vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/235737 / HA ZA 12-774 Vonnis van 12 februari 2014 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DORIGO HOLDING B.V., gevestigd te Malden, 2. [eiser sub 2], wonende te [plaats], eisers, advocaat mr. J. de Graaf te Nijmegen, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] gevestigd te Elst, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HVB COLLEGE B.V., gevestigd te Elst, 3. [gedaagde sub 3], wonende te [plaats], gedaagden, advocaat mr. D.R. Corbeek te Arnhem. Eisers zullen hierna ieder voor zich Dorigo Holding en [eiser sub 2] genoemd worden en gezamenlijk Dorigo c.s. en gedaagden zullen ieder voor zich [gedaagde], HVB en [gedaagde sub 3] genoemd worden en gezamenlijk [gedaagden] 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 23 januari 2013; het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 12 april 2013 en de daarin vermelde stukken; het proces-verbaal van voortgezette comparitie van partijen van 6 december 2013 en de daarin vermelde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde sub 3] is bestuurder/enig aandeelhouder van [gedaagde]. [gedaagde] is enig aandeelhouder van HVB. [gedaagde sub 3] is enig bestuurder van HVB. HVB heette tot 8 maart 2011 [handelsnaam] 2.2. [eiser sub 2] is directeur/enig aandeelhouder van Dorigo Holding. Dorigo Holding is enig aandeelhouder van Facts & Figures B.V. Facts & Figures B.V. adviseert ondernemingen op het gebied van verkoop en marketing. 2.3. [handelsnaam] heeft in 2006 en 2007 [naam], een werknemer van Facts & Figures, ingehuurd als bedrijfsadviseur (hierna te noemen: [naam]). [naam] heeft een businessplan geschreven voor [handelsnaam], waarin werd geconcludeerd dat [handelsnaam] veel potentie had. 2.4. Op advies van [naam] is [handelsnaam] in 2007 naar accountantskantoor Hutchison & Partners overgestapt, welk kantoor een waardering van de onderneming heeft opgesteld. 2.5. Dorigo c.s. hebben op 14 augustus 2007 een Participatieovereenkomst gesloten met [gedaagde] en met [handelsnaam] De tekst van deze overeenkomst is opgesteld door de belastingadviseur van [gedaagde] en van [gedaagde sub 3]. 2.6. In de participatieovereenkomst wordt [gedaagde] aangeduid als “[gedaagde]”, [handelsnaam] als “[handelsnaam]” en [eiser sub 2], voor zich in privé en als bestuurder van Dorigo Holding B.V. in beide hoedanigheden aangeduid als “Dorigo”. In de participatieovereenkomst staat vermeld: “in aanmerking nemende: dat [gedaagde] een onderneming drijft onder de naam “[handelsnaam]”, hierna te noemen de Onderneming. dat de Onderneming zal worden ingebracht in de daarvoor reeds opgerichte besloten vennootschap [handelsnaam]. dat [handelsnaam] voor Onderneming een groeiscenario voor ogen heeft, welk groeiscenario is neergelegd in een ondernemingsplan; dat voor het realiseren van deze groei additionele financiële middelen noodzakelijk zijn, over welke middelen de vennootschap thans niet beschikt; dat [handelsnaam] daarom voor de financiering van de voor de groei noodzakelijke financiële middelen een participant heeft gezocht en deze heeft gevonden in de persoon van Dorigo; dat Dorigo de wens heeft om te gaan participeren in [handelsnaam] en heeft aangegeven de voorgenomen groei te willen financieren; dat partijen de tussen hen beide gemaakte afspraken bij schriftelijke overeenkomst wensen te regelen; verklaren te zijn overeengekomen als volgt: 1Inbreng [handelsnaam] 1 De balans per 30 juni 2007 van [gedaagde], zoals deze blijkt uit een door Hutchison Accountants en Partners opgestelde berekening, is als volgt weer te geven: (…) 2 Het huidige geplaatste aandelenkapitaal van [handelsnaam] bestaat uit nominaal € 18.000, welk bedrag is volgestort in contanten. 