RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/740076-13 Datum zitting : 9 juli 2014 Datum uitspraak : 23 juli 2014 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboortedatum 1] adres :[adres] plaats : [woonplaats] raadsman : mr. L.J.T. Hoksbergen, advocaat te Zwolle. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 11 juni 2013 in de gemeente Ede, opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2]) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte met dat opzet -[slachtoffer 2], te weten de moeder van [slachtoffer 1] voornoemd, met kracht op/tegen de grond geduwd, en/of - ( met geweld) de autosleutels afgepakt/uit de handen gepakt van die [slachtoffer 2] , en/of -plaatsgenomen op de bestuurdersstoel van de auto van die [slachtoffer 2] (waarin zich die [slachtoffer 1] op dat moment bevond (in een autostoel), en/of - geprobeerd om de auto (met daarin tevens die [slachtoffer 1]) te starten en weg te rijden (waarbij verdachte riep: "ik moet dat kind", althans woorden van gelijke aard of strekking); althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op of omstreeks 11 juni 2013 in de gemeente Ede, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum 2]) wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet -[slachtoffer 2], te weten de moeder van [slachtoffer 1] voornoemd, met kracht op/tegen de grond heeft geduwd, en/of - ( met geweld) de autosleutels heeft afgepakt/uit de handen heeft gepakt van die [slachtoffer 2], en/of - heeft plaatsgenomen op de bestuurdersstoel van de auto van die [slachtoffer 2] (waarin zich die [slachtoffer 1] op dat moment bevond (in een autostoel), en/of - heeft geprobeerd om de auto (met daarin tevens die [slachtoffer 1]) te starten en weg te rijden (waarbij verdachte riep: "ik moet dat kind", althans woorden van gelijke aard of strekking), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 11 juni 2013 in de gemeente Ede, in elk geval in Nederland als bestuurder van een voertuig, (een personenauto, merk Volkswagen met kenteken [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 9 juli 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. L.J.T. Hoksbergen, advocaat te Zwolle. Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 2]. De officier van justitie, mr. G.R.G. Nijpels, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 11 juni 2013 heeft een man in Ede [slachtoffer 2] (de moeder van[slachtoffer 1] van drie jaar oud) met geweld op de grond geduwd en de autosleutels uit haar handen gepakt. Vervolgens nam de man plaats op de bestuurdersstoel van de auto van [slachtoffer 2] (waar[slachtoffer 1] op dat moment in een autostoel in zat) en heeft geprobeerd om de auto (met daarin[slachtoffer 1]) te starten en weg te rijden. De man zei “ik moet dat kind”. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het subsidiaire feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier. Het primair tenlastegelegde kan naar het oordeel van de officier van justitie niet bewezen worden, omdat het delict niet is voltooid. Het standpunt van de verdediging Door de raadsman is vrijspraak van het subsidiaire feit bepleit omdat het bestanddeel opzettelijk niet bewezen kan worden. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte ten gevolge van de psychose geen idee meer had wat hij deed en daarom ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan ontbrak. Beoordeling door de rechtbank Vrijspraak van het primair tenlastegelegde feit De rechtbank acht, in overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. Wie is de man? Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich helemaal niets kan herinneren van hetgeen er is gebeurd op 11 juni 2013. Hij weet alleen nog dat hij die dag is opgestaan en in de auto is gestapt. Toegesnelde agenten zagen ter plaatse dat een man naar een auto rende en aan de bestuurderszijde achter het stuur ging zitten. Ze hebben die man aangeroepen en verzocht uit de auto te komen. Vervolgens kwam de man de auto uit, trachtte weg te rennen en werd alsnog aangehouden. Deze man bleek verdachte[verdachte] te zijn. