RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/701738-12 Datum zitting : 25 oktober 2013 Datum uitspraak : 8 november 2013 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [verdachte], geboren op : [geboortedatum], adres : [adres], plaats : [woonplaats]. Raadsman : mr. C.H. Molenaar, advocaat te Zevenaar. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2003 tot en met 29 februari 2008 te Zevenaar, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op 1 maart 1996, hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer] naakt bij hem in bed heeft laten liggen/slapen en/of zelf naakt met die (al dan niet naakte) [slachtoffer] in zijn bed heeft gelegen en/of zijn (gehele) lichaam (en daarbij ook zijn penis) door die[slachtoffer] heeft laten insmeren en/of masseren en/of het (naakte) lichaam (en daarbij ook de vagina en/of de borst(en)) van die [slachtoffer] heeft betast en/of samen met die [slachtoffer] heeft gedoucht. 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 25 oktober 2013 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.H. Molenaar, advocaat te Zevenaar. Namens het minderjarige slachtoffer, [slachtoffer], heeft zich als benadeelde partij de wettelijke vertegenwoordiger, mevrouw [moeder slachtoffer] (moeder), schriftelijk in het geding gevoegd. [slachtoffer] is ter terechtzitting aanwezig en is bijgestaan door raadsvrouw mr. C.W. Langereis. Namens Slachtofferhulp is [werknemer slachtofferhulp] aanwezig. De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3De beslissing inzake het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen Reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt dat verdachte moet meewerken aan een nader onderzoek zijn geestesgesteldheid. Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft het ten laste gelegde feit uitdrukkelijk ontkend. De raadsman heeft bepleit dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde feit. De raadsman voert hiertoe aan dat er geen wettig dan wel overtuigend bewijs is dat verdachte ontuchtige bedoelingen had. Verdachte heeft er alles aan gedaan om het gedrag van aangeefster tegen te gaan. Daarnaast kan er niet worden uitgesloten dat er overleg is geweest tussen aangeefster, haar broer [betrokkene 1], [betrokkene 2] en/of de (toenmalige) vriend van aangeefster, waardoor de aangifte is beïnvloed. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde ontuchtige handelingen niet kunnen worden bewezen en dat vrijspraak moet volgen. Beoordeling door de rechtbank Op grond van de aangifte en de verklaring van verdachte ter terechtzitting staat vast dat aangeefster geregeld bij verdachte heeft gelogeerd en bij verdachte in bed heeft gelegen en geslapen, alsmede dat zij dan soms naakt was. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde gedragingen wordt het volgende overwogen. Aangeefster heeft in eerste instantie op 28 augustus 2009 een intakegesprek gehad bij de politie in verband met mogelijk misbruik door verdachte. Aan de hand van dit gesprek is besloten dat het niet verstandig was om op dat moment aangifte te doen omdat aangeefster het niet meer zo goed wist. Op 17 juni 2011 heeft er opnieuw een intakegesprek plaatsgevonden met aangeefster. Op 14 juli 2011 heeft zij aangifte gedaan tegen onder meer verdachte. Aangeefster zou door middel van therapie door psychologen inmiddels bepaalde verdrongen herinneringen hebben hervonden. Ook is haar aangifte blijkens haar verklaring het gevolg van het feit dat haar (toenmalige) vriendje antwoorden bij haar heeft ‘losgepeuterd’. Wel zijn er nog gedeeltes van de periode en de seksuele handelingen die ze niet meer weet en dat wijt ze aan het feit dat ze die periode softdrugs heeft gebruikt en alcohol heeft gedronken. Verder geeft aangeefster aan dat zij sinds anderhalf jaar meermalen met [betrokkene 2] over de gebeurtenissen tijdens de logeerpartijen bij verdachte heeft gesproken. Verdachte was de stiefopa van [betrokkene 2]. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen waarin een intakegesprek met [betrokkene 2] van 30 januari 2012 is weergegeven. Daarnaast bevindt zich in het dossier een getuigenverklaring van [betrokkene 2], afgelegd op 10 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.