3 De Onderneming zal naar de toestand per 30 juni 2007 fiscaal geruisloos worden ingebracht in [handelsnaam]. 4 Partijen kennen per 30 juni 2007 aan de aandelen in [handelsnaam], na inbreng van de Onderneming, een meerwaarde uit hoofde van aanwezige goodwill toe van € 475.000. 5 Dorigo zal door emissie van nieuwe aandelen een aandelenbelang in [handelsnaam] verwerven van 1/3 gedeelte van het geplaatste aandelenkapitaal, te weten een aantal aandelen met een nominale waarde van € 9.000, en zal daarvoor een bedrag groot € 150.000 volstorten in contanten. Hetgeen wordt gestort boven de nominale waarde van de uit te geven aandelen zal door [handelsnaam] worden aangemerkt als agio. 6 Teneinde de waarde van de aandelen in [handelsnaam] af te ronden op een bedrag van € 300.000, om zo de met Dorigo afgesproken financiële verhouding te bereiken, zal een gedeelte van de rekening-courant verhouding directie worden ingebracht. 7 (…) 8 Om moverende redenen zijn partijen overeengekomen dat de emissie van aandelen aan Dorigo eerst in 2008 zal plaatsvinden. Partijen komen evenwel overeen dat Dorigo vanaf ondertekening van deze overeenkomst en tegen betaling van het bedrag van € 150.000 economisch eigenaar is van één derde gedeelte van [handelsnaam]. 9 Het te storten bedrag van € 150.000 zal door Dorigo tot het moment van emissie van de aandelen als een renteloze lening ter beschikking worden gesteld aan [gedaagde]. [gedaagde] zal het bedrag vervolgens als een renteloze lening ter beschikking stellen aan [handelsnaam]. 10 Bij de emissie van de aandelen aan Dorigo zal de verstrekte renteloze geldlening vervolgens worden verrekend met het vol te storten bedrag. 2Financiering groei 1 Als uitgangspunt voor de financiering van [handelsnaam] stellen partijen dat de door de aandeelhouders te verstrekken geldleningen in beginsel dezelfde verhouding dienen te kennen als hun respectievelijke aandelenbezit. 2 Daar [gedaagde] thans niet over de daarvoor noodzakelijke financiële middelen beschikt, zal Dorigo de door [handelsnaam] voor de groei noodzakelijke gelden ter beschikking stellen als geldlening. De omvang van deze gelden blijkt uit een opgesteld ondernemingsplan, waarnaar partijen hier verwijzen. 3 Naast de voor de groei noodzakelijke gelden, zal Dorigo tevens een bedrag ter beschikking stellen dat [gedaagde sub 3] nodig heeft om de bij partijen bekende familiezaken mee te financieren. Dorigo stelt hiervoor vanaf 1 oktober 2007 een bedrag van maximaal € 100.000 ter beschikking en zal dit bedrag op eerste afroep aan [gedaagde sub 3] ter beschikking stellen. 4 Uiterlijk in 2009 en uitgaande van het uit het ondernemingsplan blijkende resultaat van de vennootschap dient de door Dorigo te verstrekken geldlening te worden afgelost tot een zodanig bedrag dat de door de beide aandeelhouders verstrekte geldleningen gelijk zijn aan hun respectievelijke aandelenverhouding. 3 Voorwaarden geldleningen 1 Op de door de aandeelhouders te verstrekken geldleningen zal een rente worden vergoed van 6% per jaar. 2 Betaling van de rente zal plaatsvinden op het moment dat de kasstroom van [handelsnaam] zulks toelaat en zal tot dat moment in rekening-courant worden verrekend. 3 Voor de door de aandeelhouders te verstrekken geldleningen zal geen zekerheid worden verstrekt. 4 (…) 5 Aflossing op de door [gedaagde] verstrekte geldlening zal, met uitzondering van aflossing voor het in artikel 2 derde lid bedoelde bedrag, slechts plaatsvinden nadat de verhouding van de door de aandeelhouders verstrekte geldleningen gelijk is aan de verhouding van hun respectievelijke aandelenbezit. (…)” 2.7. Dorigo Holding heeft op grond van de Participatieovereenkomst in de jaren 2007 en 2008 in totaal een bedrag van € 340.000,- aan [gedaagde] geleend. 