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de man is die [slachtoffer 2] op de grond heeft geduwd, de autosleutels heeft afgepakt, plaats heeft genomen op de bestuurdersstoel van de auto en heeft geprobeerd om de auto (met daarin[slachtoffer 1]) te starten en weg te rijden. Opzet Een geestelijke stoornis kan slechts dan aan bewezenverklaring van opzet in de weg staan als bij de verdachte ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan zou hebben ontbroken (vgl. HR NJ 2006, 448). Daarvan zal slechts bij hoge uitzondering sprake zijn. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of daarvan in het onderhavige geval sprake is. Over verdachte is zowel een psychologische als een psychiatrische rapportage opgemaakt, waaruit naar voren komt dat er bij verdachte ten tijde van het onder 1 ten laste gelegde feit sprake was van een druggerelateerde psychose. Verdachte was niet meer in staat de gevolgen van zijn handelen te overzien. Er was geen sprake van keuzevrijheid ten aanzien van zijn handelen. De rechtbank overweegt dat de enkele vaststelling dat verdachte de vrijheid niet had om zijn wil te bepalen en keuzes te maken, nog niet betekent dat bij hem ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan heeft ontbroken. Dat verdachte volgens de psycholoog gedurende de psychose 'ontoerekeningsvatbaar' was, sluit evenmin uit dat sprake is geweest van opzettelijk handelen. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte eerder al op haar af kwam lopen. Ze rende van hem weg, maar hij rende achter haar aan. Hij droeg een net pak en had scheuren in zijn broek. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij een man naar hem toe zag komen rennen. De man had twee gaten in zijn broek. De telefoon van de man ging af en de man nam op en zei iets lijkend op: “Hé [betrokkene], ik heb een kind van twee jaar gekregen en kom niet meer werken.”. Even later was er een schreeuwende vrouw bij een grote zwarte auto en zag en hoorde [getuige 1] dat de politie de man – die hij eerder had gezien – die in de auto zat, beval uit de auto te komen en hem daarna arresteerde. De rechtbank neemt bij haar oordeel de volgende omstandigheden in aanmerking: verdachte is eerst op aangeefster afgelopen en achter haar aan gerend toen zij voor hem wegrende; ondertussen heeft hij in een telefoongesprek gezegd iets lijkend op: “Hé [betrokkene], ik heb een kind van twee jaar gekregen en kom niet meer werken.”; toen aangeefster weer terug bij haar auto was en haar dochtertje in de auto wilde zetten heeft verdachte achtereenvolgens: [slachtoffer 2], de moeder van de drie jaar oude[slachtoffer 1], op de grond geduwd; de autosleutels van [slachtoffer 2] afgepakt; naar de bestuurderszijde van de auto gelopen, ingestapt en op de bestuurdersstoel plaatsgenomen; gezegd: “ik moet dat kind”. De rechtbank leidt uit de gedragingen van verdachte in combinatie met het telefoontje dat verdachte pleegde, waarin hij zegt dat hij een tweejarig kind heeft, en de later door hem gebezigde woorden “ik moet dat kind”, af dat bij de verdachte ten tijde van zijn handelen niet ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan heeft ontbroken. De psychose staat aldus niet aan bewezenverklaring van opzet in de weg. De volgende vraag waarvoor de rechtbank zich ziet gesteld is de vraag of er sprake was van opzet. Naar het oordeel van de rechtbank waren de gedragingen zoals hiervoor besproken naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op het gevolg, te weten het wederrechtelijk van de vrijheid beroven van het kind. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door aldus te handelen, de aanmerkelijke kans op dat gevolg aanvaard. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Verdachte heeft op 11 juni 2013 in Ede een personenauto, merk Volkswagen met kenteken [kenteken], bestuurd. In zijn bloed werd een hoeveelheid amfetamine aangetroffen van 0.091 mg/l. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier. Het standpunt van de verdediging Door de raadsman is vrijspraak bepleit nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verminderde rijvaardigheid werd veroorzaakt door de amfetamine; het gestelde rijgedrag lijkt eerder te verklaren door de psychose waarin verdachte verkeerde dan door een geringe aanwezigheid van amfetamine. Beoordeling door de rechtbank In het bloed van verdachte was een werkzame concentratie van amfetamine gemeten. Tussen de staandehouding en de bloedafname liggen ongeveer 6,5 uren. In deze periode kan de concentratie van amfetamine afnemen door omzetting en uitscheiding. Gebruikelijke werkzame concentraties van amfetamine in het bloed liggen tussen 0.03 en 0.15 mg/l. Amfetamine heeft een sterk stimulerend effect op het centrale zenuwstelsel, waardoor lichamelijke en geestelijke functies worden geactiveerd. Lichamelijke effecten zijn onder andere stijging van de bloeddruk en toename van de lichaamstemperatuur. Psychische effecten zijn onder andere emotionele ontremming, toename van zelfvertrouwen en het verdwijnen van barrières in de communicatie. Bij de politie kwam een melding binnen dat er op de Rijksweg A30 links een spookrijder met hoge snelheid over de vluchtstrook zou rijden in de richting van Barneveld. De meldster verklaarde dat ze het voertuig over de vluchtstrook had zien rijden en dat deze bij hectometerpaal 12.9 tegen de vangrail tot stilstand was gekomen. Het betrof een donkere auto, merk Volkwagen, vermoedelijk type Passat. Door de politie is een onderzoek ingesteld op het benzinestation dat ongeveer 300 meter vanaf de stopplaats gelegen was. Op bewakingsbeelden van dat benzinestation was te zien dat een zwarte auto op de toegangsweg van het tankstation naar de A30 reed. De auto reed het terrein van het tankstation op en reed vervolgens tegen de richting in de afrit van de parkeerplaats af. De auto verdween uit het zicht van de camera en reed al spookrijdend de Rijksweg A30 op. De auto, een zwarte Sedan vermoedelijk van het merk Volkswagen, had opvallende velgen. korte tijd later trof de verbalisant, die ook op de melding over de spookrijder af was gegaan, op de parkeerplaats van Bellestein in Ede een personenauto van het merk Volkswagen, type Jetta, kleur zwart voorzien van kenteken [kenteken] aan. Dit voertuig kwam overeen met het voertuig op de eerder genoemde beveiligingsbeelden van het benzinestation. Op het voertuig waren lichtmetalen velgen gemonteerd die ook overeen kwamen met de velgen van de auto op de beveiligingsbeelden. Het voertuig had schaafschade op het linker voorscherm en een grote deuk op het rechter voorportier. Voornoemde verbalisant heeft vervolgens een onderzoek ingesteld op de Rijksweg A30 ter hoogte van hectometerpaal 12.9. Hij zag dat 20 meter na deze paal verse zwarte verfsporen op de vangrail zaten. Dit spoor was ongeveer 10 meter lang. Gezien de kleur en de hoogte van de schade aan het aangetroffen voertuig was visueel de lak afkomstig van genoemd voertuig. Door de politie was bij verdachte een autosleutel aangetroffen welke werkte op de aangetroffen Volkswagen Jetta. Verdachte heeft bij de inverzekeringstelling verklaard dat hij tegen het verkeer in was gereden. De rechtbank is op grond van het rapport van het NFI en de gedragingen van verdachte in het verkeer (tegen het verkeer in rijden, tegen de vangrail botsen) van oordeel dat verdachte de auto heeft bestuurd terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van amfetamine, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Verdachte moest redelijkerwijs weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, nu het een feit van algemene bekendheid is dat verdovende middelen de rijvaardigheid kunnen verminderen. Dat is vastgesteld dat verdachte op een later moment die dag in een psychose verkeerde, doet niet aan af aan het oordeel dat verdachte de auto heeft bestuurd terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van amfetamine, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Het verweer van de raadsman wordt daarmee verworpen. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: 1. Subsidiair hij op 11 juni 2013 in de gemeente Ede, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk[slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet -[slachtoffer 2], te weten de moeder van [slachtoffer 1] voornoemd, met kracht op de grond heeft geduwd, en - de autosleutels uit de handen heeft gepakt van die [slachtoffer 2], en - heeft plaatsgenomen op de bestuurdersstoel van de auto van die [slachtoffer 2] (waarin zich die [slachtoffer 1] op dat moment bevond (in een autostoel), en - heeft geprobeerd om de auto (met daarin tevens die [slachtoffer 1]) te starten en weg te rijden (waarbij verdachte riep: "ik moet dat kind", althans woorden van gelijke aard of strekking), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op 11 juni 2013 in de gemeente Ede, als bestuurder van een voertuig, (een personenauto, merk Volkswagen met kenteken [kenteken]), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten amfetamine, waarvan hij redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1 subsidiair: Poging tot opzettelijk en wederrechtelijk iemand van de vrijheid beroven of beroofd houden. Ten aanzien van feit 2: Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. De feiten zijn strafbaar. 5De strafbaarheid van verdachte Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. Over verdachte is opgemaakt een multidisciplinair rapport van drs. [psycholoog], psycholoog, gedateerd 2 december 2013 en van dr.[psychiater], psychiater, gedateerd 25 november 2013. Zowel de psycholoog als de psychiater concluderen dat verdachte ten tijde van het onder feit 1 tenlastegelegde leed aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een GHB- misbruik dan wel afhankelijkheid en een GHB-gerelateerde psychose. De psycholoog concludeert dat het psychotische toestandsbeeld met zich brengt dat verdachte volledig gedesoriënteerd was in tijd en plaats en dat er geen enkele realiteitstoetsing meer was en evenmin sprake was van keuzevrijheid ten aanzien van zijn handelen. Verdachte werd ten tijde van het tenlastegelegde volledig gestuurd door de psychose en had geen greep meer op zijn handelen. De psycholoog adviseert daarom verdachte als volledig ontoerekeningsvatbaar te beschouwen. De psychiater concludeert dat verdachte ernstig verward en gedesoriënteerd was. Er was sprake van ernstig gestoorde kritiek en wilsfuncties waarbij verdachte niet meer in staat was (de gevolgen van) zijn handelen te overzien en hieraan sturing te geven. De psychiater adviseert verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De psychiater heeft daarin meegewogen dat verdachte willens en wetens grote risico’s heeft genomen door het gebruik van GHB. Gelet hierop heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de feiten, indien bewezen verklaard, conform het rapport van de psycholoog niet aan verdachte kunnen worden toegerekend en dat verdachte om die reden dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank neemt over en maakt tot het hare het oordeel van de psycholoog en psychiater dat verdachte ten tijde van het onder 1 tenlastegelegde leed aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een GHB- misbruik dan wel afhankelijkheid en een GHB-gerelateerde psychose. Verdachte was ernstig verward en gedesoriënteerd. De rechtbank is van oordeel dat het gegeven dat sprake was van een GHB-gerelateerde psychose niet leidt tot de conclusie dat de feiten verdachte in het geheel niet of in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend, omdat bij het besluit tot het gebruik van GHB de eigen keuze van verdachte een rol heeft gespeeld. Verdachte kon weten dat aan het gebruik van GHB risico’s waren verbonden, althans dat dit middel zijn functioneren zodanig kon beïnvloeden dat daaruit riskant gedrag zou kunnen ontstaan. Verdachte kon als regelmatig gebruiker van GHB immers weten dat het gebruik van dat middel effect heeft op de psychische toestand van de gebruiker. Aan het voorgaande doet niet af dat verdachte de verstrekkende gevolgen die zijn gebruik (of van de onthouding) in het concrete geval heeft gehad, niet heeft voorzien. Verdachte heeft de verstrekkende gevolgen kennelijk op de koop toegenomen. De rechtbank is onder deze omstandigheden van oordeel dat verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk moet worden geacht voor zijn daden en de gevolgen daarvan, nu, gelet op het voren overwogene de psychose aan zichzelf te wijten is geweest. Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. 6De motivering van de sanctie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.