← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2014:7327

beschikking RECHTBANK GELDERLAND 144469 / KG ZA 06-51919 september 2006 Wrakingskamer Zittingsplaats Arnhem zaaknummer: 273678 KG RK 14-963 Beschikking van 26 november 2014 inzake het verzoek van [verzoekster] gevestigd te [plaats], verzoekster tot wraking, tot wraking van (een rechter van) de afdeling bewind, van deze rechtbank, zittingsplaats Zutphen, in de zaak met nummer

  1. 1De procedure 1.
  2. Bij schrijven van 31 oktober 2014 heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend, waarna de rechtbank verzoekster bij brief van 10 november 2014 heeft verzocht om de naam van de rechter waartegen de wraking is gericht door te geven, alsook om aan te geven in welke juridische procedure, onder vermelding van het zaaknummer, het wrakingsverzoek wordt ingediend. Verzoekster heeft bij brief van 11 november 2014 hierop gereageerd en meegedeeld dat door de afdeling bewind beslissingen worden genomen zonder dat er aan de zaak een zaaknummer wordt toegekend en dat er evenmin wordt aangegeven welke rechter het besluit heeft genomen. Verzoekster heeft de rechtbank in haar brief verwezen naar de afdeling bewind. 2De beoordeling 2.
  3. Uit het ingediende wrakingsverzoek blijkt dat het verzoek niet tegen een bepaalde rechter is gericht. Voorts blijkt dat het verzoek daarop is gebaseerd dat verzoekster onvoldoende vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van (de rechters bij) de afdeling bewind in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen. 2.
  4. Voor een dergelijk verzoek biedt de wet geen grondslag. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen (artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en niet tegen de rechters van of tegen een afdeling van een rechtbank. Bovendien kan het verzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn niet aangevoerd. De brief van de griffier van 24 oktober 2014, die bij het wrakingsverzoek was gevoegd, en de stelling van verzoekster dat zij naar aanleiding van die brief een voor beroep vatbare beslissing heeft gevraagd, maken dit niet anders. 2.
  5. Bij deze stand van zaken moet verzoekster niet-ontvankelijk worden verklaard in haar wrakingsverzoek. Daarom is afgezien van een mondelinge behandeling. 2.
  6. De wrakingskamer leest in het schrijven van verzoekster van 31 oktober 2014 ook een klacht, die zij zal doorgeleiden naar de president van de rechtbank Gelderland. 3De beslissing De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om wraking. Deze beschikking is gegeven door mr. H.P.M. Kester-Bik, als voorzitter, en mrs. P.J. Wiegman en M.J. van Lee als rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst en in het openbaar uitgesproken op 26 november
  7. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.