RECHTBANK GELDERLAND Team belastingrecht Zittingsplaats Arnhem registratienummer: AWB 13/1424 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van inzake [X] , wonende te [Z], eiser, tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, verweerder. 1Ontstaan en loop van het geding Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000]) parkeerbelasting opgelegd, ten bedrage van € 55,50 (€ 1,50 parkeerbelasting en € 54 kosten naheffing). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 december 2012 de naheffingsaanslag parkeerbelasting gehandhaafd. Eiser heeft daartegen bij brief van 18 februari 2013, ontvangen door verweerder op 21 februari 2013 en, na doorzending op de voet van artikel 6:15 van de Awb, door de rechtbank ontvangen op 11 maart 2013, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2013 te Arnhem. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde]. 2Feiten 2.1 Op vrijdag 19 oktober 2012 om 11:10 uur stond het voertuig van eiser met het (Duitse) kenteken [AA-BB-00] geparkeerd aan de [A-straat 1] te [Q]. De desbetreffende locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen aangewezen als een plaats waar op dat tijdstip uitsluitend tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. Op 19 oktober 2012 heeft eiser om 10:17 uur zich aangemeld bij Parkmobile en het kenteken [AA_BB-01] ingevoerd. Om 12:48 uur heeft eiser zich afgemeld. Parkmobile heeft hiervoor € 4,30 van eisers bankrekening afgeschreven. 2.2 In de gemeente Nijmegen bestaat de mogelijkheid om parkeerbelasting te voldoen via het systeem van gsm-parkeren. Eiser maakt voor het gsm-parkeren gebruik van de diensten van het bedrijf Parkmobile. 2.3 Tijdens een controle op voormelde plaats, datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat er voor het voertuig van eiser geen parkeerbelasting was betaald. Naar aanleiding hiervan is aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 55,50, bestaande uit € 1,50 aan nageheven parkeerbelasting en € 54 kosten naheffing. 3Geschil In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan eiser is opgelegd. 4Beoordeling van het geschil Wettelijk kader 4.1 In artikel 225, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet is geregeld dat de gemeente bevoegd is in het kader van parkeerregulering een belasting te heffen, ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze. 4.2 Ingevolge artikel 234 van de Gemeentewet wordt parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte dan wel op andere wijze. Dit artikel bepaalt in het tweede lid, onderdeel a, met betrekking tot de parkeerbelasting verder, voor zover relevant, dat als voldoening op aangifte uitsluitend wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 4.3 Ingevolge 231, eerste lid, van de Gemeentewet - voor zover van belang- geschieden de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). Ingevolge artikel 20, eerste lid, van de AWR in samenhang met artikel 231, tweede lid, van de Gemeentewet - beide voor zover hier van belang- kan de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, de te weinig geheven belasting naheffen indien belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald. 4.4 In de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2012 van de gemeente Nijmegen (hierna: de Verordening parkeerbelasting 2012) zijn, voor zover van belang, de volgende bepalingen opgenomen: “Artikel 1 Begripsomschrijvingen (…) d. Centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Nijmegen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet; (…) Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.