanwezig moeten zijn, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij onder 4.14 overweegt. 4.
- Dat de mededeling van de voorzitter, [gedaagde sub 3], in de vergadering van 25 april 2007 dat de goedkeuring van het verenigingsburo ‘nog niet binnen’ is, verwarring kan stichten, moet eiseressen worden nagegeven. Strikt genomen is ze echter niet onjuist. Bovendien geven eiseressen, die deze mededeling ‘ronduit misleidend’ noemen, niet aan welke conclusie zij daaraan verbinden ten aanzien van het in het verslag geconstateerde besluit van de[de Afdeling] tot goedkeuring van de statutenwijzigingen. De rechtbank passeert dan ook dit betoog. 4.
- Eveneens passeert de rechtbank de opmerking van eiseressen dat ‘de indruk ontstaat dat de bestuurders de statutenwijziging bewust op 9 april 2008 niet op de agenda hebben gezet om daarmede voor de leden te maskeren dat het Landelijk Bureau geen goedkeuring heeft verleend’ omdat zij ook hieraan geen – kenbare – consequenties verbinden. 4.
- Voorts is volgens eiseressen niet voldaan aan de eis van art. 11 van de stichtingsstatuten dat een besluit tot wijziging van de statuten slechts kan ‘worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat’. Elk stichtingsbestuur werd gevormd door het bestuur van de[de Afdeling] (art. 4 lid 1 van de gelijkluidende stichtingsstatuten). Het bestuur van de[de Afdeling] bestond toen tot de statutenwijziging werd besloten, uit drie in plaats van vijf leden, [gedaagde sub 3], [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub b], toen over de statutenwijziging beslist werd. 4.
- Gedaagden wijzen erop dat het moeilijk was kandidaten te vinden voor de bestuursfuncties – wat irrelevant is – en wijzen op art. 12 lid 5 van de destijds geldende statuten van de Afdeling, dat bepaalde: ‘(…) Indien het aantal bestuursleden, inclusief tijdelijk benoemde leden, is gedaald beneden vijf blijft het bestuur bevoegd (…).’ 4.
- Hierop stellen gedaagden: ‘Anders dan eisers lijken voor te stellen, was het bestuur dus bevoegd de Afdeling te vertegenwoordigen. Het bestuur van de Stichtingen werd gevormd door het bestuur van de Afdeling. De statuten van de Stichtingen bevatten geen bepaling die voorschrijven dat het bestuur uit een minimum aantal leden dient te bestaan. Binnen de Stichtingsbesturen waren dus geen vacatures. De stichtingen waren dus bevoegd hun statuten te wijzigen.’ 4.
- Juist is dat de stichtingsbesturen werden gevormd door het bestuur van de[de Afdeling] (art. 4 lid 1 van de statuten). Deze bepaling koppelt de omvang van het bestuur aan die van het bestuur van de[de Afdeling]. Dat bestond blijkens art. 12 lid 1 van haar statuten uit ‘ten minste vij