← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2013:6463

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/253442 / KG ZA 13-599 Vonnis in kort geding van 28 november 2013 in de zaak van de vennootschap naar Turks recht DBC TEKSTIL SANAYI VE TICARET LIMITED SIRKETI, kantoorhoudende te Istanbul, TURKIJE eiseres, advocaat mr. J.B.R. Regouw te Amsterdam, tegen 1vennootschap onder firma AW COMPANY V.O.F., gevestigd te Nijmegen,

  1. [gedaagde], vennoot van gedaagde sub 1, wonende te [plaats],
  2. [gedaagde], vennoot van gedaagde sub 1, wonende te [plaats], gedaagden, niet verschenen. 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. Eiseres is een Turkse kledingproducent. Gedaagde sub 1 is een groothandel in kinderkleding. 2.
  6. Eiseres heeft aan gedaagde sub 1 kleding geleverd en daarvoor facturen verzonden tot een totaalbedrag van € 572.017,28 exclusief BTW. Gedaagde sub 1 heeft een bedrag van € 187.431,33 exclusief BTW ondanks aanmaning en sommatie onbetaald gelaten. 3De beoordeling 3.
  7. Nu gedaagden gevestigd en woonachtig zijn in Nederland heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht op grond van artikel 2 lid 1 EEX-Verordening van 22 december 2000, nr. 44/
  8. 3.
  9. Zowel Turkije als Nederland zijn partij bij het Weens Koopverdrag, daarom zal het Weens Koopverdrag als het geldende recht worden aangemerkt. De vordering in hoofdsom komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. 3.
  10. Ten aanzien van de gevorderde Turkse handelsrente overweegt de voorzieningenrechter dat artikel 78 van het Weens Koopverdrag een grondslag biedt voor het toewijzen van rente over de hoofdsom. Alleen ten aanzien van het rentepercentage is niets in het Weens Koopverdrag bepaald. Op grond van artikel 7 lid 2 van het Weens Koopverdrag juncto artikel 4 lid 1 en lid 2 Rome I (EG nr. 593/2008) is Turks recht van toepassing, nu eiseres in Turkije is gevestigd. De voorzieningenrechter zal daarom de Turkse handelsrente toewijzen over de hoofdsom. 3.
  11. Op het procesrecht is het Nederlandse recht van toepassing. De vordering tot betaling van de beslagkosten is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 589,00 griffierecht, € 1.852,69 voor verschotten en € 527,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 527). Ook de hierover gevorderde wettelijke rente zal op grond van artikel 6:119 BW worden toegewezen als hierna te melden. 3.
  12. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 99,79 - griffierecht 3.126,00 - overige kosten 0,00 - salaris advocaat 527,00 Totaal € 3.752,79 3.
  13. Ook de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zal op grond van artikel 6:119 BW worden toegewezen als hierna te melden. 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.
  14. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 187.431,33 (éénhonderdzevenentachtig duizendvierhonderdéénendertig euro en drieëndertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke Turkse handelsrente over het toegewezen bedrag met ingang van 24 september 2013 tot de dag van volledige betaling, 4.
  15. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.968,69, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 4.
  16. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.752,79, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 4.
  17. veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 4.
  18. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.
  19. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.