2.8. Bij brief van 1 december 2011 van de advocaat van Dorigo c.s. aan [gedaagde] en [gedaagde sub 3], samengevat weergegeven, vernietigt Dorigo Holding de participatieovereenkomst op grond van bedrog en dwaling en vordert hij de verstrekte gelden inclusief rente terug. Voor zover nodig zegt hij subsidiair de Participatieovereenkomst namens Dorigo c.s. op en sommeert hij de aan [gedaagde] verstrekte gelden van € 340.000,- terug te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente. 2.9. [gedaagde sub 3] en [gedaagde] hebben de leningen niet aan Dorigo Holding terugbetaald. Evenmin is rente betaald. 3De vordering en het verweer 3.1. Dorigo c.s. vorderen - samengevat weergegeven – : primair [gedaagde sub 3] te veroordelen tot betaling van de door Dorigo c.s. geleden schade of nog te lijden schade die voortvloeit uit het feit dat [gedaagde] de geleende gelden niet meer kan terugbetalen, nader op te maken bij staat, subsidiair voor recht te verklaren dat de bij brief van 1 december 2011 ingeroepen vernietiging van de participatieovereenkomst op grond van bedrog en/of dwaling rechtsgeldig is geschied en dat op grond van die vernietiging op [gedaagde] de verplichting rust de door Dorigo Holding aan [gedaagde] geleende gelden terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarvan de hoogte nader bij staat dient te worden vastgesteld, meer subsidiair de Participatieovereenkomst te vernietigen wegens bedrog en/of dwaling met veroordeling tot terugbetaling door [gedaagde] aan Dorigo c.s. van de geleende gelden en rente, nog meer subsidiair de participatieovereenkomst te ontbinden op grond van een ernstige toerekenbare tekortkoming van [gedaagde], met veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling aan Dorigo Holding van de aan haar betaalde gelden, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarvan de hoogte nader bij staat dient te worden vastgesteld, nog meer subsidiair [gedaagde] te veroordelen de door Dorigo Holding aan haar geleende gelden terug te betalen op grond van de opzegging van de Participatieovereenkomst bij brief van 1 december 2011, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarvan de hoogte nader bij staat dient te worden vastgesteld, met in alle gevallen hoofdelijke veroordeling van [gedaagden]. in de kosten van de procedure waaronder begrepen de nakosten. 3.2. Dorigo c.s. voeren ter onderbouwing van de primaire vordering aan dat [gedaagde sub 3] als bestuurder van [gedaagde] en HVB in privé aansprakelijk is jegens Dorigo c.s. uit hoofde van onrechtmatige daad, op grond waarvan zij de door Dorigo c.s. geleden schade moet vergoeden. Zij heeft namelijk in 2008 met de door Dorigo Holding ter beschikking gestelde gelden, die door [gedaagde] waren doorgeleend aan HVB, de rekening-courantschuld van HVB aan haarzelf in privé afgelost voor een bedrag van € 145.640,-. Daarmee is het door Dorigo Holding aan [gedaagde] geleende bedrag niet, zoals afgesproken, gebruikt ter financiering van het groeiscenario van HVB, maar in het voordeel van [gedaagde sub 3]. Hierdoor bleven voor [handelsnaam] onvoldoende gelden over om de geprognotiseerde groei te realiseren en heeft de belastingadviseur van[gedaagden] in 2009 geadviseerd [handelsnaam] te liquideren. [gedaagde sub 3] heeft Dorigo c.s. voor het aangaan van de participatieovereenkomst onjuist en onvolledig voorgelicht. Achteraf bleek Dorigo c.s. dat het geprognotiseerde groeiscenario van HVB niet was gebaseerd op de werkelijke waarde en financiële