vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/240163 / KG ZA 13-106 Vonnis in kort geding van 3 mei 2013 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROMOCEAN THE NETHERLANDS B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaten mrs. I.S. Oosterhoff en J. Bedaux te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRIENTALIS INVESTMENTS B.V., gevestigd te Lunteren, niet verschenen, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LIDDOK B.V., gevestigd te Lunteren, niet verschenen, [gedaagden sub 3 en 4] gedaagden, advocaat van gedaagden 3 en 4 is mr. C.J. van Dijk te Ede. Partijen zullen afzonderlijk hierna Promocean, Trientalis, Liddok, [gedaagde] en mevrouw [gedaagde] worden genoemd. Gezamenlijk worden de gedaagden sub 1 tot en met 3 ook wel [gedaagde] c.s. genoemd. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de pleitnota van Promocean - de pleitnota van [gedaagde] en mevrouw [gedaagde]. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Trientalis en Liddok zijn vennootschappen die aan [gedaagde] verbonden zijn (geweest). [gedaagde] is in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [gedaagde]. 2.2. [gedaagde] heeft enige tijd de dagelijkse leiding gehad over Promocean. In verband daarmee zijn diverse procedures gevoerd tussen Promocean enerzijds, en [gedaagde], Trientalis en Liddok anderzijds. Die procedures hebben ertoe geleid dat [gedaagde], Trientalis en Liddok zijn veroordeeld tot het betalen van een aantal geldsommen aan Promocean. 2.3. Ter inning van deze toegewezen geldvorderingen heeft Promocean diverse executiemaatregelen getroffen. Die zijn voor een groot deel zonder resultaat gebleven. 3. Het geschil 3.1. Kort samengevat vordert Promocean dat [gedaagde] c.s. worden veroordeeld tot benoeming van een registeraccountant, met de opdracht aan deze accountant om op hun kosten onderzoek te doen naar alle voor verhaal vatbare goederen van [gedaagde] c.s. en daarvan vervolgens opgave te doen aan Promocean, alsmede om [gedaagde] c.s. te veroordelen alle informatie te verstrekken die nodig is voor dat onderzoek van de registeraccountant, met veroordeling van mevrouw [gedaagde] daaraan volledig mee te werken door openheid van zaken te geven met betrekking tot haar vermogen en om de executie te gehengen en te gedogen van de vonnissen waarbij geldvorderingen van Promocean op [gedaagde] c.s. zijn toegewezen. 3.2. [gedaagde] en mevrouw [gedaagde] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Trientalis en Liddok zijn niet verschenen in dit kort geding. Tegen hen zal verstek worden verleend omdat de bij wet voorgeschreven formaliteiten voor oproeping van deze gedaagden in acht zijn genomen. 4.2. Het spoedeisend belang vloeit uit de stellingen van Promocean voort. 4.3. [gedaagde] c.s. zijn bij vonnis van deze rechtbank van 16 januari 2013, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld tot betaling aan Promocean van bedragen in de orde van grootte van enkele miljoenen, ter zake van – kort gezegd – onrechtmatige onttrekkingen van gelden aan Promocean (en haar zustervennootschappen) door [gedaagde]. Eerder waren [gedaagde] c.s. daartoe reeds bij provisioneel vonnis van deze rechtbank van 7 juli 2010, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld. Alle in de dagvaarding omschreven pogingen van Promocean tot executie van deze veroordelingen sinds medio 2010 hebben in totaal slechts € 348.000,00 opgebracht. [gedaagde] c.s. hebben dat niet weersproken. Andere vermogens-bestanddelen waarop zij zich kan verhalen heeft Promocean tot op heden niet kunnen vinden. Volgens Promocean zouden [gedaagde] c.s. nog over aanzienlijk vermogen moeten beschikken, maar valt dat niet te verifiëren omdat [gedaagde] weigert daarover inlichtingen te verschaffen. Bovendien tracht hij vermogen aan verhaal en zelfs aan beslag te onttrekken. [gedaagde] stelt daartegenover dat hij altijd bereid is geweest inlichtingen te verschaffen en dat er geen vermogen meer is, mede als gevolg van de wijze waarop Promocean bezig is geweest met executiemaatregelen. 