← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2013:3757

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: 06/880060-12 Uitspraak d.d.: 11 oktober 2013 Tegenspraak VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1949], wonende te [woonplaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 september

  1. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 02 december 2011 te Ermelo, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Harderwijkerweg en/of de Harderwijkerweg ter hoogte met de kruising met het naastliggende fietspad, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Harderwijkerweg en/of voornoemd fietspad en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) in strijd met artikel 18 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een zich op dat fietspad bevindende snorfietser, die zich op dezelfde weg naast, dan wel links of rechts dicht achter haar bevond, niet voor heeft laten gaan, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met die snorfietser, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; art 6 Wegenverkeerswet 1994 ALTHANS, dat zij op of omstreeks 02 december 2011 te Ermelo, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Harderwijkerweg en/of de Harderwijkerweg ter hoogte met het kruispunt met het naastliggende fietspad, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen gedeelte van die Harderwijkerweg en/of voornoemd fietspad en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) in strijd met artikel 18 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een zich op dat fietspad bevindende snorfietser, die zich op dezelfde weg naast, dan wel links of rechts dicht achter haar bevond, niet voor heeft laten gaan, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met die snorfietser, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994 Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek Op 2 december 2011 heeft omstreeks 09:50 uur een ongeval plaats gevonden op de T-kruising Harderwijkerweg – P.C. Hooftlaan te Ermelo, waarbij een personenauto en een snorfiets met elkaar in botsing zijn gekomen. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en bewezen verklaring van het subsidiair ten laste gelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Standpunt van de verdachte / de verdediging Verdachte heeft geen verweer gevoerd. Vrijspraak primair ten laste gelegde De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat verdachte van de haar primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat vaststaat dat verdachte als verkeersdeelnemer een verkeersfout heeft gemaakt door geen voorrang te verlenen aan een snorfiets die in dezelfde richting op het naast de weg gelegen fietspad reed. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij de snorfiets over het hoofd heeft gezien. Dat zij geen voorrang heeft verleend, kan haar worden verweten. Deze verkeersfout maakt echter niet dat bij verdachte sprake is geweest van schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet
  2. Beoordeling door de rechtbank van het subsidiair ten laste gelegde De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich wel schuldig heeft gemaakt aan gevaarzetting als bedoeld in artikel 5 van de Wegenverkeerswet
  3. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie welke verklaring zij ter terechtzitting heeft herhaald, de verklaring van Vink en de bevindingen van de politie. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: zij op 2 december 2011 te Ermelo als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Harderwijkerweg ter hoogte met het kruispunt met het naastliggende fietspad, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, niet, althans in onvoldoende mate op voormeld fietspad en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en daarbij in strijd met artikel 18 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een zich op dat fietspad bevindende snorfietser, die zich op dezelfde weg naast, dan wel rechts dicht achter haar bevond, niet voor heeft laten gaan, en vervolgens in aanrijding is gekomen met die snorfietser, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd. Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde levert op de overtreding: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet
  4. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, waarvan € 375,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van één maand eveneens met een proeftijd van twee jaar. Verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft bij het rechts afslaan nagelaten een rechtdoorgaande snorfiets voorrang te verlenen, hetgeen tot een aanrijding heeft geleid. De bestuurder van de snorfiets is daarbij met zijn hoofd op de straat terechtgekomen en gewond geraakt. De rechtbank houdt rekening met het feit dat ter terechtzitting is gebleken dat het ongeval veel impact heeft gehad op verdachte en dat verdachte zich bijzonder betrokken heeft getoond en nog toont bij de medische toestand van het slachtoffer. De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 13 september 2013 niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank is, alles overwegende, van oordeel dat een gedeeltelijk voorwaardelijke geldboete zoals door de officier van justitie is gevorderd, een passende reactie vormt. Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Daarnaast acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid passend. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 91 van het Wetboek van Strafrecht; 5, 177, 179 van de Wegenverkeerswet
  5. Beslissing De rechtbank:  verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;  verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;  verklaart verdachte strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 (veertien) dagen hechtenis;  bepaalt, dat een gedeelte van de geldboete, groot € 375,- (driehonderdvijfenzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;  ontzegt verdachte ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) maand;  bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Aldus gewezen door mrs. Van Apeldoorn, voorzitter, Kropman en Van Valderen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 oktober
  6. Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0611 2011169408-1, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 12 januari
  7. Proces-verbaal Aanrijding, p.2 Processen-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.15-16, en pagina’s ongenummerd Proces-verbaal van verhoor van getuige H.J. Vink, p.17-18 Proces-verbaal Aanrijding, p.2-4

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.