positie van HVB. [gedaagde sub 3] moet dit geweten hebben. [gedaagde sub 3] wist of had moeten weten dat [gedaagde] en/of HVB de participatieovereenkomst niet zou kunnen nakomen en de door Dorigo c.s. geleende gelden niet zou kunnen terugbetalen, omdat de prognose van de groei van HVB was gebaseerd op cijfers die niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Subsidiair voeren Dorigo c.s. aan dat sprake is van bedrog, meer subsidiair dwaling en nog meer subsidiair beogen Dorigo c.s. ontbinding van de Participatieovereenkomst wegens niet nakoming van die overeenkomst, dan wel hebben zij de overeenkomst bij brief van 1 december 2011 rechtsgeldig opgezegd en hebben zij uit dien hoofde recht op terugbetaling van de uitgeleende gelden. Dorigo c.s. voeren daartoe gelijkluidende feitelijke grondslagen aan, te weten dat zij door [gedaagden] bewust onjuist en onvolledig zijn voorgelicht over de werkelijke waarde van de onderneming [handelsnaam] en de groeipotenties. De waardering van de goodwill van HVB van € 475.000,- is gebaseerd op het door [gedaagden] ingeschakelde kantoor Hutchison & Partners, welke waardering is geschied in overleg met de belastingadviseur van [gedaagden] In de jaarrekening van 2007, die Dorigo pas in 2009 onder ogen kreeg, is echter geen waarde toegekend aan de deelneming in HVB. De waarde van de aandelen van [gedaagde] in HVB blijkt zelfs negatief te zijn, waardoor na de inbreng van HVB een vordering van HVB op [gedaagde] is ontstaan die eind 2007 € 120.319,- bedroeg. Hieruit blijkt dat HVB helemaal geen goodwill had, althans was de waarde van HVB lager dan Dorigo c.s. op grond van de verstrekte informatie bij het aangaan van de overeenkomst mochten verwachten. Daarmee is volgens Dorigo c.s. de grond gegeven voor vernietiging van de overeenkomst op grond van bedrog of dwaling, dan wel ontbinding van de overeenkomst wegens niet nakoming. 3.3. [gedaagden] voeren verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt. 4De beoordeling 4.1. Vaststaat dat Dorigo c.s. op basis van de Participatieovereenkomst € 340.000,00 hebben geleend aan [gedaagde], met de bedoeling om het geleende geld te laten ‘doorzakken’ naar (de nog in te brengen onderneming) HVB om de door [naam] in het door hem opgestelde ondernemingsplan geprognotiseerde groei van HVB te kunnen realiseren. Ook staat vast dat de verwachte groei van HVB niet heeft plaatsgevonden, dat niet op de leningen is afgelost en dat voor de leningen geen zekerheid is gesteld. 4.2. Dorigo c.s. baseren de primaire vordering op een door [gedaagde sub 3] gepleegde onrechtmatige daad. Deze bestaat er volgens Dorigo c.s. uit dat [gedaagde sub 3] welbewust heeft bewerkstelligd dat HVB en [gedaagde] de Participatieovereenkomst hebben geschonden door in 2008 een rekening courant schuld van HVB aan [gedaagde sub 3] af te lossen. Volgens Dorigo c.s. kon HVB door deze aflossing niet meer groeien, kwam de onderneming niet meer uit het dal en bleken de investeringen van Dorigo c.s. zinloos. Dorigo c.s. hebben daardoor schade geleden ter hoogte van de uitgeleende gelden, ten bedrage van € 340.000,-. 4.3. De rechtbank stelt voorop dat als uitgangspunt voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde sub 3] aansprakelijk is voor het niet (kunnen) terugbetalen van het uitgeleende geld, de norm geldt als weergegeven in het arrest van de Hoge Raad van 8 december 2006, NJ 2006, 659. Deze luidt als volgt. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan, naast aansprakelijkheid van de vennootschap voor het onbetaald en onverhaalbaar blijven van een vordering, ook grond zijn voor de aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.