beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team bewind en erfrecht Zittingsplaats Zutphen zaakgegevens 864992 \ BH VERZ 13-10042 \ PH\276\ma uitspraak van 28 november 2013 beschikking in de zaak van 1. [klager A] woonplaats kiezende te[plaats] procederend in persoon 2. [klager B] woonplaats kiezende te [plaats] procederend in persoon 3. [klager C] woonplaats kiezende te [plaats] procederend in persoon 4. [klager D] woonplaats kiezende te [plaats] procederend in persoon 5. [klager E] woonplaats kiezende te [plaats] procederend in persoon 6. [klager F] woonplaats kiezende te [plaats] gemachtigde mr. P.G.W. van Wees klagers en [bewindvoerder] gevestigd te [plaats] gemachtigde mr. K.W.A. Wools verwerende partij/bewindvoerder 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift van 18 februari 2013; het verweerschrift van 2 april 2013; de brief van 29 mei 2013 van verweerder; de productie van verweerster van 4 juni 2013; de productie bijlage 10 van 4 juni 2013 aan de zijde van verweerder; de specificatie van de werkelijk gemaakte advocaatkosten van 6 juni 2013 van verweerder; de aantekeningen van de griffier van de gehouden mondelinge behandeling van 6 juni 2013. 2De feiten 2.1. Bij beschikking van 5 september 2008 heeft de kantonrechter te Nijmegen een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam 1], geboren op [1982] te [plaats], met benoeming van [bewindvoerder] als bewindvoerder. 2.2. Bij beschikking van 5 september 2008 heeft de kantonrechter te Nijmegen een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam 2], geboren op [1977] te [plaats], met benoeming van [bewindvoerder] als bewindvoerder. 3De klachten en het verweer 3.1. Klagers klagen over de bewindvoerder en vragen hierbij het oordeel van de kantonrechter over hun klachten. 3.2. De klachten komen worden als volgt, samengevat, hierna weergegeven: rechthebbende [naam 2]blijft auto’s kopen met instemming van de bewindvoerster; de Rabobank heeft de relatie opgezegd met de bewindvoerster, hierover zijn de rechthebbenden door de Rabobank schriftelijk geïnformeerd, het bankpasje is aan rechthebbende verstrekt door de Rabobank waardoor rechthebbenden over hun bankrekeningen konden beschikken; de huur over de maanden januari en februari 2013 is niet voldaan door bewindvoerster waardoor een huurachterstand is ontstaan van € 1748,00. 3.3. De klachten worden onderbouwd zoals is weergegeven in het klaagschrift. 3.4. De bewindvoerder voert verweer, waarop de kantonrechter hierna, voor zover van belang van de beoordeling van de klachten, zal ingaan. Voorts verzoekt [bewindvoerder] de kantonrechter klagers te veroordelen in de kosten van dit geding waarbij [bewindvoerder] de kantonrechter verzoekt de daadwerkelijk gemaakte kosten te vergoeden. 4De beoordeling 4.1. Op de eerste plaats dient de kantonrechter te beslissen of iedere verzoeker/klager afzonderlijk kan worden ontvangen in zijn klacht. 4.2. Klagers onder sub 1 en sub 4 zijn, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Klager onder sub 2 heeft ter zitting verklaard dat zij de klachten niet handhaaft en niet door kantonrechter gehoord wenst te worden. 4.3. De kantonrechter is bevoegd op grond van artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de bewindvoerder ambtshalve ontslag te verlenen op grond van gewichtige redenen. Het onderzoek naar de klacht is gericht op het al of niet aanwezig zijn van een dergelijke gewichtige reden. De kantonrechter kan informanten horen omtrent hun opvattingen over het gevoerde bewind. Zij zijn echter geen partij in een dergelijke procedure en kunnen ook niet optreden als zelfstandig verzoeker. De kantonrechter zal daarom klager sub 5 in haar hoedanigheid als informant te horen. De kantonrechter heeft op grond van artikel 1:346 lid 2 BW de bevoegdheid te allen tijde de bewindvoerder op te roepen ten einde de kantonrechter inlichtingen te verstrekken die de kantonrechter van belang vindt. De bewindvoerder is verplicht hieraan medewerking te verlenen. Op grond daarvan is de bewindvoerder opgeroepen voor deze mondelinge behandeling en verzocht inlichtingen te verstrekken over de klachten. 4.4. Nu partijen betogen dat zij op grond van het tweede lid van artikel 798 Rv wel dienen te worden toegelaten tot deze procedure, zal de kantonrechter het belanghebbende begrip uitleggen, mede aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad. In voornoemd artikel is bepaald dat in zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap als belanghebbenden worden verstaan de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel en de kinderen of, bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zusters van degene wiens curatele, goederen of mentorschap het betreft. De kantonrechter dient daarom eerst vast te stellen betreffende onderhavige klachtprocedure sprake is van een zaak van onderbewindstelling. In het arrest van 11 januari 2002 met zaaknummer R01/025HR, oordeelde de Hoge Raad dat een machtigingsprocedure als bedoeld in artikel 1:438 lid 2 BW en 1:441 lid 2 BW, niet kan worden aangemerkt als “een zaak van onderbewindstelling” als bedoeld in artikel 798 lid 2 Rv, nu in die bepaling opgenomen uitbreiding van de kring van belanghebbenden niet in overstemming is met de aard en strekking van een dergelijke procedure. Het gaat bij een machtigingsverzoek immers om beperkte regeling waarbij slechts rechthebbende en bewindvoerder zijn betrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter geldt deze redenering tevens voor onderhavige procedure. De wijze waarop het bewind door de bewindvoerder wordt uitgevoerd betreft rechtstreeks en uitsluitend de vermogensrechtelijke (rechts)positie van rechthebbenden. Hieruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat ook de klachtprocedure een zaak is tussen de bewindvoerder en de rechthebbenden. 4.5. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter klagers sub 1 en sub 3 tot en met 6 niet ontvankelijk zullen worden verklaard. 4.6. Nu de klachten de uitvoering van het bewind betreffen, zijn rechthebbenden opgeroepen ten einde gehoord te worden op de klachten. Het bewind treft immers hun vermogensbestanddelen en rechtspositie. De rechthebbenden hebben verklaard niet achter de klachten te staan zoals opgenomen in het klaagschrift. De kantonrechter zal op grond van de verstrekte informatie over het gevoerde bewind ambtshalve toetsten of sprake is van gewichtige reden die moet leiden tot ambtshalve ontslag van de bewindvoerder. 4.7. Ten aanzien van de klacht onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.