vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/260840 / HA ZA 14-151 Vonnis van 20 augustus 2014 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ARNHEM zetelend te Arnhem eiseres in conventie verweerster in reconventie advocaat: mr. F.J. van Beek te Arnhem tegen [gedaagde] wonend te [plaats] gedaagde in conventie eiser in reconventie advocaat: mr. M.C. Molenaar te Apeldoorn Partijen zullen hierna de gemeente en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 12 maart 2014 - het proces-verbaal van comparitie van partijen van 11 juni 2014. 1.2 Vervolgens is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1 Aan [gedaagde] is op 1 december 2000 uit hoofde van koop geleverd de onroerende zaak met woning, gelegen aan [adres], kadastraal bekend gemeente Arnhem, [perceel]. De gemeente is eigenaar van de aangrenzende openbare weg [adres], kadastraal bekend gemeente Arnhem, [perceel] (voorheen [perceel] gedeeltelijk). 2.2 [gedaagde] heeft sinds 1 december 2000 en sinds 2002 delen van perceel [perceel] in gebruik. Het gaat om de volgende door de gemeente in haar productie 4 (noordgericht) met streep- en kruisarcering aangegeven gedeelten: De met kruisarcering weergegeven stukken grond (hierna: strook 1) heeft [gedaagde] vanaf de verkrijging van zijn perceel in gebruik als deel van de voortuin. Tot het gebruik van de met streeparcering aangeduide strook grond (hierna: strook 2), eveneens als deel van de voortuin, heeft de gemeente in 2002 toestemming gegeven. 2.3 Bij brief van - verzonden - 23 april 2012 heeft de gemeente [gedaagde] met betrekking tot strook 2 onder meer geschreven: In mei 2011 is tijdens een gehouden controle geconstateerd dat u een strook openbaar groen voor uw woning aan [adres] van de gemeente in gebruik heeft. U heeft in 2002 een mondelinge toestemming van de Gemeente gekregen om de begroeiing op de strook grond te onderhouden. (..) De reden dat de strook grond niet uitgeefbaar is kan gevonden worden in het feit dat de strook grond een belangrijke groene buffer in de wijk vormt. De betreffende strook grond is in het Groenplan van de Gemeente Arnhem aangemerkt als structureel groen (..) Het project Buiten gewoon beter wil deze groenstrook in zijn geheel gaan inrichten (..) Omdat het project Buiten Gewoon Beter is uitgesteld blijft de mondelinge toestemming, gegeven in 2002, tijdelijk van kracht. Indien het project Buiten Gewoon Beter in uw wijk wederom van start gaat, wordt de strook volgens het projectplan ingericht. 2.4 [gedaagde] heeft bij e-mail van 20 september 2012 de gemeente met betrekking tot strook 1 onder meer het volgende bericht: Dank voor uw bezoek op dinsdag 18 september j.l. U begreep dat ik totaal was overdonderd toen de landmeters toonden waar de kadastrale grens zou moeten liggen. Deze grens komt niet overeen met de feitelijke grens waarop ik het pand heb gekocht in de zomer van het jaar 2000. De beplanting van mijn tuin liep feitelijk precies tot aan de rij bomen van de gemeente. (..) Vanaf de rij bomen van de gemeente tot aan de straat lag de strook grond van de gemeente, gekenmerkt door geel zand. Twee punten dienen daarbij in ogenschouw te worden genomen: 1. Het trottoir was destijds nog niet aanwezig, waardoor de afmeting van de strook grond visueel een stuk groter was; 2. Mijn voortuin grenst met [adres] als enige twee woningen aan [adres]. De overige woningen grenzen met de achterkant aan [adres], dus geen eenduidigheid. Aangezien ik de strook grond tot aan de rij bomen van de gemeente reeds meer dan 10 jaar te goeder trouw bezit als ware ik eigenaar beroep ik mij voor wat dit gedeelte grond betreft op verkrijgende verjaring (..) 3Het geschil 3.1 In conventie verlangt de gemeente een verklaring voor recht dat zij eigenaar is van strook 1, alsmede de ontruiming en het herstel in de oude toestand daarvan, nu [gedaagde] tot het gebruik daarvan geen recht heeft. Verder vraagt zij een machtiging om dat zo nodig zelf te mogen bewerkstelligen. Met betrekking tot strook 2 is zij van mening tot opzegging van het gebruik daarvan gerechtigd te zijn, in beginsel met een opzegtermijn van twee maanden. Zij vordert een dienovereenkomstige verklaring voor recht. 3.2 [gedaagde] betwist de vorderingen gemotiveerd. In het verlengde daarvan vordert hij in reconventie een verklaring voor recht dat hij eigenaar van strook 1 is geworden door verkrijgende verjaring en dat hem een onherroepelijk en onbeperkt gebruiksrecht toekomt op strook 2. Subsidiair verlangt hij met betrekking tot strook 2 een verklaring voor recht dat opzegging van het gebruik in redelijkheid niet mogelijk is en meer subsidiair, in geval van opzegging, vergoeding van € 3.000,- ter zake van gemaakte kosten van beplanting en onderhoud van die strook. 4De beoordeling 4.1 Wat betreft strook 1 gaat de rechtbank ervan uit dat [gedaagde] zich primair op het standpunt stelt dat hij in 2000 het bezit heeft verkregen van zijn rechtsvoorganger. Hij stelt immers dat hij zijn tuin inclusief die strook bij zijn verkrijging zo heeft aangetroffen en het gebruik ervan heeft voortgezet, ook door er later nieuwe planten in te zetten. [gedaagde] heeft aangegeven geen gegevens te kunnen verschaffen over het bezit van de strook door zijn rechtsvoorganger(s). De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] volgens zijn eigen stellingen op zijn vroegst op 1 december 2010 eigenaar is geworden, indien althans aan de vereisten van artikel 3:99 BW is voldaan. [gedaagde] heeft immers geen standpunt ingenomen over de eventuele bijtelling van het bezit van de rechtsvoorganger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.