RECHTBANK GELDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 06/880025-12 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 21 oktober 2013 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1990] te [geboorteplaats], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 oktober
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: een ongeluk heeft veroorzaakt, waardoor anderen (zwaar) gewond zijn geraakt; subsidiair: gevaar op de weg heeft veroorzaakt. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd, zowel ten aanzien van de gedragingen van verdachte op de Gerard Doustraat als ten aanzien van de gedragingen van verdachte op de Graaf Ottosingel. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte betrokken is geweest bij zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde en dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Vrijspraak De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4.3.2 Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 15 oktober 2011 in zijn personenauto van het merk Audi op de Gerard Doustraat te Zutphen stond te wachten voor het rode verkeerslicht, dat hij vervolgens rechtsaf is geslagen de Graaf Ottosingel op en dat hij met het nemen van de bocht het voor hem rijdende verkeer links heeft ingehaald. Verdachte heeft verder verklaard dat hij goed bekend is met de situatie ter plaatse. Ook heeft verdachte verklaard dat hij, toen hij reed op de Graaf Ottolaan, vanuit de Polsbroek een personenauto van het merk Volvo zag komen en dat hij een fietser op de Graaf Ottolaan zag rijden die hem tegemoet kwam. Verdachte heeft verder verklaard dat hij vervolgens naar zijn cd-speler heeft gekeken en de cd een nummer verder heeft gezet en dat hij, toen hij weer naar de weg keek, zag dat de Volvo voor hem de Graaf Ottosingel op reed. Verdachte is vervolgens met zijn auto gebotst tegen de Volvo waardoor die Volvo tegen voornoemde fietser is gebotst. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 15 oktober 2011 op zijn bromfiets op de Gerard Doustraat in Zutphen stond te wachten voor het rode verkeerslicht, dat er voor hem een brommobiel stond en achter hem een Audi. Voorts heeft de getuige [getuige 1] verklaard dat de Audi hem links passeerde, door rood reed en rechtsaf de Graaf Ottosingel op reed. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 15 oktober 2011 in een brommobiel op de Gerard Doustraat in Zutphen reed en dat zij stopte omdat het verkeerslicht op rood sprong. Verder heeft de getuige [getuige 2] verklaard dat een Audi haar ineens links inhaalde, door rood reed en rechtsaf de Graaf Ottosingel opreed. 4.3.3 Conclusie De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich op 15 oktober 2011 zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg kon worden veroorzaakt. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.2 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 15 oktober 2011 te Zutphen, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de wegen de Gerard Doustraat en de Graaf Ottosingel, terwijl het verkeerslicht op die Gerard Doustraat ter hoogte van de kruising met de Graaf Ottosingel in verdachtes rijrichting rood licht uitstraalde, en terwijl verdachte een motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kenteken [kenteken]) komende uit de Polsbroek (tijdig) had waargenomen, en terwijl verdachte een hem op de Graaf Ottosingel tegemoetkomende (bestuurder van een) fiets (tijdig) had waargenomen, en terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse, vanuit stilstand voor het verkeerslicht op die Gerard Doustraat wachtende motorrijtuigen aan de linkerzijde heeft ingehaald, en vervolgens in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk inhoudende ''Stop'', immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, en vervolgens rechtsaf is geslagen, en in onvoldoende mate op de door hem waargenomen personenauto is blijven letten, en daarbij zijn aandacht in onvoldoende mate bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gehad, en vervolgens is gebotst tegen voornoemde personenauto tengevolge waarvan die personenauto is gebotst tegen voornoemde (bestuurder van een) fiets, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op die weg kon worden gehinderd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet
- Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 750,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 15 dagen, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar. 8.
- Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, de door de officier van justitie gevorderde ontzegging van de rijbevoegdheid dient te worden gematigd. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, mede gelet op de persoon van de verdachte en rekening houdend met zijn draagkracht, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 30 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte één keer eerder is veroordeeld voor het plegen van een andersoortig strafbaar feit. Ook houdt de rechtbank ermee rekening dat verdachte sinds het bewezenverklaarde feit geen nieuwe soortgelijke strafbare feiten heeft begaan. Alles afwegende en gelet op het tijdsverloop ziet de rechtbank aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat volstaan kan worden met een geldboete van na te melden hoogte en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor na te melden duur. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing De rechtbank: Verklaart het primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet
- Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte ter zake van het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden. Beveelt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 1 jaar vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. G. Perrick en J.P.W. Helmonds, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 oktober
- BIJLAGE : De tenlastelegging hij op of omstreeks 15 oktober 2011 te Zutphen, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Gerard Doustraat en/of de Graaf Ottosingel, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl het verkeerslicht op die Gerard Doustraat ter hoogte van de kruising met de Graaf Ottosingel in verdachtes rijrichting rood licht uitstraalde, en/of terwijl het zicht van verdachte op het verkeer komende uit de Polsbroek werd belemmerd door een of meerdere op de Graaf Ottosingel stilstaande motorrijtuig(en), en/of terwijl verdachte een motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kenteken [kenteken]) komende uit de Polsbroek (tijdig) had waargenomen, en/of terwijl verdachte een hem op de Graaf Ottosingel tegemoetkomende (bestuurder van een) fiets (tijdig) had waargenomen, en/of terwijl verdachte (goed) bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse, vanuit stilstand een of meerdere voor het verkeerslicht op die Gerard Doustraat wachtend(e) motorrijtuig(en) aan de linkerzijde heeft ingehaald, (daarbij) in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een doorgetrokken streep heeft overschreden, en/of (vervolgens) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk inhoudende ''Stop'', immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, en/of (vervolgens) rechtsaf is geslagen, en/of (vervolgens) over die Graaf Ottosingel heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 58 kilometer per uur, in ieder geval met een hogere snelheid dat de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een (snel) oplopende snelheid, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op de door hem waargenomen personenauto en/of het voor hem gelegen gedeelte van die weg, de Graaf Ottosingel heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde personenauto tengevolge waarvan die personenauto is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde (bestuurder van een) fiets, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander ([slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; art 6 Wegenverkeerswet 1994 ALTHANS, dat hij op of omstreeks 15 oktober 2011 te Zutphen, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), de Gerard Doustraat en/of de Graaf Ottosingel, terwijl het verkeerslicht op die Gerard Doustraat ter hoogte van de kruising met de Graaf Ottosingel in verdachtes rijrichting rood licht uitstraalde, en/of terwijl het zicht van verdachte op het verkeer komende uit de Polsbroek werd belemmerd door een of meerdere op de Graaf Ottosingel stilstaande motorrijtuig(en), en/of terwijl verdachte een motorrijtuig (personenauto, merk Volvo, kenteken [kenteken]) komende uit de Polsbroek (tijdig) had waargenomen, en/of terwijl verdachte een hem op de Graaf Ottosingel tegemoetkomende (bestuurder van een) fiets (tijdig) had waargenomen, en/of terwijl verdachte (goed) bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse, vanuit stilstand een of meerdere voor het verkeerslicht op die Gerard Doustraat wachtend(e) motorrijtuig(en) aan de linkerzijde heeft ingehaald, en/of (daarbij) in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een doorgetrokken streep heeft overschreden, en/of (vervolgens) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk inhoudende ''Stop'', immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, en/of (vervolgens) rechtsaf is geslagen, en/of (vervolgens) over die Graaf Ottosingel heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 58 kilometer per uur, in ieder geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een (snel) oplopende snelheid, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op de door hem waargenomen personenauto en/of het voor hem gelegen gedeelte van die weg, de Graaf Ottosingel heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een doorgetrokken streep heeft overschreden, en/of (vervolgens) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk inhoudende ''Stop'', immers is hij, verdachte, niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, en/of (vervolgens) rechtsaf is geslagen, en/of (vervolgens) over die Graaf Ottosingel heeft gereden met een snelheid van (ongeveer) 58 kilometer per uur, in ieder geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een (snel) oplopende snelheid, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op de door hem waargenomen personenauto en/of het voor hem gelegen gedeelte van die weg, de Graaf Ottosingel heeft gelet en/of is blijven letten, en/of (daarbij) zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of (daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde personenauto tengevolge waarvan die personenauto is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met voornoemde (bestuurder van een) fiets, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994 Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij de in de wettelijke vorm opgemaakt processen-verbaal van de politie Noord- en Oost-Gelderland, met nummer 2011145598, van 14 december 2011, doorgenummerde pagina's 1 tot en met
- Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 oktober
- Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 oktober
- Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 oktober
- Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 oktober
- Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse nr. 2011145598, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 7 januari 2012, pagina
- Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina
- Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina
- Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina
- Proces-verbaal verhoor getuige, doorgenummerde pagina 41.