RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 14/1762 uitspraak van de meervoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. E.T.P. Scheers), en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te 's-Gravenhage, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 mei 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een boete opgelegd van € 33.500 opgelegd wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav). Bij besluit van 21 januari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. W.F. Jacobson. Overwegingen 1.Ingevolge artikel 45, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: het VWEU), is het verkeer van werknemers binnen de Unie vrij. Ingevolge Bijlage VI Lijst bedoeld in artikel 23 van de Toetredingsakte: overgangsmaatregelen Bulgarije (PB 2005 L 157; hierna: Bijlage VI), onderdeel 1, punt 1, is wat betreft het vrij verkeer van werknemers en het vrij verrichten van diensten dat gepaard gaat met tijdelijk verkeer van werknemers als bedoeld in artikel 1 van Richtlijn 96/71/EG (PB 1997 L 18) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten tussen, voor zover thans van belang, Bulgarije en Nederland, artikel 45 van het VWEU, slechts volledig van toepassing onder voorbehoud van de overgangsregelingen van de punten 2 tot en met 14. Ingevolge punt 2, voor zover thans van belang, zullen de huidige lidstaten, in afwijking van de artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot het einde van het tweede jaar na de datum van toetreding van Bulgarije, nationale of uit bilaterale overeenkomsten voortvloeiende maatregelen toepassen om de toegang van Bulgaarse onderdanen tot hun arbeidsmarkten te regelen. De huidige lidstaten mogen dergelijke maatregelen blijven toepassen tot het einde van het vijfde jaar na de datum van toetreding van Bulgarije. Nederland heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om ingevolge voormelde Bijlage VI het recht op het vrij verkeer van werknemers zoals neergelegd in artikel 45 van het VWEU, tijdelijk te beperken en door voortzetting van de overgangsperiode de vergunningplicht ingevolge de Wav tot 1 januari 2014 gehandhaafd (Kamerstukken II 2011/12, 29 407, nr. 132). 2.Gelet op artikel XXV van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving; Stb. 2012, 462, is op dit geding de Wav van toepassing zoals deze wet luidde tot 1 januari 2013. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Ingevolge artikel 15, eerste lid, draagt de werkgever die door een vreemdeling arbeid laat verrichten bij een andere werkgever er bij de aanvang van de arbeid door de vreemdeling onverwijld zorg voor dat de werkgever bij wie de arbeid feitelijk wordt verricht een afschrift van het document, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1˚ tot en met 3˚, van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling ontvangt. Ingevolge artikel 18, eerste lid, wordt het niet naleven van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, als overtreding aangemerkt. Ingevolge artikel 19a, eerste lid, legt een daartoe door de minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar namens hem de boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten, welke voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een beboetbaar feit. Ingevolge artikel 19d, derde lid, stelt de minister beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. In de Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete Wav, die als bijlage bij de door de minister toegepaste Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012 (hierna: de beleidsregels) is gevoegd, is het boetenormbedrag voor overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wav gesteld op € 8.000,00 respectievelijk € 1.500,00 per persoon per overtreding. Volgens artikel 2 van de beleidsregels wordt voor de werkgever als natuurlijk persoon bij een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wav als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete 0,5 maal het boetenormbedrag gehanteerd. Volgens artikel 10 kan de boete met 25%, 50% of 75% worden gematigd, afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de evenredigheid 3.Verweerder heeft aan de opgelegde boete ten grondslag gelegd dat artikel 2, eerste lid, van de Wav is overtreden, aangezien eiser een vijftal vreemdelingen arbeid heeft laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning . Weliswaar zouden zij deze werkzaamheden hebben verricht als vennoten van [naam v.o.f.], maar dit betreft volgens verweerder een schijnconstructie en de vreemdelingen moeten als werknemer van eiser worden aangemerkt. Ook heeft eiser ten behoeve van [naam bedrijf 1] twee vreemdelingen, ten behoeve van [naam B.V.] vijf vreemdelingen en ten behoeve van [naam bedrijf 2] twee vreemdelingen arbeid laten verrichten zonder een geldig identiteitsdocument te overhandigen, hetgeen negen overtredingen van artikel 15, eerste lid, van de Wav met zich brengt. 