4.4. Voorop staat dat Promocean sinds medio 2010 beschikt over een voor tenuitvoerlegging vatbare titel jegens [gedaagde] c.s., eerst in de vorm van het provisionele vonnis, thans in de vorm van een eindvonnis in de hoofdzaak. Behoudens voor zover de tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid zou opleveren, dienen [gedaagde] c.s. zich de tenuitvoerlegging te laten welgevallen. [gedaagde] stelt wel dat de vonnissen onjuist zijn en dat daartegen hoger beroep is ingesteld, maar niet dat tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid oplevert. Of het vonnis dat er ligt overigens onjuist is, kan in dit kort geding niet worden onderzocht. Dat is nu eenmaal het rechtssysteem. [gedaagde] c.s. moeten zich de tenuitvoerlegging niet alleen laten welgevallen, maar zijn ook verplicht inlichtingen te verschaffen omtrent hun inkomens en vermogenspositie en omtrent voor verhaal vatbare goederen te verschaffen (HR 20 september 1991 NJ 1992,552; art. 475g lid 1 Rv). [gedaagde] stelt zich wel op het standpunt dat hij daaraan medewerking heeft verleend, maar hij heeft niet concreet aangegeven wanneer, hoe en in welk opzicht. Enig stuk waaruit enige verifieerbare vorm van inlichtingenverstrekking blijkt, heeft hij niet overgelegd. Ter zitting heeft [gedaagde] wel het een en ander verklaard over zijn inkomens- en vermogenspositie, maar niet gedetailleerd of gestaafd met stukken. Voldoende aannemelijk is aldus dat [gedaagde] c.s. tekortschieten in hun verplichting inlichtingen te verstrekken. De vraag is waartoe [gedaagde] c.s. in dit opzicht zijn gehouden. 4.5. Er is op zijn minst grond voor een redelijk vermoeden dat [gedaagde] nog over vermogen beschikt. Promocean heeft erop gewezen dat [gedaagde] in de periode dat hij bestuurder van de Promoceanvennootschappen was een heel hoog salaris genoot (ca. € 350.000,00 per jaar), een bonus van ca 1 miljoen heeft getoucheerd en thans nog steeds woonachtig is in een kapitaal huis. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat zijn vermogen in 2009 ca € 6.000.000,00 bedroeg, maar dat alles weg is omdat het in vennootschappen van hem is gevloeid, waarvan de aandelen hem door executiemaatregelen van Promocean zijn ontnomen of die door dergelijke maatregelen zijn gefailleerd. Ook heeft hij verklaard over drie panden te beschikken (waaronder het hiervoor genoemde kapitale woonhuis), die verhypothekeerd zijn tot een bedrag van in totaal € 3.300.000,00 en waarvan rente en aflossing grotendeels worden voldaan uit de huuropbrengsten van een van die panden. Verder bleek ter zitting dat [gedaagde] in loondienst werkzaam is. Door Promocean is inmiddels loonbeslag gelegd. Afdracht door de werkgever heeft nog niet plaatsgevonden. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij die baan dan zal opgeven, omdat hij werkzaam is voor een kerkgenootschap en zijn salaris door de leden van de geloofsgemeenschap wordt opgebracht. Het zou tegenover hen onacceptabel zijn indien hun bijdragen naar Promocean gaan en niet aan hem ten goede komen. Dat is een onhoudbare redenering. Het salaris komt enerzijds gewoon aan [gedaagde] ten goede en degenen die dat salaris financieren krijgen daartegenover de werkzaamheden van [gedaagde] als tegenprestatie. Dat [gedaagde] van dat salaris mede zijn schuldeisers moet betalen, is iets waar degenen die het salaris opbrengen, buiten staan. Het lijkt er veeleer op dat het staken van zijn werkzaamheden in loondienst bedoeld is om te voorkomen dat Promocean wordt betaald. 4.6. Onder de hiervoor bedoelde omstandigheden kan van [gedaagde] c.s. worden gevergd, niet alleen dat zij de onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.