4.Eiser kan zich niet verenigen met de opgelegde boete. Op hetgeen hij in dat verband heeft aangevoerd wordt in het navolgende ingegaan. 5.De rechtbank overweegt als volgt. Met betrekking tot de overtreding van artikel 2, eerste lid van de Wav 6.Uit het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 15 februari 2013 volgt dat [naam bedrijf 2], allen van Bulgaarse nationaliteit, voor eiser werkzaamheden hebben verricht zonder in het bezit te zijn van een tewerkstellingsvergunning . Zoals ter zitting door eiser bevestigd is niet langer in geschil dat zij als werknemer van eiser in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wav kunnen worden aangemerkt. Eiser stelt echter dat van overtreding van die bepaling geen sprake is omdat die bepaling ingeval van Bulgaren niet mag worden toegepast. 7.Eiser heeft daartoe ten eerste aangevoerd dat de vreemdelingen op grond van artikel 20 van het VWEU als burger van de Unie recht hebben om arbeid te verrichten, omdat hun recht op verblijf anders niet effectief zou zijn. Eiser verwijst hiervoor naar de uitspraak van 8 maart 2011 van het Hof van Justitie van de Europese Unie betreffende Ruiz Zambrano (ECLI:EU:C:2011:124). 8.Artikel 20, tweede lid, van het VWEU bepaalt, voor zover thans belang, dat de burgers van de Unie het recht hebben zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er te verblijven. Dit recht wordt uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Verdragen en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. 9.Reeds uit de tekst van artikel 20, tweede lid, van het VWEU volgt dat de genoemde rechten worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Verdragen en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Nu Nederland gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om ingevolge Bijlage VI het recht op het vrij verkeer van werknemers zoals neergelegd in artikel 45 van het VWEU voor Bulgaarse onderdanen tijdelijk te beperken, is van strijd met artikel 20 van het VWEU geen sprake. 10.Verder heeft eiser een beroep gedaan op artikel 15, eerste lid, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Op grond van deze bepaling heeft eenieder het recht te werken en een vrijelijk gekozen of aanvaard beroep uit te oefenen. Ingevolge het tweede lid is iedere burger van de Unie vrij in iedere lidstaat werk te zoeken, te werken, zich te vestigen en diensten te verrichten. 11.Ook het beroep op deze bepaling faalt. In artikel 52, eerste lid, van het Handvest is immers bepaald dat beperkingen op de uitoefening van de in het Handvest erkende rechten en vrijheden bij wet moeten worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden moeten eerbiedigen. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld, indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. In artikel 52, tweede lid, van het Handvest is bepaald dat de door het Handvest erkende rechten die voorkomen in bepalingen van de Verdragen, worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen die door deze verdragen zijn gesteld. 12.Zoals hiervoor reeds overwogen is het recht op het vrij verkeer van werknemers zoals neergelegd in artikel 45 van het VWEU voor Bulgaarse onderdanen tijdelijk beperkt op grond van de Toetredingsakte, welke akte een integrerend deel uitmaakt van het Toetredingsverdrag van 21 juni 2005. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan zowel artikel 52, eerste lid van het Handvest als aan het tweede lid van dat artikel, zodat van schending van het Handvest geen sprake is. 13.Uit het voorgaande volgt dat artikel 2, eerste lid, van de Wav ten tijde van de geconstateerde overtreding wel op Bulgaren van toepassing was. 14.Specifiek ten aanzien van [naam werknemer 1] heeft eiser gesteld dat deze reeds ten tijde van de geconstateerde overtreding op 26 maart 2012 van rechtswege over een duurzaam verblijfsrecht beschikte en om die reden van het tewerkstellingsvergunningvereiste vrijgesteld was. 15.Artikel 7, eerste lid, van richtlijn 2004/38/EG, betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (hierna: richtlijn 2004/38) bepaalt dat iedere burger van de Unie het recht heeft gedurende meer dan drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.